zaterdag 10 juni 2006

UITGAANSGEBIED

 In míjn tuin … 

… wordt het tijd voor een bewakingscamera. Het is een uitgaansgebied met alle kenmerken van dien en dus zijn ook de duistere kanten van de samenleving vertegenwoordigd. Vandalisme, ontvoeringen en doodslag zijn er aan de orde van de dag. Ik ben weliswaar beheerder van dit gebied, maar heb vrijwel geen zicht op wie, wat, waar of hoe. Het instellen van een uitgaansverbod werkt niet. Je róept wel: “En nu is het afgelopen!”, maar dat heeft geen effect.
Soms is er een spoor, maar dat loopt altijd dood bij het hekje of achter de regenton. Of de dader is via het luchtruim ontkomen: ook niet meer te traceren. De getuigen in mijn tuin zijn altijd stil. Zoals het kratertje in het buxusblok. Afgescheurde takjes geven een indicatie van het gewicht van het projectiel: een kat die, als een bommetje van de hoge duikplank, in de buxus is gekletterd? Een spoor van geknakte monnikskappen achter de vijver doet een overhaaste aftocht van een kat vermoeden. Maar nu het plantendek zich sluit, zijn pootafdrukjes niet meer terug te vinden.

Uitgaansgebied, onze achtertuin.
Zware verdenking rust op de ‘kra kra’ krassende kraaien in de zaak van het merellijkje, alsmede in die van de ontvoering van zijn nestgenootjes. Hun hoog, meerstemmig gepiep, als zat er een blazersensemble in de klimop, klonk nog na in mijn oren toen ik het levenloze mereltje op het terras aantrof. Gegrepen, maar niet gegeten. Hoogstwaarschijnlijk zijn z’n nestgenootjes wél opgenomen in de voedselketen, hetgeen aangemerkt kan worden als een verzachtende omstandigheid. Het leed overigens, dat door merelouders met hun onbeholpen hakwerk wordt aangericht onder de wormenpopulatie, is ook niet misselijk.
Ondanks strategisch uitgelegde bamboestokken zijn vrijwel alle goudvissen verdwenen. Aangezien de oorzaak niet gezocht kan worden in een wervelstorm, die ze uit de vijver gezogen zou hebben, moet het een criminele reiger geweest zijn. Ik vertelde mijn man van de reiger die overvloog, toen ik wanhopig nog wat voer in de lege vijver gooide, en die “Kèk!” riep. “Bedánkt?” vroeg mijn man. “Nee, bíjvullen!”
De knoppen van de forsythia werden gepikt door vitamineverslaafde dakloze mussen.

Tel de mussen!
(Aanklikken voor vergroting!)
En de vervuiling hier is buiten proportie. Niet één vogel heeft zich in de afgelopen winter bekommerd om het gemorste voer, zodat mijn tuinplanten zich nu moeten zien te handhaven in een woud van grassen, granen en wat er nog meer versneden wordt in vogelvoer.
Er komt een bewakingscamera in de appelboom en in de berging zullen we een meldkamer inrichten die door mijn man en mij in ploegendienst zal worden bemand.
Want uiteindelijk doe je álles … voor je tuin!
 
 
Juni 2006

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen