vrijdag 16 maart 2012

VAN GEMIDDELDE KOU TOT PERMAFROST

Heggenmussen

Wéér niet gelukt: een Elfstedentocht. Terwijl het toch wel heel koud was, de vorige maand. Het KNMI noteerde een minimumtemperatuur van -12°C op 4 februari, maar ook een maximumtemperatuur van +10,1°C op 23 februari. Het langjarig gemiddelde voor februari is 3°C. Daar wijken we dit jaar behoorlijk vanaf, met een gemiddelde van bijna -1°C! In mijn middelbareschooltijd was de Ryam agenda populair, met op elke bladzijde een spreuk of wetenswaardigheidje. Daarvan is één mij altijd bijgebleven: “Een man waadde door een rivier van gemiddeld één meter diep en hij verdronk.” Ofwel: gemiddelden, wat heb je eraan?

Een landelijk gemiddelde van bijna -1°C lijkt misschien nog wel mee te vallen, maar plaatselijk waren de verschillen groot. Op 7 februari transporteerde de Gasunie maar liefst 545 miljoen m³ gas, waarmee deze dag derde werd op de ranglijst van gasleveranties per dag. Maar goed, de winter ligt inmiddels achter ons: het voorjaar is nu echt begonnen en op zondag 25 maart schakelen we alweer over op de zomertijd. Elders op de wereld kan het ook heel anders!

Ongeveer een vijfde van het aardoppervlak is onder de oppervlaktelaag permanent bevroren. ‘Permafrost’ heet dat verschijnsel, dat zich uiteraard vooral voordoet in de omgeving van de polen. Alleen in de zomer ontdooit de bovenlaag en kan er iets groeien. Daarmee vergeleken stelt de vorst in onze tuinen, met aanverwante schade zoals bruin blad in de laurier, niet veel voor. Sneeuwklokjes, krokus en narcisjes, botanische tulpjes: ze zijn allemaal van de partij en de bruinbevroren struiken zullen in de meeste gevallen ook weer gewoon groen uitlopen; over een paar maanden bloeit de tuin alsof het nooit winter is geweest.
Zo uitbundig zal het in de permafrostgebieden voorlopig niet worden, hoewel wetenschappers, in verband met de opwarming van de aarde, al in 2009 waarschuwden voor de ontdooiing van één miljoen vierkante kilometer aan hoogveengebied in West-Siberië.
Positief nieuws kwam onlangs uit de permafrostgebieden in het oosten van Siberië, nota bene door een klein, maar prehistorisch koekoeksbloemetje: ‘Silene stenophylla’.




foto AFP
Silene stenophylla
Een onderzoeksteam van het Instituut voor Celbiofysica van de Russische Academie voor Wetenschappen, onder leiding van prof. David Gilichinsky, heeft langs de oevers van de rivier Kolyma opgravingen gedaan. Op een diepte van bijna veertig meter vonden zij skeletresten van o.a. mammoet, rhinoceros, bison, neushoorn, paard en hert, die ruim dertigduizend jaar geleden dus aan de oppervlakte lagen. Ook ontdekten ze een zeventigtal overwinteringsholen van eekhoorns met voedselvoorraden. Hierin werden zaden aangetroffen van het toendraplantje ‘Silene stenophylla’. De ouderdom van deze zaden is door de onderzoekers vastgesteld op 31.800 jaar, mogelijk driehonderd jaar jonger of ouder. Het oudste weer tot leven gebrachte plantaardig materiaal tot nu toe waren tweeduizend jaar oude dadelpalmzaden die rond 1975 gevonden werden bij Massada in Israël. In januari 2005 werden enkele van deze zaden geprepareerd en gezaaid en in juni 2005 werd het resultaat bekendgemaakt: een dadelpalmboompje van al dertig centimeter hoog.
In het Russische Instituut voor Celbiofysica heeft met name Svetlana Yashina zich in het onderzoeksteam van prof. Gilichinsky beziggehouden met de gevonden zaden van ‘Silene stenophylla’. Pogingen om de zaden op de gebruikelijke wijze te laten ontkiemen gaven geen resultaat. Daarop verplaatste het onderzoek zich naar het placentale weefsel uit onrijpe vruchtjes, waaraan zaadjes vastgehecht zitten. Svetlana Yashina weekte dit placentale weefsel in een kweekvloeistof van suikers, vitaminen en groeibevorderaars en slaagde er zo in plantjes op te kweken. Ze werden opgepot en twee jaar later bloeiden ze. In vergelijking met de ‘Silene stenophylla’ die nú bloeit op de toendra geeft de ‘oude’ versie iets meer nakomelingen. Daar staat tegenover dat de huidige plant iets grotere zaden heeft en wat grotere bloemblaadjes. Ook groeien de wortels tegenwoordig wat sneller. Vooruitgang in dertigduizend jaar!

Een onafhankelijk onderzoek zal de bevindingen in Rusland nog moeten bevestigen en dan is dit plantje het oudste plantmateriaal dat ooit weer tot leven is gebracht. Welke planten uit de prehistorie zullen nog volgen?!

De bevindingen van het onderzoeksteam zijn inmiddels gepubliceerd in het vooraanstaande wetenschappelijk tijdschrift PNAS (Proceedings of the National Academy of Sciences). Prof. Gilichinsky heeft dit niet meer meegemaakt; hij overleed een paar dagen voor de publicatie van het geweldige onderzoeksresultaat.

De Flora, eerste druk, in foudraal
Mogelijk is dit bericht voor ons aanleiding ‘onze’ koekoeksbloemen eens nader te bekijken. ‘De geïllustreerde flora’ van Christopher Grey-Wilson, illustraties van Marjorie Blamey, in 1990 uitgegeven door Thieme, geeft beschrijvingen van 2400 plantensoorten uit Noordwest-Europa, waaronder zevenentwintig ‘Silenes’!
Daar zijn vaste planten bij, maar ook een- en tweejarigen. Ook heten ze niet allemaal koekoeksbloem. Wél hebben ze stuk voor stuk hun eigen charme. Omdat de verkrijgbaarheid moeilijk te achterhalen is, heb ik de website van de Cruydthoeck geraadpleegd, www.cruydthoeck.nl, waar zaden online besteld kunnen worden. Met een beetje geluk zijn ze ook in tuincentra te vinden.


Silene in 'De geïllustreerde flora'
Een greep: de ‘echte koekoeksbloem’, ‘Silene (voorheen ‘Lychnis’) flos-cuculi’. Een rijkbloeiende vaste plant, rozerood, tot 90 cm hoog, voor een zonnige standplaats. Bloeit van mei tot november en trekt vlinders aan.
‘Silene dioica’, dagkoekoeksbloem: tweejarig of overblijvend, rozerood, 70 cm hoog, bloeit op een plekje in de zon van mei tot december.
‘Silene armeria’, pekbloem, eenjarig, bloeit helderroze van mei tot november en wordt in de zon tot 60 cm hoog.
De nachtkoekoeksbloem, ‘Silene noctiflora’, een- of tweejarig, staat op de rode lijst en verdient daarom extra aanbeveling. Maar het is ook een bijzondere plant. Overdag zijn de wit-lichtrose bloempjes opgerold, ’s avonds gaan ze open en geuren dan sterk. Tot 50 cm hoog, halfschaduw/zon, voorkeur voor klei en een vochtige omgeving; bloeit van juni tot december.
‘Silene vulgaris’, blaassilene, vaste plant, heeft ‘opgeblazen’ roodbruin-witte bloemen, tot 60 cm hoog, van mei tot oktober.
De avondkoekoeksbloem tenslotte, ‘Silene latifolia’, is een vaste plant voor halfschaduw of zon, wordt 70 cm hoog, bloeit wit van mei tot september en is een potentiële kandidaat voor opgraving over dertigduizend jaar: hij verdraagt een temperatuur van -25°C!

Wie het eerst de koekoek hoort!


Maart 2012

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen