dinsdag 30 december 2008

TUINFOTO'S 2008

TUINFOTO’S

JANUARI 2008

MEI 2008
JUNI 2008
Paeonia Sarah Bernhardt

JULI 2008
Vijver in de achtertuin

AUGUSTUS 2008
Kuipplantenhoekje

OKTOBER 2008
Berkenboleet - onder de berk

DECEMBER 2008
Pachysandra terminalis

maandag 15 december 2008

IN GEUREN EN KLEUREN

Heggenmussen

De kleur van de tuin in de winter is wit: van sneeuw en rijp, ijzel desnoods en mist. Een mooie kleur: van de onschuld. Goed voor romantische plaatjes en overpeinzingen bij de warme kachel. Maar er hangt verandering in de lucht. “Change,” zegt de nieuwe Amerikaanse president. De wintertuin is steeds vaker groen. Groen is de kleur van de hoop. Ik vind het geen slechte verandering. Waar zouden we zijn zonder hoop? En wat is een tuin zonder groen? Inderdaad: hopeloos!
GROEN ZIEN
Wie er oog voor heeft kan nu al, langs de weg in het ‘openbaar groen’, kleine groene rozetjes zien: van het fluitenkruid! De belofte, die zulke rozetjes inhouden! Dat geeft mij al genoeg hoop om de hele winter mee door te komen: de voorbereidingen voor de lente zijn getroffen!
Ook in eigen tuin is het groen te vinden. Het hoeven niet altijd grote struiken te zijn. Of gras, hoe groen dat ook is. Als ik trouwens nog een gazon zou hebben, ging ik nú naar buiten om her en der stroken gras uit te steken. Rechte stroken, golvende stroken. Breed, smal, kort of lang. Of misschien een labyrint, een doolhof, rond of in een vierkant. Maar dan zou ik de tuin van de buren erbij moeten hebben. “Ho ho ho!” zegt de kerstman.

Natuurlijk zou ik ervoor zorgen, dat de ruimte tussen de stroken zo breed is, dat de grasmaaier er gemakkelijk tussendoor kan. En dan komt het leukste: het beplanten van de ‘openingen’ in het gras met groenblijvers. Dat kan met één soort al heel levendig worden. Maar er kunnen ook planten gebruikt worden van verschillende hoogte en verschillende textuur. De kleur kan variëren van grijsgroen (Stachys, ezelsoor) tot zelfs een rode verkleuring (Bergenia, schoenlappersplant). Mooie contrasten zijn aan te brengen met de zwarte lintbladeren van Ophiopogon planiscapus ‘Nigrescens’ (sorry, heeft geen Nederlandse naam; wél mooie lila bloemtrosjes in de zomer).

Pachysandra terminalis
Probleemloos en echt altijd groen is Pachysandra terminalis, zo’n tien centimeter hoog. Ook hier is geen Nederlandse naam bekend. Het ‘terminalis’ duidt waarschijnlijk op de groeiwijze: de bladeren groeien in trossen aan de stengeltoppen, dus aan het ‘einde’ van de stengels. De witte bloempjes, vroeg in de zomer, zijn wel aardig, maar het gaat toch vooral om de glanzende, enigszins getande bladeren. Leuk in contrast met het eveneens glanzende, maar niervormige blad van Asarum europeum (mansoor), dat iets hoger wordt: vijftien centimeter. Niet iedereen weet dat Asarum bloeit en dat is ook niet zo verwonderlijk, want de bruine bloemetjes verschijnen in het voorjaar ónder het blad. Ze laten wel zaadjes achter, waarvan de zaailingen na verloop van tijd wel degelijk zichtbaar worden: ook Asarum is een goede bodembedekker. Wat luchtiger, met kleiner donkergroen blad, is Vinca (maagdenpalm). Vinca minor met kleine blaadjes, vijftien centimeter hoog, met witte of lavendelblauwe bloemen of Vinca major, blauwe bloemen en vijfenveertig centimeter hoog.

Asarum, mansoor
Stoer blad is te vinden bij Bergenia (schoenlappersplant), in verschillende tinten groen, waarvan sommige in de winter zelfs naar rood verkleuren.
Ter verrassing, vooral in een groot gazon, kan een strook beplant worden met een ‘gordijn’ van een hoge grassoort als Calamagrostis acutiflora ‘Karl Foerster’, een stevig gras, zo’n anderhalve meter hoog, dat ook in de winter overeind blijft. Maar ook alle Miscanthussoorten komen in aanmerking.
Niet alleen voor de tuineigenaar wordt zijn grasveldje zo interessanter, óók voor vogels en andere beestjes. En het grasmaaien in de zomer wordt een spannende uitdaging!
Wat jammer nou, dat ik geen gras meer heb. Gelukkig zijn de groenblijvende bodembedekkers ook heel goed toe te passen in een grasloze tuin. Iets minder spectaculair, maar niet minder mooi. Bovendien biedt zo’n tuin meer ruimte voor andere genoegens in de winter, zoals struiken met een geurtje.
GEUR IN DE WINTER
Veel winterbloeiende struiken verspreiden een sterkere geur en bloeien langer dan de zomerbloeiende. Voor hun voortplanting zijn ze afhankelijk van bestuivers en dat zijn vooral insecten. Daarvan zijn er niet zoveel in de winter en daarom is het belangrijk dat de geur vér draagt, om toch zoveel mogelijk insecten te lokken. Voor het menselijk reukorgaan zijn de geuren het best waar te nemen op een niet te winderige, zonnige dag, wanneer de geur blijft ‘hangen’. Aanraders zijn Viburnums bodnantense (sneeuwbal of Gelderse roos), een bladverliezende, maar rijkbloeiende heester met roze bloempjes van november tot het vroege voorjaar, tot drie meter hoog. Mahonia japonica (mahoniestruik) is wintergroen met in dezelfde periode lange trossen geurende gele bloemen, die gevolgd worden door paarsblauwe bessen. Ook drie meter hoog.

Bessen van Ophiopogon
Nog zo’n geurbrenger is de toverhazelaar, Hamamelis mollis bijvoorbeeld. Kan wel zes meter hoog worden, is bladverliezend, maar heeft sterk geurende bloemen. Afhankelijk van de soort van lichtgeel tot oranje. Met anderhalve meter blijven Sarcococca en Daphne misschien wat overzichtelijker.
Geurende klimmers zijn er ook voor de wintertuin. Bijvoorbeeld, van de kamperfoelies, Lonicera fragrantissima - dat kan niet missen!
Dit is nog maar een greepje uit de mogelijkheden. Sla er eens een boek op na, zoals ‘Tuinieren in de winter’ van Steven Bradley (uitg. Terra) of kijk op Internet. De tuin, de planten en de tuiniers zijn wel in rust, maar wie er zin in heeft kan nog volop aan de gang buiten - zolang het maar niet vriest.
De beloning is een gazon zoals je dat nergens ziet en zoete geuren, die je onmiddellijk aan de lente doen denken. Daar gaan we in het nieuwe jaar naar toe!
Maar voor het zover is, hoop ik voor iedereen, en vooral voor de mensen die eropuit moeten, op een groene kerst!

December 2008

woensdag 10 december 2008

SPUTTERS EN BADMUSSEN


In míjn tuin …
… hebben in de afgelopen decennia steeds meer vogelsoorten hun intrek, of beter: hun dóórtrek, genomen. Op het bouwrijp gemaakte weiland van toen pionierden we met koolmezen, maar met het toenemen van het groen in de nieuwe wijk nam ook de diversiteit in het vogelbestand toe. Elke nieuwe soort die zich aandiende beschouwde ik als een persoonlijk succes en compliment aan mijn tuin. Onzin natuurlijk: ze vlogen door het hele dorp, maar toch probeerde ik het succes vast te leggen, met mijn fototoestel. “Nee, die donkere vlek daar links, dát is de ransuil!”

Mereljong
Met de digitale camera van nu lukt het iets beter. Ik kan er van alles op instellen, maar helaas ben ikzelf niet meegedigitaliseerd en vind ik nog steeds dat “… dat ding het gewoon moet dóen!” Zéker als ik vanachter het slaapkamerraam ineens vier puttertjes in de berk zie zitten. Dat wil ik delen met het nageslacht en in de haast om het fototoestel op te halen val ik bijna van de trap. Met twee treden tegelijk ren ik weer naar boven, want vogels kunnen zomaar opvliegen en één sperwer is genoeg om ze voor een heel uur de bosjes in te jagen.
Hijgend sta ik voor het raam; gelukkig! ze zitten er nog! Daar heb ik ze voor de lens en ik druk af. In één flits zijn alle putters weg - en heb ik een foto gemaakt van flitslicht, spiegelend in het raam. Sufferd.

Maar deze is gelukt, min of meer!

Later zie ik vanuit hetzelfde raam een troepje mussen op het dak van de berging. In een achtergebleven plas badderen elf mussen op een rij: elf badmussen! Het is een lust voor het oog, maar ik gun me nauwelijks de tijd om te kijken en struikel over mijn eigen benen de trap af: foto maken! De flitser schakel ik uit en ik zoom alvast in. Gehaast druk ik af, foto na foto, maar ze zijn allemaal onscherp: de sluitertijd is langer en ik kan met één hand de camera niet stil houden. Met twee handen om het toestel buig ik uit het raam en rrrrt! alle badmussen weg!
Ik vertel mijn man van mijn pech. “Mussen? Goh, gisteren zaten daar putters, wel zeven!” Ik plof. Zéven badderende putters, zéven sputters! En daar wist ik niks van! Maar mijn man heeft genoten: geen gestruikel op de trap, geen geroep van “Kom eens kijken!”. En zo hoort het eigenlijk ook: stil genieten en ze niet verstoren, de ‘sputters’ en de ‘badmussen’, op doortrek in onze tuin!

December 2008

zaterdag 15 november 2008

APPELTJES VOOR DE DORST

Heggenmussen

De wintertijd is terug in het land, de ‘r’ al lang weer in de maand en het verkeer ondervindt hinder van de weersomstandigheden. Er wordt geniest, gesnoten en geslikt: een half alfabet aan vitaminepillen. Kom, mensen, wees verstandig! Plant een appel! Of een peer of een pruim en ook frambozen, kruisbessen en bramen. En wat er nog meer aan eenvoudig in de tuin te kweken lekkers is! Deze tijd van het jaar is het meest geschikt voor nieuwe aanplant, nu bomen en struiken hun blad hebben laten vallen en ‘in rust’ zijn. Dan zijn ze alvast goed aangeslagen als straks het nieuwe groeiseizoen begint.

Appelbloesem 'Groninger Kroon'
CADEAUTJE
Eigenlijk zou iedere tuin een appel- of perenboom moeten hebben. In het voorjaar kunnen ze wedijveren met de meest chique (sier)prunus, als het gaat om geurige bloesem. In de maanden daarna zie je de kleine groene vruchtjes uitgroeien tot échte peren en appels die rood kleuren in de zon.
Je geeft wat mest en regelmatig een gieter water. Gif komt er niet aan te pas. En het fruit mag rijpen áán de boom: dat próef je! Onderschat ook niet het plezier dat je beleeft aan eten uit je eigen tuin. Het is een cadeautje en je bent er nog trots op óók.
MIJN KEUZE
Voor alle fruitbomen geldt dat het verstandig is om advies te vragen aan de kweker. Want er zijn nogal wat soorten, mogelijkheden en ‘moeilijkheidsgraden’. Kies je rechttoe rechtaan voor een zelfbestuivende boom of wordt het een kunstig geleid palmet tegen de muur, om maar eens wat te noemen.
Omdat je geen appels met peren kunt vergelijken, zal ik mij in dit artikel beperken tot appels, waar ik ervaring mee heb.

Een echte Groninger Kroon
Ik heb het mijzelf gemakkelijk gemaakt met een halfstam appel, Groninger Kroon, op onderstam MM106. Volgens Fred Lorsheijd, in ‘Het Appel- en Perenboek’, een productieve boom. Dit ras is zelfbestuivend, in vaktaal: zelffertiel, wat betekent dat je aan één boom genoeg hebt. De meeste fruitbomen zijn voor bestuiving aangewezen op andersoortige collega’s die in dezelfde periode bloeien en liefst niet verder weg staan dan op tien meter afstand. Bij de buren, bijvoorbeeld!
Over het algemeen prefereren fruitbomen een zonnige plek. En ze houden niet van natte voeten. De takken van pas aangeplante jonge bomen moeten worden uitgebogen, omdat horizontale takken de meeste vruchten geven. Hang er gewichtjes (stenen) aan, tot de horizontale stand gefixeerd is. Zorg later, bij het snoeien in de winter, voor zoveel mogelijk horizontaal groeiende takken en snoei recht omhoog groeiende takken weg.
Voor mijn halfstam appelboom moest ik rekening houden met een groeiruimte van zes tot acht meter voor zijn ‘kleine piramidale kroon met fijn hout’. Maar in de praktijk blijkt tijdens het snoeien dat je de omvang zo nodig kunt aanpassen. Dat heeft natuurlijk wel consequenties voor de opbrengst. Maar we zijn geen beroepstelers en dus is het ook niet erg dat die opbrengst per jaar kan verschillen. Appels, peren en pruimen zijn ‘beurtjaargevoelig’; het is ieder jaar afwachten hoeveel appeltaarten er gebakken kunnen worden!
Informeer ook naar de houdbaarheid van de oogst. Groninger Kroon is meestal eind september, begin oktober rijp (de appels laten dan gemakkelijk los) en zijn op een koele droge plek houdbaar tot februari. Dit is een stevige appel, fris zoetzuur en sappig met een prima vitamine C gehalte. Geschikt als handappel en als moesappel.
Ik maak er ook graag een simpel stamppotje mee. Breng geschilde aardappelen met wat zout aan de kook. Schil de appels, verwijder de klokhuizen en hang ze in een stoommand boven de aardappelen. Bak uien en stamp de gare aardappelen met een kluit boter en de appels. Roer de gebakken uien erdoor met lekker veel blokjes kaas: belegen, oud - brie mag ook.
RUIMTEBESPAREND
Wie geen ruimte heeft voor (meer) bomen kan tóch zelf appels en peren kweken. Zogenaamde leibomen geven tegen een zuidmuur een fantastisch resultaat, maar kunnen bijvoorbeeld ook dienen als afscheiding tussen buurtuinen.
Nog een mogelijkheid is een ‘familieboom’: een onderstam waarop twee of drie verschillende appelrassen geënt zijn, die elkaar ook onderling bestuiven.
CULTUUR
Een oud gewas als appels is ook omgeven door een eigen cultuur. Zo is de appel symbool voor vruchtbaarheid, voorspoed en verjonging.
Volgens een Zuid-Nederlands volksgebruik wordt het eerste badwater van een zuigeling aan de voet van een appelboom gegoten. De zuigeling zou daarvan blozende wangen moeten krijgen! Een ander gebruik in Zuid-Nederland, maar ook in West Sussex (Engeland) is het in de kerstnacht of oudejaarsnacht sláán van de appelboom om hem vruchtbaar te maken. Er zit een idee achter deze onvriendelijkheid! Voedingsstoffen zoeken hun weg door de teeltweefsellaag, vlak onder de bast van de boom, de boomschors. Soms is die bast zo strak, dat de doorstroming van de voedingsstoffen erdoor wordt belemmerd. Door het slaan wordt de bast verzacht en gespleten, waarna er ook schors rond de spleten groeit en zo ontstaat er meer ruimte voor de voedingsstoffen. Hm, dan hoeven we ons dus geen zorgen te maken over lange krassen van kattennagels in de bast van bomen!
Wél zo leuk is het Engelse (kerst)gebruik om te drinken op de appelboom met een brouwsel van warm bier, nootmuskaat en suiker in een met linten versierde houten kom, waarbij toast gegeten wordt met geroosterde wilde appels. Er wordt natuurlijk ook bij gezongen (“… God send us a good howling crop …”) en het eindigt in een kakofonisch gehuil: om de appelboom wakker te maken!

Appeltjes voor de dorst ...

Ieder volk zijn eigen cultuur. Wij Nederlanders ‘bewaren een appeltje voor de dorst’, de Engelsen eten hem liever meteen op: ‘an apple a day keeps the doctor away’! (Een appel per dag houdt de dokter weg, waar Churchill overigens ooit aan toevoegde: als je goed mikt!)
In alle gevallen moet je ze wél hebben, natuurlijk. Fruit in eigen tuin: van harte aanbevolen!

November 2008

maandag 10 november 2008

HERFSTBUI

In míjn tuin …
 
… tolt de windhaan, op zijn ene poot. Hij stopt bij Noord en draait wat wrikkig terug naar West. Harde regendruppels ketsen op het water van de vijver voor ze alsnog kopje onder gaan. De goudvissen maakt het allemaal niet uit; die denken dat de hele wereld van water is. Onder het takkenhoopje, waar de kleurige herfstbladeren overheen gekieperd zijn, proberen kikkers hun winterslaap te vatten. Hinderlijk klettert de regen op het bladerdek.
De blote takken van de krent doen verwoede pogingen die van de prunus, dit jaar alwéér dichterbij gekomen, op de vingers te tikken. De wind giert door hun kruinen. Met een zijdelingse vlaag waaien druppels in het vogelvoer. “Hier! Hier!” roepen de zaadjes, want ze willen niet gegeten worden, maar kiemen en uitgroeien, desnoods in het voerbakje, tot metershoge zonnebloemen, dikke pollen gras en stevige oranje wortels.
Vogels houden niet van harde wind en regen. Ze schuilen in de goot, onder de dakpannen, en achter druipende klimopblaadjes; hopelijk blijven er straks wat plassen staan, om lekker in te badderen.
Het diamantgras buigt gevaarlijk naar de grond door dezelfde eigenschap waarom dit gras zo geprezen wordt: druppels blijven eraan hangen. Een laatste roos, met tranen op de roze wangen, houdt zich vast aan het uiteinde van een rozentak, terwijl de wind de tere blaadjes schuurt. Er slijmt een naaktslak over het pad - met welke kracht wordt hij geraakt door de hoog uit de lucht vallende regendruppels? Het lijkt hem niet te deren.
De wind solt met de dahlia’s en schudt de oorwurmen eruit.
Door de regenpijp raast het water slurpend en gorgelend naar beneden; het klatert in de regenton tot die helemaal vol is. Dan sijpelt het bij de te ruime aansluiting op de pijp naar buiten, langs de ton, en lekt de grond in, naar de wortels van de roos.

plassen op de oprit ...
De plassen op de oprit vloeien samen tot stroompjes en nemen achtergebleven berkenzaadjes mee tot het hoopjes zijn, die het water de weg versperren. Daar is de postbode, met regenjack en natte haren. Ze heeft geen tijd om de bui af te wachten en met een snelle handbeweging verdwijnen de brieven in de bus. We zwaaien en ik wacht tot het ophoudt met regenen.
Voorzichtig stap ik buiten over de plassen. De zon breekt door, de wind is gaan liggen. Toch is de berk nog niet klaar met de regen: koude druppels vallen in mijn nek.
Maar ik geníet, nu de herfstgeur zich losmaakt, in mijn fonkelende, diamanten tuin!

Opgedragen aan Henk Gerritsen, eigenaar van de Prionatuinen en gezaghebbend groenauteur, die op 6 november 2008 is overleden.

November 2008

woensdag 15 oktober 2008

CRISIS

Heggenmussen


De laatste weken hoor en lees je alleen nog maar over AEX index, recessie, kredietcrisis, kapitaalinjecties, vertrouwen, depositogaranties en monetaire economie. Het lijkt wel een spelletje: welk woord hoort in dit rijtje niet thuis? Maar dat is het niet; we moeten ernstig rekening houden met mindere tijden. Voor de tuin hoeft dat in ieder geval geen probleem te zijn, want planten vermeerderen: dat kunnen we zelf ook. En als de economie het laat afweten, stappen we gewoon weer over op ruilhandel. Dat werkt altijd!
EFFECTEN
Er zijn verschillende methoden om planten te vermeerderen. Heel gemakkelijk is het delen van volwassen planten met een schop of een riek. Graaf de plant uit en deel hem in hanteerbare stukken. Plant de beste delen terug en breng de oudste delen naar de compostbak. Dit kan heel goed in oktober en ook nog in november. Wat er teveel is: oppotten!
Verzamel zoveel mogelijk zaden. Bewaar de gedroogde zaden in koffiefilterzakjes of in enveloppen, ook voor de ruilhandel!
Dahlia
Haal potten met zomerbollen op tijd naar binnen. Voor sommige planten is dat vóór de vorst, voor dahlia’s is dat na de eerste nachtvorst, als het blad zwart is. Zomerbollen die in de volle grond geplant zijn, voorzichtig uitgraven (liever met een spitvork dan met een spade). Doe er een kaartje bij met de naam van de soort en als je die niet weet: de kleur en de hoogte. Koel en droog bewaren, desnoods onder je bed!
KREDIET
Van struik- en klimrozen kun je nu, in de herfst, stekken nemen. Niet elke stek zal aanslaan, neem er dus meerdere. Snijd van een gezonde, rijpe scheut stekken met een lengte van vijfentwintig centimeter. De zachte stengeltoppen wegsnoeien. Daar kun je in juni en juli mee stekken, maar nu niet. Snijd de stekken aan de onderkant schuin af en aan de bovenkant recht. Dan is dat duidelijk. Graaf een smalle geul van vijftien centimeter diep en vermeng de grond met zand. Doop de onderkant van de stekken in water en vervolgens in stekpoeder of in babytalkpoeder (dat ontsmet ook) en steek ze met een tussenruimte van vijftien centimeter in de geul. Opvullen en de grond aandrukken. Let erop dat niet meer dan tien centimeter van de stekken boven de grond uitkomt. Geef ze een jaar krediet, dan kunnen bewortelde stekken uitgeplant worden. Dit is een belegging op termijn.

Pelargoniums
RISICOSPREIDING
De potten met vrolijke geraniums (Pelargonium) moeten zo langzamerhand naar binnen en mogen dan ook flink teruggesnoeid worden. Van het snoeisel kun je stekken snijden, die in een vaasje met water wortels zullen maken. Beter is het om de stekken in een pot met zanderige grond te zetten. Vochtig houden. Na beworteling kunnen ze in potgrond verder opgekweekt worden. Een andere mogelijkheid is te wachten tot de Pelargoniums in het voorjaar uitlopen en dan uitlopers te gebruiken als stekmateriaal. Zo spreid je de risico’s!
RESERVES
Wie graag een hele schutting bedekt wil zien met klimop, kan nu klimopstekjes in een pot met zaai- en stekgrond zetten (of potgrond vermengd met zand). Houd de grond vochtig en plaats de potten in de koude kas of buiten op een beschut plekje. Deze manier van stekken is op veel struiken toe te passen. Ook op buxus en liguster. Iets in reserve houden  is altijd verstandig!
Voor een prachtige haag van hortensia ‘Annabelle’ (Hydrangea arborescens ‘Grandiflora’) hoef je ook niet naar de winkel. Vraag gerust in maart aan een bezitter van deze struik om wat snoeisel. Deze hortensia’s worden in het voorjaar immers tot zo’n twintig à dertig centimeter teruggesnoeid. Het gaat dan natuurlijk wel om nieuw uitgelopen takken. In het voorjaar heb ik zelf zeven stekken in een grote pot gezet. Het eerste teken van leven waren nieuwe blaadjes.

Stekjes van hortensia 'Annabelle'
Toen ik er nieuwsgierig een stek uithaalde, bleken er echter nog geen worteltjes aan te zitten. Dat heeft meer tijd nodig. Op dit moment is één van de stekken getooid met twee grote witte bloemschermen! Ik laat ze in de pot overwinteren en plant in het voorjaar mijn zelfgekweekte haag van zes ‘Annabelles’. Waardevast voor nul euro! Zo controleer je je eigen beurs!
Verzamel zaailingen die op willekeurige plaatsen in de tuin opkomen. Afvoeren naar de compostbak kan altijd nog. Vrouwenmantel (Alchemilla), vergeetmenietjes, herfstasters, vlasleeuwenbek (Linaria purpurea): zet ze in potjes bij elkaar en doe er in het voorjaar je voordeel mee om gratis de bestaande beplanting uit te breiden of vrienden en familie in je voorspoed te laten delen.
RENDEMENT
Zaailingen van de taxus, vaak maar een paar centimeter hoog, vragen tijd en geduld, maar je kunt er een, in aanschaf dure, taxushaag mee bij elkaar sparen. Voor een zéker rendement!
De rododendron wordt vermeerderd door zogenaamde afleggers. Een lange tak wordt daartoe voorzichtig naar de grond gebogen. Maak de grond een beetje los, druk de tak er stevig in en zet hem vast met een pin of leg er een steen op. Buig vervolgens het uiteinde van de tak recht naar boven en bind hem vast aan een stevige stok. Nu een jaar wachten en dan kan het afleggertje in de volgende herfst van de moederplant worden losgesneden en op eigen wortels verder groeien. Dáár kun je op vertrouwen!

Herfstasters en sedum
Word je ook zo vrolijk in de herfst van die grote toefen donkerrode hemelsleutel (Sedum spectabilis) naast licht- en donkerpaarse herfstasters? Voor meer Sedums snijd je een paar stengels (blad eraf halen) in kleine stukjes. Zorg ervoor dat elk stukje een bladaanzet heeft en leg ze in een laagje potgrond met zand. Licht aandrukken. Zet er in het begin een kap overheen, zodat de grond niet uitdroogt en plaats het geheel binnen, op een koele, lichte plek. Plant ze over in kleine potjes en je hebt er in het voorjaar heel wat Sedums bij. Ook zónder garantiefonds!

Zo nodig geven al deze bezigheden ook een prettige afleiding. Toezicht houden doe je vanaf de (tuin)bank. En bedenk: economie is als het weer; na regen komt altijd zonneschijn - en de tuin vindt alles best!

Oktober 2008

vrijdag 10 oktober 2008

JA!


In míjn tuin …
… was het zorgwekkend droog in het afgelopen seizoen. Druk sjouwden we met gieters water, maar het leek niet meer door te dringen in de harde Groningse klei. Op een zonovergoten dag, eind september, vertrokken we naar Amsterdam om daar maar de bloemetjes buiten te zetten: onze dochter was de bruid!
Haar bruidegom, met perfect gekozen boeket, reed voor in een witte Volkswagen cabriolet, een kever, waarvan de bruid het motorgeluid zo kan waarderen! Hun gasten namen de tram naar het Stadsdeelkantoor Oud-Zuid om getuige te zijn (de beide ouderparen in het bijzonder!) van de bezegeling van jong geluk! Na de plechtigheid met tweemaal een duidelijk “ja!” en zeepbellen op het bordes, wandelden we het Vondelpark in, waar net een enorme ladderwagen van de Amsterdamse brandweer stond. In voor een geintje riepen de spuitgasten het bruidspaar na: effe in het bakkie! “Doen!” vonden de bruiloftsgasten en daar werd het paar, de handen met de glanzende ringen stevig om een buis geklemd, onder luid gejuich ver boven ons uitgetild. Nét getrouwd en nu al in hoger sferen!
In een vrolijke optocht trokken we naar het Blauwe Theehuis voor de receptie met een kleurige bruidstaart, heerlijke hapjes en een geestige speech van een van de werkgevers van de bruid, waaruit bleek dat zij niet alleen door de bruidegom op handen gedragen wordt.
Het was een dag vol cadeautjes, een stralend bruidspaar en de zon blééf maar schijnen. Het spandoekje met ‘Just Married’, een ‘A’ en een ‘M’, dat mijn vader vijfendertig jaar geleden achter op onze kever bond(!), werd nu vastgeknoopt op de trouwkever van deze jonggehuwden: óók ‘A’ en ‘M’!
Zo reden ze naar Ouderkerk aan de Amstel, waar we nog net in de zon konden borrelen op het terras aan het water en binnen genoten van het diner met speeches over en weer en waar nog wel hier en daar een traantje werd weggepinkt.
Toen het al laat en donker was en de vuurwerkjes buiten gedoofd, namen we afscheid van elkaar, vól van het feest van twee jonge mensen die zo overtuigend voor elkaar gekozen hebben.
Een dag lang had ik mij geen zorgen gemaakt over de droogte in mijn tuin. Twee dagen later ging het gewoon weer regenen en werd de klei er weer zacht. Ik blijf nog even in de sfeer van die onvergetelijke huwelijksdag en plant bolletjes in het wit: krokus, druifjes, narcisjes, sneeuwroem: een bruidstooi voor mijn voorjaarstuin.

Oktober 2008

maandag 15 september 2008

GROEN IS 'T GRAS, GROEN IS 'T GRAS,

Heggenmussen

onder mijne voeten …

Zo begint een kinderliedje uit vervlogen tijden. ‘O, mijn lieve Augustijn,’ klinkt het even verder. Welk kind zingt dat tegenwoordig nog en welk kind heeft nog groen gras ‘onder zijne voeten’?!
Pluimhortensia
In mijn verzet tegen de verstening van de hedendaagse tuin heb ik half juli een brief gestuurd naar de Gemeente Ten Boer, om steun. In het koopcontract van ons huis is namelijk een verordening opgenomen, die het houden van vee en varkens verbiedt en ik dacht dat daar misschien nog wel iets bij kon. Te weten (verplicht) een groenvoorziening van minimaal 10% bij elk huis. In veel gevallen kom je met één flinke hortensia dan al een heel eind. Maar helaas, de arm der wet reikt niet verder dan vee en varkens, zo hoorde ik, toen ik begin september informeerde of mijn brief was aangekomen. Ieder mag dus zijn tuin naar eigen smaak of dunk inrichten. Leve de vrijheid en daar ben ik het natuurlijk ook wel mee eens.
Aardig was dat de ambtenaar in kwestie mij voorstelde om stenen tuin-eigenaren mijn hulp aan te bieden bij het inrichten en onderhouden van hun tuin. Maar zó flowerpower ben ik nu ook weer niet, dat ik een zeker percentage van de tuinen in mijn dorp zou kunnen onderhouden!

Bodembedekker pachysandra terminalis
EEN ALTERNATIEF!
Dan maar weer het geschreven woord hanteren. Wie dit leest: zegt het voort! Want ik ben de beroerdste niet en breng graag een alternatief onder de aandacht: kunstgras!
Er wordt op gevoetbald, gehockeyd (en wát een resultaat, dames!) en de kwaliteit is dusdanig dat het met verve ook in de (voor)tuin uitgerold kan worden. Kleurecht en vormvast. Zelfs de geur van gras kan meegeleverd worden. Misschien is dat wat overdreven; het gaat mij vooral om de aanblik én om het gegeven dat kunstgras, in tegenstelling tot bestrating, water doorlaat. Dat is winst voor het milieu.

Hortensia grandiflora 'Annabelle'
KUNSTGRAS
Dit gras is in meerdere tinten groen verkrijgbaar en zó zacht dat een baby er zonder bezwaar met blote knietjes op kan kruipen. Grotere kinderen kunnen erop spelen zoals ze dat op echt gras ook zouden doen, maar dan zonder grasvlekken in hun kleren, en zelfs het erop plaatsen van een zwembad in de zomer is geen bezwaar. Het kunstgras zal niet verkleuren. Wel pletten natuurlijk, maar dat is met een borstelbeurt weer te verhelpen.
Plasjes van kat en hond regenen weg, maar wel zo fris is het, om dat met water even weg te spoelen. Uitwerpselen moeten verwijderd worden om dezelfde reden én om verstopping van de grasmat te voorkomen.
Kunstgras wordt gelegd op antiworteldoek, zodat van onderaf geen onkruid zal opkomen. Na het leggen wordt het ‘gras’ meestal afgestrooid met zand. Om te voorkomen dat daarin onkruidzaden zullen kiemen, wordt aangeraden het kunstgazon regelmatig met een bezem schoon te vegen. Met een paar keer per jaar opborstelen ziet het gazon er weer uit als nieuw. Ook is het goed om eenmaal per jaar wat zand bij te strooien. Maar maaien, kantjes afsteken, gras afvoeren, mesten, rollen, verticuteren, beluchten en sproeien - dat hoeft allemaal niet. Een extra aanbeveling voor de toepassing van kunstgras bij kantoren vinden sommige leveranciers ook het wegvallen van het wekelijkse ‘maailawaai’.
Over het algemeen wordt aangeraden het leggen van dit gras over te laten aan de vakman, die er vervolgens ook garantie op geeft. In dat opzicht wijkt deze vloerbedekking in de tuin niet af van bestrating of graszoden.

Bergenia, schoenlappersplant
IETS LEVENDIGS
Wie alsnog levend materiaal wil toevoegen is snel klaar met de al eerder genoemde hortensia’s. Kies voor Hydrangea arborescens ‘Grandiflora’ (zoals de bekende Annabelle) of H. paniculata (pluimhortensia of schaapskop). Deze soorten worden in het voorjaar tot op zo’n twintig centimeter boven de grond afgesnoeid en bloeien nog dezelfde zomer. Anders dan bij de ‘boerenhortensia’s’ hoef je hier niet bang te zijn voor het bevriezen, in het voorjaar, van al aangelegde bloemknoppen. Vaste planten die weinig onderhoud vragen (in het voorjaar afknippen) en bovendien een mooi wintersilhouet hebben, zijn bijvoorbeeld Sedum spectabile en herfstasters. Of wintergroene Bergenia’s (schoenlappersplant). Een probleemloze bodembedekker is Pachysandra terminalis: altijd groen, niets aan te doen! En natuurlijk de ‘evergreen’ die je overal ziet en die toch nooit verveelt: buxus. Één- of tweemaal per jaar snoeien is genoeg.
Hoe minder verschillende soorten, hoe minder werk. Kies je favoriete plant en zet daar een border mee vol, langs het kunstgazon. Maar ook als je kiest voor bestrating is er met één strook beplanting al veel gewonnen.

Niet iedereen is hartgrondig tuinier en niet iedereen heeft de mogelijkheid om veel tijd of krachtsinspanning in een tuin te investeren. Maar een klein beetje?
En met kunstgras … is het gróen, ‘onder uwe voeten’!

September 2008

woensdag 10 september 2008

OVERGANG


In míjn tuin …
… wemelt het van de planten en de beestjes, van de schepselen der natuur, in een gestage overgang van klein naar groot, van jong naar oud. Zelf ben ik óók een schepsel van die natuur en gestaag in de overgang. Er is weinig tegenin te brengen en mijn medisch gezondheidsboek vindt dat ook maar het beste, dus hak ik er vrolijk op los in de tuin, wanneer ik op een willekeurig moment word overvallen door een enorme dadendrang.
Bijvoorbeeld richting de sinds jaren breed uitgegroeide klimop. De natuur is hier haar gang gegaan - dood hout en kale takken getuigen van laks onderhoud. Maar dat ga ik nú herstellen! Er wordt niet meer bijgeknipt, maar blind gehakt en afgezaagd. Ha! we beginnen van voren af aan, met een nieuwe, dichte klimop, plat tegen de schutting! En in mijn bevlieging hak ik door tot op de wortels.
Niets om je zorgen over te maken, geef er maar aan toe, het gaat vanzelf weer over.
Maar ’s nachts lig ik wakker en zie de tijd verstrijken op mijn digitale klok: 1:11, 3:33. Nog even en het is 4:44. Nooit eerder zag ik zulke mooie cijferrijtjes oplichten in het donker. Tijd genoeg in ieder geval om te tobben over mijn onomkeerbare actie in de klimop. Ik krijg het zó warm en gooi het dekbed op de grond. Maar dan krijg ik het koud en kruip er weer onder en sukkel in slaap.



In mijn droom stuurt de Natuur lange slierten klimop op mij af - de bleke hechtworteltjes zuigen zich vast aan mijn armen en benen, strak groeien de takken om mij heen. Voortaan zal ik een snoeivorm zijn, van altijd groene klimop, en nooit meer in een overgang. Badend in het zweet gooi ik het dekbed van me af. Het is 7:31; ik mag uit bed, het is weer dag.
Voorzichtig kijk ik buiten om de hoek of ik écht aan het snoeien ben geweest en ik zie een overgang die voorlopig nog niet overgaat! De aanblik van de lelijke oude schutting, kaal tot op de grond, is genoeg voor de eerste opvlieger van de nieuwe dag. Maar er is niemand die het ziet, want ik ben alleen, met enkel planten en beestjes en die kijken niet op van zo’n rood gehoofd schepsel der natuur.
Natuur is eeuwig overgang - bij mij duurt het vast niet zo lang.
Kom, ik hak nog even door, tot het helemaal overgaat, in dit symbool van natuur en overgang: mijn tuin.

September 2008

vrijdag 15 augustus 2008

HUISMOEDER AANGEVALLEN DOOR KOOLMEES

Heggenmussen


… en na een schermutseling met nog een andere koolmees boven in een es opgepeuzeld. Uw verslaggever was erbij.
Aan het eind van een zomerse dag fladderde een bruin met oranje vlinder door mijn keuken. Het beestje landde in de gootsteen, waar ik onze spinnenvanger eroverheen kon zetten. Voorzichtig dichtdraaien en het zo gevangen insect kan aan alle kanten bekeken en gefotografeerd worden.
Huismoeder in spinnenvanger
Dit handige apparaat, een doorzichtige ronde ‘vangbak’ met een steel, is verkrijgbaar bij Vivara (www.vivara.nl). Boeken over vlinders vind je in de boekhandel. In mijn boekenkast staat o.a. ‘Vlinders en rupsen’, een overzichtelijk boek van Thomas Ruckstuhl, uitgegeven door Tirion, met foto’s en beschrijvingen van dag- en nachtvlinders, maar ook van rupsen. Zodat je kunt opzoeken in welke mooie vlinder die ‘enge’ rups zal veranderen! En op Internet, www.vlindernet.nl, geeft de Vlinderstichting uitgebreide informatie over wel negenhonderd soorten.
NEDERLANDSE NAMEN
De vlinder in mijn gootsteen bleek een nachtvlinder te zijn: Noctua pronuba. Nederlandse naam: Huismoeder. Komt voor in heel Europa, op grasland en in tuinen. Afmeting: 26-29 millimeter. Overdag houdt deze vlinder zich graag op in huizen en schuren. Dat bleek ook toen ik mijn Huismoeder buiten losliet uit de spinnenvanger: in een boogje vloog ze om mij heen, terug de gang in! Ik begreep dat wel, als collega-huismoeder, maar ik vond toch dat ze beter een schuur kon zoeken en zette de Huismoeder opnieuw buiten de deur.
De volgende ochtend, toen ik de krant opraapte van de deurmat, zag ik twee koolmezen fel achter elkaar aan roetsjen en de voorste … had de Huismoeder te pakken. Ik rukte de deur open en riep: “Hééé!”, maar daar heeft een koolmees geen boodschap aan en met Huismoeder en al verdween hij, hoog in de es. Had ik haar nu toch maar op mijn aanrecht laten overnachten - zo’n naam, Huismoeder, krijg je als vlinder toch ook niet zómaar.

Geoogde Bandspanner
Eerder in het seizoen ontdekte ik uit de familie Geometridae (Spanners) een Geoogde Bandspanner. Die zou je in grote concentraties bij benzinestations verwachten, nu wij maandelijks de bandenspanning van onze autobanden dienen te controleren. Maar nee, deze nachtvlinder brengt de dag in rust door, met gespreide vleugels. Dat geeft je de gelegenheid om de prachtige bruine tekening op de witte vleugels uitgebreid te bestuderen. Hongaars borduurwerk met een randje Brusselse kant!
Op onze oprit trof ik onlangs een Bruine Beer aan (jawel!): Arctia caja.

Bruine Beer
De bruine voorvleugels van deze nachtvlinder vallen op door witte gekruiste dwarsbanden. De achtervleugels daaronder zijn helderrood met zwartomrande blauwe vlekken. Twee felrode streepjes sieren zijn grote harige berenkop. Al met al een van de mooist gekleurde vlinders van onze fauna, die je niet vaak te zien zult krijgen, omdat hij zich overdag bij voorkeur schuilhoudt in ‘lage vegetatie’.
In de brievenbus had een indrukwekkende nachtvlinder zich verschanst in een krant. Voor het eerst zag ik hoe groot een vlinderoog is! Maar dat is niet genoeg om het beestje te determineren.

'Brievenbusvlinder'
Het is geen Hageheld (dan zat ie niet in de brievenbus), waarschijnlijk ook geen Kameeltje en hoewel hij rustig bleef zitten, leek het me toch geen Plakker. Een Drinker heeft een enorme behoefte aan water - dat vind je niet in een krant. Een Rood Weeskind dan? Ach, die Nederlandse namen van vlinders, daar kun je een roman mee schrijven. Wie weet ontdek ik ooit nog de naam van deze ‘brievenbusvlinder’ - indrukwekkend is hij tóch.
VLINDERPLANTEN
In augustus en september, bij zonnig weer en aangename temperaturen, kunnen we nog veel vlinders in de tuin verwachten. Zéker als je vlinderplanten hebt. Nummer één is natuurlijk de vlinderstruik, Buddleja, maar ook de eenjarige Verbena bonariensis scoort hoog, net als Eupatorium (koninginne- of leverkruid) en de bergamotplant (Monarda). En wie heeft er nu geen Sedum spectabile in de tuin! Ook afrikaantjes (Tagetes), lavendel, phloxen en de (herfst)asters worden bezocht. Ik hoop op veel dagpauwogen op de kaardebollen (Dipsacus), met als toegift in de winter een bezoek van puttertjes!
Heb je een voedertafel in de tuin, leg daar dan een rottende appel op: onweerstaanbaar voor dagpauwoog en Vanessa atalanta.

En om een gebaar te maken naar de vlinderpopulatie, die Huismoederloos achterbleef, zal ik een vlinderkast ophangen (een vogelhokje met spleetjes in plaats van een ronde invliegopening), waarin vlinders veilig kunnen overnachten.
Want ook op onze vlinders moeten we zuinig zijn.


PS In het septembernummer van het blad ‘Tuin & Co’, nu te koop, staat zoals altijd veel leuke en praktische informatie. Maar deze maand ook, in de rubriek ‘Lezerstuin’, een uitgebreide reportage met foto’s van mijn achtertuin. Aanbevolen!

Augustus 2008

zondag 10 augustus 2008

MON JARDIN

In míjn tuin …
 
… bloeien rozen over de muur langs het pad, naast de staldeur, rond de waterput en tegen het huis, naar het slaapkamerraam, waar achter een hekje het gordijn zachtjes meebeweegt in de wind. Kamperfoelie verspreidt een heerlijke geur. Tegen de gevel kruipen hagedissen weg achter het blad van de wingerd en uit de cotoneasters klinkt gezoem van duizenden insecten, die zich laven aan de nectar.
 
Kilometers in de omtrek is geen sterveling te zien - een enkel vliegtuig bromt over, hoog in de blauwe lucht. Mijn tuin ligt nu even in Touraine, in Frankrijk. De merels, het winterkoninkje, de vink en de duiven klinken bekend, maar het ‘dudeljo’ van de wielewaal geeft het concert allure! We speuren de hoge bomen af, maar het is ons niet gegund dit schuwe vogeltje te ‘digitaliseren’. Hans Dorrestijn (Vogelgids) kreeg de wielewaal slechts driemaal te zien en die gaat er speciaal voor op pad! De meeste bijzondere vlinders zijn ons te vlug af, maar felgekleurde kevers willen soms wel even poseren. In de border langs het terras bloeien kruiden, waaronder een bijna witte lavendel. Die heeft de voorkeur van lichtgekleurde bijtjes; zij kunnen zich hier onopvallend bezatten!
De uitgestrekte tuin heeft charme. Grote gazons worden onderbroken door eeuwenoude bomen, heesterpartijen en fleurige toetsen van bescheiden borders, een lavatera olbia rosea, precies in een doorkijkje, en natuurlijk de rozen. De haag aan het eind van het gazon laat het uitzicht over het glooiende landschap vrij: graan en andere gewassen wisselen elkaar af.

Hier dus ^!
Midden in een graanveld prijkt een eenzame klaproos: een onbereikbare schone! Maar verderop staan de papavers voor het grijpen, soms velden vól. Ik neem één zaaddoosje mee voor thuis: een vrolijk souvenir. Want natuurlijk dwalen mijn gedachten wel eens af naar mijn eigen tuin. Stiekem hoop ik op wat buitjes, in Groningen, waar mijn planten zo droog in de harde klei zijn achtergebleven. En waar ik nog wat probleempjes moet oplossen. Zoals de klimop die achter de regenton van de muur gewaaid is en waarvoor ‘mon mari’ geen gaten in de muur wil boren om hem vast te binden. Ach, ‘mari’, dat hoeft niet meer: ik wil een róós achter de ton!
De vakantie heeft ons goed gedaan; direct na terugkeer sloopt mijn man de klimop, wég bij het vorig jaar geverfde hout!
En ík mag een roos, ah, que c’est joli! La douce France, in mijn Groningse ‘jardin’!
 
Augustus 2008

zondag 15 juni 2008

GOUD VEUR 'T TOENTJE: COMPOST!

Groenafval erin -
compost eruit!
Heggenmussen

Op dinsdag 13 mei jl. werd in Ten Boer door de gemeente een inspraakavond belegd over het onderwerp ‘afvalbeleid’. In hoofdlijnen komt het erop neer dat het scheiden van afval aan de bron, bij de burgers dus, sterk verbeterd zou moeten én kunnen worden. Een mogelijkheid om de aangeboden hoeveelheid groente-, fruit- en tuinafval (gft) te verminderen is het composteren van dit afval door de mensen zelf.
COMPOSTEREN, WAT IS DAT?
Goede compost is een wat zoet geurend, aardachtig product, dat ontstaat uit organisch afval door inwerking van bacteriën en schimmels: micro-organismen. In dit afbraakproces spelen vocht, zuurstof en temperatuur een belangrijke rol en ook allerlei bodemdiertjes als wormen en pissebedden leveren een bijdrage. Tijdens het hele proces komt warmte vrij; het afval gaat broeien, wat bevorderlijk is voor de activiteit van de micro-organismen.
Composteren is niet door mensen bedacht. In de natuur wordt organisch afval, zoals herfstbladeren, ook afgebroken en omgezet in een waardevolle toevoeging voor de grond. Het is wel een heel geleidelijk proces, in de natuur, en daar heeft de mens wél iets op bedacht. Want in onze tuinen willen we er geen jaren op wachten.
HET COMPOSTVAT           
Door het isoleren van het materiaal blijft de temperatuur in de afvalhoop beter op peil en daarom slaan we het afval op in (zelfgemaakte) houten bakken die afgedekt kunnen worden met een oud stuk tapijt. Óf, gemakkelijker, in een kant-en-klaar plastic compostvat. Ik kocht het mijne, VAMvat heette dat toen, in augustus 1988. Zonder korting, maar we hadden het er voor over. Dit vat is dus al twintig jaar in gebruik en er mankeert niets aan: een aanschaf voor het leven! Later heb ik er nog een afgedankte plastic regenton (zonder bodem) naast gezet en, eerlijk is eerlijk, dat functioneert óók naar genoegen.

Zoekplaatje: waar zijn de compostvaten?
De beste plek voor het vat is in de zon. Dat levert de hoogste temperatuur op en verhoogt dus de omzetsnelheid. Maar een andere plek kan ook. De bak moet wel gemakkelijk bereikbaar zijn, anders neemt de animo snel af!
Voor een goed resultaat wordt de ‘hoop’ in verschillende laagjes opgebouwd. Prop hem dus niet vol met uitsluitend grasmaaisel. Fijn materiaal moet worden afgewisseld met grover materiaal, zodat lucht nog enigszins kan circuleren. Zuurstof is immers belangrijk voor het composteringsproces. Je begint met een grof laagje van dunne takjes, wat geknakte snijbloemen of afgedankte planten. Dan volgt een laag gft-afval uit de tuin en de keuken en wordt het vat verder gevuld.
WAT MAG ER IN?
Niet alles kan in het compostvat. Kattenbakvulling verteert niet of slecht en kan stankoverlast geven. Dat geldt uiteraard ook voor hondenpoep. Kranten laten, als ze nat worden, geen lucht meer door en horen dus ook niet thuis in het compostvat. Gekookte etensresten kunnen gaan stinken en ongedierte aantrekken: niet doen. Omdat aardappelen wel worden ‘behandeld’ gaan mijn aardappelschillen in de groene container, net als de sinaasappelschillen, die in het land van herkomst flink bespoten worden. Hardnekkige onkruiden, zoals zevenblad, komen er bij mij ook niet in. Gemaaid gras mag er gedoseerd in en dan liefst gedroogd. Grasmaaisel kan overigens zonder bezwaar tussen de planten in de border gestrooid worden, waar het vrij snel zal verteren. En wie een paar keer per week maait, kan het gewoon op het gazon laten liggen.
Maar wat mag er dan wél in? Fruit- en groenteresten, theezakjes (ook het touwtje, het nietje en het labeltje!), koffiedik met filterzakje en al, koffie- en theepads, eierschalen, plantenresten, zacht snoeisel, uitgebloeide bloemen, stro van konijnen en hamsters (gedoseerd!) en verdroogd onkruid.
Het proces verloopt sneller als het afval verkleind wordt, omdat het raakvlak met de omgeving dan groter is. Ik knip dan ook alles kort en klein boven het compostvat. Een kwestie van aanwennen. Nog meer toevoegingen: af en toe een schepje bloed-, vis- of beendermeel en bij droogte een gietertje water. Er is ook speciale compostversneller te koop. Of het veel verschil maakt, weet ik niet. Ik gebruik het vooral omdat ik het nu eenmaal heb. Noodzakelijk is het in ieder geval niet. Wel noodzakelijk is een goede vermenging van het materiaal in het vat en een goede beluchting. Composthopen worden regelmatig ‘omgezet’. Met compostvaten is dat te realiseren als er ruimte is voor meerdere vaten. Zodra het eerste vat vol is, kan de inhoud overgeschept worden in het tweede vat; daarmee is de hoop ‘omgezet’. Eventueel kan deze handeling herhaald worden bij gebruik van drie vaten. Wanneer één vat beschikbaar is, kan de inhoud door elkaar gewerkt worden met een riek. Naast mijn compostvat staat een oude bezemsteel, waarmee ik gaten prik in de composterende massa: voor extra beluchting.


WAT KUN JE ERMEE DOEN?
Wanneer de compost klaar is voor gebruik kan alles, indien gewenst, gezeefd worden en uitgestrooid in de tuin. Licht inharken of overlaten aan de wormen, de pissebedden en kevertjes en niet te vergeten de natuur: op den duur zal het geheel verteren. Het is een eindeloze kringloop, waarbij de kwaliteit van onze tuingrond alleen maar beter wordt. Het opbrengen van compost na een regenbui helpt om de grond langer vochtig te houden, wat ook weer een gunstig effect heeft op het bodemleven: meer wormen die humus uitscheiden en met hun gangetjes de grond beluchten.
ÓÓK EEN COMPOSTVAT?
Je moet even de tijd nemen om het je eigen te maken en dan lever je vanzelf voldoende verschillend materiaal aan voor een goed composteringsproces. Op Internet is over dit onderwerp veel informatie beschikbaar, maar ook in tuinboeken wordt er aandacht aan besteed. In Loppersum zijn op de landelijke compostdag, 12 april, compostvaten uitgereikt tegen gereduceerd tarief en kon men gratis compost afhalen. In Ten Boer werd die dag in minder dan geen tijd dertig kubieke meter compost gratis verstrekt aan belangstellenden! Volgend jaar meer! Ook zijn in Ten Boer het hele jaar compostvaten te koop. Voor een vat met een inhoud van 200 liter betaalt u slechts 20 Euro. Op afspraak, tel. 050-3671055, kunt u uw compostvat tegen contante betaling afhalen op de gemeentewerf aan de Boltweg in Ten Boer.
Doe mee met het verminderen van de afvalberg, gun uw tuin het ‘zwarte goud’ uit uw eigen compostvat en uzelf veel voldoening!
Juni 2008