vrijdag 11 april 2014

ZOMER IN DE BOL!

Heggenmussen






Half april: een goed moment om zomerbollen te planten, buiten in potten of al in de volle grond. Mocht er nog een nachtvorstje langskomen, dan kunnen de bollen daar onder de grond wel tegen. De potten kunnen tijdelijk naar binnen. Tot de zomerbolletjes wordt ook ‘geluksklaver’ gerekend. Mijn rode klaver, Oxalis triangularis, staat in een grote pot en die heb ik nu al twee winters buiten laten staan. Per ongeluk. Pas als ik in het voorjaar iets nieuws in deze pot wil planten, zie ik dat ie al bezet is! Maar de geluksklaver doet zijn naam eer aan en loopt gewoon weer uit!

Oxalis, geluksklaver
Dahlia’s zijn níet zo gemakkelijk over het hoofd te zien. Zeker niet de ‘Dinner Plate’ dahlia’s, die verkozen zijn tot zomerbol van het jaar vanwege hun uitzonderlijk grote en massieve bloemen: ter grootte van een dinerbord, met een doorsnede van zomaar dertig centimeter! Want dat blijkt de trend te zijn voor deze zomer: groot en uitbundig. Zo niet in Duitsland, waar dit jaar Epimedium is uitgeroepen tot vaste plant van het jaar. Nederlandse naam: elfenbloem en dat is precies de goede typering van deze planten met hun sierlijke bloemen en een maximale hoogte van vijfenveertig centimeter. Epimedium bloeit in april en mei, behalve de variëteit E. cantabrigiense, die van juli tot september bloeit. Ze hebben trouwens een voorkeur voor schaduw. Alles bij elkaar het volkomen tegenovergestelde van de bordgrote dahlia’s. Zelf ga ik toch voor de dahlia’s, die de hele zomer bloeien, maar dan wel die van het vertrouwde formaat. Tenslotte is er voor elk wat wils.


Dahlia Chat Noir
Eh, oranje dahlia

Dahlia Fascination
Ook de ‘ouderwetse’ gladiolen, Gladiolus ofwel zwaardlelie, brengen een vrolijke noot in de tuin. Laat je niet afschrikken door die merkwaardige uitdrukking: de dood of de gladiolen. Dat slaat vooral op sporters die een zeker risico nemen bij het halen van de eindstreep. Een uitvloeisel daarvan zie je elk jaar in de Nijmeegse vierdaagse, waar de wandelaars met gladiolen over de eindstreep komen. Die hebben ze dan ook verdiend! Maar wij tuiniers hoeven niet de gladiator te spelen en met het zwaard ten strijde te trekken om de Gladiolus binnen te halen: ze zijn in minstens zoveel varianten en kleuren te koop als dahlia’s. Zoek de mooiste uit en combineer ze met vaste planten, dahlia’s of andere zomerbollen.



Abessijnse gladiool: óók heel mooi
Lelies, Lilium, zijn net als gladiolen bestand tegen wat vorst. Ze kunnen daardoor al in maart buiten geplant worden. Maar in april komt het ook nog goed. Lelies zijn er in talloze varianten en ook met meer of minder geur. Heel mooi is de Madonnalelie, Lilium candidum, in zuiver wit. Voor de Koningsdag valt de keuze natuurlijk op Lilium regale: koningslelie. Let maar eens op, op 26 april! Dit is ook nog eens een trompetlelie met nota bene oranje stuifmeel. Hoe mooi wil je het hebben!
Misschien toch een keizerlijke bol? Plant dan Fritillaria imperialis: de keizerskroon. Eigenlijk hoort deze Fritillaria niet thuis tussen de zomerbollen, want hij is winterhard. Maar daar wordt het alleen maar gemakkelijker van. Naar verluid houdt deze Fritillaria mollen op een afstand: de bloemen ruiken bepaald niet lekker. Plant ze dus niet naast het terras.
Wie het rijtje ‘koning, keizer, admiraal’ af wil maken, kan er nog een witte vlambloem bij zetten: Phlox ‘White Admiral’. Een vaste plant, voor de grap.

Witte phlox, White Admiral?
Een ‘zomerbol’ die we met blad en pot en al binnen overwinteren, is de Agapanthus ofwel Afrikaanse lelie. Een klassieker. Eigenlijk is deze lelie geen bolgewas, maar een kuipplant. Vroeger werd aangeraden om deze plant vooral krap te houden en dus niet in een grotere pot te zetten. Dat leverde uiteindelijk een pot vol witte wortels op en weinig bloei. Gelukkig is men van deze barbarij teruggekomen: ook de Agapanthus verdient een ruime pot met goede potgrond en, net als alle (pot)planten, op zijn tijd wat mest. En ga er niet vanuit dat ze vorst kunnen verdragen; bij -5°C houdt het wel op. Er zijn verschillende varianten in twee kleuren: wit en blauw.


Ook bij de bij in trek: Agapanthus
En omdat het niet altijd zo groot hoeft, zijn er knolbegonia’s, Begonia tuberosa hybrida. In 1865 werden de oorspronkelijke soorten van de knolbegonia ontdekt in het Andesgebergte in Bolivia en Peru. In België was Van Houtte een van de belangrijkste veredelaars. Het kweken van de knolbegonia werd een specialiteit in de omgeving van Gent. Zo’n vijfentwintig bedrijven produceren daar op jaarbasis zo’n dertig miljoen begoniaknollen, waarvan de helft (!) naar Nederland geëxporteerd wordt. Je hebt ze dus waarschijnlijk al.
Aan de slag, met de zomer in de bol!

April 2014

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen