zaterdag 15 oktober 2005

VROEGBLOEIERS MET EEN VASTE AANSTELLING

Heggenmussen


Over twee weken al gaat de wintertijd weer in - ’s avonds na het eten even de tuin in is er niet meer bij. Maar overdag genieten we nog steeds van een full color tuin met rozerood, lila, paarsblauw, rood, geel en wit. En alle tinten groen natuurlijk. Hier en daar verkleurt het blad al naar rood of geel - er valt ook al wat. Toch kun je je bijna niet voorstellen dat het straks echt kaal wordt: een half jaar geen blad aan de bomen!
AAN DE BOLLEN
Maak van de nood een deugd en profiteer over een paar maanden al van het licht dat door de kale takken in je tuin valt: precies wat bolgewassen nodig hebben. Die kunnen nú de grond in en als je goed kiest, beleef je daar een hoop plezier aan. Dat begint al met een wandelingetje door de tuin. Waar is nog ruimte? Hoe ziet de omringende beplanting er in het voorjaar uit? Komt er op die plek ook later in het seizoen nog genoeg zon? Want daar hebben sommige soorten behoefte aan: een warm plekje. Maak aantekeningen en pak er binnen het fotoalbum bij met de foto’s van de voorjaarstuin - je kijkt ervan op hoeveel je alweer vergeten was


Dan is het tijd om een bollencatalogus te raadplegen. Die vallen soms ongevraagd in de bus, maar je kunt ze ook vinden op Internet. Ook in tuintijdschriften is informatie te vinden. Of schaf een boek aan. Bijvoorbeeld ‘Toveren met bollen’ van Jacqueline van der Kloet (Groenboekerij). In weerwil van de titel ook een heel praktisch boek!
Er is trouwens niets op tegen om bollenverzamelingen die het in je tuin goed doen, uit te breiden of even verderop te herhalen. Succes verzekerd! De verwilderingsbollen zullen zich overigens vanzelf uitbreiden; daar hoef je niets aan te doen. Het bollenaanbod is gigantisch en daarom zal ik mij hier beperken tot de vroegst bloeiende soorten - we willen er tenslotte niet te lang op wachten.
DE EERSTE!
Het vroegst bloeiende bolletje is Galanthus. Er zijn honderden verschillende soorten, maar uiteindelijk zijn het allemaal sneeuwklokjes! Voor de niet-verzamelaars is vooral het verschil in bloeitijd interessant: Galanthus nivalis bloeit februari/maart, Galanthus elwesi  (grotere klokjes, breder blad) bloeit februari/april. Vroege bloei betekent ook: vroeg planten. Sneeuwklokjes kunnen eind september al de grond in. Niet uitstellen dus! Bij voorkeur in de schaduw of in halfschaduw en graag in vochtige, goed doorlatende grond. Een handje compost wordt op prijs gesteld, stalmest niet. Staan ze goed, dan zullen ze zich jaarlijks uitbreiden.
De sneeuwklokjes worden op de voet gevolgd door winteraconietjes, Eranthus hyemalis, die in dezelfde omstandigheden floreren als het sneeuwklokje. Eerst verschijnen geknikte stengeltjes met een ‘knop’blad en pas na de bloei (met gele ‘boter’bloemen) komt het echte blad. Aconieten groeien niet uit bolletjes, maar uit knolletjes, die liefst een nacht geweekt moeten worden voor ze de grond ingaan. Ook dit gewasje kan zich snel vermeerderen en is zo heel geschikt als onderbeplanting bij bladverliezende struiken.
MEER KLEUR
Dan komt er wat meer kleur in de tuin met de Chionodoxa’s (sneeuwroem), 10-15 cm. hoog. Die zijn er in meerdere tinten blauw, in wit en roze. Ze bloeien allemaal in februari/maart, zowel in de zon als in de schaduw, in goed doorlatende grond en ze breiden zich gemakkelijk uit. Maar net als alle andere bolgewassen trekken ze zich na de bloei weer bescheiden terug in de grond, dus geniet maar van die kleurexplosies in het vroege voorjaar
Chionodoxa, sneeuwroem
Dé lentebode is de krokus. In geel, wit, paars, purper, violet. Met of zonder streepjes - je kunt er alle kanten mee uit. Grootbloemig, kleinbloemig. Behalve de gecultiveerde soorten zijn er ook botanische krokussen. Maar allemaal willen ze in de zon en in goed doorlatende grond. Krokussen vermeerderen zich uit zaad; bij mij bloeien zelfs (herfst)krokussen tussen de tegels!
Plant ook Iris reticulata, 15 cm. hoog: die bloeien in februari/maart, desnoods door de sneeuw heen! Meerdere tinten blauw. Zet ze niet te ver van het pad af, om ze van dichtbij te kunnen bewonderen.
Dan de Scilla’s (sterhyacinten), 10-15 cm. hoog, niet te verwarren met Hyacinthoides non-scripta (Bluebell), 20-40 cm. hoog, die voorheen Scilla non-scripta heette. Ze lijken ook allemaal wel erg op elkaar. Scilla’s zijn er in blauw en roze en ze bloeien in maart. Daar is niets op aan te merken. Maar het naar wit verkleurend blad, dat na de bloei in grote hoeveelheden achterblijft op plaatsen waar je het wel ziet, maar er net niet bij kunt, is mij een doorn in het oog. Toch zou ik de kleurige tapijtjes niet graag missen. Gewoon na de bloei twéé oogjes dichtknijpen! De Bluebells bloeien in mei, met geurende bloemen. Als ik het over kon doen …!

Narcissus 'Actaea' bij goudbladige jasmijn
BOL VAN HET JAAR
Van maart tot in mei wordt de tuin opgevrolijkt met narcissen in vooral stralend geel, maar ook wit, oranje en zelfs roze. Zet eens een schaal met Narcissus tazetta ‘Paperwhite’ binnen, gewoon in een laagje grind en water. Met je neus erbovenop kun je de ontwikkeling van de bloemen volgen - en die van de geur!
Tot bol van het jaar is uitgeroepen Narcissus cyclamineus ‘Jetfire’, een botanische narcis. Bloemblaadjes geel, de kroon oranje, 20 cm. hoog en geschikt voor zowel zon als schaduw en voor verwildering. Maar ze doen het ook goed in potten. Daar kun je dus alle kanten mee uit. Leuk: een grote pol in de tuin herhalen bij de voordeur, in een pot. Ze bloeien in maart/april. De mijne staan samen met aconietjes bij een Helleborus, waarvan ik het oude blad in de winter afknip. Het blijft daar maanden (zonnig) geel.
Narcissus cyclamineus 'Jetfire', geel met oranje
De kleine narcisjes (Narcissus cyclamineus), zoals bijvoorbeeld ‘Tête-à-tête’, die je in het voorjaar kant-en-klaar kunt kopen om het Paasontbijt op te fleuren, komen uitgeplant in de tuin ook trouw elk jaar terug

Genoeg vergeetmenietjes
BOLLENPOTTEN
En wie op alles voorbereid wil zijn, plant nu ook een voorraadje bollen in (zwarte) potten: die zijn straks overal inzetbaar. Als het gaat vriezen kun je ze op een beschutte plek bij elkaar zetten met noppenfolie eromheen. De zaailingetjes van het vergeetmenietje, die nu overal opkomen, zijn zeer geschikt om deze bollen mee af te dekken. Ze groeien nog wel even door, blijven groen in de winter en combineren goed met de meeste bollen. Blauwe druifjes bijvoorbeeld. Zo niet, dan haal je ze er na de winter gewoon weer uit. Alles is mogelijk. Ook winterviolen. Neem eens alleen maar witte: móói in winterse sferen.
Alle bollenplanters veel voorpret gewenst!
Oktober 2005

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen