vrijdag 14 september 2018

NIEUWE ARTIKELEN


NIEUWE ARTIKELEN VERSCHIJNEN 
IN NOVEMBER 2018



Hoe lang zal het geleden zijn dat deze stam werd
doorgezaagd en de  boom het  loodje legde? Zijn 
jaarringen zijn  niet meer te tellen, maar het moet
een aanzienlijk aantal geweest zijn. Wij troffen de
stronk aan in het  'bos' van landgoed  Ekenstein, 
aan de Alberdaweg in Appingedam, waar het fijn
wandelen is in alle maanden van het jaar.


Hier aanklikken:
Hier aanklikken:
Hier aanklikken:
Hier aanklikken:

KLEIN HOEKJE

In míjn tuin ...


… heb ik in de loop van meer dan veertig jaar toch wel zo’n beetje alles meegemaakt, dacht ik. Zoals planten die onder de maat presteren of juist ver boven de proporties van onze beschikbare vierkante meters. Of ‘de plant van de maand’ dan wel ‘de plant van het jaar’, die het hier onder mijn regime ook nooit langer dan die maand en dat jaar uithielden. Vraatzuchtige beestjes, op pootjes, op vleugeltjes, poepers en bloopers, verdwaalde voet- en tennisballen, onkruidzaadjes, nou ja, zo’n beetje alles waar de gemiddelde tuinier ooit mee te maken krijgt. Ik dacht echt dat ik alles wel zo’n beetje had gehad.
Maar! Het kan áltijd nog een slagje erger.
En omdat een gewaarschuwd mens voor twee telt, zal ik hier eerlijk opbiechten wat mij deze zomer is overkomen. Of meer specifiek: mijn linker wijsvinger.



Het was een mooie warme dag. Zo’n dag waarop een normaal mens een plekje in de schaduw zoekt en de planten vooral proberen te overleven. Ze willen een plens water en rust. En niet zo’n gewoontedier als ik, met altijd een snoeischaar bij de hand om elk bruin blaadje weg te knippen. Als je dat elke dag doet krijg je er wel een zekere routine in. Knip knip, ook weer klaar. Maar het kan dus verkeren en dan grijp je met je linkerhand een polletje uitgebloeid groen terwijl de rechter met de schaar uithaalt en knip knip! hoekje van je linker wijsvinger eraf! Zó gebeurd, echt waar. Je zit er op je hurken bij en kijkt ernaar: is het écht waar? Ja, het is echt waar. 


Snel naar de dokter voor een stevig drukverband en vooral je vinger omhoog houden. Beetje gênant, om zo de aandacht te trekken met je ongeluk, maar het was even niet anders. Het verband heb ik er al na een dag, voor zover mogelijk, weer afgehaald, want ‘aan de lucht’ heelt sneller, leerde ik van mijn vader.
Gelukkig kon ik nog wel breien (!) en zo breide ik een paar ‘vingerhoesjes’ in een open ajourpatroontje; altijd al creatief geweest. Maar die verloor ik onderweg en in de praktijk bleek niemand mijn vingerhoekje te missen. Ik kreeg er in ieder geval geen opmerkingen over.
Inmiddels heb ik een aardige routine ontwikkeld in het ontzien van deze vinger, want het is nog steeds héél gevoelig, dat scheve topje. Het hanteren van de snoeischaar daarentegen zal nooit meer ‘routine’ worden, nu ik aan den lijve ondervonden heb hoe het ongeluk in een klein hoekje zit, zelfs in mijn eigen tuin.


TUINIEREN EN VOORUITZIEN



Heggenmussen 

Na een lange hete zomer, waarin we zowaar een beetje gewend raakten aan bovengemiddelde temperaturen, word er nu toch wel uitgekeken naar een alsjeblieft niet te hete herfst. Met ouderwetse herfstbuien en hopelijk nog wat blad aan de bomen, om vrolijk naar beneden te dwarrelen op een ‘stevige bries’. Zoals we dat gewend waren. En dat we dan weer ouderwets kunnen mopperen op ons koude natte zeeklimaat. O, wat zou dat fijn zijn: gewoon weer gewóón!
 
Zóiets dus .....!!
Maar in de eerste dagen van augustus voorspelde een Belgische meteoroloog al een bovengemiddelde temperatuur en droogte tot zelfs eind oktober. Afwachten maar; het zou niet de eerste keer zijn dat een weersvoorspelling niet uitkomt.
Vast staat wel dat het najaar in aantocht is met de bijbehorende terugval, voor zover dat nog nodig is, van onze geteisterde planten. Maar laten we eerlijk zijn: in de zomers die we voorheen hadden sneuvelde er ook wel eens iets in de tuin. Al was het alleen maar in de vakantieperiode, waarin we het er zelf van namen. In een ver buitenland of dichter bij huis; in ieder geval niet op ‘gietafstand’.
Ondertussen kan het geen kwaad als we ons, waar mogelijk, aanpassen aan de veranderende weersomstandigheden. Want je kunt niet zeggen dat we niet gewaarschuwd zijn! 


Begin met een regenton, want elke liter water die niet uit de kraan hoeft te komen is meegenomen. En handiger: de gieter dompelen gaat veel sneller dan tanken bij de kraan.
Compostbak, verdekt opgesteld in de laurier!
Wie over een goed gevulde compostbak of -hoop beschikt heeft al na een jaar materiaal bij de hand om de structuur van de grond, en daarmee de vochthuishouding, aanzienlijk te verbeteren. Compostvaten en -bakken zijn goed verkrijgbaar en je kunt er niet alleen je tuinafval in kwijt, maar ook de niet gekookte of anderszins bewerkte resten van groenten. Aanbevolen wordt om in lagen verschillende soorten afval te ‘stapelen’ in de bak, maar dat kan natuurlijk best ingewikkeld worden. Zelf voer ik per dag of maaltijd af wat geschikt is voor de compostbak. Er staat een bezemsteel naast waarmee ik regelmatig ‘rondpook’ in het materiaal. Zo wordt het goed gemengd en komt er ook nog wat lucht bij. Je hoeft de compost niet in één keer te verwerken; er kan naar behoefte wat onderuit de bak geschept worden om plaatselijk de grond te verbeteren. Deze grond zal ook beter in staat zijn om vocht langer vast te houden. Aan de bak dus!


Als het je favoriete planten waren die in de droogte zijn omgekomen kun je voor deze soorten, zo mogelijk, een andere standplaats kiezen. Bijvoorbeeld met meer schaduw of meer beschutting tegen de wind. Want wind speelt natuurlijk ook een rol in het uitdrogingsproces.

Moet er toch uitgeweken worden naar aangepaste beplanting dan is er gelukkig een heel arsenaal beschikbaar aan droogte- en hittebestendige planten. En natuurlijk ook vorstbestendig - want je moet hier met álles rekening houden!
Zulke planten zijn zélfs te vinden in de cactusfamilie. De grootste groep in deze categorie heeft in de winter wel bescherming nodig tegen regen; die komt in ons klimaat dus eigenlijk niet in aanmerking. Maar er is ook een groep die wél ‘waterbestendig’ is in de winter: dat zijn de Opuntias ofwel schijfcactussen. Ze moeten in goed doorlatende grond staan die vermengd is met rivierzand of grind. In de winter kan een cactus er wel eens bij gaan liggen, maar dat komt in het voorjaar weer goed.

Paardenbloemen!
Vetplanten en Agaven zijn natuurlijk ook goed bestand tegen droogte, maar wie een bloementuin prefereert zal eerder kiezen voor de zogenaamde ‘composietenfamilie’, de Asteraceae. Er wordt nog een onderverdeling gemaakt naar drie typen: de lintbloem, de straalbloem en de buisbloem. Interessant: de welbekende paardenbloem, die in het voorjaar een groene wei zomaar omtovert in een gele wei, hoort tot de lintbloemen met het bekende vruchtpluis, wat door jong en oud zo graag wordt weggeblazen. En wat we daarom liever niet in onze tuin willen hebben! Doe maar een madeliefje, met haar witte kransje: de straalbloemen. Tot de buisbloemen behoren onder andere de korenbloem, de dahlia’s, de kogeldistel en het koninginnekruid, Eupatorium; planten die in geen tuin mogen ontbreken. Ook het boerenwormkruid, Tanacetum, hoort tot de buisbloemen. Ik zag het in 1986 in een Deense berm en was er wég van: ‘geel’ mocht toen nog, in de tuin. Maar ik heb het laten staan, met vooruitziende blik: geel is al een tijdje ‘uit’.


SEPTEMBER/OKTOBER


TUINKALENDER



Herfstasters
 Na een hete zomer komt nu het najaar in zicht: tijd voor een ‘changement de décor’, met prachtige herfstbloeiers in de hoofdrol. Asters kunnen opengevallen plekken opfleuren!

 Maar natuurlijk is er, in de verte, ook zicht op een nieuw voorjaar. Zoek de mooiste bollen uit en plant ze op hun gewenste diepte, onder een hoopje afgevallen blad: het kan zo maar gaan vriezen.

 Ook in potten op het terras stelen ze straks de show.

Herfstfruit: Groninger Kroon!
 Maar: half oktober, kans op vorst: kuipplanten naar binnen - of bij de achterdeur.

 Vaste planten die ondanks de droge zomer nu toch uit de kluiten gewassen zijn, kunnen gedeeld worden en uitgeplant, voor een indrukwekkend ‘bed’ in het nieuwe jaar.

 Maak regelmatig foto’s van je tuin: dat zijn de beste geheugensteuntjes bij het zoeken naar ruimte 
voor de nieuwe bollen.
Herfsttijloos

 Een basis met groenblijvers is belangrijk in    de winter; ze kunnen nu nog geplant worden.

 Ondersteun hoge maar zwakke broeders onder de planten vóór een herfststorm ermee aan de haal gaat.

 Of een pak sneeuw ze de das om doet.

Merel, vaste gast
 Begin een vogelvoedercafé in de tuin: dan weten ze alvast waar ze kunnen overleven, straks in de winter. Met een bak water, graag.

 Maai het gras niet te kort en geef een laatste portie  gazonmest, liefst vlak voor een regenbui.

 En dan komt er rust, buiten in de tuin, voor de tuinier. Geniet ervan en plan een mooie herfstwandeling, buiten in het bos. Ofzo.


zaterdag 28 juli 2018

NIEUWE ARTIKELEN


NIEUWE ARTIKELEN VERSCHIJNEN
IN SEPTEMBER 2018

In september komt het eind van de zomer al een beetje
in zicht, maar buiten valt nog steeds veel te beleven en
te genieten. Mogelijk met wat meer regen dan waar we
het in de afgelopen  maanden mee moesten doen - en
veel minder  gesjouw met zware gieters; dat is ook fijn.
 We hopen op een mooie nazomer!


Hier aanklikken:
Hier aanklikken:
Hier aanklikken:
Hier aanklikken:

STIJL


In míjn tuin ...

… is het een drukke bedoening, met al die door jaren heen vergaarde dan wel aangewaaide planten. Je kunt er door de planten de tuin niet meer zien; geen stijl meer in te ontdekken. Ik zou het zelfs als ‘chaos’ kunnen omschrijven. Chaos heeft van nature geen stijl - hé, toch iets met natuur! Maar eerlijk gezegd, en onder ons gezwegen, voel ik mij er helemaal in thuis. Het steekt allemaal niet zo nauw. Elke plant heeft zijn of haar eigen charme en zolang de groei er nog goed inzit, hoor je mij niet klagen.
Onlangs bezocht ik met mijn vaste begeleider een tuin die steil staat van een koninklijke stijl: achter Paleis Het Loo in Apeldoorn. Gigantisch groot en gigantisch overzichtelijk. Het was niet mijn eerste bezoek hier en ik moet zeggen dat deze paleistuin wel respect afdwingt: voor de tuinmannen en -vrouwen die belast zijn (zo voelt dat voor mij) met de aanleg en verzorging van al die strakke perken, met voor elk perkplantje een eigen territoriumpje. Perfect verzorgd, als betrof het de koning zelve!
Wat wij nog niet eerder hadden ontdekt, was het draaihekje aan het einde van de tuin, dat met de museumjaarkaart toegang gaf tot een prachtige ‘natuurtuin’. Niet dat je er in het wilde weg kon dwalen, maar de paden slingerden er flink op los. Met gekleurde paaltjes waren verschillende wandelingen aangegeven, maar wij liepen gewoon onze neus en nieuwsgierigheid achterna. Veel bomen in het bos, maar ook een brede slingerende  waterbaan, ondiep en van beton, met daarboven talloze waterjuffers in het gefilterde zonlicht. Beetje sprookjesachtig toch wel. Uiteindelijk doemde een botenhuis op en nog wat verder een prachtig zomerhuis, in wit en lichtblauw en met een flinke steiger aan een gigantische vijver. Zodra wij over de balustrade leunden verschenen er grote vissen aan de oppervlakte, in een bedaard ritme happend naar adem. Dat hoop ik tenminste, want iets als visvoer hadden we natuurlijk niet bij ons. Wie houdt dáár nou rekening mee. Om de vissen niet onnodig aan het lijntje te houden liepen we een rondje om het huis en gluurden ook ongegeneerd door de ramen naar binnen. Witte omlijstingen op de wanden met fraai geschilderde guirlandes van rozen. Wat een ongekende weelde en luxe voor de happy few! En nu voor het volk! Nou ja, om naar te kijken, want ‘er aankomen’ mag natuurlijk niet.
Dat doe ik wel thuis: in mijn eigen stijl tussen mijn planten door slingerend, in mijn eigen ‘prinsen’tuin.

Juli 2018

MANNENPLANTEN EN PLANTENMANNEN




Heggenmussen 

B(l)oeiend!!
Bloemen Bureau Holland heeft iets nieuws bedacht: ‘Mannenplanten’! In juni werden die uitgeroepen tot ‘woonplant van de maand’. Natuurlijk valt het niet mee om elke maand met iets nieuws te komen en natuurlijk is dit een grote stap voorwaarts in de emancipatie van de man! Maar de mijne is er niet speciaal voor overeind gekomen - hij heeft de mededeling voor kennisgeving aangenomen en als altijd de Clivia op zolder water gegeven.



Het Bloemen Bureau suggereert dat stoer groen positief uitstraalt op het imago van de man en bijdraagt ‘aan je ongetwijfeld onweerstaanbare aantrekkingskracht’. Dan gaat het om ‘stevige struikvormen, relaxed in de omgang, zoals bijvoorbeeld de Sansevieria’. Nederlandse naam: Vrouwentongen, nota bene. Mijn Sansevieria’s staan al járen stijf rechtop in een pot op de vensterbank, onverwoestbaar, maar met ‘relaxed’ of struikvorm heeft het dus niets te maken.
Het Bloemen Bureau is gewoon op zoek naar een nieuw afzetgebied voor kamerplanten. Want buiten zijn mannen al sinds eeuwen begaan met ‘groen’. En alleen al in míjn boekenkast turf ik zó negen ‘plantenmannen’ waarvan ik hier een paar zal noemen.


In ‘Tuinieren het hele jaar door’ beschreef Groninger Klaas T. Noordhuis werkelijk het gehele spectrum van de tuin. Je kunt er met elke vraag terecht, van de aanleg van een kleine tuin tot ‘zuurminnende gewassen van A tot Z’. Eerste druk 1993, maar het boek is nog steeds actueel én goed verkrijgbaar!











‘De bloemen en haar vrienden’ van Dr. Jac. P. Thijsse zal niet meer voor iedereen bereikbaar zijn: het dateert uit 1934 en is een uitgave van Verkade’s Fabrieken NV, Zaandam. Uitvoerige beschrijvingen worden afgewisseld met pagina’s ingeplakte tekeningen van de beschreven planten, nog steeds prachtig in kleur.







Bert Huls gaat in ‘Stijlvolle Snoeivormen’ in op vormsnoei: van fantasiefiguren tot strakke hagen, die de basisvorm van de tuin accentueren dan wel corrigeren. Een inspirerend boek, om meteen de snoeischaar bij te halen, (tip: eerst overleggen!), maar moeilijk verkrijgbaar.








Of misschien eerst nog het ‘Handboek BUXUS’ van Ireen Schmid inzien, met inspirerende foto’s, zoals van een kunstig in buxus geknipt paardenhoofd, vogelfiguren en zelfs een driemaster. Maar ook beschrijvingen van de vele soorten buxus.












Daar gaat Henk Gerritsen in ‘Buiten is het groen’ met 394 pagina’s royaal overheen. Prachtige kleurenfoto’s en tekeningen, vooral gemaakt in zijn Prionatuinen in Schuinesloot, die nog steeds te bezoeken zijn. Zie www.prionatuinen.nl.








Dan Maarten 't Hart: een verhaal apart. Zijn beleving van een moestuin is al tweemaal op tv uitgezonden, maar in 'De groene overmacht' kun je altíjd lezen over zijn gevecht tegen brandnetels, slakken, veenmollen en wat dies meer zij. En je kunt er nog om lachten óók! 










Ontspannen in de tuin doe je met Romke van de Kaa, van wie ik negen titels op de plank heb, waaronder ‘Alles kan wachten’. Heerlijke tuinliteratuur, zonder haast tot je te nemen, tussen ‘stevige struikvormen’ in de tuin! 








Juli 2018

TUINKALENDER JULI/AUGUSTUS


TUINKALENDER



 Hoogzomer: soms moet er gesproeid worden. Maar maak eerst een klein kuiltje: misschien is alleen de bovenste laag aarde zo droog en hoeft er nog geen water bij. 

 De tuin oogt ook fris als je de uitgebloeide bloemen regelmatig verwijdert. 

 Maar wil je meer van hetzelfde, oogst dan eerst de zaden. Vergeet niet naam en oogstdatum te noteren op het bewaarzakje.

 Wil je liever grote appels en peren oogsten in plaats van heel veel kleine, dun ze dan nu uit tot twee in plaats van drie of vier bij elkaar.

 Warm, koud, nat of droog: verlies de slak nooit uit het oog!

 Pakken donkere wolken zich samen, ga dan nog gauw met wat mest langs de planten; nu kan het mooi inregenen.

 Vang hoe dan ook zoveel mogelijk zacht regenwater op om je (pot)planten mee te verwennen.

Nog geen regenton geïnstalleerd? Nú doen, voor we met ons allen kopje onder gaan!

 Bescherm fruit in je tuin met een net tegen luchtaanvallen van hongerige vogels.

 Regel een oppas voor ál je planten als je op vakantie gaat.

 Regel een mooi boek als je niet op vakantie gaat.

 Speciaal aanbevolen voor buiten: ‘Blinde vink’ van Jean-Pierre Geelen, ‘De spreeuw’ van Koos Dijksterhuis en ‘De merel’ van Hay Wijnhoven.

 Of hou eens een tijdje een dagboek bij over al wat leeft in je tuin (en daar hoor je zelf ook bij!).

zaterdag 14 juli 2018

NIEUWE ARTIKELEN


NIEUWE ARTIKELEN VERSCHIJNEN
OP 28 JULI 2018

We vieren de zomer als nooit tevoren (voor mijn
gevoel) met aanhoudend hoge temperaturen en
 een stralende zon aan een doorgaans wolkeloze
hemel.  Wekenlang geen spatje regen terwijl de
planten in de tuin hun hoogtepunt bereiken. We
zijn aangewezen op het laatste voorraadje in de
regentonnen en moeten dan overstappen op het
 schone kraanwater. Doseren en toch ook blij zijn

met het mooie weer!


Hier aanklikken: ALLE COLUMNS
Hier aanklikken: ALLE HEGGENMUSSEN
Hier aanklikken: ALLE TUINKALENDERS
Hier aanklikken: ALLE TUINFOTO'S

donderdag 14 juni 2018

REGENWATER

In míjn tuin ...


… kon ik me in april al fijn uitleven, met ongekend hoge temperaturen voor de tijd van het jaar. Eerst het tuinmeubilair schrobben, met regenwater uit de ton, en op de kalender bij oktober noteren: plastic hoezen over de houten tuinstoelen, tegen groene aanslag. Ziezo. En dan écht tuinieren. De druif, eind jaren ’80 door mijn vader geplant, zag er niet goed uit en ook het ‘krabben aan de bast’, in bruin hout, stemde droef. Ik besloot de takken te laten voor wat ze waren (best nog wel decoratief) en ging op een nieuwe druif uit en welja, nog een Clematis Armandii erbij omdat die ook in de winter groen blijft. Dit alles geplant hebbende haastte ik mij naar binnen, want het aprilse weer sloeg helemaal om, met hagel- en stortbuien. Toen het in mei weer opklaarde zag ik tot mijn verrassing dat één van de twee oude druiventakken blaadjes had gekregen! Zou die andere nog volgen: mijn vader was niet van halve maatregelen. We zullen zien; de nieuwe clematis is in ieder geval ‘nooit weg’.

Koekoek!
Ondertussen was er veel afleiding, met dank aan het vogelvolk. Een pimpelmees maakte het zich gemakkelijk in een vogelhokje vlak bij het raam, terwijl een merel haar nest twee meter verderop in de taxus bouwde. Het gaf een druk verkeer in mijn tuin, ook omdat ik na elke koffieronde naar buiten liep met het verzamelde koffiedik voor een kattenbarrière rond de taxus: katten worden korzelig van korrelige voetjes.
De tuin deed ondertussen gewoon wat hij (ja, ‘tuin’ is mannelijk, zelfs de mijne) moet doen en liep prachtig groen uit. Als elk jaar weer hoger en voller. Daar ga ik niets aan doen; zie het als een gegeven paard, dat je niet in de bek mag kijken. En hoe meer groen, hoe meer regenwater op een natuurlijke manier wordt gerecycled! Want bladeren verdampen het opgenomen water weer. Dát is nog eens recyclen!  
Maar we hopen natuurlijk op een mooie warme zomer en dan moeten we zelf beregenen. Een regenton is daarbij onmisbaar. Ik heb er al sinds jaar en dag twee en weet dus uit ervaring hoe fijn dat is: altijd (zacht!) water bij de hand en ook nog op de goede omgevingstemperatuur.
En hoewel je het van regendruppels op het raam niet gauw zult zeggen, is regenwater ook zeer geschikt om ramen te zemen. Koop dus nú een regenton en bouw een voorraadje op: voor een hete zomer in je tuin.

BLIJ MET DE BIJ

Heggenmussen


Op 23 april jl. werd de Nationale Bijentelling geïntroduceerd op initiatief van ‘Nederland Zoemt’. Het is een gezamenlijk project van Landschappen NL, Naturalis in Leiden, Natuur & Milieu en IVN, Instituut voor Natuureducatie en duurzaamheid.
Want hoewel er nog niet eerder zo’n telling heeft plaatsgevonden, zijn er toch grote zorgen over de waarneembare achteruitgang van het wilde bijenbestand: onder andere een onmisbare schakel in onze voedselvoorziening.

De deelnemers aan dit project, zo’n 4000 belangstellenden, noteerden uiteindelijk een totaal van meer dan 41.000 bijen, met een stipnotering voor de honingbij: maar liefst 14.311 exemplaartjes. De rosse metselbij werd 6.150 keer waargenomen en de aardhommel eindigde met brons: 2.811 waarnemingen. Omdat het de eerste keer was, kunnen hier nog geen exacte conclusies aan verbonden worden. Maar een eerste plaats voor de honingbijen was geen verrassing: het gaat naar verhouding goed met deze bijtjes.
Toch zijn er veel zorgen omtrent het bijenbestand, met name dat van de wilde bijen. En dat is terecht. Want uiteindelijk zijn we voor een groot deel van onze voedselvoorziening afhankelijk van deze beestjes. En juist die voedselvoorziening, door het bedrijven van intensieve landbouw, in combinatie met een toenemende verstedelijking van het landschap, is een bedreiging voor onze bijensoorten. Tel daar de ‘verstening’ van de tuinen en tuintjes in onze woongebieden bij op, met ook nog een strak en efficiënt maaibeleid in de plaatselijke groenvoorziening, en je hebt de verklaring voor de afname van het aantal wilde bijen.

Een bijtje op het glas
Hoog tijd voor doeltreffende maatregelen. Er is al veel geschreven over dit onderwerp, maar dat heeft tot nu toe nog veel te weinig effect gesorteerd. Maatregelen als het heffen van een ‘tegeltax’ zijn niet echt van de grond gekomen en de tegels dus ook niet.
Eigenlijk niet verwonderlijk, want dit onderwerp wordt vooral behandeld en gelezen in tuintijdschriften en tuin-gerelateerde artikelen en daar zijn de tegelaars nu eenmaal niet in geïnteresseerd. Bovendien: baas in eigen tuin.
Dan toch die tegeltax invoeren? Geld is wel vaker een prikkel als er iets bereikt moet worden.
Een mogelijkheid op lange termijn zouden schooltuintjes kunnen zijn, waar kinderen van jongs af aan ervaren wat een tuin je kan opleveren.


Tot het zover is kunnen wij tuiniers in ieder geval het bijenvolk ondersteunen met nectarplanten en niet alleen in het voorjaar en de zomer! Bijen zijn het hele jaar actief, ook in de winter, en we kunnen ze in onze tuinen in alle seizoenen bedienen. In de zomer bloeit er genoeg en ook in de herfst voorzien we in nectar met herfstbloeiers als Japanse anemonen, herfstkrokussen en natuurlijk asters. Voor de winter zijn bijen aangewezen op planten als nieskruid (Helleborus), Mahonia, Sarcococca en winterakonieten (Eranthis hyemalus). In het voorjaar kunnen ze terecht bij sneeuwklokjes, krokussen, blauwe druifjes en longkruid (Pulmonaria). Hebben we nog ergens plek?!
Dan is er nog een bijenwereld te winnen vóór de volgende Nationale Bijentelling in 2019!

TUINKALENDER JUNI

TUINKALENDER


 Tijd om te snoeien! Liguster kan de hele zomer, haagbeuk (Carpinus betulus) kan nu nog nèt en voor buxus, taxus en beuk (Fagus sylvatica) is de tweede helft van juni perfect. 

 Snoei buxus bij voorkeur op een bewolkte dag en geef meteen buxusmest.

 Ook buxusvervanger Ilex crenata nu snoeien en bemesten.

 Tot en met augustus wekelijks grasmaaien: siergras 3 en speelgras 4 centimeter hoog.

 Potplanten dagelijks begieteren met eenmaal per week vloeibare mest.

 Planten in de volle grond redden zich meestal wel. Sproeien als de nood het hoogste is.

 Lees het boek ‘Landschapspijn’ van Jantien de Boer over de degradatie van ons platteland en de daarmee samenhangende teloorgang van ons insectenbestand.


En ga bij de aanschaf van nieuwe planten voor bijenplanten. Pulmonaria, longkruid, levert al vroeg in het voorjaar nectar en stuifmeel.

 Bestrijd onkruid handmatig; als bij zoveel in het leven is dat een kwestie van gestage regelmaat.

 De strijd tegen het slakkengepeupel: niet opgeven en afvoeren!

 In de vijver is het water nu op temperatuur voor nieuwe vijverplanten.

 Plezier voor jezelf en de vogels: een vogelbad, met elke dag schoon water.

 Loop regelmatig kniprondjes door de tuin met een snoeischaar en een emmertje voor de uitgebloeide bloemen en lelijk blad: voer voor compostbak of -hoop.

 Ook in de zomer waait het: bind klimmers regelmatig aan.

 Tussendoor: geniet, maar wees ook overal bedacht op teken!

vrijdag 13 april 2018

NIEUWE ARTIKELEN


NIEUWE 'BLAD' ARTIKELEN VERSCHIJNEN IN
JUNI 2018

(aanklikken voor vergroting!)
Hoera! Het is zover: voorjaar in de tuin en in je hoofd en
overal! Wat heb ik ernaar uitgekeken. En niet als enige:
in het vogelhokje vlakbij het raam broedt een pimpeltje;
 drie meter verder  heeft de merel haar nest  in de taxus,
 nog geen twee meter boven  de grond. Tikje riskant  en 
al ons koffiedik strooi ik uit rond deze kraamkamer: om
belangstellende buurtkatten te weren. Tot op heden (de
 jongen  zijn  nog niet uit het ei) gaat  het goed. We  zijn
nú al plaatsvervangend trots!



Hier aanklikken: ALLE COLUMNS
Hier aanklikken: ALLE HEGGENMUSSEN
Hier aanklikken: ALLE TUINKALENDERS
Hier aanklikken: ALLE TUINFOTO'S

OUDBOLLIG

In míjn tuin ...



… was het lang afzien in de kortste maand van het jaar. Normaal gesproken toch de opmaat naar het voorjaar. Siberisch is overdreven, maar gevoelsmatig kwamen de temperaturen in februari een flink eind uit die richting.
Onverwacht, want winter, mwah, dat stelde al jaren niks meer voor. Gewoon op de eerste de beste zonnige dag, in februari dus, de tuin in en aan de slag. Hoe eerder ik de tuin in kan, hoe liever het me is. Maar het enige wat ik er nu in die ijstijd kon doen was voer strooien om het tuinvogelbestand op peil te houden.
Gelukkig wordt het altijd vanzelf weer april en dan komt ook alles weer goed: zon, voorjaarsbuitjes, de bollen in bloei, kikkers kwakend en blakend in de sloot en jong grut in de vogelnesten. O, kon het altijd voorjaar zijn!

Dichter Herman Gorter (1864-1927) schreef er lyrisch over: ‘Een nieuwe lente en een nieuw geluid: ik wil dat dit lied klinkt als het gefluit dat …’. Tot zover, want Gorter was bepaald niet kort van stof. Ruim twee jaar werkte hij aan zijn epos ‘Mei’. Het telt 4381 regels en het verscheen in het voorjaar van 1889. ‘Een nieuwe lente en een nieuw geluid’ zou wel eens de beroemdste dichtregel uit de Nederlandse poëzie kunnen zijn; het is in ieder geval de meest geciteerde. Dat lijkt mij een bewezen indicatie voor ons collectief verlangen naar het voorjaar!
En dan is er werk aan de winkel. Want we gaan wel voor groei en bloei, maar het kan ook uit de hand lopen. Dat is waar ik in mijn tuin al sinds jaar en dag mee word geconfronteerd. Een handvol ooit gepote sneeuwklokjes hebben zich, onder mijn toeziend oog, uitgebreid tot ware kolonies, een Keukenhofje waardig, en daar heeft mijn genadeloze gespit bij het planten van nieuwe aanwinsten geen noemenswaardige schade aan toegebracht. Het sneeuwklokjesblad verdwijnt trouwens net zo vanzelf en geruisloos als het opkomt, dus waar zou ik me druk om maken. Bovendien: wat je niet ziet, kun je ook niet weghalen, tóch?!

Sneeuwklokjes: oudbollige 'evergreens' in mijn tuin
Het zal wel met aangeboren gemakzucht te maken hebben; niets menselijks is mij vreemd. En zolang ik niet aan een verzorgingshuis toe ben (en mijn omgeving daar ook zo over denkt) blijf ik natuurlijk baas in eigen tuin. Ook dit jaar zullen zich weer nieuwe hebbeplanten aandienen die ik, als vanouds, bovenop de ondergrondse sneeuwklokjes ga planten!
Ik heb er meer dan genoeg van, in mijn oudbollige tuin.

WANDELBOEKJE


Heggenmussen
Kleinood uit 1904
Snuffelend in mijn boekenkast tussen de vele tuinboeken stuit ik op het kleine ‘Wandelboekje’ van E. Heimans en Jac. P. Thijsse. Derde druk, Amsterdam – 1904 – W. Versluys. Het is bedoeld ‘… voor Natuurvrienden.’ Daar reken ik mijzelf ook toe en voorzichtig doe ik het boekje open - het heeft zijn beste tijd wel gehad.

In het Voorbericht geven de samenstellers een toelichting op het hoe en waarom van dit kleinood. Het is bedoeld om aan kinderen mee te geven op wandelingen ‘om te leeren opmerken; … en met open oogen rond te zien in de natuur, en dat tevens eenig antwoord moest geven op vele van de vragen over levende-natuur-voorwerpen, die kinderen hun ouders of onderwijzers op dergelijke wandelingen plegen te stellen.’ Kom daar nu nog eens om. Na drie paginaatjes wordt de inleiding besloten met deze volzin: ‘En hiermee zij ook dit boekje ieder aanbevolen, die gelooft, dat kennis en liefde voor de natuur zoo jong mogelijk moet aangebracht worden, en dat een innige omgang met onze mooie en belangwekkende bloemen- en dierenwereld ook het armste leven iets rijker kan maken.’

Nu voel ik mij nog meer aangesproken; honderdveertien jaren vallen als bij toverslag weg. Want door het jaar heen mag ik mijn kleinkinderen graag wijzen op planten en beestjes in mijn tuin en ook als ik niet voor honderd procent hun aandacht heb, denk ik toch dat er iets van mijn enthousiasme in die kleine hersenpannetjes achterblijft. Wacht maar tot ze volwassen zijn en hun eerste eigen huis met tuin betrekken: dan komen oma’s tuinverhalen vanzelf weer bovendrijven!
Voorzichtig sla ik de bladzijden om. Een prachtige tekening van een winterkoninkje. ‘of Klein Jantje’ staat erachter. Een bladzijde verder wordt de merel genoemd: merel (gieteling of zwarte lijster). Zeer lezenswaard zijn ook de besprekingen per maand, te beginnen met maart. Maar nu is het april, met ‘Kikkervischje of Donderpadden’. 

'Donderpadden'
In keurige rubriekjes wordt de maand besproken: ‘in park en tuin, in de duinen, op den akker en in den moestuin’.
Ha, een moestuintje heb ik óók en dat is nog leeg. Het ‘Wandelboekje’ raadt koolsoorten aan maar daar heb ik geen ruimte voor. ‘… boonen worden gelegd.’ Dat klinkt overzichtelijk en vooral ook niet moeilijk. ‘Andijvie, kropsla, spinazie, knollen en wortelen worden gezaaid, uien en mangelwortelen geplant.’ Hé, dat komt in de richting van de AH-moestuintjes op de vensterbank. Alleen ben ik daar de mangelwortelen nog niet tegengekomen. Zijn dat wortelen die gemangeld moeten worden: ‘zwaar in verdrukking gebracht’?
In 1790 verscheen het boek ‘Het gebruik van de Schaarsheid- of Mangelwortel’. Koeien die met deze wortels gevoerd worden ‘… geeven beide uitmuntende melk en boter.’ Maar ik heb geen koeien. Alleen die moestuinpotjes met groenten en ook nog zonnebloemen.
Het bijzondere ‘Wandelboekje’ met prachtige zwart/verschoten wit tekeningen zet ik voorzichtig terug in de boekenkast.