zaterdag 30 mei 2020

NOSTALGIE

Heggenmussen  

Al enige tijd is de wereld in de greep van het coronavirus: een ongekende epidemie heeft zich in een paar maanden tijd over de wereld verbreid en gezien de ernst van deze uitbraak wordt iedereen aangeraden zoveel mogelijk thuis te blijven. Het bezit van een tuin krijgt er zo een functie bij: een gebiedje waar je veilig naar buiten kunt en waar de natuur als vanouds, dit jaar zelfs een paar weken eerder, is ontwaakt. Het geeft troost om dat van zo dichtbij mee te maken. Zoals na de winter de tuin weer opleeft, zo zal na deze crisis voor de meesten van ons ook het ‘gewone’ dagelijkse leven weer zijn beloop krijgen.

Buiten is na een uitzonderlijk zachte winter het groen al vroeg uitgelopen. De eerste maand van dit jaar heeft de vijfde plaats behaald in het rijtje van warmste januarimaanden. Blijft nog even de vraag of we daar blij mee kunnen zijn. Hoe lang behouden planten hun goede conditie? Hebben ze een bepaalde levensduur of is die van planten net zo variabel als die van mensen? En óók afhankelijk van meer, al dan niet externe, factoren? We gaan het zien in de komende maanden - en jaren. Misschien groeien en bloeien ze wel wat langer: dat zou mooi zijn. 

Peaonia Sarah Bernhardt: een ouwe getrouwe in mijn tuin
Ondertussen vond ik in een boekenkast een multobandje terug waarvan de rug met breed plakband bij elkaar gehouden wordt. Op het eerste blad heb ik een plantenlijst vermeld met wat bijbehorende verzorgingstips. Zoals: ‘pioenen - in september koemest en compost, ‘culterra’ in het voorjaar.’ En: ‘riddersporen - na de bloei tot op een paar centimeter terug knippen, goed mesten en gieten voor 2e bloei.’ En ook: ‘hortensia Annabelle in het voorjaar helemaal terug knippen, niet extra mesten (bloem wordt dan te groot en te zwaar)’. Op het volgende blad heb ik zelfs een volgekrabbelde plattegrond van mijn voortuin getekend; de plantennamen buitelen er over elkaar heen, in een ieniemienie handschriftje. Vele herken ik, zijn zelfs nog steeds present, na bijna 30 jaar! Maar het leukst is toch het verhaal. Dat begint op 2 april 1991 met ‘Het ‘seizoen’ is allang begonnen - toch maar weer wat opschrijven’. En dan wordt dat eerste blaadje gevolgd door een dik pak dichtbeschreven multoblaadjes waarvan de laatste gedateerd zijn op 16 juni 2002. Het verhaal eindigt met ‘De zelfgezaaide lathyrus heeft knopjes! Spannend!’ 

Rond die tijd begon ik met het schrijven van tuinartikelen voor de krant ‘BuurContact’ en was het gekrabbel in het multobandje niet meer zo nodig: ik kon alles nalezen in de krant! En natuurlijk op mijn blog ‘In míjn tuin…’. Welbeschouwd is er in al die jaren daarna niet eens zoveel veranderd, althans wat de tuin betreft. We tuinieren eigenlijk nog steeds op dezelfde manier, waarbij aangetekend moet worden dat ieder natuurlijk zijn of haar eigen werkwijze heeft. Hoewel … ik noteerde toen ook een mierenplaag in de kruisbes, die ik te lijf ging met dubbelzijdig tape om het stammetje. ‘Weet niet zeker of het helpt’ schreef ik erachter. 


Kruisbes: helaas heb ik alleen deze foto nog ...
Later, in mei dat jaar, ontdekte ik in de pot van een jonge iep een compleet mierennest. ‘Pot leeggehaald, mieren en eieren verwijderd, de wortelkluit in water gezet en de iep opnieuw opgepot.’ Maar ook dat bood geen soelaas en ik nam mijn toevlucht tot boerenwormkruid, Tanacetum: ‘… daar schijnen ze niet zo van te houden’. Weken later was het euvel nog steeds niet verholpen en kreeg ik advies van een vriendin: “Honing met gist!” In juni maakte ik melding van een bedwongen mierenplaag in de Chinese iep die toen nog in een grote bak stond. Daar had ik meerdere ‘recepten’ voor aangewend: behalve de honing met gist ook munt, oost-indische kers en boerenwormkruid. En dat alles in één pot! Soms deins je nergens voor terug. 

Oenothera, still going strong ...
Boerenwormkruid heb ik al lang niet meer. ‘Geel’ moest plaats maken voor paars en rose, geel was ‘uit’. Maar dan wel met in ieder geval één uitzondering: de Oenothera ofwel teunisbloem. Een eigengereid typetje, dat gáát voor haar ‘minute of fame’: ’s avonds, tegen een uur of tien, als de rest van de beplanting in rust is, pakt zij haar moment en draaien de bloemknoppen blaadje voor blaadje open. Dan komt ook de frisse citroengeur vrij die nachtvlinders aantrekt. En mij natuurlijk. 
Maar nu nog even niet. 

Geen opmerkingen: