vrijdag 14 november 2014

VOER VOOR VOGELS

Heggenmussen

Het heeft even geduurd, maar nu wordt het dan toch echt herfst. Sommige bomen zijn al helemaal ‘ontgroend’ en veel vogels hebben het land al verlaten. Fascinerend vind ik dat: de grote groepen ganzen die in een strakke formatie overvliegen, elkaar soms met een korte ‘gak’ nog iets toeroepend. Je zou er weemoedig van worden, maar mijn bewondering voor de enorme prestatie die trekvogels leveren krijgt toch altijd weer de overhand.

Houd een pot pindakaas bij de hand
en het mussenvolk in stand 
Voor de achterblijvers kan het ook een hele toer zijn om hier de winter te overleven. En het vogelbestand in Europa stáat al onder druk. Engelse onderzoekers hebben geconstateerd dat het aantal Europese vogels tussen 1980 en 2009 met 421 miljoen is afgenomen. Dit zou vooral te wijten zijn aan het toenemend intensieve gebruik van landbouwgronden en een afname van stedelijk groen. Het gaat om de zesendertig meest voorkomende soorten, waaronder ook de huismus en de spreeuw. Toevallig zijn dat precies de soorten die nu in mijn eigen tuin oververtegenwoordigd zijn bij het vogelvoer. Wat betreft de mussen kan dat te maken hebben met onze vrij toegankelijke dakgoten, waar des zomers druk genesteld wordt. Voor álle vogels geldt het gastvrije onthaal, dat hen in onze buurtuin ten deel valt: mijn buurvrouw voert de vogels het hele jaar. Zelf zie ik het vogelvolk in de zomer liever mieren, luizen en andere plantenbelagers verorberen.


Voor de spreeuw is het nog een hele toer om bij de
pindakaas te komen. Een vogelvoervettaart is in de maak
Mijn leidraad was altijd het boek ‘Vogels over de vloer’, derde druk juli 1991, waarin Nico de Haan schrijft: “Een goed gevulde voedertafel zal in de zomer weinig klanten trekken.” Omdat “... natuurlijk voedsel beter smaakt dan een berg kaas, brood en keukenrestjes.” Maar in ‘Een tuin vol vogels’ (2007), geschreven door Monica Wesseling, met tips van Nico de Haan, staat in het hoofdstuk Zomer: "Bijvoeren mag!" Daar gaat het om meelwormen voor pas uitgevlogen vogels en hun ouders. Kennelijk is er op dit gebied een ontwikkeling gaande, want laatst trof ik het boekje ‘Vogels voeren - maar nu goed’ (2008), geschreven door prof. dr. Peter Berthold (vooraanstaand ornitholoog) en Gabriele Mohr (gespecialiseerd in het voeren van in het wild levende vogels). Uit onderzoek is gebleken dat vogels zomer en winter gebruik maken van voederplaatsen, maar daarnaast ook altijd blijven zoeken naar ‘natuurlijk’ voedsel. Ze worden niet afhankelijk van het bijvoeren en ook is er geen negatief effect voor jonge vogels.


In een goed gevulde tuin is voor vogels veel te vinden

Aangeraden wordt de tuin met een natuurlijke beplanting en een goede voederplaats om te toveren tot een oase voor vogels en andere dieren, maar voeren op een balkon in de stad kan ook, dus laat je niet afschrikken! Voer zo mogelijk niet te dicht bij het raam, om botsingen te voorkomen, en probeer een plekje te vinden waar het katten niet gemakkelijk gemaakt wordt om een vogel te ‘scoren’. Zoals mijn cementen voerplateau, waar ik buxus omheen geplant heb: een geweldige schuilplek voor katten, waaruit ze als een duveltje in een doosje opspringen - bijna altijd prijs. Ik leg nu groen kippengaas over de buxus, om de katten eronder te houden ;)


Tijd om het gaas over de buxus te leggen: daarna kunnen
de vogelvoertaarten uitgeserveerd worden
Voerhuisjes op een paal zijn volop verkrijgbaar. Een hoogte van anderhalve meter moet voldoende zijn om katten te weren. Om voer en vogels droog te houden is een dak absoluut noodzakelijk. Hoogte tussen bodem en nok: dertig centimeter, zodat ook de grotere soorten er terecht kunnen. Om muizen de toegang te ontzeggen, zou de paal van staal of kunststof moeten zijn: daar hebben deze beestjes geen grip op. Verder moet het huisje voor onszelf weer wél goed toegankelijk zijn: om het eens per week schoon te maken. Wanneer het hele jaar gevoerd wordt, is het nuttig om dat een paar keer per jaar met kokend water te doen. Oud voer moet regelmatig verwijderd worden. Dat gaat gemakkelijker met een (inleg)vel, bijvoorbeeld bakpapier. Wat ook helpt, is het voer in kleine porties geven.
Door de jaren heen is er een zeer groot assortiment in vogelvoermogelijkheden ontwikkeld en op de markt gebracht. Al dit moois is onder andere in tuincentra verkrijgbaar, met soms flinke prijskaartjes eraan. Bedenk dat het voor de vogels uiteindelijk maar om één ding gaat: eten!


En met je (klein)kinderen pinda’s rijgen is nog altijd leuk. Sla een flinke spijker door een plankje, draai het plankje om en je hebt een prima pindagaatjesmaker. Niet geschikt voor kleine kinderen, dus de gaatjes maak je zelf en het rijgen, met een stompe naald, laat je aan de kinderen over. Buiten gebruik een kurk op de spijker! IJzerdraad gebruiken kan ook: dat buig je na het rijgen in een grappige vorm/letter. Smelt ongezouten frituurvet op een laag pitje, roer er zaden, pinda’s en rozijnen door, giet het in een wegwerpbekertje of een uitsteekvormpje, stop er een ophangtouwtje in en laat afkoelen: nu heb je zelf een ‘vetbol’ gemaakt!


En nu moet ik naar buiten, want een grote zwarte kraai trekt de netjes met vetbollen in de appelboom aan flarden! Dat dan óók wel weer!

November 2014





Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen