vrijdag 11 november 2016

GEWOONTEDIEREN

 In míjn tuin ...

… kom ik steeds minder nu de dagen korten en (vooral ook) de temperatuur flink daalt, tenminste in vergelijking met die van de afgelopen zomer. Per 1 november of daaromtrent gaat bij mij het knopje om en daar heb ik helemaal geen moeite mee. Deels komt dat ook omdat ik een gewoontedier ben: iemand die volgens Van Dale ‘aan zijn gewoonten vastzit’. Sommige gewoontedieren zijn zelfs vastgeróest, met vastgeroeste gewoontes: die kunnen niet meer anders.

Afbeeldingsresultaat voor verroest
Verroest ...
Engelse onderzoekers hebben ontdekt dat het aanleren van een nieuwe gewoonte, hoe simpel ook, wel twee maanden kan duren. En in die maanden moet je er ook heel bewust mee bezig zijn. Anders verdwijnt het weer uit je systeem. Een treffend voorbeeld deed zich in de afgelopen maand voor in onze buurt. Avond in avond uit was er een ongeïnspireerd oudejaarsgeknal te horen, maar na een aantal weken hield het plotseling op: géén gewoontedier dus, maar een eenzame feestvierder, die gewoon zijn oude voorraad heeft opgemaakt.
Afbeeldingsresultaat voor rotje
Knalrestanten ...
Een hond die urenlang blaft als hij eens alleen achterblijft blaft wel uit gewoonte, maar is dus geen gewoontedier.
Nee, het ‘gewoontedier zijn’ zit hem vooral in de dingen, waar wij ons dag in dag uit mee bezighouden. En omdat het zo gewoon is, vinden we het wel eens saai of zelfs vervelend, maar het kan ook heel ontspannend zijn: gewoon. Ook zonder nadenken gaat het goed. Zelfs als ik bij het wegknippen van uitgebloeide bloemen ook een exemplaar in volle bloei knip, is dat niet erg, want dat gebeurt mij zó vaak dat het gewoon geworden is!



Onze regentonnen waren ook al járen gewoon: kloeke houten wijnvaten, die wij vervingen door nieuwe kloeke wijnvaten. Maar deze herfst viel de keuze dus op een donkergroene plastic regenton. Toen het tot stortbuien kwam, namen we nieuwsgierig een kijkje in het nieuwe vat: dat moest nu toch wel tot de rand toe vol zitten. Tot onze schrik stond er niet meer dan zo’n tien centimeter water onderin; al het regenwater was bij de aansluiting op de ton langs de regenpijp linea recta onder de aangrenzende vlonder gestroomd! Een plastic ton weegt maar een fractie van het gewicht van een houten vat en daarmee bleek de aansluiting op de regenpijp nogal flexibel geworden; de lege ton verschoof al bij de kleinste aanraking (deksel eraf halen!) en daarmee ook de aansluiting op de regenpijp.

Leve de klimop!
Nieuwe gewoonte voor mij nu: het inspecteren van de regenton ter voorkoming van een sportfondsenbad met verdronken klimopplanten en wie weet wat nog meer, gewoon in onze achtertuin.

November 2016

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen