dinsdag 5 maart 2019

GOUWE OUWE


In míjn tuin ...

… komt het lieve buitenleven weer op gang. Wat heb ik ernaar uitgekeken in de afgelopen  winter. Bijna geen sneeuw gezien en de sneeuw díe er viel smolt als sneeuw voor de zon, maar dan door de regen. ‘Let the sunshine in’ zou ik zeggen. Gouwe ouwe uit 1967, musical Hair … wat is dát lang geleden, maar ik kan het zó weer meezingen! Nou ja, neuriën dan.
Waarom weet ik dat nog wél, maar lijken de namen van planten die mij zo dierbaar zijn na de winter onder een laag stof te liggen? 


Hortensia: kleurt op de klei naar roze
Ooit beschreef ik een telefoongesprek met mijn moeder waarin zij niet op de naam van haar hortensia kon komen: die plant met die blauwe bloemen. Tja, dat is zestien jaar geleden, maar nu ondervind ik aan den lijve hoe geschiedenis zich herhaalt. Of zou het toch met de winterslaap in de tuin te maken hebben? Hoe dan ook, het kan geen kwaad om weer eens een nieuwe plattegrond te maken, want elk jaar weer bezwijk ik voor nieuwe planten terwijl de oude bekende het loodje leggen.
In een plastic mapje bewaar ik plattegrondjes van jaren geleden, toen we in de achtertuin nog een vijvertje hadden: daar heb ik kleine golfjes in getekend. Je zou er zó in springen. Eromheen kleine cirkeltjes met nummers, van 1 tot en met 106! In drie lijstjes naast het plattegrondje staan in kleine lettertjes de planten vermeld, met bijbehorend nummertje. Bamboe en berenklauw stonden gebroederlijk naast elkaar en kaardenbollen had ik toen ook al. 
Engelwortel!
Ach, nummertje 97: engelwortel! Die wil ik wéér! En een maggiplant, terwijl ik toen helemaal geen soepmens was… Tegen een muur groeide nummer 42: gele kanariekers! ‘Geel’ mocht toen nog; het waren andere tijden. Nu is geel vooral een voorjaarskleur, met narcissen en krokusjes. Aardbeien had ik kennelijk in twee soorten, want achter de tweede staat -wild-. Na ‘berk’, afgevoerd naar houtkachels in de buurt, staat er bes -rood- en bes -zwart-. Die moet ik óók noteren op het verlanglijstje: er gaat niets boven fruit uit eigen tuin. In het vijvertje stond een bosje riet, maar in de hoek bij de vlonder groeide ‘riet - reuze’. Dát was nog eens een plant! Miscanthus giganteus, wel drie meter hoog! Die is mij dus boven het hoofd gegroeid en heeft dat hoe dan ook niet overleefd. Zelfs een berenklauw staat op de lijst; het was duidelijk een tijd van ‘moet kunnen’.
Terug naar nu: lijstje maken van de planten in mijn tuin. 


Geen opmerkingen: