maandag 10 januari 2011

IJSELIJK

Nóg kouder: Denemarken!
In míjn tuin …

... rijgen de winterse dagen zich rond de jaarwisseling aaneen tot een lange sneeuwketting, versierd met vriespuntjes en bijeengehouden met winterbandjes. Buiten is het onafgebroken grijs en koud. Met pijnlijke vingers, waar al snel alle gevoel uit verdwijnt, pruts ik het vogelvoer met dunne touwtjes aan ijskoude takken. Ik ben een superkoukleum, maar dit móet, om nog enig leven in mijn tuin te halen - en te houden!


Binnen valt de kou van het tv-scherm af, waar horden mensen zich afbeulen tegen noordoostenwinden in, over kilometerslange ijsbanen. Ik ril in mijn wollen trui en haal er nog een vest bij. Als ik de tv heb uitgedaan, blijft de kou nog lang hangen. Het liefst rolde ik me in een deken, op de bank, maar gek genoeg gaat het leven gewoon door. We moeten naar buiten, voor boodschappen. En als de temperatuur in de auto boven nul komt, kan ik zowaar even genieten van de besuikerde vergezichten, de arme schapen in de sneeuw en de vlucht ganzen die een slaapplaats zoekt voor de nacht. Als de zon doorbreekt, gaan mijn gedachten zelfs even richting mijn wandelschoenen, maar dat duurt maar twee minuten; dan is de zon alweer weg. En ik zak terug in mijn lethargie (1. ziekelijke slaapzucht; 2. (fig.) toestand van geestelijke ongevoeligheid, ongeïnteresseerdheid, inactiviteit), die pas zal afnemen als de temperatuur weer toeneemt.
Was ik maar een beer, of een egeltje; dan kon ik alle winters overslaan en alleen in de andere jaargetijden leven, waarin het ook voor planten de moeite waard is om de oogjes open te doen. En ik hoor niemand meer over de opwarming van de aarde. Was er niet nog een andere variant? Die van een terugkerende ijstijd?? Zijn we wel slim bezig, met het terugdringen van de CO² uitstoot? Zou ik toch niet beter de verwarming op 25ºC kunnen zetten?! Ach, je weet het niet. Mijn hersencellen draaien nu natuurlijk ook op een laag pitje - geen goed moment voor het nemen van afwijkende beslissingen. Ineens moet ik denken aan het gesprekje, ooit in Denemarken, met de uitbater van een ‘Kiosk’, die ons ‘pølserbrød’jes (worstenbroodjes) verkocht. Hij bleek een Noor te zijn, die vanwege de Noorse kou naar Denemarken was geëmigreerd! Wat is alles toch betrekkelijk.
Ik steek mijn neus boven mijn kraag uit; ik moest maar eens naar buiten. Op zoek naar sneeuwklokjes, tussen de sneeuwvlokjes, in mijn ijselijke tuin!

Januari 2011

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen