vrijdag 8 januari 2016

BOONTJE KOMT OM ZIJN LOONTJE!

Heggenmussen


Welkom in 2016, door de Verenigde Naties uitgeroepen tot het ‘Jaar van de peulvruchten’! Komt de boon eindelijk om zijn loon? Want ook boontjes horen tot de uitgebreide familie van de peulvruchten, net als doperwten, kousenband, kapucijners, kidneybonen, kikkererwten en sojabonen, om er een aantal te noemen. Zelfs pinda’s zijn leden van deze familie. Wat ik nog niet wist: van sojabonen wordt tofu gemaakt, een veelgeprezen vleesvervanger. Bij de teelt van sojabonen moeten echter vraagtekens geplaatst worden. Zo houdt Monsanto, leverancier van onder andere onkruidverdelger Roundup (glyfosaat), zich bezig met vervuilende gentech-sojateelt. Kies dus voor veilig: biologische sojabonen en biologische tofu!

Peulvruchten zijn goedkope en heel gezonde en vezelrijke vleesvervangers: rijk aan koolhydraten, eiwitten, vitamine B, ijzer, calcium en fosfor. De verse groene bonen, doperwten, sugarsnaps en peultjes bevatten ook nog vitamine C. Wat ze minder hebben zijn calorieën en die kunnen we heel goed missen!
Laten we peulvruchten in onze tuin planten!

Peultjes, nu nog uit de winkel. Straks uit de tuin?
Met het buiten zaaien van erwtjes, Pisum sativum, kun je half februari al beginnen; ze kunnen wel wat vorst hebben. Leg er vliesdoek overheen tot de planten gekiemd en 25 cm hoog zijn: duiven en muizen zijn liefhebbers! Daarna zwart garen spannen tegen de erwtenpikkers. Erwtjes groeien in peulen. In het eerste stadium, wanneer de erwten zich nog niet ontwikkeld hebben, kun je de peultjes eten. Later worden die taai, maar dan zijn de erwtjes lekker. Je kunt kiezen voor stam-doperwten (de lage soorten) of rijs-erwten (hoge soorten). Deze laatste groeien langs gaas en geven meer opbrengst. Na de oogst de wortels in de grond laten zitten: in de wortelknobbeltjes is stikstof opgeslagen en dat is goed voor een volgende teelt, bijvoorbeeld van kool. Een laagje compost wordt op prijs gesteld, na ondergespitte mest in de winter (dat kan misschien nog net!). Er zijn verschillende soorten: zoet of minder zoet met meer zetmeel. En ze hebben ook iets menselijks: ze willen niet te koud, niet te warm, niet te nat en niet te droog!

In het Visserij Museum in
Zoutkamp kochten wij de
Grunneger Mollebonen: lekker! 
Dan de bonen, Phaseolus vulgaris, die net als erwten zelf stikstof produceren. Beide behoren tot de vlinderbloemigen. Maar bonen zijn koukleumen en willen pas vanaf half mei, na de IJsheiligen dus, tot uiterlijk half juni geplant worden. Je kunt kiezen voor stambonen, die net als de stam-doperwten ‘op eigen benen’ groeien, of voor stoksla- en stoksnijbonen. Deze laatste worden langs stokken van minstens 2,50 meter gekweekt. Met die stokken kun je naar eigen smaak of beschikbare ruimte mooie constructies maken. Maar een bestaande pergola voldoet ook. Per stok kunnen maar liefst zes zaden in de grond gestopt worden: 3 cm diep.

Wil je ook genieten van kleurige bloemen, kies dan voor de pronkboon, Phaseolus coccineus, met rode, rood-witte, oranjerode, zalmrode, witte of rose bloemen. Maar misschien moeten we de voorkeur geven aan de ‘Groninger Pronkboon’: een roodbloeiende klimmer met zwart gespikkelde paarse zaden. Pronkbonen zijn behalve mooi ook praktisch. In een typisch Hollandse zomer, koel en regenachtig, geven ze toch een goede opbrengst en je kunt ze ook nog aanplanten als windscherm!
Als je niet langer wilt wachten op het ‘buitentuinseizoen’, zaai dan in januari/februari binnen tuinbonen voor, Vicia faba. Of buiten onder glas. Ondersoorten zijn de veld-, de paarden-, de duiven-, de waalse -, de wier- en de ons welbekende molleboon!
Geef de boon zijn welverdiende loon: waardering en een stipnotering op het menu!


Januari 2016


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen