donderdag 15 januari 2009

OPBLAASVOGELTJES EN ANDERE TRUCJES

Heggenmussen


Geheel tegen de verwachting in werd het winter, rond de jaarwisseling. We vatten kou en op zolder zwoegde de verwarmingsketel om het huis per uur een graadje warmer te krijgen. Het woord ‘Elfstedentocht’ viel en of het niet leuk zou zijn, er dit jaar weer eens een te rijden, precies honderd jaar na de eerste.
Kleumerig kijk ik naar buiten, waar de sneeuwklokjes halverwege hun groeispurt door de kou bevangen zijn.
ISOLATIE
De vogels die hier overwinteren, zien eruit alsof ze net het ouderlijk nest verlaten hebben: gezellige dikke donsballetjes fourageren tussen de bevroren blaadjes op de grond en op de voedertafel - opblaasvogeltjes, met bomberjackjes aan!
De lichaamstemperatuur van vogels is 41ºC. Ook in de winter moet die temperatuur gehandhaafd blijven en daar moeten ze veel voor doen. Een goede isolatie is van levensbelang en dat bereiken ze door zichzelf ‘op te blazen’; ze zetten hun veren op zodat er zoveel mogelijk lucht vastgehouden kan worden. De veren moeten daarvoor wel in optimale conditie zijn. Met duizenden weerhaakjes grijpen ze in elkaar tot een lucht- én waterdicht pak. Vogels besteden dan ook veel tijd aan het invetten en oppoetsen van het verenkleed.

Een vink op de rand van het bad
Het ritueel begint bij voorkeur met een bad, ook in de winter. (Tenzij het hard vriest.) Daarmee worden stof en teveel vet weggespoeld. Na het bad zoekt de vogel een veilig plekje op, om de veren nog eens lekker uit te schudden en met behulp van luchtcirculatie (door de veren op te zetten) goed te laten drogen. Daarna is het tijd voor een zorgvuldige poetsbeurt.
Dat doen ze vooral met hun snavel, veer voor veer. Bij de stuit hebben ze een vetklier, waar ze af en toe met de snavel op drukken. Zo kunnen ze een dun laagje vet over de veren verdelen. Hun kop bewerken ze met een pootje; dat wordt voor de snavel wat lastig. Behalve isolerend en waterafstotend werkt het vet ook desinfecterend: het doodt schimmels en bacteriën.
BIJVOEREN
Maar met een goede conditie van het verenpak zijn ze er nog niet. Er is ook veel voedsel nodig om warm te blijven. Hoe kleiner de vogel, hoe groter de inspanning. Vogeltjes als winterkoninkjes, roodborstjes en mezen, met een lichaamsgewicht van negen tot vijftien gram, verliezen in een koude nacht maar liefst 10 tot 25% van hun lichaamsgewicht.

Dat moet de volgende dag aangevuld worden en er zal ook voedsel bij moeten voor de ‘levensenergie’ van die dag. Het insectenaanbod is minimaal nu en moet diep uit boombasten en muurspleetjes gehaald worden.
Een bladluis weegt vijfendertig milligram en daar heeft een roodborst die vijftien gram weegt en ’s nachts drie gram verliest, er dus zo’n vijfentachtig van nodig! Bijvoeren is noodzakelijk, willen we in het voorjaar profiteren van vogelhulp bij het bestrijden van schadelijke insecten. Voor insecteneters zijn in dierenwinkels speciaal gefokte meelwormen te koop. Maar ook zogenaamd universeelvoer bevat dierlijke eiwitten. Er zijn ook insecteneters, zoals mezen, die in de winter overschakelen naar een vegetarisch menu. Dat kan bestaan uit appels, geraspte kaas, granen en zaden, havermout, een (zoutloos) in de schil gekookte aardappel, (zoutloos) gekookte pasta en wat er al niet te krijgen is aan kant-en-klaar vogelvoer.
Overnachten in een nestkast helpt natuurlijk enorm bij het besparen op de vetreserves. Zelfs bladverliezende struiken hebben zó’n remmende werking op de wind, dat vogels die daarin overnachten wel een derde besparen op hun gewichtsverlies!
Ondanks alles zullen veel vogels het toch niet redden, maar dat wordt gecompenseerd in het nieuwe broedseizoen: door de overblijvers, met de beste conditie.
PLANTAARDIGE OVERLEVERS
Hoe redt het plantaardige deel in onze tuin zich eigenlijk? Fourageren in de buurt is er niet bij, opblazen voor een betere isolatie ook niet, laat staan een trektocht naar het warme Afrika! Wij vinden het zo vanzelfsprekend, dat bomen, struiken en planten onze winters overleven. Maar als je er even over nadenkt, is het natuurlijk heel bijzonder, dat dit plantaardig leven bestand is tegen zoveel tegenstellingen als koude, hitte, droogte, regen, lange, maar ook korte dagen. Ik heb er het boek ‘Wetenschap in de tuin - botanica voor de amateur’ van Brian Capon eens op nageslagen. Geen boek om genoeglijk in één keer uit te lezen, maar op onderdelen fascinerend. Capon doceerde o.a. dertig jaar plantkunde aan de California State University in Los Angeles.
De planten die wij in onze tuin zo gewoon vinden, zijn het resultaat van een ontwikkeling van miljoenen jaren. Ze komen voort uit soorten die ijstijden overleefd hebben en ooit in staat bleken zich aan te passen aan noordelijke streken. Door genetische variatie (elke plant heeft zijn eigen pakketje aan genetisch materiaal) kwamen sommige planten los te staan van de groep waar ze oorspronkelijk toe behoorden, waarna ze zich ‘zelfstandig’ tot nieuwe soorten ontwikkelden. Uiteindelijk heeft dat geleid tot een gigantische soortenrijkdom over de hele wereld én per klimaatgebied.
Krentenboom in de winter
Duizenden jaren lang was er de regelmaat van veranderende daglengten en de veranderende positie van de zon. De planten hebben zich aangepast en nu zijn deze fenomenen (daglengte en zon) externe signalen om inwendige processen op gang te brengen. Zo hebben botanici ontdekt, dat verschillende belangrijke processen juist tijdens de ‘winterslaap’ plaatsvinden. Slapende knoppen blijken een koude periode nodig te hebben om in de lente te kunnen ontwaken. Capon geeft als voorbeeld appels, die duizend tot veertienhonderd uren nodig hebben met een temperatuur van ongeveer 7ºC. Om op het juiste moment uit de winterslaap te komen (zodat nieuwe bladeren en bloemen niet bevriezen) is ook een periode nodig met langere daglengten dan in de winter. Veel soorten met een winterslaap produceren bloemen vóór het blad, die zo goed zichtbaar zijn voor bestuivende insecten. Dit zie je ook bij bloembollen. Tulpenbollen bezitten in de herfst al een eerste aanleg van bloemknoppen. Maar er is gedurende dertien tot veertien weken een temperatuur tot 10ºC nodig voor de bloemen zich volledig kunnen ontwikkelen. Warmere temperaturen zorgen tenslotte voor de ontwikkeling van blad en stengels en het opengaan van de bloemen.

Allemaal trucjes van de natuur! Maar als je het weet, helpt het om iets te begrijpen van het hoe en waarom in de winter, mét of zonder Elfstedentocht!

Januari 2009

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen