vrijdag 5 februari 2016

EEN TUINBOEK VAN FORMAAT

Heggenmussen


... aan de literatuur ligt het niet ...
In onze boekenkast heb ik vier planken gevuld met tuinboeken. En er komen steeds meer dwarsliggers bij. Het zijn er dus nogal wat, want tja, per jaar ligt het tuinwerk al gauw een paar maanden stil, maar de liefde en het verlangen blijven. Dan rest lezen en wegdromen. Mijn boeken behandelen alles wat in een tuin voorbijkomt, of niet, maar de toon verschilt per schrijver. Voor de wintermaanden gaat mijn voorkeur uit naar schrijvers met een ondertoon, zoals Romke van de Kaa. Makkelijk leesbaar, leerzaam ook, en de toon blijft altijd luchtig met ruimte voor gepaste ironie.

Een andere kijk op de tuin ... en ook weer niet
Maar het grappigste tuinboek dat ik ooit gelezen heb verscheen in 1929 in Praag: Het Jaar van de Tuinier. Karel Čapek beschrijft hierin met een groot gevoel voor humor en een flinke dosis ironie, op het cynische af, de wederwaardigheden van de  tuinier in elke maand van het jaar. Zijn broer Josef Čapek illustreerde de verhalen: met eenzelfde gevoel voor humor. Qua omvang is het met zijn pocketformaat een bescheiden boekwerk, maar qua tuinliteratuur is het groots! Mijn exemplaar werd gedrukt in 1998 en is niet meer volop verkrijgbaar; reden temeer om het te koesteren.

Na de lange januarimaand brengen de dagen in februari eindelijk iets meer licht en ook de temperatuur neemt, vooral gemiddeld, weer toe. De winter nadert zijn einde en de tuin lokt. Maar nog steeds zijn er bezwaren en beperkingen en het echte tuinieren moeten we voor ons uit schuiven. De grond is doorweekt of plotseling weer bevroren; er is nog niets mee te beginnen. Onder zulke omstandigheden biedt ‘Het Jaar van de Tuinier’ vrolijke afleiding én troost: het treft ons door alle jaren heen allemaal en overal.


Ook Čapek heeft het niet begrepen op februari, “... dit kwaadaardige misbaksel onder de maanden”, en de extra dag, die elke vier jaar aan dit misbaksel wordt toegevoegd, had hij er liever in de meimaand bijgekregen. Een originele gedachte, maar eerlijk is eerlijk: de weersomstandigheden zouden er niet anders van worden.
Met de ‘eerst waargenomen vlinder in het jaar’ maakt hij korte metten: dat is gewoon de laatste vlinder van het vorige jaar, die vergeten is dood te gaan! Nee, voor Karel Čapek begint de lente met ontluikende krokussen en sneeuwklokjes, maar de ultieme aankondiging van het voorjaar komt voor hem van de buren: zodra die naar buiten komen met hun arsenaal aan tuingereedschappen schiet ook hij in een oude broek en haast zich naar buiten om op zijn beurt het signaal door te geven!

... dilettante, ik ...
En dan volgen alsnog praktische adviezen om de grond te verbeteren, waarbij hij een lange lijst van mogelijkheden opsomt, van duivenuitwerpselen en stukken pleisterkalk tot schimmel van oude boomstronken. Het klinkt gedateerd, maar er kan zomaar iets tussen zitten wat je wél in huis hebt en waarvan je niet wist dat je er de grond mee kunt verbeteren. Afgeknipte nagels bijvoorbeeld, net zo goed als eierschalen. Want uiteindelijk draait het hele verhaal over de maand februari om het verbeteren van de grond. Voor Čapek is niet de rozengeur belangrijk; rozenstruiken vindt hij iets voor dilettanten. Nee, een echte tuinier dient zich te verdiepen, ook letterlijk, in de aarde waarin die struiken groeien.
Waarschijnlijk is dít  het beste wat je als tuinliefhebber kunt doen in die onbestendige februarimaand, op de grens tussen winter en voorjaar: je grondig verdiepen in een tuinboek van formaat.

Februari 2016


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen