vrijdag 10 januari 2003

DIE PLANT MET DIE BLAUWE BLOEMEN

In míjn tuin …
 
 
... mag de winter gezien worden, met of zonder sneeuw. Net als in de andere jaargetijden heb ik ook nu mijn mompelmomenten: "O, wat mooi!" De stengels van de vaste planten, verkleurd naar bijna zwart of juist warm bruinrood, steken prachtig af tegen het groen van de buxusbollen die afgewisseld worden met de nu lichtbruine bollen van de hortensia's. Het twee meter hoge strakgeknipte laurierblok steekt fris af tegen de klimopwand erachter. Mooi van soberheid, zo zonder de drukte van de zomerbloemen.

Polypodium vulgare, eikvaren
De asters vormen donkere bosjes met oplichtende 'strooien' bloemhoofdjes en het groenblijvende eikvarentje vult precies een gaatje op onder de skimmia. De strogele halmen van het diamantgras wuiven ook nu nog vriendelijk voor de donkerverkleurde ligusterhaag. De witbonte kardinaalsmuts maakt alvast een lenteachtige indruk terwijl zijn geelbonte broertje onder invloed van de vorst eerst nog naar rood verkleurt.
Een tuin is als een goede wijn: alleen al van het liggen wordt hij beter! Er zijn jaren voor nodig om af te rijpen, volwassen te worden - ieder jaar een beetje voller en een beetje mooier. Mijn moeder zegt dan ook élke zomer: "Ja! nú is je tuin mooi, veel mooier dan het vorig jaar!" Ik neem het compliment graag aan, want mijn moeder weet wat mooi is. Ze heeft ook iets met planten. Alleen niet met hun namen en dat is wel eens lastig.
"Ach, je weet wel," zegt ze door de telefoon, "die plant met die blauwe bloemen." "O ja," zeg ik, "met van die groene blaadjes." "Ja, díe!" roept ze enthousiast. Dat schiet niet op zo. Ik kijk naar buiten en begin een opsomming van wat er in mijn tuin blauw bij staat. Zonder resultaat. Uiteindelijk blijkt het om een hortensia te gaan. Die verkleuren bij mij op de klei binnen een week naar roze, dus denk ik bij blauw niet meteen aan een hortensia. Maar dat hoeft ook niet meer: we weten het nu, allebei!
Mijn tuin is dus mooi (mijn moeder heeft het zelf gezegd) en ik geniet er dagelijks van. Maar het wordt nog leuker als mijn dochter thuiskomt en zegt: "Wat fijn dat het voorjaar wordt - kan ik in mijn tuintje aan de slag!" Heb ik mijn enthousiasme voor het tuinieren op haar overgebracht?
Calamagrostis brachytricha: diamantgras
Ze wijst naar het vergeelde diamantgras en zegt: "Wat mooi, die wil ik óók." Dan weet je: het moet ergens in de genen zitten! Een bron van vreugde is aangeboord, voor het leven. Want voor ons 'soort' is het pure vreugde om bezig te zijn met en in je tuin. Nou ja, meestal wel. En als je dat dan ook nog met elkaar kunt delen! We moeten het trouwens nog wel even over de plantennamen hebben, in verband met de telefoonrekening(!). En dan kan het alleen maar nóg leuker worden. Voor ons én onze tuinen!

Januari 2003

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen