vrijdag 9 juni 2017

BUITENLEZEN


 In míjn tuin ...

… heeft zich weer, zoals elk voorjaar, een adembenemende explosie van bloeiende planten voorgedaan. Daar word ik heel gelukkig van: de hernieuwde kennismaking met alle oude bekenden. “Och ja, jij … en jij, en jij óók al!” Helaas kwam ik niet veel verder dan dat ge-‘jij’ want mijn geheugen blijkt mij ook op dit gebied in de steek te laten. Maar dat is een kwestie van even opzoeken op het volgekrabbelde tuinplattegrondje. Met wel veel namen van reeds lang verdwenen exemplaren zie ik. En niet helemaal bijgewerkt waar het om nieuwe aanwinsten gaat. Ach, het maakt niet uit: mijn planten bloeien de pan uit, het gonst van de bijtjes en de vogels spetteren rond in hun badjes, die ik braaf van vers water voorzie.

Twee jonge koolmezen in onze jonge krentenboom
Lok vogels met
een bad!
Want dat is belangrijk: vogels in je tuin. Ze brengen leven in de brouwerij, met hun gefluit en getsjilp tussen al die zwijgende planten, hun gespetter en getetter en daarbij ook nog hun slakkenmenu. In de loop der jaren zijn we nader tot elkaar gekomen, de vogels en ik. Ze weten dat ik met mijn geschep en gehark ook wormen activeer: letterlijk ‘gefundenes Fressen’, waar ze op een metertje afstand op wachten.
Voor meer begrip van en inzicht in het rijk der vogelen hadden wij al wat vogelliteratuur in de kast staan, maar sinds een paar weken zijn we pas echt goed gedocumenteerd. In de NRC verscheen een artikel over het bijzondere naslagwerk: ‘Alle vogels’ van Koos van Zomeren. In dit boek zijn alle verhalen en waarnemingen bijeengebracht die Van Zomeren sinds 1977 optekende voor Nieuwe Revu en NRC. Een lijvig boekwerk met mooie penseeltekeningen van Erik van Ommen: om zuinig op te zijn. Op al je boeken moet je zuinig zijn, maar op dit boek net iets meer. Je moet er ook goed voor gaan zitten, qua gewicht, en er qua aantal pagina’s (884!) flink de tijd voor nemen. Verder is ‘Alle vogels’ uitgerust met twee kleurige lintjes, een blauwe en een gele, zodat je het met twee personen kunt lezen: jij geel en hij/zij blauw.
Voor buiten, want goed hanteerbaar, is Hay Wijnhovens ‘De merel’ een aanrader. Wijnhoven houdt al sinds jaren dagboeken bij over de merels die zijn tuin bezoeken. In dat opzicht doet het boek denken aan ‘Het vogelhuis’, waarin Eva Meijer het kluizenaars-achtige leven beschrijft van Len Howard (1894-1973) die onderzoek deed naar vogels rond haar huis op het Engelse platteland.
Ofwel: breng met een boek mooie uren in je tuin, eh, … zoek!

Juni 2017

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen