woensdag 30 december 2009

TUINFOTO'S 2009

TUINFOTO’S


JANUARI 2009

MAART 2009


APRIL 2009
Pergolaterrasje in de voortuin

MEI 2009
Achtertuin
JUNI 2009
Voortuin

JULI 2009
Padje in de vijver

AUGUSTUS 2009
Rudbeckia Goldsturm

SEPTEMBER 2009
Herfstig in de voortuin

OKTOBER 2009
Achtertuin

DECEMBER 2009
Besneeuwde veldesdoorn,
Acer campestre, in de voortuin

dinsdag 15 december 2009

SNEEUW

Heggenmussen

Nog tien dagen, dan worden de dagen weer langer. Een lichtpuntje voor tuiniers! Alleen moeten we nog wel even de winter door, want die begínt pas, op 21 december. Maar ach, wat is een winter nog tegenwoordig. Zelfs onder weervoorspellers zijn de meningen verdeeld. Want het kan nog steeds vriezen, maar ook dooien. Daarin is nog niets veranderd. En sneeuwen? We zullen moeten afwachten of we op een ochtend wakker worden in een sprookjesachtige witte wereld. Of zélf initiatieven ontplooien! De echte sneeuwliefhebber neemt de kuierlatten, richting de Alpen. Zelf raadpleeg ik mijn tuinboeken over het onderwerp ‘sneeuw’.


In het boek ‘Folklore in de tuin’, van Charlie Ryrie, wordt nog aangeraden de sneeuw niet van de planten af te halen, in verband met de isolerende kwaliteiten, maar wel van de boomtakken, zodat ze niet afbreken onder het gewicht van de sneeuw. Dat is zo langzamerhand inderdaad folklore.
De ‘Atrium Tuinplanten Encyclopedie’ is op meer mogelijkheden voorbereid en heeft een lijst met Nederlandse namen waarin maar liefst acht sneeuwplanten worden genoemd, van bolletje tot boom. Daarmee kan de liefhebber van een pak sneeuw zelfs een groot deel van het jaar sneeuweffecten creëren in zijn tuin.
Om te beginnen met Sneeuwheide (Erica carnea). Die bloeit behalve in wit ook in bleekroze tot dieprood. Het is dus wel belangrijk om de goede cultivar (afkorting van cultuurvariëteit) te kiezen. Eind januari komt ‘Springwood White’ in bloei met witte bloemen. Sneeuwheide is een groenblijvend struikje, uiteindelijk twintig centimeter hoog, met smalle bladerkransjes in groen tot donkergroen. Een prima bodembedekker, die over het algemeen wat schaduw kan verdragen. ‘Springwood White’ heeft graag wat zon. Werp een heuvel op in de tuin en leg daar met Sneeuwheide je eigen piste aan! Een glas Glühwein zal het effect versterken!

Sneeuwklokjes
De eerste onder de bollen die in bloei komt, is het Sneeuwklokje (Galanthus). 
Sneeuwklokjes breiden zich redelijk snel uit, zodat je, als beginner, al gauw over je eigen ‘Idiotenwiese’ kunt uitkijken. Nóg meer Glühwein! Er zijn massa’s verschillende soortjes, die vooral in Engeland verwoed verzameld worden. Voor wat betreft de bloeitijd zijn er wel verschillen, maar gemiddeld kun je al in februari beschikken over een aardig oefenweitje.
Een veelgeziene struik is de Sneeuwbes (Symphoricarpus albus), met al in het najaar helderwitte bessen. Kinderen blazen ze graag door een elektriciteitsbuis en als je erop trapt, geeft dat een knalletje. Doet héél in de verte een beetje denken aan biatlon: langlaufen en onderweg schieten. Maar goed, de bessen die dit lot bespaard blijft, sieren deze struik tot ver in de winter. In de zomer bloeit de sneeuwbes met roze bloemen. Het is een sterke struik, een tot twee meter hoog, die wel wat schaduw kan verdragen. Hij kan dus ook toegepast worden als onderbeplanting bij een boom.
Wat te denken van een echte Sneeuwklokjesboom (Halesia carolina)?! Nog voor het blad verschijnt aan deze vijf meter hoge boom, hangen de kale takken vol met witte klokjes.

Sneeuwroem
Dan is het ongeveer half april en is een ander bolgewasje,  Sneeuwroem (Chionodoxa luciliae), al bijna uitgebloeid. De bloemen van dit bolgewas zijn blauw, maar hebben wel een wit hart; misschien meer geschikt voor het nabootsen van een ijsvloer. De bloei begint in maart en ach, dan smaken koek en zopie ook nog wel. Om toch dicht bij het sneeuweffect te blijven, kan ook een witbloeiende Sneeuwroem aangeplant worden. Net als het Sneeuwklokje is ook Sneeuwroem geschikt voor verwildering: ze zaaien zich royaal uit.
En wanneer het dan eindelijk volop voorjaar is, kan de liefhebber van sneeuw bij een glas wijn in de gloeiende meizon wegdromen naast een struik vol sneeuwballen: de Japanse Sneeuwbal (Viburnum plicatum). Wel drie meter hoog wordt deze Sneeuwbal en de witte bloemen bloeien echt in fraaie bolronde schermen. Er zijn meer Viburnums met de Nederlandse naam ‘Sneeuwbal’, zoals Viburnum plicatum ‘Mariesii’ en Viburnum sieboldii. Ook mooi, maar de bloeiwijze van de gewone Japanse Sneeuwbal lijkt toch het meest op echte sneeuwballen.
Nog meer sneeuwballen, maar dan iets verder in het seizoen, treffen we aan bij de Sneeuwbalspirea (Physocarpus opulifolius). Een forse, bladverliezende heester, drie meter hoog en breed, die vroeg in de zomer bloeit met kleine witte bloemen. Deze staan bij elkaar in schermen met een doorsnede van vier centimeter. Klein maar fijn. En in deze tijd van het jaar verwacht je natuurlijk ook geen grote sneeuwballen meer.
Om de sneeuwzucht verder af te bouwen, kan dan nog gekozen worden voor een heuse Sneeuwvlokkenboom (Chionanthus virginicus). Dit is een kleine boom, maar hij komt ook voor als bossige heester. In de vroege zomer, terwijl wij een glas ijs- en ijskoude chocolademelk drinken, sluit de Sneeuwvlokkenboom voor ons het sneeuwseizoen in de tuin af, met massa’s hangende pluimen vol geurende witte bloemen.

En dan moet het maar eens uit zijn, met de sneeuw.
Zomer is óók leuk!

December 2009

donderdag 10 december 2009

VOORJAARSSCHOONMAAK


In míjn tuin …
... luidt het klokje van verlangen. Verlangen naar het voorjaar, naar prutsen met plantjes, naar vrolijkheid, naar licht! Natuurlijk is mijn tuin nu ook nog de moeite waard, maar veel groei en bloei zit er niet meer in. Soms lokt de zon en kan ik nog even ‘tuinieren’. Lelijke stengels ruim ik op, de esdoorns zijn gesnoeid en op de terrastafel staat een mand vol witte viooltjes, voor mijn doen smaakvol afgebiesd met ranken donkergroene klimop.
Maar dat geschémer, midden op de dag! De dagen waarop de regen je naar binnen striemt, en dat zijn er nogal wat, moeten ’s middags om drie uur de lampen al aan! ’t Is uit met de pret van lekker buiten bezig zijn; tuinieren is geen hobby voor de winter.
Mijn man is beter af, met het bijhouden van zijn weblog. Hij is tenminste met zijn tijd meegegaan en beschrijft zijn leuke schaakpartijtjes op het Internet. Iedere dag, desnoods zelfs ’s nachts, zomer en winter. Want een computerscherm geeft áltijd licht. Voor mijn man telt slechts één element: het zijne, waar ik in mijn hobby overgeleverd ben aan álle elementen!
Maar blijven jammeren heeft geen zin, dus heb ik van de nood een deugd gemaakt. Het schijnt dat opruimen helpt - ook voor ruimte in je hoofd! Kleine laatjes, grote laden, ik maak ze allemaal leeg. Lieve kaartjes, vergeten foto’s, volgekrabbelde agenda’s, sokken met gaatjes, geladderde panty’s, lege lijstjes; ik lees en stap terug in de tijd, ik sorteer en ruim op. Kleine kastjes, grote kasten, allemaal komen ze aan de beurt. Het speelgoed van de kinderen zoek ik uit; ook bij hen komen herinneringen boven.
Een klein plekje op het oor van een knuffelbeest: “Kíjk! Van de sigaret van opa!” De boekjes van Dick Bruna: de vis, nijntje, snuffie, fien en pien, om een paar te noemen! Ik lees ze weer voor, na vierendertig jaar, en ons kleinkindje luistert!
In de berging verzamel ik ons ‘teveel’ voor de inbrengwinkel. Ik boen de kasten; met wattenstaafjes ontdoe ik de kleinste hoekjes van stof en met spiritus worden de pianotoetsen weer helemaal schoon. Wat een ruimte in mijn hoofd! Nog een paar duizend boeken moeten van hun plek op de planken en ontdaan van stof en rag.
Ik kom de winter wel door zo en hoop met deze vervroegde voorjaarsschoonmaak in huis op tijd klaar te zijn: joepie! voor de voorjaarsschoonmaak in de tuin!

December 2009

zondag 15 november 2009

WINTERGEUR

Heggenmussen


We hebben allemaal wel een idee bij voorjaarsgeur, zomergeur en herfstgeur. Maar wintergeur ... is dat niet vooral een zuivere, frisse geur, als de lucht strakblauw is en de zon fonkelt op het ijs en in de sneeuw? Misschien zijn bloemen wel het laatste waar je aan denkt bij het woord ‘wintergeur’. En toch zijn ze er, bloemen die geuren in de winter.

Ze zijn er zelfs altijd geweest, in het wild. Door kruisingen, om grotere bloemen en een langere bloeitijd te krijgen, zijn sommige in geursterkte wel achteruit gegaan, maar ze zijn nog steeds de moeite waard om aangeplant te worden. Immers: in het land der blinden is eenoog koning! De geur van een enkele bloem, midden in de winter, trekt  meer de aandacht dan een compleet rozenperk in de zomer.
Bloemen geuren om aandacht en dan niet zozeer van ons, als wel van insecten die voor de bestuiving zullen moeten zorgen. Nu zijn insecten in de winter ook een schaars artikel en de bloem zal dus goed moeten opvallen. Dat is de verklaring voor de sterke geur.
Maar alles is relatief. Tuincentra weten ons te lokken, als insecten met een portemonnee, door soms al direct bij de ingang een groot aantal geurende planten van eenzelfde soort neer te zetten, zodat je niet alleen bedwelmd raakt van die overweldigende geur, maar ook bezeten. Je ziet het al helemaal voor je, hoe familie, vrienden, de buren en zelfs de postbode het liefst jóuw tuinpad opwandelen, om de heerlijke geur die jij daar weet te verspreiden!

Sarcococca confusa
Zo kwam ik aan mijn Sarcococca confusa, inderdaad: helemaal confuus. Met zo’n plant in de auto moet je nog goed uitkijken, of op tijd een raampje openzetten, want in die kleine ruimte met in de winter ook nog de verwarming aan, ligt een geurflauwte op de loer! Maar toen ik de volgende dag naar buiten liep, was er van een heerlijke geur niets te bespeuren en teleurgesteld stalde ik mijn nieuwe aanwinst in een overpot op het terras. Geen zin meer om hem in de tuin te planten.
Nu weet ik dat het teveel gevraagd was, van één nog jonge plant, in die grote wijde buitenlucht, om een geur als in het tuincentrum te produceren. Maar korte tijd later, tijdens klusjes in de tuin op een mooie rustige winterdag, snoof ik wel degelijk de heerlijke geur op van de Sarcococca op het terras! Deze groenblijvende heestertjes, die een tot anderhalve meter hoog worden, bloeien van december tot februari met onopvallende, maar dus sterk geurende witte bloempjes, die later uitgroeien tot zwarte bessen. Het zijn vorstbestendige heesters die ook schaduw verdragen en waarvan je in de winter gerust een tak kunt snijden om daarmee de geur naar binnen te halen.

Viburnum bodnantense dawn
Wie in november al toe is aan een bloeiende en geurende heester in de tuin moet vooral een Viburnum bodnantense ‘Dawn’ of ‘Debe’ aanplanten. Een forse struik die wel drie meter hoog kan worden (maar ook gesnoeid!), waarvan het niet erg is dat hij zijn blad verliest, omdat dat ruimschoots gecompenseerd wordt door talloze trosjes witroze geurende bloemetjes. Bij harde wind en regen zul je tevergeefs snuiven, maar dan heb je buiten ook niks te zoeken. Vorst zullen de bloemetjes niet overleven, maar zodra de dooi intreedt mag je weer rekenen op nieuwe trosjes. Viburnum bodnantense geeft de voorkeur aan een zonnige standplaats.
Ook al in november in bloei is een groenblijvende struikkamperfoelie, twee meter hoog: Lonicera standishii, met geurende crèmewitte bloemen. Nog een winterbloeiende struikkamperfoelie is Lonicera fragrantissima. Deze heeft echter een koudeperiode nodig om in bloei te komen en doet dat daarom pas in januari. Maar dan wel overtuigend, zoals de naam al doet vermoeden.
Aangeraden wordt om niet teveel verschillende geurplanten bij elkaar te zetten; dan weet je niet meer wat je ruikt. Dat zou pleiten voor de aanplant van drie toverhazelaars, die elkaar in bloei opvolgen. Aan het eind van de herfst en in het begin van de winter bloeit Hamamelis (toverhazelaar) virginiana. Vervolgens bloeit Hamamelis intermedia midden in de winter en sluit Hamamelis mollis de serie af met bloei aan het eind van de winter, begin voorjaar. Prettige bijkomstigheid: op toverhazelaars kun je rekenen, want ze bloeien elk jaar op dezelfde tijd. Of het nou koud is of niet.


Tot slot nog een tip voor liefhebbers van tulpenbollen. In een Engels equivalent van onze Keukenhof heeft men een experiment uitgevoerd en een deel van de tuin pas in de laatste weken van januari beplant met tulpenbollen. Ze bloeiden niet later dan andere tulpen. Voordelen: in januari zijn (tulpen)bollen afgeprijsd (nóg wel!) en bovendien zijn de goede exemplaren dan al een beetje uitgelopen. Zo weet je zeker dat je waar krijgt voor je geld. Nu is het wel zo dat tulpenbollen een koudeperiode nodig hebben om tot bloei te komen. Misschien moeten ook wij er eerst maar eens mee experimenteren. Let ook op het weerbericht voor januari, want in bevroren grond is het slecht bollen planten!

Winterbloeiende struiken planten kan nu nog, zolang het niet vriest. Kies voor wintergeur in de tuin en haal zo het voorjaar dichterbij.

November 2009

dinsdag 10 november 2009

GGRRASHARK

In míjn tuin …

... maakte een groen gazonnetje deel uit van mijn eerste ontwerp. Het bleek door mij echter niet te handhaven en mét het gras verdween ook het gierende handgrasmaaiertje en de roestige graskantenschaar. Ja, we hadden al wel elektriciteit, maar dat werd toen nog niet voor álles gebruikt. In die tijd kroop je geruisloos op je knieën door de tuin om snip snip decimeter voor decimeter de graskantjes te knippen. Blij dus, dat die apparaten weg konden.

Mijn rode grashark
Maar een grashark, díe heb ik nog steeds! Zo’n waaier van metalen strookjes in opgewekt rood aan het eind van een lange steel, waarmee ik ooit ggrr ggrr mijn baantjes trok over het gazon. Een prettig geluid vond ik dat. Heel grondig ook; alsof er ggrr ggrr geen sprietje ggrr meer achterbleef. Tegen de muur neemt zo’n platte hark nauwelijks ruimte in, dus er was geen enkele reden om dit grasattribuut op te doeken. Gelukkig maar, want ik maak nog steeds graag gebruik van mijn ggrr ggrr grashark. Het is een uitstekend hulpmiddel bij het verwijderen van afgevallen blad in de herfst. En dan niet op de stoep - dat krast niet prettig - maar op de groenblijvers die in mijn tuin de plaats van het gras hebben ingenomen.
Pachysandra terminalis
Het harken van een bedje lievevrouwebedstro komt qua geluid aardig in de buurt van het harken van gras. En dan ziet het er ineens weer voorjaarsachtig groen uit, zonder de herfstkleuren van de berkenblaadjes. Bodembedekker pachysandra terminalis heeft een wat lossere structuur, zodat het meeste blad tussen de planten op de grond terechtkomt. Is ook prima. Als de witte bloeiaartjes en het groene pachysandrablad maar weer te zien zijn. Ook de buxus krijgt een stevige aai over de bol en voorzichtig hark ik de randen schildersverdriet langs het pad. Bij de maagdenpalm, met lange uitlopers, draai ik de hark even om, de scherpe punten naar boven, en werk ook daar het herfstblad onder het groen. In deze ‘stand’ vis je er meteen het afgevallen blad mee uit de vijver. Zo’n multifunctionele grashark toch! Hoog op de taxus en boven op de hagen ligt ook een laag blad. Met de langgesteelde hark haal ik het gemakkelijk weg. Nog even de zaailingen van het vergeetmenietje van de bladlast ontdoen en wat heb ik dan weer een fijne groene tuin.
En dat allemaal omdat ik zo’n hark was met het gras in mijn eerste tuinontwerp!

November 2009

dinsdag 20 oktober 2009

OVERWINTEREN IN DE TUIN

Heggenmussen
Herfst in de voortuin
Op zondag 25 oktober gaan we terug naar de wintertijd. ’s Ochtends is het daardoor nog even wat lichter, maar ’s avonds wordt het weer ouderwets donker. Het is menens nu; de winter nadert op dikke sokken! De natuur bereidt zich er zichtbaar op voor: veel bomen laten al bladeren vallen en het is een komen en gaan van wintergasten en trekvogels. Een mooi geluid om even bij stil te staan en naar boven te kijken: het gakken van de ganzen. Wie daar gevoelig voor is zou er melancholisch van kunnen worden. Ter afleiding is er dan gelukkig nog genoeg te doen in de tuin: ónze voorbereiding op de winter.

Bewaar afgevallen blad, liefst droog, om vorstgevoelige planten straks mee af te dekken. Haal door schimmels aangetast blad, zoals rozenblaadjes met sterroetdauw, wel zoveel mogelijk weg, want die schimmels willen we niet in de grond hebben. Hoe meer plantenresten kunnen blijven staan, hoe beter, voor kleine wriemelbeestjes én voor het wintersilhouet. Maar er is niets op tegen om al te ontsierende restanten af te voeren naar de compostbak. Het oog wil tenslotte ook wat, misschien wel juist in de winter, en smaken verschillen. Als er hier of daar nog ruimte is voor een leuke groenblijver is dat mooi meegenomen. Het is nu ook hét moment om een boom(pje) uit te zoeken met gloeiende herfstkleuren. Zolang het niet vriest, kun je doorgaan met planten en verplanten.
Op een rustige herfstdag is het een genot om nog buiten bezig te zijn en het planten van bollen op zo’n dag is een stuk leuker dan straks, op het nippertje, in kou en striemende regen. Gezien in Gardeners’ World: borders vól alliums tussen vroeg uitlopende vaste planten, zoals bijvoorbeeld Allium ‘Purple Sensation’: sensationeel!
Zoek nu ook vast een plek binnenshuis voor de kuipplanten die geen vorst verdragen, zodat ze bij dalende temperaturen snel naar binnen kunnen.

Behalve planten leven er in de tuin ook dieren. Over het algemeen kunnen die zich prima zelf redden, maar wat ondersteuning zo hier en daar kan geen kwaad. Soms is het al voldoende om er iets meer van af te weten, zodat je er rekening mee kunt houden.
Van vogels weten we zo langzamerhand wel waar ze in de winter behoefte aan hebben. Een schoon en droog plekje om te slapen, fris water voor een bad, maar ook om te drinken en een hele trits aan vetbollen, pindaslingers, zaden in maten en soorten en de aloude korstjes brood. In augustus werden we opgeschrikt door ‘het Geel’, een zeer besmettelijke ziekte, die deze zomer vooral onder zangvogels veel slachtoffers maakte, maar ook onder duiven en roofvogels. Het gaat om een parasiet die voorkomt in de mond en keelholte van vogels. Door een samenloop van omstandigheden, zoals warm weer en een slechte conditie van de vogel, kan deze parasiet een infectie veroorzaken, waarbij in de keel van de vogel geelwitte knobbels ontstaan en ook de ontlasting geel verkleurt: ‘het Geel’. De ziekte wordt voornamelijk door snavelcontact overgebracht en daarom werd aangeraden te stoppen met het voeren van vogels. Maar nu de temperatuur buiten flink is gedaald, is het besmettingsgevaar evenredig afgenomen en wordt juist weer aangeraden de vogels te voeren, zodat ze in een goede conditie de winter ingaan. Kijk voor vogelvriendelijke tips eens op www.vogelbescherming.nl.


Een niet zo hulpbehoevende
egel

Ook hulpbehoevend is een klein beestje met weliswaar geen hoge aaibaarheidsfactor, maar wel een groot vermakelijkheidsgehalte wanneerhet 'szomers, en dan vooral 's avonds, knorrend en snurkend door de tuin scharrelt: de egel. Ze komen in onze tuinen vaker voor dan vroeger, maar dat heeft vooral te maken met de verslechterde omstandigheden in hun natuurlijke leefomgeving. Zodra gevaar dreigt, rollen ze zich op en worden dan beschermd door zes- tot zevenduizend stekels! Ze slaan voor ons dan ook niet op de vlucht,net zo min als voor auto's en dat wordt uiteindelijk veel egels noodlottig.Ze staan al jaren op de lijst van bedreigde diersoorten. Hulp gevraagd dus! Zorg dat ze de tuin goed in en uit kunnen, via een opening van minimaal tien centimeter hoogte. Een slordig hoekje met takken en bladeren kan gebruikt worden om er een nest te bouwen. Maar er zijn ook luxueuze egelhuisjes te koop of zelf te maken. Op Internet is daarover veel informatie te vinden, tot en met bouwtekeningen en werkbeschrijvingen. Vanaf november/december tot maart/april zullen ze er graag hun winterslaap houden. Heb je een (open) composthoop, dan zou daar ook zomaar een egel in kunnen overwinteren. Even controleren als je er iets mee wilt doen!
Vanaf eind september tot de vorst kunnen egels bijgevoerd worden met speciaal egelvoer, meelwormen, fruit, een gekookt eitje, kattenbrokjes of kattenvoer uit blik. Die laatste twee, daar moet je waarschijnlijk bij blijven zitten, zodat het niet in onrechtmatige bekjes verdwijnt. Zie maar eens. En beslist geen schoteltje melk, maar gewoon fris water.

Padje!
Wie vijverwater in de tuin heeft, mag waarschijnlijk rekenen op overwinterende kikkers, padden en salamanders. Op vissen alleen als je ze er zelf in gezet hebt. Bij een diepte van minimaal tachtig centimeter kunnen vissen, de groene en de kleine groene kikker goed in het water overwinteren, mits er voldoende zuurstof is en er op de bodem donkere schuilplekken zijn, van stenen of hout, verzwaard met stenen. Door het water te beluchten zal het zuurstofgehalte toenemen, maar bij een totale bevriezing van het wateroppervlak moet daarmee gestopt worden om de verschillende ‘temperatuurlagen’ in het water niet te vermengen. Sneeuw op het ijs rustig laten liggen: dat remt het bevriezingsproces af. Vanaf nu dus liever niet meer in de vijverbodem rommelen: daar wordt geslapen!
Niet alle amfibieën (dieren die zowel op het land als in het water leven) overwinteren in de vijver. Padden, de bruine kikker en de heikikker, maar ook de meeste salamanders, zoeken een plekje dat graag wat natuurlijk begroeid is, of kruipen weg tussen stenen en hout. Als ze door ventilatieopeningen in een schuur of garage kunnen komen, is ook dat een prima overwinteringsplek. Wel oppassen als je daar hout of stenen wilt weghalen: er kan nog iets onder zitten!
Tot slot nog iets over het vlindervolkje. Er zijn speciale vlinderkastjes te koop, met lange smalle openingen. Misschien verleid je er vlinders mee, op een warm beschut plekje, en help je ze zo de winter door. Tref je ze aan in schuur of garage, laat ze dan stilletjes hangen of zitten, tot ze op een goede dag ineens verdwenen zijn.
Dan is de winter voorbij en beginnen we weer van voren af aan!

Oktober 2009

zaterdag 10 oktober 2009

FAMILIEGRAF


In míjn tuin …

... laat mijn man zich van zijn beste kant zien, soms, als de nood hoog is. En dan nog voor niks ook. Het valt niet mee om ‘de man van’ te zijn. Van een tuinierende vrouw, in dit geval.
Op een vroege zondagochtend lees ik Romke van de Kaa: ‘Alles kan wachten’. Ondertitel: tuinieren op ontspannen wijze. Een inspirerend boek, dat mooi aansluit bij de zondagsrust. In deel 1, ‘Beschouwingen, tips en gemopper’, is een stukje opgenomen over krabbenscheer. Deze probleemloze plant heb ik ook in mijn vijver en ik ben benieuwd wat Van de Kaa daarover te melden heeft.
Het stuk begint met een beknopte uitweiding over de voordelen van een vijver in de tuin en wat daarbij zoal komt kijken. Bijvoorbeeld hoe geschikt waterlelies zijn om met hun bladeren het water koel te houden. Hij waarschuwt echter voor te kleine vijvers met te grote waterlelies, waarvan het blad boven het water uitgroeit “... als handen boven een graf”.
Als ik naar onze vijver kijk en de vergelijking doortrek, dan hebben wij daar een compleet familiegraf, voor een gróte familie! Vele handen steken boven dit graf uit en ik besef dat het anders moet. “Weet je wat ik doe,” zeg ik tegen mijn argeloze man, “ik haal die waterlelie eruit! Steeds maar dat blad uittrekken, het water zie je niet meer en dat allemaal voor drie bloemen per jaar!” Mijn man is in één keer wakker en bij de les, op die vroege zondagochtend. “De wáterlelie eruit?! Geen sprake van! Ik zal dat blad er wel uittrekken - dan zie je het water weer. En dan zal ik het voortaan bijhouden!”
Overmand door daadkracht beent hij in zijn badjas de tuin in en ik zie hem knielen bij de familiegrafvijver! Alles kan wachten, maar dit nu even niet. “Val er niet in, met die dikke badjas,” roep ik hem na, “dan kom je er niet meer uit!” Verder doe ik er het gouden zwijgen toe, want ik moet het stukje nog even uitlezen. Van de Kaa eindigt met een ‘gouden tip’: hij beveelt de krabbenscheer aan om vijverwater helder te houden én te voorzien van zuurstof! Ik weet genoeg nu. Mijn man moet nog douchen - een goed moment voor het verwijderen van de waterlelie!
En de krabbenscheer en ik, wij zwijgen als het graf - het is hier nog lang geen graventuin!

Oktober 2009

zondag 20 september 2009

POTTEN VOL GROEN

Heggenmussen


Sinds 1 september is het herfst voor de weerdeskundigen, de meteorologen. Wij schuiven het nog wat voor ons uit, tot 21 september. Voor het weer maakt het geen verschil - dat is nog steeds afwisselend zomers en herfstig. Toch begint er zo hier en daar al wat blad te vallen. In sommige bomen is ook al een verkleuring te zien en soms dringt er een vleug van herfstgeur in je neus. Eigenlijk best wel lekker.
Rudbeckia nitida
Maar in de tuin is het nog steeds feest met asters, anemonen, rudbeckia’s, sedums, monnikskappen, dahlia’s, hortensia’s en nog veel meer laatbloeiers. Ook de kleurige eenjarigen geven de moed nog niet op. Toch moeten we er rekening mee houden, dat er binnenkort aanzienlijk minder vertier in de tuin zal zijn. Op zich is het geen bezwaar om de bonte zomerpracht af te wisselen met winterse aardetinten. Wij mensen houden ook van verandering op zijn tijd. Rust in de wintertuin is dus prima. Maar daarom hoeft het nog niet kaal te zijn. Kies ook voor groen in de winter!
O, dan ben ik gauw klaar, denkt de gazonbezitter. Niet dus, want variatie is heel belangrijk. Daarmee blijft de tuin verrassen en levendig. Je kunt afwisselen in talloze schakeringen groen blad, al dan niet met een randje of vlekje. Er is glanzend blad en mat blad - zelfs ‘dof’ komt voor. Zonder bessen, met bessen. En daar is dan ook weer iets te kiezen: rode, witte, paarse, zwarte bessen. Kortom: ook in de winter kan de tuinliefhebber aan zijn trekken komen. Maar wat te doen met al deze mogelijkheden: kiezen is vaak niet eenvoudig. En het is nu ook nog moeilijk voor te stellen hoe de tuin er straks, in de winter, uit zal zien.

Buxus in cementen pot, zelf gegoten
Probeer het eens met potten! Vervang de zomerbloeiers in pot nu eens niet door heide en viooltjes, maar beplant ze met groenblijvende vaste planten. Om pot en plant tegen vorst te beschermen kan de binnenwand van de pot bekleed worden met een isolerende laag (bubbeltjes)plastic. Houd de bodem wel vrij en zorg ervoor dat het water goed weg kan lopen. Zinken emmers en bakken, maar ook simpele (zwarte!) plastic potten, metselemmers en speciekuipen, zijn goed vorstbestendig, maar een isolerend laagje kan geen kwaad. Zorg ook hier voor een goede afvoer van water. Door de potten in een groep bij elkaar te zetten creëer je een microklimaat waarin de kans op bevriezing kleiner wordt. In tuincentra is voor iedere smaak iets te vinden, in alle denkbare afmetingen.
Gebruik goede potgrond en laat aan de bovenkant twee centimeter van de pot vrij, om het water geven te vergemakkelijken. Want daar wil je niet te lang over doen, als het buiten 5°C is!
En dan komt het leukste deel: het kiezen van de planten. In grote bakken, zoals bijvoorbeeld de metselemmers en speciekuipen, kunnen kleine boompjes op stam, maar ook struiken, jaren blijven staan. Denk aan hulst, buxus, taxus, conifeer, liguster, skimmia, rhododendron, klimop, laurier, euonymus (kardinaalshoed of -muts). Hiermee zijn niet alleen op het terras, maar ook in de tuin, leuke groepjes te maken. Je kunt verschillende soorten combineren, maar ook haagjes of blokken uitproberen in één soort. Zolang ze in bakken staan is alles mogelijk.
Bergenia in plastic potten in stenen vazen
Ook met vaste planten kun je naar hartenlust experimenteren. Bergenia (schoenlappersplant) met zijn grote blad is een goede keus voor vrijwel alle standplaatsen, maar ook het fijne smalle blad van Ophiopogon, zwart, is heel geschikt. Leuk te combineren met de diverse tinten van Heuchera’s, die ook de hele winter hun blad houden. Groenblijvende varens als Asplenium scolopendrium (tongvaren), Cyrtomium (ijzervaren), Polystichum en niet te vergeten Polypodium vulgare (eikvaren), kunnen beschaduwde plekken opfleuren. Dat is weer eens iets anders, op het terras. Ook heel mooi voor een witte muur. Of misschien toch juist voor een zwarte wand?! Hoge grassen, maar ook bamboes, zijn goed voor dramatische effecten en tegelijk, in hun potten, binnen de perken te houden. Eventueel kunnen de potten verzwaard worden (trottoirtegel onderin) om omwaaien te voorkomen. Echt groenblijvende grassen zijn er bijna niet; hun sierwaarde ligt vooral in de textuur van het blad en bij sommige in de halmen. Calamagrostis brachytricha (diamantgras) is heel mooi.
En dan de aankleding van de tuintafel(s). Wat te denken van verschillende potjes, waarin je de potgrond ‘boetseert’ tot een halve bol, waar je vervolgens mos op drukt. Liefst niet uit het bos, maar uit een vergeten hoekje in de tuin! Goed water geven. Een sobere compositie en juist daardoor heel mooi. Tijdens de kerstdagen goed aan te vullen met rode appeltjes. Asarum (mansoor) kan ook in een pot of schaal. Kies dan wel A. europeum, met frisgroen glanzend blad.
En als we dan tóch bezig zijn: plant voorjaarsbolletjes in een wijde schaal, model Arena, en dek ze af met een simpel grasmatje. Voor meer vertier kun je er nog een appeltje op leggen: welke merel neemt de eerste aftrap?!
Veel verpotplezier deze maand!

September 2009

donderdag 10 september 2009

GRONDIG


In míjn tuin …
... is er iets grondig mis! Binnenkort start ik een bodemprocedure: dit moet tot ín de bodem worden uitgezocht!
Eigenlijk doet het probleem zich al jaren voor: mijn planten staan er niet echt florissant bij. Stekjes die ik weggeef, blijken bij de ontvanger anderhalf keer zo hoog te worden als de moederplant bij mij. In de één jaar oude Amsterdamse tuin van mijn dochter trof ik een japanse wijnbes aan met meterslange, vingerdikke takken: “Toch niet ...?” “Ja, mam, jóuw stekje!”
Stekkies
Gemakshalve heb ik er altijd wel een verklaring voor. Het gras bij de buren is tenslotte altíjd groener. En de voorbeeldtuinen van kwekers worden onderhouden door mensen die er écht verstand van hebben. De prachtige tuin van vroegere overburen werd nooit bemest “... omdat deze kleigrond rijk genoeg is.” Dus deed ik het ook rustig aan, met de mest. Wel was ik al vroeg overtuigd van het nut van compost, maar ik produceer bij lange na niet genoeg voor een laag van tien centimeter over de hele tuin.
Verder sloot ik mij graag aan bij de stroming die de bovenlaag van de grond met rust wil laten. Zo hoefde ik niet meer te spitten; het ‘bodemleven’ zou de beluchting zelf wel regelen. Schoffelen was ook niet nodig, dankzij welig tierende dovenetels en wat dies meer zij. En dan lag er natuurlijk ook veel schuld bij mijn man, met zijn liefde voor schaduwrijke bomen: groei en bloei van mijn planten stagneerden duidelijk door een gebrek aan licht. En vergeet het weer niet: te koud geweest, te droog, te nat. Als je maar wilt, dan liggen de excuses voor het oprapen!
Maar het wordt tijd de oplossing bij mezelf te zoeken en de handen uit de mouwen te steken. De harde klei moet gebroken worden voor meer zuurstof in de grond. En veel meer compost is nodig, voor een betere structuur. En mest!
Met een blocnote loop ik door de tuin en noteer de standplaats van de planten en wat er eventueel anders moet. En zodra het najaar echt inzet, zal ik stukje bij beetje mijn planten opgraven en alsnog de grond naar behoren bewerken, zodat mijn verwaarloosde troeteltjes in een warm bed terechtkomen, waar hun wortels naar alle kanten kunnen uitgroeien en waar ze eindelijk kunnen ademhalen.
Wat zal het mooi worden, volgend jaar, in mijn grondig verbeterde tuin!

September 2009

maandag 24 augustus 2009

THEEDRINKEN IN EEN BIJZONDERE TUIN: EWSUM!!

Heggenmussen


Middelstum - Veel liefhebbers hebben de weg al gevonden, maar iederéén moet het eigenlijk weten: op het Borgterrein Ewsum in Middelstum kun je in alle rust genieten van prachtige borders, een uitgebreide groente- en kruidentuin met druivenkas, een boomgaard met ook bessenstruiken, fraaie boomsingels en overal doorkijkjes naar het Groninger Hogeland. Twee witte zwanen zwemmen mee in de gracht en op hete dagen vind je er verkoeling in de Donjon, de geschutstoren die dateert uit 1472.

Van recenter datum is de Theeschenkerij, die in 2006 werd ondergebracht in het verbouwde Koetshuis en waar je van woensdag tot en met zondag van 13.00-17.00 uur welkom bent om te genieten van een drankje en zelfgemaakt lekkers. Buiten op het terras of binnen, met uitzicht op wisselende exposities.

Op een zonovergoten dag word ik hartelijk ontvangen door Henny Baron en Kees Groenendijk. Beiden zijn werkzaam bij Werkpro, een organisatie voor re-integratie, activering, dagbesteding, zorg en maatschappelijke dienstverlening, waar Ewsum onderdeel van is. Hun collega’s Ger Bullema, die het project op de Driestenborg bij Fraamklap begeleidt, en Wim Meijer zijn vandaag niet aanwezig.

Het terras van de Theeschenkerij op Ewsum
Henny bemant met vijf deelnemers de Theeschenkerij. “De deelnemers die hier werken kunnen over het algemeen moeilijk leren. Ze beginnen altijd met een stage van één dag in de week. Het streven is om dat uit te breiden naar acht dagdelen. Momenteel werkt de helft van onze deelnemers zelfs negen dagdelen! Het is wel een heel geleidelijk proces, dat jaren in beslag neemt.” Toen Henny een klein jaar geleden op Ewsum begon, vanuit een drukke horecabaan, was het dan ook wel even wennen voor haar dat het tempo hier een stuk lager ligt. Maar de betrokkenheid bij de deelnemers, de intensieve begeleiding, geeft Henny veel voldoening.
Dat geldt zeker ook voor Kees Groenendijk, van huis uit hovenier. Hij werkte in de Voorbeeldtuinen van Rob Herwig in Lunteren en in de Hortus in Haren. Maar hij volgde ook cursussen en trainingen in de zorgsector. Op Ewsum combineert hij deze verschillende vaardigheden, waarbij zijn hart vooral uitgaat naar de veertien deelnemers met wie hij nu samenwerkt. Dat neemt niet weg dat de ‘natuur’ op Ewsum er prachtig bij ligt. In een aangepast tempo wordt de vroegere kwekerij omgezet in borders. Terwijl hij vertelt, komen uit de richting van de groentetuin een paar jongens en een meisje aanlopen. Ze hebben dikke pret en sjouwen met onwaarschijnlijk grote courgettes! Ik mag er een meenemen: de kleinste graag! Die is nog altijd wel vier keer zo groot als wat ik in de winkel gewend ben!
Kees vervolgt zijn verhaal over de borders: “Soms moet je even doorzetten. Want onze deelnemers hebben vaak grote moeite met veranderingen. Daarom doen we niet alles in één keer, maar in stapjes. En nu ze het resultaat zien in de nieuwe border vragen ze uit zichzelf wanneer we beginnen met de andere border!” Het is een feest van vormen en kleuren, daar achter de meidoornhaag. Prachtige combinaties en een lustoord voor de talloze vlinders en bijen. Kees somt op: distelvlinders, dagpauwogen, gehakkelde aurelia’s, kleine vos! Voor de bijen wil hij volgend jaar een onderkomen neerzetten.


In de nieuwe borders zijn paden aangelegd, zodat je tussen de bloemenpracht door kunt lopen. “En voor het onderhoud is het ook gemakkelijker: je kunt er nu van twee kanten bij.” In het langslopen plukt hij een onkruidje weg. “De begeleiding is altijd in de buurt als de deelnemers in de tuin bezig zijn. De een is handig in het terugknippen, de ander mag graag schoffelen.” Maar Kees zorgt ook voor afwisseling in de werkzaamheden - en er is genoeg te doen. “De meeste jongens werken graag met machines, zoals diverse maaimachines, tractoren, motorzagen en heggenscharen. Voordat ermee gewerkt wordt krijgen ze een uitgebreide instructie en training; veilig werken is een belangrijk onderdeel op Ewsum. Voor het hooiland is er een machine die pakjes hooi perst en we hebben ook een grote hakselmachine. Twee deelnemers hebben een diploma en mogen ermee op de weg rijden. In de winter doen we onderhoudswerk in het bos - dat hoort ook bij dit gebied. Het snoeihout wordt verhakseld en over de bospaden uitgestrooid. De bomen die we omzagen brengen ze met de tractor hiernaartoe, want het kloven doen we hier. Vervolgens worden de houtblokken op de boerenwagen geladen en dan kunnen ze bezorgd worden bij de mensen die bij ons openhaardhout besteld hebben. Het is een compleet, afgerond proces, want de jongens stapelen de houtblokken ook op, bij de mensen thuis. Vaak binnen nog een kopje koffie: dat vinden we prachtig!”

"In maart, wanneer het weer het toelaat, wordt begonnen met het zaai- en plantklaar maken van de groentetuin: bemesten, spitten, frezen. In de kas en de bakken beginnen we met zaaien. De borders krijgen een beurt; alle afgestorven delen worden teruggeknipt en hier en daar worden planten gedeeld en bijgeplant." Het terugknippen van de oude planten gebeurt per soort, om het overzichtelijk te houden. “En zodra het gras weer groeit mogen ze op de maaimachines!”
Vanaf half april wordt er buiten gezaaid en opgekweekt. Vaste planten en ook eenjarigen, speciaal voor het bloemschikken. Vrijwilligers begeleiden deelnemers met het maken van veldboeketten voor mensen die daar een abonnement op hebben. Ook komt een vrijwilliger naar Ewsum voor het maken van Tiffany objecten. Een andere vrijwilliger is mandenvlechter en onder zijn begeleiding worden manden gevlochten van de jonge wilgentwijgen die elk jaar gesneden worden. Tot het gebied van Ewsum horen namelijk ook twee grienden die veel wilgenhout opleveren. Twee- en driejarig hout wordt gebruikt voor het maken van schuttingen.
Sinds een paar jaar is er op het terrein ook een schooltuin ingericht. Kinderen uit groep 5 en 6 van basisschool De Wilster kweken hier onder het toeziend oog van een vrijwilliger met schooltuinervaring én met hulp van ouders groenten en bloemen. Prachtige zonnebloemen steken boven de tuin uit!

In de boomgaard worden de fruitbomen verzorgd en de ‘spiegels’ onder de bessenstruiken zorgvuldig gewied. Met succes: de takken buigen angstig ver door nu, onder de last van een overvloedige oogst. Kees poetst een pruim langs zijn shirt: heerlijk zoet! Groenten en fruit worden verkocht, maar een deel gaat ook naar de Wijnboerderij in Wirdum, waar ze er jam van maken.
Tegen de oude muur bij de kruidentuin staat de druivenkas. Volle trossen witte en blauwe druiven rijpen na in de zon. Ze zijn keurig aangebonden en secuur gekrent. “Hier is veel tijd in gestoken,” weet Kees, “en er is zóveel te doen.” Maar wat uiteindelijk telt is de voldoening voor de deelnemers hier die terecht trots zijn op wat ze doen. Kees: “Zíj zorgen ervoor dat Ewsum zo mooi is - zíj zorgen voor dit resultaat!”

Nog nooit op Ewsum geweest? Ga er nú heen; het is er zo mooi!! En de speciale markten verdienen een extra aanbeveling. Op 12 september ‘vliegeren’ en op 3 oktober de oogst/fruitmarkt. En natuurlijk op 12 december de kerstmarkt. Kijk ook eens op de website: www.groenprojectenewsum.nl. van webmaster Wim Meijer. Veel informatie en mooie foto’s. En kom vooral in de winter nog eens terug: om de contouren te zien van de indrukwekkende linden langs de oprijlaan. En bestel dan bij Henny een ‘crazy caramel’ - die is érg lekker in de winter!

Augustus 2009

maandag 10 augustus 2009

KINDERWAGEN IN DE TUIN

In míjn tuin …

... staat een stoere, groengele kinderwagen, waaronder je misschien eerder stevige wandelschoenen zou verwachten dan wielen: de paden op, de lanen in!
Er komen kleine geluidjes uit de wagen - hij wiebelt zelfs. Dat doet onze kleinzoon! Zo klein als hij is, weet hij al heel wat in beweging te krijgen. Op het terras wordt op horloges gekeken: is het al weer tijd voor een flesje? Moet hij verschoond, of is zijn speen uit z’n mondje gevallen? Dat mondje, waarmee hij dezelfde gulle lach tevoorschijn tovert als zijn moeder! Ook zijn zachte zwarte krulletjes heeft hij van haar en natuurlijk zijn donkere oogjes, waarmee hij ons aandachtig volgt zodra hij wakker is.

In de wieg waar ook zijn papa in sliep ...
Maar het wordt weer stil rond de kinderwagen en op het terras bespreken we nog eens, dat dit toch echt wel een heel bijzonder mooi kindje is! En hoe handig zijn vader hem verschoont, baadt en de fles geeft. De kunst van het verschonen mogen we nog wel eens bij de ouders afkijken, want over een tijdje wordt dit wereldwondertje voor één dag in de week aan onze zorgen toevertrouwd.
Met die wetenschap én de wetenschap dat hij niet eeuwig in de kinderwagen blijft liggen, kijk ik nog eens kritisch rond in mijn tuin. Het gras waar onze kinderen op speelden is al lang geleden omgespit. Zal ik eens informeren naar een rolletje kunstgras, voor op de oprit? En hemeltjelief, de víjver in de achtertuin! Levensgevaarlijk voor kleine kindjes.
Wij zijn op die plek begonnen met een zandbak, tot de kinderen het hoofd boven water konden houden. Toen hebben we alles nog wat groter en dieper uitgegraven en er de vijver aangelegd.
Veel vis zit er niet meer in en voor de kikkers, de salamanders en het padje is wel een nieuw onderkomen te vinden, net als voor de waterplanten. Dan hoeft alleen nog maar het water eruit, wat gaten in de vijverfolie gestoken en een lading speelzand erin. En dan hopen op nog een stuk of vijf nakomelingen, zodat we er lang plezier van hebben. Zelf mag ik ook graag een zandkasteeltje bouwen, dus ...
Daar wiebelt de kinderwagen weer; het geluid zwelt aan nu. Haastig komt het halve terras overeind en snelt naar de stoere kinderwagen, die zo prachtig kleurt bij het groen in mijn tuin ...

Augustus 2009

maandag 15 juni 2009

DAG BIJTJES ... DAG BLOEMETJES ... DAG ALLEMAAL?

Heggenmussen


Het is zomer en terwijl het in onze tuinen gonst van de insecten, rinkelen over de hele wereld de alarmbellen: het gaat slecht met de bijen. De wilde honingbij is al zo goed als uitgestorven en de honingbijen die door imkers gehouden worden, hollen in aantallen achteruit.
Al een aantal jaren blijken na de winter duizenden bijenvolken ‘verdwenen’ te zijn. In Amerika noemt men het verschijnsel CCD (Colony Collapse Disorder), in Nederland spreekt men van de verdwijnziekte. Over de precieze oorzaak zijn de meningen verdeeld. Vast staat wel dat de bijen na de winter zeer verzwakt uitvliegen en vervolgens onderweg massaal sterven. Ze zijn ziek en daarvoor zijn waarschijnlijk meerdere oorzaken aan te wijzen, zoals in het algemeen de achteruitgang van de natuur, de toename van de bevolking, het in Nederland toenemend gebruik van neonicotinoide insecticiden, waaronder het omstreden middel imidacloprid, dat o.a. in Frankrijk, Duitsland en Italië verboden is, én de agressieve varroamijt.
Bijtje op Lysimachia clethroides
Deze mijt komt al ruim vijfentwintig jaar in Nederland voor, maar vooral de laatste zes à zeven jaar neemt sterfte onder bijenvolken door deze ziektenoverbrenger steeds meer toe. En dat is zorgwekkend. In de verwarring speelt men elkaar de bal toe. Universitaire onderzoekers wijzen op de insecticiden, de agrarische sector die hiermee zijn gewassen wil beschermen (en dus een economisch belang heeft) legt de oorzaak bij de imkers: hobbyisten die er niet van hoeven te leven. En de imkers tot slot houden het op de varroamijt, die inmiddels resistent is voor chemische bestrijdingsmiddelen.
BESTUIVING
In elk tuinboek kunnen we lezen hoe we onze tuinplanten moeten verzorgen en onder welke omstandigheden ze het best zullen groeien en bloeien. Maar heel weinig tuinauteurs gaan in op uiteindelijk de belangrijkste voorwaarde voor een gezonde ontwikkeling en voortplanting van planten: de bestuiving.
Meer dan twintigduizend bijensoorten zorgen wereldwijd voor de bestuiving en daarmee de voortplanting van 80% van alle plantensoorten. Voor de bestuiving van voedselgewassen is de honingbij de belangrijkste soort. Met het wegvallen van de honingbij zou 10% van de wereldvoedselproductie in gevaar komen en dan gaat het over groente, fruit en noten: rijke en gezonde bestanddelen uit ons menu. De productie van granen en knollen blijft buiten schot, omdat daar de bestuiving plaatsvindt door wind. We zullen dus niet direct verhongeren, maar ons dieet zou er niet gezonder op worden.
Het is een ernstig probleem, maar gelukkig is niet iedereen pessimistisch. Een voordeel van rinkelende alarmbellen is dat ze veel aandacht trekken. In Amerika is er meer geld beschikbaar gekomen voor wetenschappelijk onderzoek. En overal dringt het besef door dat de imkerij, die nu voornamelijk in handen is van een groep vergrijzende hobbyisten, geprofessionaliseerd moet worden, veel meer dan nu het geval is. Daarnaast is al bekend hoe de varroamijt biologisch bestreden kan worden, in samenhang met een andere aanpak door imkers.

Cirsium rivulare atropurpureum
BIJ ONS
En dan is er nog de bewustwording van de ‘consument’. Overal duikt het onderwerp op: in de krant, in de kookrubriek van de krant, op de radio en natuurlijk ook op tv, o.a. in ‘Gardeners’ World’ op BBC 2. Want ook wijzelf kunnen een heel klein steentje bijdragen aan het voortbestaan van de onmisbare bestuivers, waartoe ook hommels en solitaire bijen behoren. Sla ze niet dood (denk maar aan het boemerangeffect!), maar laat ze lekker rondzoemen in de tuin. In tuincentra zijn behalve vogelhokjes en vlinderkastjes nu ook bijenhotels te koop. Er bestaat zelfs een exemplaar in de vorm van een bij. Zo creatief hoeft het niet; een houtblok of boomstammetje waarin gaten geboord zijn met verschillende boordikten voldoet prima op een zonnig plekje. Ook een bundeltje gedroogde holle stengels komt voor bijen in aanmerking als nestgelegenheid en schuilplaats in de winter. Zelfs een overgebleven baksteen met diverse boorgaten zal bestuivers aantrekken: steenhommeltjes bijvoorbeeld.
Akelei, voer voor de bij
Naast huisvesting moet er ook iets te eten zijn. Uiteindelijk wordt geen enkele bloeiende plant in de tuin overgeslagen. Neem de vuilboom (Rhamnus frangula). Zéér aantrekkelijk voor alle liefhebbertjes van nectar, ook omdat deze boom wel van mei tot september kan bloeien. Het zoemt en gonst er de hele dag; een heerlijk geluid als het even stil is buiten. Alle vaste geraniumsoorten zijn lokkertjes, maar ook de akeleien en natuurlijk lavendel. Toch zijn er planten die absoluut de voorkeur genieten. In Gardeners’ World werd een speciale border beplant met de Top 10 van bijenplanten. Ik geef het lijstje even door: 1. Echium (slangekruid), 2. Cirsium rivulare ‘Atropurpureum’ (vederdistel), 3. Ajuga reptans ‘Catlin’s Giant’ (zenegroen), 4. Echinops bannaticus (kogeldistel), 5. Monarda (bergamotplant), 6. Sedum ‘Herbstfreude’ (vetkruid), 7. Verbena bonariensis (ijzerhard), 8. Erysimum ‘Bowles Mauve’ (steenraket), 9. Tanacetum (wormkruid) en 10. Agastache (dropplant).

Wat een tref als je vlak voor je neus ziet hoe een mooie hommel tussen de irisblaadjes kruipt en met een lange zwarte tong de nectar onder in de bloem opzuigt. Als hij weer terugkruipt en wegvliegt, neemt hij het gele stuifmeel mee naar de volgende iris: volgend jaar bloeien ze wéér! En bedenk eens: iedere aardbei, elke druif en alle appels die wij eten - ze zijn stuk voor stuk (!) bestoven.
Voor iedereen een fijne vakantie in een zóemende zomer!

Juni 2009

woensdag 10 juni 2009

‘HAVE’


In míjn tuin …
... kan ik deze zomer per dag de ontwikkelingen volgen, omdat wij niet meer op vakantie hoeven. We zijn al geweest.
Het was práchtig, begin mei, in een oud Deens vakwerkhuis met op het rieten dak een korstmosje: Cladonia floerkeana (rode heidelucifer).


Rode heidelucifer op het dak
Het prille groen aan de bomen liet nog veel licht door en in het glooiende landschap stonden grote percelen koolzaad in bloei - oogverblindend!
Het huis lag afgelegen, omringd door een ‘tuin’ van tweeduizend vierkante meter, die naar achteren toe overging in het bos op de heuvel. Naast het bamboebosje met de tuinmeubels lag een weiland met bosschages en koeien, die in de namiddag vanachter het geboomte tevoorschijn kwamen om grazend de heuvel te beklimmen en later weer af te dalen, tot vlakbij het huis. Nieuwsgierig en alert. Er was er altijd wel één die mij in de gaten had, met mijn camera, en bij de eerste (onverwachte) flits gingen ze er in galop vandoor! Onder mijn voeten trilde de grond!
Het gras hier was door de verhuurder grof gemaaid en overal lagen molshopen. Toen wij dan ook met onze Tuborg biertjes op de tuinbank gingen zitten, zakte die langzaam achterover - met twee poten in de molshopen! Direct achter het huis lag een vierkant grindterrasje, gevat in een hoge beukenhaag en even verder bloeide een schitterende magnolia. Bloemblaadjes waren gul uitgestrooid over het gras en de rododendron ernaast zou binnenkort het plaatje vervolmaken. Meerdere fruitbomen, getooid met uitbundige voorjaarsbloesem, beloofden een rijke oogst. Berken en elzen stonden willekeurig verdeeld over het terrein, dat overigens gedomineerd werd door een bijzondere bodembedekker: brandnetels! Het jonge groen stond zeker al een halve meter hoog met erbovenuit de gebleekte stengels van het vorige jaar. Toch maakte het geheel geen verwaarloosde indruk.



Integendeel! Met architectonische precisie en een grasmaaier was het brandnetelveld in twee vierkanten verdeeld, waarbij het middenpad een zichtas vormde vanuit de achterdeur, precies in het midden van het huis. Geweldig! Wat je met eenvoudige middelen, maar vooral ook met visie, kunt bereiken! En terwijl mijn man de aanmaakhoutjes zaagde voor de kachel, genoot ik van de brandnetels, de wijngaardslakken en de vogelgeluiden in deze prachtige ‘have’ (Deens voor ‘tuin’).
Mijn tuin is te klein voor een kopie, maar de visie neem ik mee: hoe de kracht van een ontwerp ligt in eenvoud. Een lange weg te gaan nog, in mijn overvolle ‘have’!

Juni 2009