vrijdag 16 november 2012

ZWARTE GATEN


Heggenmussen


Toch altijd weer lastig: het afscheid van de zomer, zelfs als die niet was wat we ons ervan hadden voorgesteld. Zonnige herfstdagen vergoeden wel iets, maar de ontmanteling van de tuin gaat ondertussen gestaag door. Voor de een is dat een welkom moment om de tuin eens goed op te ruimen en aan te harken. Een nieuwe laag ‘zwarte’ grond tussen de planten die mochten blijven staan en die zo keurig elk hun eigen aandacht en ruimte krijgen. Voor de ander vallen er gaten in het groen en stemt de aanblik van die donkere aarde somber. Het voorjaarsgroen lijkt eindeloos ver weg.


Over smaak gaan we niet twisten - het is het grootste voorrecht van de tuinier om zijn tuin naar eigen smaak in te richten en dat geeft ook een interessante afwisseling. Is dat niet geweldig: er zijn geen twee tuinen hetzelfde! En allemaal hebben ze hun eigen charme! Toegegeven, in tegeltuinen zit niet veel variatie, maar die reken ik dan ook niet mee, als tuin. Dat zijn ‘plaatsjes’.

Regeren is vooruitzien - ook in de tuin
Terug naar de tuin, de tuin met de gaten. Er sterft veel af in dit jaargetijde, maar zonder dat wij dat zien is er ook nog veel leven buiten. Talloze beestjes zoeken een goed heenkomen in de grond en onder de bladeren die nog resten. Daar zijn voor ons onwelkome gastjes bij als luizen. Maar de lieveheersbeestjes en vooral ook de jonge vogels, waar we volgend voorjaar weer op hopen, zijn voor hun voedselvoorziening onder andere afhankelijk van grote aantallen luizen. In een tuin komt zoveel samen. Voor een omgeploegde akker is het prima wanneer de vorst de klei in kleinere stukken breekt; daar heerst een andere cultuur dan in een tuin, met zoveel meer diversiteit. Het heeft zéker zin om een beschermende laag aan te brengen. Dat kunnen afgevallen bladeren zijn, maar we kunnen ook kiezen voor wintergroene of -rode planten met een aaneensluitend bladerdek. Daarvan zijn er genoeg om een tuin ook in de winter een gevarieerde aanblik te geven.

Bergenia, schoenlappersplant
Mooi te combineren, ook in een grote groep of op een talud, is het blad van de schoenlappersplant, Bergenia, met dat van een kerstroos of nieskruid, Helleborus. Het forse ronde blad van Bergenia kan naar helderrood verkleuren, het samengestelde blad van Helleborus blijft de hele winter frisgroen. Dat vormt samen een levendig vlak. Qua afmeting zijn ze aan elkaar gewaagd en beide zijn vroege bloeiers. Helleborus bloeit al eind januari, begin februari, de schoenlappersplant volgt in maart. Deze laatste is overigens ook heel geschikt om een vijverrand te camoufleren.
Wat bescheidener van statuur, maar goed te combineren met de twee voorgaande groenblijvers is Tellima grandiflora ‘Rubra’. De plant zelf wordt zo’n 20 cm hoog, in bloei haalt hij 40 tot 60 cm. De meeste aandacht trekt hij met zijn hartvormige, roodachtige bladeren, ook in de winter. Deze planten nemen allemaal genoegen met halfschaduw.
Voor de liefhebbers levert ook winterheide, Erica, een goede bijdrage aan het ‘groene’ wintertapijt. Deze heide wordt 40 cm hoog, bloeit de hele winter in zon of halfschaduw en is in meerdere kleuren verkrijgbaar. Heide heeft wel voorkeur voor lichtzure grond: strooi er afgevallen blad tussen (geen beukenblad) en herhaal dat elk jaar. Deze behandeling is ook goed voor rododendrons en andere ‘bos’planten.


Polypodium vulgare, eikvaren
Over bosplanten gesproken: er zijn wintergroene varens, waarmee de tuin ook in dit jaargetijde verluchtigd kan worden. Polypodium vulgare is er zo een: de gewone eikvaren. Een probleemloze plant, die zich in een rustig tempo uitbreidt op de klei. Pas in het voorjaar sterft het oude blad af en al vrij snel daarna verschijnt het nieuwe blad, diep ingesneden en frisgroen. In de ‘Flora Batava’ uit 1832 van Jan Kops en Herman Christiaan van Hall staat van deze plant vermeld bij Huishoudelijk Gebruik: “ ... Zij dient vaak bij behoeftigen tot het vullen van matrassen enz.” Wie weet komt ons dit nog eens van pas! En door het hoge suikergehalte is de wortelstok van deze aardige plant eetbaar. De smaak wordt omschreven als: ... eerst zoetig, later bitter. ‘Engelzoet’ heette hij vroeger. Zelfs als we geen gebruik maken van deze kwaliteiten, is het nog altijd een leuke plant - bescheiden en betrouwbaar.


Ajuga reptans, zenegroen
De tongvaren, Phyllitis/Asplenium scolopendrium (vulgare), 40 tot 70 cm hoog, heeft lichtgroen blad dat niet direct aan een varen doet denken. Met zijn verticale groeiwijze is deze varen leuk te combineren met donkerbladig zenegroen, Ajuga reptans 'Atropurpurea', met klein rond blad en ook winter'groen'. In het voorjaar bloeit dit zenegroen met korte aren blauwe bloempjes. Mooi bij het lichtgroen van de tongvaren. Dat geldt ook voor het purperklokje, Heuchera 'Palace  Purple', met zijn hartvormige, donkerpaarse bladeren. Voor de bloemschikkers: dit blad blijft in water lang mooi.


Polystichum setiferum 'Herrenhausen'
Te groot voor een combinatie met zenegroen is de zachte naaldvaren, Polystichum setiferum ‘Herrenhausen’, 60 cm, die nogal uitwaaiert. Een échte varen, met groot zachtgroen, sterk gedeeld blad, dat de hele winter mooi blijft. Ook een aanrader voor de opvulling van een ‘zwart gat’.

Conclusie: wie dat niet wil, hoeft er niet in te vallen! Geniet nog even van een vorstvrije periode, waarin er nog van alles geplant kan worden!


November 2012

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen