zaterdag 12 juni 2021

NIEUWE ARTIKELEN

 



                                                   NIEUWE ARTIKELEN 
                                      VERSCHIJNEN  IN AUGUSTUS 2021 


DAN  IS HET NOG STEEDS VOLOP  ZOMER
 EN GENIETEN WE DAARVAN IN ONZE TUIN  
WAAR NOG STEEDS VEEL TE BELEVEN IS -
EN ALS WE HET ZELF GEPLANT HEBBEN (!)
OOK AL WAT FRUIT GEPLUKT EN GENOTEN
KAN   WORDEN. BLAUWE BESSEN, ZÓ VAN
DE STRUIK:  EEN DELICATESSE! OOK  NIET
 TE VERSMADEN:  BRAMEN,  RIJPE APPELS 
    EN WAT DIES MEER ZIJ. FIJNE ZOMER, OOK  
       IN JE TUIN!       





donderdag 10 juni 2021

BODEMBEDEKKERS

 

In míjn tuin...

… ondervind ik dagelijks aan den lijve hoe fijn het is om daar bezig te zijn en dan ook nog resultaat te zien. Maar wat je ook aan den lijve ondervindt, is het toenemend aantal levensjaren, waar de lichamelijke conditie niet altijd in meegaat. In het vroege voorjaar ben ik dus maar eens begonnen met het letterlijk vergroenen van dit aan mij toevertrouwde stukje aarde. Voor vereenvoudiging en minder werk, maar natuurlijk ook voor de verandering; weer eens iets nieuws.

Samengevat kwam ik zo uit bij bodembedekkers, bij voorkeur groenblijvend. Dan ligt gras misschien voor de hand. Daar kun je hele voetbalvelden mee beplanten: ijzersterk, goed beloopbaar en te maaien met een zitmaaier - wat wil een mens nog meer. Maar nee, dit mens wil helemaal niet ‘zitmaaien’ en ook graag nog wat variatie in de beplanting - en dat is wonderwel gelukt.

Een nog kleine verzameling planten heeft inmiddels zijn opwachting gemaakt. Het aantal tinten groen is daarmee weliswaar bescheiden, maar in ieder geval voorlopig genoeg. Deze groenblijvers zijn stuk voor stuk ook vorstbestendig. De laatste winter was er weliswaar een van de zachte soort, maar dat kan verkeren.

Sedum spurium

In het kort komt mijn beplanting dus vooral neer op bladhoudende bodembedekkers, die wel in hoogte enigszins variëren. De laagste soort is Sedum spurium, roze vetkruid: een mooi dichtgroeiend zodevormend vetplantje met in de zomer paarsroze bloemhoofdjes. Je mag ze afknippen, maar dan doe je de vlinders tekort, want die vinden deze hoofdjes heel aantrekkelijk. Knippen kan ook nog ná de zomer. 

Voor de nodige variatie kun je een gedeelte beplanten met Asarum europaeum, mansoor. Deze bodembedekker heeft mooi glanzende oorvormige blaadjes met een doorsnede van zo’n 6 tot 8 cm. De kleine rozerode bloemen houden zich schuil onder het blad, wat (vind ik) geen bezwaar is; ze dragen natuurlijk wel bij aan de verdichting van deze beplanting. Voor een bijzonder accent in de groene border plant je zwart gras: Ophiopogon planiscapus ‘Niger’, slangenbaard. Deze plant bloeit in juli en augustus met kleine witroze  bloemen.

Pachysandra terminalis

En dan is er ook nog Pachysandra terminalis, een stevig bebladerde bodembedekker, die al vroeg in het seizoen bloeit met kleine witte bloemen, óók in de schaduw. Is net als klimop wintergroen en behoeft vrijwel geen onderhoud. Als je de uitlopers voorzichtig wat in de grond drukt, zullen ze daar gemakkelijk wortelen.

Zorg voor een onkruidvrije ondergrond en blijf wieden: tot alle bodembedekkers elkaar gevonden hebben.

Én zorg voor een fijne stoel - éven zitten, pfff… in je vergroende tuin …

ZOMER IN AANTOCHT!

 

Heggenmussen

Toch elk jaar weer iets om naar uit te kijken: de tuin in de zomer! Op zijn mooist - of op háár mooist? Uitgangspunt voor dit soort vraagstukken is het Latijn en dan gaat het hier om ‘hortus’ en dat is mannelijk. En wie houdt zich bezig met aanleg en onderhoud van deze hortus? Inderdaad: de hortulanus, verantwoordelijk voor het beheer van een botanische tuin. Maar toch kent het Latijn ook het woord hortulana, ofwel: tuinierster. Had ik dit niet opgezocht, ik had het niet geweten, heb er nog nooit iemand over gehoord.

Maar of je nu een hortulanus of een hortulana bent, de zomer is voor álle tuinliefhebbers toch wel het mooiste seizoen van het jaar. Alles komt nu echt in bloei en we kunnen er volop buiten van genieten. Een voorrecht, in ons dichtbevolkte land, waarvan we ons niet altijd bewust zijn. Talloos veel mensen moeten het zonder een tuin doen, terwijl er helaas ook nog steeds talloos veel tuinen betegeld worden. 


Made (with) love: madeliefjes!

Heel lang geleden belde ik met ‘het gemeentehuis’: over een ‘verplichting voor een bepaald percentage groen bij alle huizen’. De reactie was eigenlijk voorspelbaar: gaat u die tuintjes dan onderhouden? Plan van de baan. Zou het verschil maken als alle huizen zonder tuin standaard opgeleverd konden worden met een gemetselde plantenbak? Elke halve m² is tenslotte meegenomen.

Feit is wel dat het klimaat niet persé afhankelijk is van met zorg aangelegde tuinen. Een braakliggend terrein, begroeid met ‘onkruid’ voldoet uitstekend en heeft zelfs een belangrijke functie als leverancier van voedsel voor insecten en andere dieren, die op hun beurt ook een belangrijke schakel zijn in de natuur en onze tuinen.


Taxusvogel in top

Toch zijn tuiniers over het algemeen verwoede ‘onkruiduittrekkers’ en ik sluit mijzelf niet uit. Wij zijn ook welbekend met de term ‘woekerplanten’ en kiezen bij voorkeur het onschuldiger tuinplantenarsenaal. Want tuinieren moet wel leuk blijven. En smaken verschillen: dat moet vooral óók zo blijven. Alleen de namen al van het ‘onkruid’: heermoes, zevenblad, varkensgras, berenklauw, weegbree, fijnstraal, akkerdistel, brandnetel, wolfskers en doornappel - ze spreken voor zich.

Opmerkelijk: vingerhoedskruid, taxus en de peulen van goudenregen, erkende tuinplanten, zijn giftig - en daar hebben we dan weer géén probleem mee. 


Vingerhoedskruid

De meeste planten uit het eerste rijtje zullen we in onze tuinen waarschijnlijk niet snel aantreffen - als we ze al zouden herkennen. Wat dat betreft is het bezit van tuinliteratuur handig om planten te determineren, hoewel tegenwoordig vrijwel iedereen is uitgerust met een smartphone; nog gemakkelijker, want die heeft iedereen altijd en overal en te pas en te onpas bij zich.

Hoe dan ook: terug naar de tuin, want daar leveren we, met welke planten dan ook, op termijn toch een positieve bijdrage aan het klimaat: op onze eigen vierkante meters. Blijf gerust het  onkruid wieden, waarbij er niets op tegen is om het ergens ‘uit het zicht’ in de tuin terug te  planten ten behoeve van de beestjes die óók hun rol hebben in de natuur. Want onkruid heeft  ook positieve eigenschappen. Brandnetels bijvoorbeeld, waarmee we thee kunnen zetten,  trekken vogels en insecten aan, en zevenblad, paardenbloemen en madeliefjes kunnen we  zelfs eten. Op internet vond ik onder andere dit eenvoudige recept voor zevenbladthee: 

Snijd 30 gram vers zevenblad, Aegopodium podagraria, fijn en kook dit 10 minuten in 6  deciliter water. Dan zeven en naar smaak honing toevoegen. Drink smakelijk! 


Paardenbloemen

Mochten er in de afgelopen natte winter planten verloren gegaan zijn, dan geeft dat nu ruimte  voor de aanschaf van nieuwe planten. En misschien zelfs een nieuwe bestemming voor de  vrijgekomen ruimte. Ik zal geen reclame maken voor de leverancier, maar in het afgelopen  voorjaar heb ik binnen op mijn vensterbank een arsenaal aan (eetbare) plantjes verzameld en opgekweekt, die inmiddels rijp en wel de stap naar buiten hebben gezet. Mijn moestuintje, in  de winter wel eens aangezien voor kattenbak, had ik afgedekt, zodat ik mijn kwekelingen van  diverse groenten in schone aarde kon uitplanten en daar plukken wij nu de ‘vruchten’ van  voor een gezonde maaltijd, buiten in de warme zomerzon! 



TUINKALENDER



 Het gazon vraagt weer aandacht: maaien, maar ook beluchten en van mest voorzien. 

 Na de eerste groeispurt heeft de beplanting in de borders nu ook behoefte aan bemesting. 

 Verwijder regelmatig het onkruid en dan ook meteen de uitgebloeide bloemen. 

... maar spaar de zaaddoosjes!

 Houd het terras (met regelmaat!) milieuvriendelijk onkruidvrij (met harde bezem!). 

 Potplanten liefst dagelijks water geven met eens per week vloeibare mest. 

► Bij aanhoudende droogte sproeien - niet te snel en gecontroleerd! 

 Een regenton is ‘zelfvoorzienend’. 

 De klimplanten maken hun naam waar: bind ze op tijd aan. 

 Voorzie de vogels van een bad met lekker fris water - mag ook uit de regenton. 

                                  

 Ze steunen ons in de strijd tegen slakkenvraat - de aanhouder wint! 

 Snoeien, eerste helft juni: haagbeuk (Carpinus betulus) en cipres (Cupressocyparis leylandii). Tweede helft juni: buxus, taxus en beuk (Fagus sylvatica). Eind juni, begin juli: hulst (Ilex) en laurierkers (Prunus laurocerasus). Liguster tot oktober. 

 Snoei buxus op een bewolkte dag om ‘zonnebrand’ te voorkomen. 

 Op vakantie? Laat de tuin niet onverzorgd achter en zet alvast gevulde gieters klaar. 

 Geniet na het aarzelende voorjaar van een mooie zomer. 

zaterdag 24 april 2021

 



                                                   NIEUWE ARTIKELEN 
                                            VERSCHIJNEN IN JUNI 2021

    Dan hebben we het voorjaar achter ons gelaten en is het echt zomer! 
    Met dank aan de vaccineerders is dan hopelijk de coronacrisis onder 
    controle, zodat we ook weer een bezoek kunnen brengen aan een 
    tuincentrum en misschien zelfs aan een van de bekende 'open tuinen'
    in de provincie.
    'Back to basics' zeggen de Engelsen en daar sluiten wij ons graag bij 
    aan! 
    Geniet nu in ieder geval met volle teugen van de kleuren en geuren in
    je eigen domein, dat in de afgelopen maanden voor velen toch wel een
    beetje een toevluchtsoord was.


ALLEMAAL BEESTJES

In míjn tuin...

..ben ik al heel wat beestjes tegengekomen. En die waren allemaal welkom, om uiteenlopende redenen. Ik hou van het vogelvolk, in alle variaties. Van het piepkleine winterkoninkje tot de vijf keer zo grote zwarte kraai. Net als mensen hebben ze allemaal hun eigen charme, nut en/of onhebbelijkheden. Des zomers pikken ze de druiven voor je neus weg, snoepen de blauwe bessen uit je struik nog vóór ze goed en wel rijp zijn en nu pulken ze in de bloeiaren van de hazelnoot. Maar straks doen ze zich weer te goed aan slakken, dus kunnen we een en ander tegen elkaar wegstrepen. Soms passeert een poes, maar daar is het vogelvolk op bedacht - ze maken zich op tijd uit de vogelpootjes.

Nu diende zich echter een andere passant aan, waar ik van opkeek: een ratje kwam langs in mijn achtertuin! Een klein doch goed geproportioneerd bruin ratje! Die zoeken we even op! 

 Rat zonder hoogtevrees: via de klimop (klimop) het platte dak op!

De officiële naam van het knaagdier luidt Rattus norvegicus, welke naam overigens niets zegt over zijn land van herkomst. De bruine rat komt verspreid over de hele wereld voor. Maar wat is er zo erg aan dit beestje? Hij zal ons niet de pest bezorgen, want die werd overgebracht door vlooien die zich op de zwarte rat genesteld hadden. Een rat is natuurlijk wel een knaagdier. En in mijn tuin is genoeg te knagen. Een rondgangetje buiten leverde echter niets op. Niks te zien aan knaagsporen en niks te ruiken, terwijl een rat per dag wel veertig keutels kan achterlaten.

... bad voor het pluimage ...

Ook het ter zake kundige pluimage dat hier dagelijks gebruik maakt van ‘bad en breakfast’ heeft zich niet laten afschrikken en pikt en baddert er als altijd vrolijk op los. Het zag er dus naar uit dat Rattus mijn tuin niet geschikt bevonden heeft voor een langdurig verblijf en zo leek het probleem er een geworden dat zichzelf heeft opgelost.

Maar nu! Al schrijvend, aan de tafel bij het raam, zie ik plotseling vanuit mijn ooghoek iets trippeligs aankomen: verdraaid! onze huisrat! Het tempo zit er goed in, dus trek ik een sprintje naar mijn camera, maar helaas, het ratje wil niet ‘op beeld reageren’ en verdwijnt ergens onder langs het raam. Weer heeft hij geen spoor nagelaten, dus zit er niets anders op dan opnieuw te wachten op zijn volgende optreden, voor een fotoshoot. 

Mus kijkt verbaasd toe ...

En uitzoeken of de rattenbestrijding geconsulteerd moet worden. Want één rat is zo goed als géén rat, maar wat niet is kan blijkbaar zomaar komen, in mijn beestjestuin …

Noot: mijn man heeft een zogenaamde 'rattenval' besteld waarin de rat levend gevangen wordt om heel ver buiten de bebouwde kom losgelaten te worden. Het werkt geweldig: 'onze' rat kwam niet meer opdagen!

28-02 


VEURJOAR IN DE KOP!

Heggenmussen

April doet wat hij wil en in mei leggen alle vogeltjes een ei: uiteindelijk wordt het toch voorjaar! Helemaal vanzelf en dat gaan we vieren! Ieder in eigen tuin, waar je geen afstand hoeft te houden: zonder mondkapje gewoon met je neus in de tulpen! Dat ze niet geuren doet er in deze omstandigheden niet toe; koeien springen ook raar in het wilde weg als ze weer de wei in mogen. Het bezit van een tuin is nu meer dan ooit van belang voor ons ‘welbevinden’.


Want planten hebben geen boodschap aan coronaproblemen: in de tuin is alles ‘bij het oude gebleven’ en als we érgens behoefte aan hebben, is het dat wel. Gewoon doen wat we altijd gedaan hebben: onkruid wieden, gras maaien, mesten en lentegeuren opsnuiven. En genieten van de hernieuwde kennismaking met al die bolgewassen die nu bloeien, de vaste planten die weer opkomen en dat eerste kopje koffie buiten op het terras. De lente komt als een bevrijding na maanden binnen zitten. Natuurlijk, een stevige wandeling was ook in de afgelopen winter goed mogelijk, maar dat voelt toch anders dan zo naar buiten lopen, een ontluikende tuin in, met allerlei klusjes in de frisse buitenlucht. Bovendien is inmiddels ook de zomertijd weer ingegaan, met dagelijks een extra uur licht. Vooral fijn voor ons, voor de planten maakt het niet zoveel uit: die houden zich als altijd aan de ‘zontijd’. Bloempjes open als de zon opkomt, bloempjes dicht als de zon weer ondergaat - hoe simpel wil je het hebben.

Tulipa pulchella,
in het vroege voorjaar

De afgelopen winter is mild geweest voor onze planten: geen noemenswaardige vorstschade. Struiken die in mijn tuin een hopeloze indruk maakten, bleken bij de ‘nagelinspectie’ (even een stukje bast krabben) frisgroen. Mooi, want ook in de tuin zijn de oudgedienden je dierbaar.

Maar ‘geen vorstschade’ wil niet zeggen dat er nu helemaal niet gesnoeid hoeft te worden. Heel nuttig is het ‘nalopen’ van struikgewassen: dode takken moeten verwijderd worden. Bij twijfel dus even met een nagel langs het buitenste velletje gaan; is het daaronder niet groen maar bruin, dan moet de tak verwijderd worden. Deponeer hem, in kleine stukjes geknipt, in het compostvat, zodat op een goede dag ook deze tak, in een andere hoedanigheid, weer kan terugkeren in de tuin.

Wel zo gemakkelijk als de vogelvoorkeur
uitgaat naar een degelijk vogelhok ...

Eenmaal aan de groei zullen de hagen ook weer eens gesnoeid moeten worden. Controleer de heg dan eerst op vogelnesten en stel zo nodig de snoei uit tot na het broedseizoen. Kennelijk zijn er meer mogelijkheden voor het vaststellen van dit seizoen, want zelfs de jurisprudentie bemoeit zich ermee! Op internet lees ik: ‘Juridisch gezien begint het broedseizoen op 15 maart 2021 en eindigt het op 15 juli 2021.’ De vogels zullen hierover waarschijnlijk niet zelf een rechtszaak begonnen zijn, hoewel … tegenwoordig is alles mogelijk. Maar we zijn gewaarschuwd! Een nest in de heg? Dan niet snoeien vóór 15 juli en voor de zekerheid toch nog even controleren - voor je je in de nesten werkt! 

In de beschutting van de hagen, maar het kan ook letterlijk een schutting zijn, komen nu de mooiste tuinplanten in bloei. Met een blauwe regen, Wisteria, kun je met gemak een flinke schutting camoufleren en zelfs een groot deel van je huis: deze klimmer kan tot 10 meter breed worden en haalt met gemak een dakgoot op 20 meter hoogte. Bloeit in april, mei en juni. Zelf houd ik het al sinds jaar en dag, zomer en winter, bij klimop. Die doet het prima plat tegen de muur, maar laat je hem wat royaler uitgroeien dan is het een ideale nestelplek voor tuinvogels, die de klimop trouwens ook gebruiken als schuilplaats wanneer zich een roofvogel aandient. Want ook daar moet je rekening mee houden.

 Garrulus glandarius - Vlaamse Gaai

De afgelopen winter werd mijn tuin zelfs vereerd met een bezoek van twee Vlaamse Gaaien, Garrulus glandarius. Vanachter het dubbele glas waren ze trouwens niet te horen en zo heb ik dus niet kunnen controleren of de naam ‘schreeuwekster’, zoals ze volgens Wikipedia ook wel genoemd worden, terecht is.

Maar nu naar buiten, waar de meeste vogels fluiten!

donderdag 22 april 2021

TUINKALENDER APRIL/MEI 2021

TUINKALENDER

► April doet wat hij wil - of wij maar willen volgen!

 Laat regentonnen weer vollopen met regenwater - de vorst heeft het land verlaten.

► Het is een goed moment om de tuin te bemesten; groei en bloei vragen veel van de bodem.

► Ga ook rond met compost, uit de winkel of uit eigen bak. Bij uitstek geschikt voor verbetering van onze kleiige grond.

Nu nog in de zon, straks in de schaduw van de 
klimplanten boven dit terrasje

► Schrob de buiten overwinterde tuinmeubels - voor de noodzakelijke pauzes.

 Waarin je rustig kunt overwegen of die ene plant écht het veld moet ruimen.

► Breng bezoeken aan tuincentra en kwekers liefst met een verlang- dan wel boodschappenlijstje.

 Maak de komende seizoenen foto’s van je tuin in de verschillende stadia. Een geheugensteuntje bij de aanschaf van nieuwe planten.

 Schaf ook een vogelboek aan en maak zo kennis met de gevleugelde bezoekers van je tuin.

 Stop op tijd met spitten, hakken, graven, aanbinden, watergeven, maaien en wat dies meer zij, want morgen is er weer een dag!


woensdag 10 maart 2021

 


                                                             NIEUWE ARTIKELEN 
                                                      VERSCHIJNEN IN APRIL 2021


                                   

donderdag 11 februari 2021

'THE TIMES THEY ARE A-CHANGING'

 In míjn tuin...

...zijn het afgelopen zachte najaar, in afwachting van een winterse vorst, bij sommige struiken de bladeren langer dan voorheen aan hun takken blijven plakken en hangen: als doorgewinterde cafébezoekers. Het resultaat was een fraai kleurpalet in combinatie met het nog steeds frisse groen van bodembedekker Pachysandra terminalis, de twee meter hoge laurier, het zacht oranjegele blad van de hazelaar (Corylus avellana), het glanzend groen van een tapijtje ‘mansoren’ (Asarum), de alom tegenwoordige klimop en natuurlijk de laurier en, niet te vergeten, taxus en buxus. Maar ook de verschillende texturen en afmetingen van het divers gebladerte spelen een rol bij onze tuinbeleving in herfst en winter.

Pachysandra terminalis - omdat het zonder
toch wat kaal is ...

Bij de aanplant van deze ‘gewassen’, vooral in het voorjaar, ben je je niet zo bewust van het beeld in de winter. En normaliter gaat niemand in de winter, met kans op vorst, sneeuw en ijzel, op pad om de tuin van nieuwe aanwinsten te voorzien. Maar: ‘The Times They Are A-Changing’ zong Bob Dylan in 1964 en als twaalfjarige zong ik het onwetend maar uitgelaten mee. Het woord ‘klimaatverandering’ moest toen nog worden uitgevonden - dát waren nog eens tijden. In elk seizoen wist je waar je aan toe was.

Winter - januari 2019 - het kán nog sneeuwen!

Nu, zo heel veel jaren later, is er meer dan ooit sprake van ‘change’, verandering, zéker op het gebied van het klimaat met een stijging van de gemiddelde temperatuur, en het is al lang niet meer de vraag of we daar blij mee moeten zijn. De gemiddelde temperatuur is gedurende mijn leven, sinds 1952, gestegen met 1,7℃. Dat lijkt niet veel, maar in de afgelopen decennia is de stijging wel in een versnelling geraakt. Vandaar nu die struiken met ‘hangers’ en ‘plakkers’ in najaar en winter.

Gelukkig zijn het nog steeds de uitzonderingen die de regel bevestigen. Zo is in het afgelopen jaar al van meerdere kanten een strenge winter aangekondigd. Mogelijk zelfs de koudste in de afgelopen honderd jaar! Dan kunnen de schaatsen uit het vet en sjaal, wanten en muts uit de kast! Het roept herinneringen op aan de extreme sneeuwval in de winter van 1978/1979, al weer meer dan veertig jaar geleden, toen we ons met grote scheppen en schuivers een weg moesten banen naar de straat en gelaarsd door de sneeuw ploegden. Dat zijn we sindsdien niet meer gewend - en onze tuinen ook niet.

Onthouden alvast voor de komende herfst: het afgevallen blad verspreiden over de borders of in zakken ‘bij de hand houden’. Want afvoeren kan altijd nog, ook in het voorjaar!                                                                                  

Januari 2021

ALS HET WAAIT EN REGENT

 

Heggenmussen

De winterse feestdagen zijn voorbij en weer ligt er een heel nieuw jaar voor ons, vol goede voornemens, maar ook verwachtingen en natuurlijk de gebruikelijke dosis hoop. Geen twee jaren verlopen hetzelfde, dus kunnen we in 2021 weer van alles verwachten - of niet. En ondanks corona zal toch veel blijven als vanouds, zoals bijvoorbeeld tuinieren. Dat is prettig, want we houden graag vast aan onze gewoonten. En er is geen betere plek om dat te ervaren dan in de tuin, waar ook nu de seizoenen passeren als altijd. En ook als altijd: niet helemaal precies voorspelbaar. Het moet niet te gemakkelijk, of zelfs saai, worden. 

Voor overwinterende insecten is er altijd wat te doen:
alle sneeuwklokjes worden geïnspecteerd op nectar

Behalve het vegen van nog wat verdwaalde herfstbladeren of toch nog wat sneeuw is er buiten in principe niet veel te doen. Het vogelbad schrobben en van fris water voorzien, pindaslingers ophangen en vetbollen om het vogelvolk tevreden en loyaal te houden: komen ze ons na de winter weer te hulp bij de jacht op slakken. Of zelfs al ín de winter. Want in de op internet volop aanwezige weersvoorspellingen wordt zelfs al gesproken over ‘typisch Nederlands winterweer: met wind en regen’! Typisch atypisch! Misschien een paar koude dagen ertussendoor met nog wat natte sneeuw, maar dat is het dan ook wel. Liefhebbers van schaatsen op natuurijs zullen hun heil ergens over de grens moeten zoeken - en dan nóg; de hele wereld warmt op.

Er zullen ongetwijfeld redenen zijn om je zorgen te maken, maar ‘elk nadeel heb se voordeel’, zoals Johan Cruijff al wist, dus laten we proberen het van de optimistische kant te bekijken.

Groninger Kroon!

Hoewel het misschien wat voorbarig klinkt, kun je eind januari al beginnen met het binnen voorzaaien van eenjarigen en vaste planten. En ook groenten voor het ‘groenteperk’ of verstrooid tussen vaste planten en bolgewassen, want je herkent ze daar direct en op afstand! Als je nu kruisbessen plant, kun je al ergens in mei kruisbessenjam maken - of ze ter plekke consumeren. Plant ook een frambozenstruik, desnoods in een uitgestoken plek in het gazon, want er gaat niets boven fruit uit eigen tuin: dat kun je zo in het langslopen consumeren. Zelf heb ik al jarenlang ‘fruit in eigen tuin’ en ik weet dus uit ervaring hoe je kunt genieten van eetbare waar tussen de tuinplanten. 

... en dat weet deze merel ook

Ben je een echte liefhebber, ga dan nu al naar buiten, al was het alleen maar om nog eens goed te kijken naar nieuwe mogelijkheden voor de beplanting. Bij zacht weer in februari kun je zelfs de schop in de grond zetten om planten naar een betere plek te verhuizen. En nieuw aangeschafte planten mogen meteen de grond in zodat ze, als de lente echt begint, tegelijk met de bestaande beplanting in de startblokken staan. In verband met aangekondigde wind is het nuttig om steunpalen nog eens te controleren en zo nodig opnieuw vast te zetten.

In februari mag er op ijsvrije dagen ook al gesnoeid worden; met name appel- en perenbomen komen in aanmerking. Bij leibomen is dat heel overzichtelijk, maar bij bolbomen is de snoei gericht op ‘licht in de kroon’. Het snoeihout kun je gebruiken voor de aanleg van een ‘takkenril’, horizontaal tussen dunne stammetjes, waarmee je insecten, en aansluitend vogels, een groot plezier doet. Uiteindelijk zullen de takken composteren en hoe dan ook ‘opgaan’ in de grond. Ondertussen vraagt de aangekondigde regen om een of meerdere regentonnen; dat scheelt een hoop geloop naar de kraan en líters schoon drinkwater natuurlijk.

Genoeg te doen dus, maar een mens wil ook wel eens even rustig zitten, met een boek bijvoorbeeld. Dat hoeft niet persé de driedelige Atrium Tuinencyclopedie te zijn; in de literatuur is een groot segment ingeruimd voor tuin- en plantenverhalen. Kan/mag ook over ander leven in de tuin zijn, zoals ‘De merel’, over hun eigen ‘wetten en regels’, geschreven door Hay Wijnhoven. Wanneer je dat gelezen hebt, ben je nog steeds geen merelkenner, zoals deze schrijver, maar je kijkt wel met andere ogen naar deze tuinvogels. Als het waait en regent en je niet naar buiten kunt… 

TUINKALENDER FEBRUARI-MAART

TUINKALENDER


 Het kan nog vriezen in februari, dus houd daar rekening mee.

 Maak de nestkasten schoon, voor een nieuwe generatie insectenvangers.


Kievitsbloem
Fritillaria meleagris
 Binnen voorzaaien kan al in de tweede helft van februari.

  Controleer de binnen overwinterende kuipplanten op  luizen.

 Geef deze planten geleidelijk meer water.

 Geniet van het bloeiende bolgoed.

 Haal in maart de gevallen herfstbladeren weg rond   de bloeiende bolgewassen.

 Bij mooi weer: lekker onkruid wieden.

 Controleer de ‘harde materialen’ in de tuin: is er reparatie of zelfs vervanging nodig?

 Controleer ook de materialen in de schuur: moet er nog iets geslepen worden of zelfs vervangen?

 Een nieuwe verflaag kan wonderen doen - en het hoeft niet altijd groen te zijn.

 Spit de grond in de moestuin om en plant groenten die je lekker vindt.

 Snoei laatbloeiende clematis nu flink terug.

 Zet de tuinmeubelen ‘zitklaar’ en geniet van de  eerste zonnestralen.

dinsdag 3 november 2020






                                                    NIEUWE ARTIKELEN 
                                          VERSCHIJNEN IN JANUARI 2021

  Dan liggen de decemberfeestdagen alweer 
  achter ons en kunnen we uitkijken naar een
  gloednieuw jaar met hopelijk een vaccin om
  het coronavirus  te bestrijden. Tot  zolang is
  voorzichtigheid geboden. We kunnen ons in
  de winter niet echt comfortabel terugtrekken
  in onze  tuinen, maar  natuurlijk  wel  alvast 
  plannen maken voor het voorjaar. Want dat 
het weer voorjaar wordt: dat staat vast!
 

VOOR JONG EN OUD EN VOGELS

 In míjn tuin...

… is alles wat eetbaar was geoogst - en opgegeten. Want appeltjes voor de dorst: die zijn ook in de winter te koop. En ‘wecken’, in huiselijke kring, dat is sinds de komst van diepvriezers een verleerd en vergeten ambacht. Uit mijn kindertijd herinner ik me nog wel hoe mijn moeder dagen in de weer was met het ‘wecken’ van groenten en peren en appelmoes. In die tijd werden de huizen nog opgeleverd met een kelder en daar stonden de rekken vol met glazen ‘weckpotten’ om gezond de winter door te komen. Ik was geen dankbare afnemer, met mijn afkeer van groente. Vooral boerenkool! Maar dat bord moest toch leeg en uiteindelijk bleef ik dan als enige achter in de keuken, terwijl de rest van het gezin verdween naar de huiskamer. Gelukkig stond er onder het aanrecht ook een afvalbak, waar ik met kleine beetjes tegelijk mijn stamppot in deponeerde, onderin. Wel oppassen, want met het ‘doorgeefluik’ naar de woonkamer kon mijn moeder elk moment de stand op mijn bord controleren. Uiteindelijk, toen ik zelf moest koken en iedere dag een andere groente verzinnen, kwam het goed met de boerenkool. Lekker! En ook zeer geschikt om in te vriezen.

Paars aangelopen boerenkool:
weer eens wat anders op je bord

In de afgelopen zomer heb ik helaas mijn groentetuintje wel wat verwaarloosd. In het midden staat een struik met blauwe bessen die elk jaar groter wordt en elk jaar meer van die heerlijke bessen produceert: mooi laten gaan dus! Ook de bieslook, munt en rozemarijn hebben zich van hun beste kant laten zien. Bieslook verdwijnt bij mij vooral op broodjes kaas, munt is er voor de thee en rozemarijn is alleen al een aanrader voor de heerlijke geur. Zet een paar takjes in een vaasje op het aanrecht, strijk er even langs en vind in de geur de voorbije zomer terug.
De bramentakken langs de muur had ik verjongd (lees: fors gesnoeid) en dat ging natuurlijk ten koste van de opbrengst. Mijn Groninger Kroon, een appelboom, kreeg er ook van langs met de snoeischaar, maar dat was meer een esthetische ingreep. Óp naar een goede oogst voor volgend jaar!

Blauwe druiven, voor het grijpen!

Wél een groot succes was de druif, langs twee strakgespannen kabels boven het terras. Met een koel glas wijn in de hand volgden wij daaronder geduldig de ontwikkelingen. Van piepkleine bloempjes naar kleine groene bolletjes tot ranke trossen blauwe druiven. Met pit - waar vind je dat nog. Ook het hongerig vogelvolk liet zich deze delicatesse goed smaken. Mooie herinneringen - goede vooruitzichten voor het nieuwe jaar: die wens ik iedereen!

SLAKKEN IN DE WINTER

Heggenmussen 

Met het invallen van de herfst en de naderende winter trekken wij, tuinbezitters, ons terug in onze verwarmde huizen - liefst met een kast vol tuinboeken. Want hoe moet je anders, als tuinliefhebber, de winter doorkomen?

Natuurlijk hebben we ons ‘buiten’ goed verzorgd en, waar mogelijk, vorstbestendig achtergelaten. Met voldoende groenblijvers is ons uitzicht ook nu nog steeds aantrekkelijk. Maar wij zijn hier niet de enige liefhebbers en gebruikers: tuinen worden permanent bewoond. Het meest zichtbaar zijn de vogels; graag geziene gastjes, die we dan ook overladen met vogelvoer, vers drinkwater en badjes, om de winter zo goed mogelijk door te komen. Bovendien staan slakken bovenaan op hun menu en zijn de vogels daarmee belangrijke bondgenoten in onze strijd tegen deze belagers van ons groen. Want slakken: die zien we liever gaan dan komen. Hun aaibaarheidsfactor is absoluut nul, met die glibberige, slijmerige lijfjes. En ze doen weliswaar geen vlieg kwaad - maar onze planten des te meer. 

Vijf huisjesslakken op de pot!

Het is vooral de naaktslak die ons zorgen baart, met in een gemiddelde levensduur van twee tot drie jaar tijd een productie van zo’n vijfhonderd nakomelingen. Wij hebben daar geen idee van omdat naaktslakken in winterse vorstperiodes hun tijd vooral ondergronds doorbrengen. Buiten ons gezichtsveld: wel zo veilig. En met hun slakkengangetjes zorgen ze ook nog eens voor wat frisse lucht in onze aarde. Maar soms wil ook een slak wel eens iets anders op het menu. Zíjn of háár menu: dat is ook een ding, want de slak is hermafrodiet. Met deze eigenschap kan een slak tijdens de paring zowel een vrouwelijke als een mannelijke vorm aannemen. Moeten ze, in verband met nakomelingen, van tevoren wel even goed afspreken, lijkt me. In de slakkenwereld is het in ieder geval geen probleem. Terug naar hun menu. Hoe verwerkt een slak, zonder gebitje, onze toch wel stevige bladplanten? Daarvoor hebben ze een ingebouwde rasp ter beschikking: hun tong bestaat uit rijen tandjes waarmee ze ons dierbare groen succesvol afraspen.

Vijf huisjesslakken op stam

Voor de ‘Grote wegslak’ (Arion rufus), een naaktslak, is dat per dag minimaal de helft van zijn eigen gewicht. Deze slak komt kennelijk ook wel eens op de ‘grote weg’, maar is vooral te vinden in bossen, bermen, akkers, graslanden en ook tuinen, waar hij uitwerpselen achterlaat in de vorm van sierlijk gekrulde rolletjes. Bij droog weer kun je zijn gangen ook op de tegels nagaan via een mooi glanzend slijmspoor. Bij tuiniers roept zo’n spoor een bijna allergische reactie op: een slak in de tuin! Of nog erger: we zien hem glibberen, over de tegels, richting moestuin of richting hosta! Vooral de hosta’s moeten het ontgelden, hoewel ik nu, vanachter mijn computer, toch weer een slak richting het moestuintje zie glijden. Maar ik bedwing mijn alarmreactie; de sla is al lang geoogst en door ons zelf soldaat gemaakt. En als ze afgevallen blaadjes in de tuin voor mij opruimen, maak ik daar ook geen bezwaar tegen. Maar kwetsbare basilicum heb ik dit afgelopen jaar niet geplant: je moet goden noch slakken verzoeken. 

Slakken slaan hun slag in de sla!

En nu is de winter in aantocht: gaat het vriezen of dooien? Een slakkenlijfje bestaat voor 80% uit water en is dus niet bestand tegen vorst, net zomin als tegen droogte. Bij vorst zullen de slakkenhuiseigenaren zich terugtrekken in hun eigen ‘bastion’, zorgvuldig afgesloten met eigen slakkenslijm. Of ze overwinteren gezellig in een grote groep, ergens onder een hoopje stenen of een bultje hout. Naaktslakken zijn ‘dakloos’ en moeten iets anders verzinnen: zij werken zichzelf de grond in, wel tot een meter diep. Voor die tijd eten ze zich helemaal vol, voor voldoende vetreserves, en gaan dan gedurende drie tot vier maanden over op non-actief. Dat is veel, op een totale levensduur van twee tot drie jaar. In droge zomers overleven ze soms op dezelfde manier, ondergronds, maar dan niet langer dan een paar weken. ’s Zomers hebben zij immers de tijd van hun leven, in onze tuinen. Die moet je niet verslapen. En de winterslaap: die moeten wij niet onderbreken … tot het lente is en de slak weer uitbreekt: om samen met ons een heel nieuw voorjaar te vieren!


TUINKALENDER NOVEMBER-DECEMBER

 

TUINKALENDER

 Nieuwe aanwinsten kunnen nog geplant worden, zolang het niet vriest.

 Groenblijvers hebben een streepje vóór, nu er zoveel blad naar beneden dwarrelt.

 Maar overweeg ook eens een boom of struik waar je vruchten van kunt plukken!

► Blauwe bessen rijpen gefaseerd: daar heb je wekenlang lang (pluk)plezier van.

 Of leid een druif boven je terras: voor een mediterrane ervaring in de zomer.

 Een vuurdoorn met rode bessen is ook leuk: vinden de vogels lekker.

 Plant voor fleur in het vroege voorjaar nog wat bollen; kan ook in een (vorstbestendige) pot.

 Verzamel de bladeren die op het terras en het gazon terechtgekomen zijn.

 Bewaar ze buiten in een ‘bak’ van gaas, waar ze kunnen composteren.

 Maar waar ze ook bereikbaar zijn om bij aangekondigde vorst kwetsbare planten mee te beschermen.

 Leeg dan ook de regenton en zet gieters ondersteboven.

 Sluit de buitenkraan af en verzamel potplanten bij de achterdeur: kunnen ze bij vorst snel naar binnen.

 Voorzie het achtergebleven vogelvolk van geschikt voer en een drink- en badgelegenheid 

 Leg daar bij vorst een stuk kippengaas overheen, zodat ze er niet in bevriezen.

 Tot slot: goede kerstdagen en een rustige jaarwisseling: naar 2021!