zaterdag 30 mei 2020

NOSTALGIE

Heggenmussen  

Al enige tijd is de wereld in de greep van het coronavirus: een ongekende epidemie heeft zich in een paar maanden tijd over de wereld verbreid en gezien de ernst van deze uitbraak wordt iedereen aangeraden zoveel mogelijk thuis te blijven. Het bezit van een tuin krijgt er zo een functie bij: een gebiedje waar je veilig naar buiten kunt en waar de natuur als vanouds, dit jaar zelfs een paar weken eerder, is ontwaakt. Het geeft troost om dat van zo dichtbij mee te maken. Zoals na de winter de tuin weer opleeft, zo zal na deze crisis voor de meesten van ons ook het ‘gewone’ dagelijkse leven weer zijn beloop krijgen.

Buiten is na een uitzonderlijk zachte winter het groen al vroeg uitgelopen. De eerste maand van dit jaar heeft de vijfde plaats behaald in het rijtje van warmste januarimaanden. Blijft nog even de vraag of we daar blij mee kunnen zijn. Hoe lang behouden planten hun goede conditie? Hebben ze een bepaalde levensduur of is die van planten net zo variabel als die van mensen? En óók afhankelijk van meer, al dan niet externe, factoren? We gaan het zien in de komende maanden - en jaren. Misschien groeien en bloeien ze wel wat langer: dat zou mooi zijn. 

Peaonia Sarah Bernhardt: een ouwe getrouwe in mijn tuin
Ondertussen vond ik in een boekenkast een multobandje terug waarvan de rug met breed plakband bij elkaar gehouden wordt. Op het eerste blad heb ik een plantenlijst vermeld met wat bijbehorende verzorgingstips. Zoals: ‘pioenen - in september koemest en compost, ‘culterra’ in het voorjaar.’ En: ‘riddersporen - na de bloei tot op een paar centimeter terug knippen, goed mesten en gieten voor 2e bloei.’ En ook: ‘hortensia Annabelle in het voorjaar helemaal terug knippen, niet extra mesten (bloem wordt dan te groot en te zwaar)’. Op het volgende blad heb ik zelfs een volgekrabbelde plattegrond van mijn voortuin getekend; de plantennamen buitelen er over elkaar heen, in een ieniemienie handschriftje. Vele herken ik, zijn zelfs nog steeds present, na bijna 30 jaar! Maar het leukst is toch het verhaal. Dat begint op 2 april 1991 met ‘Het ‘seizoen’ is allang begonnen - toch maar weer wat opschrijven’. En dan wordt dat eerste blaadje gevolgd door een dik pak dichtbeschreven multoblaadjes waarvan de laatste gedateerd zijn op 16 juni 2002. Het verhaal eindigt met ‘De zelfgezaaide lathyrus heeft knopjes! Spannend!’ 

Rond die tijd begon ik met het schrijven van tuinartikelen voor de krant ‘BuurContact’ en was het gekrabbel in het multobandje niet meer zo nodig: ik kon alles nalezen in de krant! En natuurlijk op mijn blog ‘In míjn tuin…’. Welbeschouwd is er in al die jaren daarna niet eens zoveel veranderd, althans wat de tuin betreft. We tuinieren eigenlijk nog steeds op dezelfde manier, waarbij aangetekend moet worden dat ieder natuurlijk zijn of haar eigen werkwijze heeft. Hoewel … ik noteerde toen ook een mierenplaag in de kruisbes, die ik te lijf ging met dubbelzijdig tape om het stammetje. ‘Weet niet zeker of het helpt’ schreef ik erachter. 


Kruisbes: helaas heb ik alleen deze foto nog ...
Later, in mei dat jaar, ontdekte ik in de pot van een jonge iep een compleet mierennest. ‘Pot leeggehaald, mieren en eieren verwijderd, de wortelkluit in water gezet en de iep opnieuw opgepot.’ Maar ook dat bood geen soelaas en ik nam mijn toevlucht tot boerenwormkruid, Tanacetum: ‘… daar schijnen ze niet zo van te houden’. Weken later was het euvel nog steeds niet verholpen en kreeg ik advies van een vriendin: “Honing met gist!” In juni maakte ik melding van een bedwongen mierenplaag in de Chinese iep die toen nog in een grote bak stond. Daar had ik meerdere ‘recepten’ voor aangewend: behalve de honing met gist ook munt, oost-indische kers en boerenwormkruid. En dat alles in één pot! Soms deins je nergens voor terug. 

Oenothera, still going strong ...
Boerenwormkruid heb ik al lang niet meer. ‘Geel’ moest plaats maken voor paars en rose, geel was ‘uit’. Maar dan wel met in ieder geval één uitzondering: de Oenothera ofwel teunisbloem. Een eigengereid typetje, dat gáát voor haar ‘minute of fame’: ’s avonds, tegen een uur of tien, als de rest van de beplanting in rust is, pakt zij haar moment en draaien de bloemknoppen blaadje voor blaadje open. Dan komt ook de frisse citroengeur vrij die nachtvlinders aantrekt. En mij natuurlijk. 
Maar nu nog even niet. 

TUINKALENDER


TUINKALENDER


 Goede tijden, slechte tijden: een tuin behoeft altijd onderhoud. 

 Begin met het opladen van snoerloze elektrische hulpmiddelen, zoals een heggenschaar. 

 Wacht een zonloze dag af voor het snoeien van buxus: haag of bolletje? 


 Het gras kan weer gemaaid worden: de groei zit er goed in nu.

 Half mei mogen de binnen overwinterde potplanten naar buiten. Eerst afharden! 

 Geniet van het getsjilp en gefladder van de vogels en dat niet alleen: het zijn slakkeneters bij uitstek! 


 Daar krijgen ze het warm van: zorg elke dag voor een fris bad.


 Strooi gedroogd koffiedik op plaatsen waar je liever geen katten aantreft. 

 Houd het water in de vijver op peil en wind de algen om een stokje. 

 Controleer je compostbak: is er al compost rijp voor verspreiding? Liefst na een flinke regenbui. 

 Snoei de hagen. Liguster en taxus kan altijd, haagbeuk en beuk vóór de langste dag. 

 Geef potplanten op tijd water met regelmatig wat vloeibare mest. 


Pulmonaria, longkruid
 Steun de fladderaars en de zoemers: plant vlinder- en bijenplanten zoals Pulmonaria, longkruid, of de klimplant Parthenocissus, wilde wingerd. Of nóg groter: Rhamnus frangula, vuil- of bijenboom!

Juni 2020


donderdag 5 maart 2020

NIEUWE ARTIKELEN



NIEUWE ARTIKELEN VERSCHIJNEN 
IN JUNI 2020 



Als begin april de kieviten zich weer  laten zien,
 luiden in de tuin de klokjes van de kievitsbloem,
 Fritillaria meleagris, het voorjaar in. De Latijnse
naam dankt dit bolgewas aan de gelijkenis met
een dobbelbeker. Met wat goede  wil kun je de
klokjes zien als een omgekeerde  dobbelbeker.
Met wat  goede  wil, dat wél.

... DIE WINTER IS VERGANGEN


In míjn tuin...  

‘…is die winter vergangen - ik zie des meien schijn; ik zie de bloemkes hangen - des is mijn hart verblijd!’ Een heerlijk, beetje traag, ouderwets deuntje om zomaar voor je uit te neuriën. Wat heet ‘ouderwets’: het stamt uit plusminus 1500, maar gaat behalve over de lente vooral over twee geliefden en beide zijn van alle tijden.
Maar het duurt nog even tot we ‘des meien schijn’ te zien krijgen. Het kan nog steeds vriezen en weer dooien, hoewel de kans niet groot geacht wordt. De gemiddelde temperaturen worden al bijgehouden sinds januari 1706, waarmee al drie eeuwen lang de ontwikkelingen te volgen zijn ten aanzien van het klimaat. In maart 1706 was de gemiddelde temperatuur 5,5℃, in maart 1709 zelfs 1,1℃. Gemiddeld! In de jaren 1997, 2007 en 2019 liep de gemiddelde temperatuur in maart op tot 8℃. 1957 is met 8,4℃ een opvallende uitschieter, zéker voor die tijd, en valt daarmee in de categorie ‘uitzonderingen bevestigen de regel’.


Hoe dan ook: het tuinseizoen is weer begonnen en we kunnen aan de slag, met ‘het veurjoar in de kop’! De dagen zijn al merkbaar langer en dat wordt in het weekend van 28 en 29 maart aanstaande nog eens met een uur ‘zomertijd’ uitgebreid. Fijn, want na zo’n lange saaie en regenachtige winter zijn we hard toe aan iets anders, iets fris, iets nieuws in de tuin! 
Wel met laarzen aan, want de grond is voorlopig nog niet droog. Om er weer een beetje in te komen, begin ik zelf maar met het uittrekken van de talloze plukjes gras en ander onkruid, dat de afgelopen winter met zoveel gemak heeft overleefd. Niet gehinderd door sneeuw of ijs kon het fijn overeind blijven en zelfs nog doorgroeien. Wat dan wel weer als voordeel heeft dat ze nu gemakkelijk uit te trekken zijn. 
Gelukkig heb ik het voederen van de vogels deze winter beperkt tot een paar vaste voerplaatsen, zodat de gemorste zaden, die nu beginnen uit te lopen, goed binnen handbereik zijn. Voortschrijdend inzicht. Daarover gesproken: dat komt ook voor in de dierenwereld. Deze winter zag ik ook mussen ondersteboven aan de vetbollen hangen: als volleerde acrobaten, afgekeken van de kool- en pimpelmezen!
Benieuwd of ze, net als de mezen, ook op een halve meter afstand komen toekijken als ik bezig ben met wieden of planten, happig op een vette worm.
Het is een groot geluk: weer naar buiten, waar de vogels als altijd fluiten in mijn wat ‘vergangen’ tuin! 

LENTE IN AANTOCHT


Heggenmussen


21 maart is van oudsher de eerste dag van de lente. Maar we leven in een tijd van flexibilisering en dat vindt ook zijn weerslag in de afbakening van de seizoenen. Tot 2101, dus de komende 80 jaar, zullen we de eerste lentedag op 20 en soms zelfs al op 19 maart vieren. Voor onze beleving van het voorjaar zal het waarschijnlijk niet veel uitmaken: die is vooral afhankelijk van het aantal zonuren per dag. Wij zijn pragmatische wezens, met ieder zijn eigen voorkeur, en dáár zal voorlopig wel geen verandering in komen. 
Blijft overeind dat we de winter nu achter ons laten en aan een nieuw tuinseizoen beginnen. Geen vorstschade dit jaar, dus kunnen we al onze ‘oudgedienden’ binnenkort weer begroeten. Er hoeft niets vervangen te worden. Dat is gemakkelijk, maar misschien ook wel een beetje saai. Want Gorters ‘een nieuwe lente en een nieuw geluid’ spreekt ons óók aan. 
Fritillaria meleagris, kievitsbloem, luidt de lente in
En reken maar dat de tuinwinkels ook nu weer beslagen ten ijs zullen komen, met verleidelijke, maar wel voorgetrokken, tuinplanten. Koop je met een vooruitziende blik (hoe ziet mijn tuin er met deze planten vólgend voorjaar uit?) dan kies je natuurlijk planten die van nature in maart bloeien, zonder de voortrekkerij die de latere bloeiers nu ten deel is gevallen. Bovendien zijn er genoeg van nature vroegbloeiende planten waar we nu mee aan de slag kunnen. 
Bijvoorbeeld de Ruitanemoon. Anemoontjes zijn graag geziene bewoners van onze tuinen. Overigens is de anemoon van nature een bosplant. Ze geven dus de voorkeur aan een halfbeschaduwd plekje. Maar op een voldoende vochtige plaats floreren ze ook in de zon. Anemonella thalictroides ‘Rosea’ ofwel ‘ruitanemoon’ bloeit in april en mei. 
Dan bloeit ook de ‘elfenbloem’: Epimedium. Variant ‘Domino’ kleurt wit/paarsrood, geeft de voorkeur aan (half)schaduw en wordt wel 50 cm hoog. Tijdens de bloei kan het oude blad verwijderd worden. Maar er zijn ook varianten met fraai gekleurd blad in de winter: mooi van afblijven. Elfenbloem is goed te combineren met longkruid, Pulmonaria, dat ook in april-mei bloeit. Pulmonaria ‘Blue Ensign’ heeft vrij groot blad. In tegenstelling tot dat van andere Pulmonaria-soorten is dit niet gevlekt. 
Maar ook een 'gewone' Pulmonaria is mooi
Voor een luchtiger effect kun je de elfenbloem (Epimedium) combineren met laagblijvende varentjes, zoals de steenbreekvaren, Asplenium trichomanes. Je ziet dit varentje soms ook op oude muren: geen veeleisend plantje dus. Wel met een voorkeur voor (half)schaduw. Het wordt niet hoger dan zo’n 15 cm en is, met frisgroen blad, ook nog wintergroen. Wel in het voorjaar het oude, bruin geworden, blad even verwijderen.
Wat hoger en een aanrader voor kleur in het voorjaar is Brunnera macrophylla, Kaukasische vergeet-mij-niet met in april-mei kleine lichtblauwe bloemetjes. Ik zou ze ‘lief’ willen noemen. Een vaste plant, 40 cm hoog en ook geschikt als bodembedekker op beschaduwde plekken.
Bij ‘bodembedekkers’ zijn we misschien geneigd vooral aan laagblijvende beplanting te denken, maar met hoger groeiende planten kun je natuurlijk hetzelfde effect bereiken. 
Lavendel is zo’n plant: tot 50 cm hoog. Wel met de aantekening dat deze plant goed gesnoeid moet worden om een kale onderkant te voorkomen. Eenmaal kaal komt het niet meer goed, weet ik uit ervaring. 
Pachysandra terminalis 'ondersteunt' narcissen

Zelf maak ik voor bodembedekking graag gebruik van Pachysandra terminalis (omdat het zonder toch wat kaal is). Opmerkelijk is hier het ontbreken van een Nederlandse benaming. Vermoedelijk uit puriteinse overwegingen, want ‘pachys’ is latijn voor ‘dik’ en ‘andros’ staat hier voor ‘mannelijke organen’. Het zij zo. Overigens is het de plant niet aan te zien. Pachysandra wordt zo’n 15 tot 20 cm hoog, woekert niet, maar breidt zich wel goed uit (het is tenslotte een bodembedekker). Daarbij is deze vaste plant groenblijvend en onderdrukt zo ook onkruid. Pachysandra’s gedijen zowel in halfvolle als in volle schaduw en in bloei geuren ze ook nog aangenaam. In mijn fotobestand tref ik overigens wel een foto aan waarop flinke happen uit het blad van de Pachysandra zijn genomen. Jammer; gelukkig is het wél een zeer onderhoudsvriendelijke plant, want ook snoeien is niet nodig. Mocht het blad in de afgelopen winter lelijk geworden zijn, dan kun je de plant nu, in maart, in zijn geheel terugknippen tot op 5 cm boven de grond. Als je dat elke paar jaar doet, levert dat een mooi compacte plant op.
En geniet ondertussen: van de lente!

TUINKALENDER



TUINKALENDER


Helleborus

 Het is nog vroeg in het tuinseizoen; wacht een mooie dag af. 


 Of controleer alvast het tuingereedschap: moet er nog iets geslepen worden? 

 De grasmaaier misschien? 

 Ga met pen en papier naar buiten en noteer wat je niet (meer) aanstaat. 

Vogelbad
 Geschikt nestmateriaal nog maar even laten liggen. 

 Ververs het drink- en badwater voor de vogels. 

 Controleer de nestkastjes: zijn ze schoon en klaar voor een nieuw legsel? 


 Ruim ondertussen vogelvoernetjes op en wat er verder niet van je gading is. 

 Als er behoefte is aan een schrobbeurt voor terras en/of oprit is het nú het goede moment. 



 Ook het tuinmeubilair dat buiten overwinterd heeft, kan een opfrissertje wel gebruiken. 


 Een bezoek aan een tuincentrum is leuk om in de stemming te komen, zonodig. 

 Neem wel een boodschappenlijstje mee en hou je daar ook aan. 

 Begin bij goed weer met het noodzakelijke snoeiwerk: struikrozen hebben aan vijf goedgeplaatste takken genoeg.


Maart 2020



donderdag 9 januari 2020

NIEUWE ARTIKELEN





NIEUWE ARTIKELEN VERSCHIJNEN 
IN MAART 2020



'Kerstroos': zo luidt de Nederlandse benaming
voor  deze stoere  winterbloeiers. De Latijnse
naam, Helleborus, kan bij ons  misschien wat
onvriendelijk overkomen (Borus in de hel?) en
 dan is het prettig te weten waar in deze naam
 de klemtoon ligt: niet op de eerste 'e', maar op
de tweede: Helléborus. Dat klinkt meteen een
 stuk aangenamer! De Engelsen hebben  veel 
minder moeite met de uitspraak en zij zeggen
 dus gewoon:  hèlleboor!  Is  óók  schitterend!







ALS PLANTEN KONDEN PRATEN...

In míjn tuin ...

datura(1).jpg
Datura metel, op
internet ...
… is in de loop der jaren veel veranderd. Niet zozeer in de opzet: de praktisch aangelegde bestrating is gebleven, maar de invulling van de bordertjes (mijn voor- en achtertuin zijn van bescheiden afmetingen) is in meer dan veertig jaren toch wel een paar keer ‘over de kop’ of beter: ‘over de schop’ gegaan. Met dank aan mijn schrijflust heb ik nu nog steeds de beschikking over uit 1991 daterende plattegrondjes met de benamingen van reeds lang vergane of anderszins verdwenen planten plus de daarbij behorende uitgebreide beschrijvingen van mijn wel en wee in de tuin. Zoals: ‘… Ik wilde de framboosstekjes daar uitzetten, maar ’t wordt wat vól …’. En ‘Lavas komt al stoer op, ondanks het gespit en gehak daar achter in de tuin’. Deze planten heb ik al lang niet meer, maar de rest van het verhaal komt me nog steeds bekend voor. Tot mijn schaamte, mag ik wel zeggen. 10 november dat jaar noteerde ik: ‘Het uitgraven en overwinteren van de datura metel vergeet ik maar: te groot.’ Ja ja. 
Maar niet alles is verkeerd afgelopen. Op 4 september 1991 trof ik bij (toen nog) Intratuin in Groningen een Viburnum bodnantense dawn aan die tot op de dag van vandaag mijn wintertuin van bloemen voorziet! De droogte van de afgelopen zomer heeft hem wel teruggefloten, maar dat heeft de daardoor gehalveerde 28-jarige struik overleefd; nog even en hij komt weer in bloei!


Viburnum bodnantense dawn
8 februari 1992: ‘Heerlijk zacht weer: ik móet gewoon naar buiten! Veel opgeruimd - de biobak is al vol.’ En op 14 februari: ‘Natuurlijk ging er ook weer iets mis: bij het lostrekken van het net haalde ik ook wortels van de Jackmannii (clematis) naar boven. Ik heb ze maar weer teruggeduwd en de grond goed aangetrapt.’ Au, het doet zeer aan mijn ogen, als ik dit lees. En terecht, want op 29 februari meldde ik: ‘De clem. Jackmannii toch maar opnieuw geplant, met mest en bemeste tuingrond.’ En ‘Er zit zelfs al een roosje in de miniroos! Ook meeldauw. Die moet dus gesnoeid, behandeld en dan afharden en naar buiten.’ 7 maart 1992: ‘In de gang overwinterde een pot met een dood takje. Opruimen, dacht ik, maar toen ik het takje eruit trok, bleek er een frisgroen blaadje onder de grond te zitten. Gauw teruggeduwd. Volgens mij is het hortensia.’ Juist. Als planten konden praten (en huilen!), dan zou je eens wat hóren, in die aan mij overgeleverde tuin …

Hortensia!


NIEUW JAAR


Heggenmussen 

De jaartelling, wat is dat toch een mooie uitvinding. En niet alleen in verband met een persoonlijke plaatsbepaling (waar sta ik ongeveer in mijn leven), maar ook in verband met de elk jaar terugkerende indeling in vier seizoenen. In onze klimaatzone hebben die alle vier genoeg aan een periode van drie maanden. Zo komen liefhebbers van alle mogelijke weertypen ook allemaal aan hun trekken. Alleen de schaatsliefhebbers hebben in de afgelopen jaren flink moeten inleveren; kilometers lange tochten in de open lucht zijn er niet meer bij. Gelukkig hebben we de ijsbanen nog.
Mijn appelboom: een Groninger Kroon
Maar dat neemt niet weg dat we toch ook uitkijken naar het einde van de winter. Uren, dagen, maanden, jaren vliegen als een schaduw heen, maar het verlangen naar het voorjaar is van alle tijden. En niets staat ons in de weg om te mijmeren over het nieuwe tuinseizoen.
Wie heeft er nog geen moes- en/of kruidentuintje? Anno 2020 niet alleen een lucratieve, maar ook een inspirerende invulling voor een lege plek in de tuin. Zo’n lege plek is overigens geen absolute voorwaarde voor het verbouwen van je favoriete groenten: tussen bloemen en struiken groeien ze ook! Of in grote potten. En kies je voor gekleurde groenten, dus niet alleen maar groen, dan zijn daar fleurige composities mee te maken. Bovendien heeft elke groentekleur zijn eigen kwaliteiten en specialiteiten. En een gevarieerd menu is óók belangrijk. De mix van kleuren tenslotte is natuurlijk een geweldig pluspunt voor je ‘siertuin’! 
Een groene basis leg je met groenten als broccoli (laag), spruitjes (op stam) en wat forse boerenkolen. Groene groenten danken hun kleur aan chlorofyl, een biologisch pigment in de bladcellen van planten.

Groninger klei
Tussen het groen van de broccoli past het fijne frisgroene loof van worteltjes, waarvan een beetje oranje te zien zal zijn. Voor witte toetsen plant je bloemkool, pastinaak en prei. Hier en daar maak je plaats voor een grote gele pompoen: dat zijn de ‘eyecatchers’. Een handzamer model pompoen is de Hokkaido: klein en rond en mooi oranje van kleur. Deze soort kan ook langs een (stevige) steun omhoog geleid worden. Een uitstekende keus voor een heerlijke pompoensoep!

Ik heb alvast een paarse boerenkool!
Voor de kleur paars kiezen we aubergines, rode ui, rode kool en rode biet, want die komen echt heel dicht bij paars. Ook is er al een paarse variant van de bloemkool, de boerenkool en zelfs met spruitjes kun je tegenwoordig je bord paars kleuren! Paarse spruitjes smaken zoeter dan de groene: misschien een aanbeveling voor kinderen die niet van spruitjes houden?
Pruimen en bramen horen natuurlijk ook in het paarse kleurenschema. Mijn braam groeit en bloeit al tientallen jaren tegen een muur in de achtertuin en er is niets zo lekker als bramen zó van de struik.
Een klassieke kleurencombinatie is die van paars met geel en voor geel komt maïs in aanmerking. Maïszaden liggen niet voor het grijpen, maar zijn wel te vinden. Zoek naar zaden van suikermaïs. Het worden hoge planten (zie de maisakkers in de zomer!), maar het is heel leuk om ze eens in je tuin te hebben.
Voor tomatenzaden kun je kiezen uit meerdere soorten en kleuren. Er is een ‘Tomatenmengsel’ verkrijgbaar in de kleuren rood, geel en oranje. Maar op internet trof ik ook de soort ‘Tomaten Moneymaker - Lycopersicon lycopersicum’ aan. Interessant!
We denken er nog even over na!

TUINKALENDER



TUINKALENDER

 Sneeuw of niet: voer voor de achtergebleven vogels is altijd welkom. Ze verlevendigen het beeld van de kale, dan wel bevroren of besneeuwde tuin. 

 Meng gesmolten vet met wat olijfolie en vogelzaad, laat het stollen in koekjesbakvormpjes, maak er een gaatje in en versier er een kale struik mee. 

 Zorg voor vers water, met een beetje suiker als antivriesmiddel.

 Maak ommetjes door je tuin: berijpt, bevroren, besneeuwd of nat, te zien is er altijd wel wat. 

 Maar geniet ook van de rust: voor je het weet is het voorjaar en kunnen we weer aan de slag. 

 Eén winterklus: zolang het niet vriest kunnen bomen en struiken gesnoeid worden. 

 En bij vorst en sneeuw houd je natuurlijk de toegang tot je huis beloopbaar: niet met zout maar met zand. 

 Gebruik de vrijgekomen ‘tuiniertijd’ om je te bezinnen op aanpassingen of nieuw aan te schaffen planten: vóórpret. 

 Een keuze uit het enorme aanbod aan tuinboeken is daarbij een inspirerende hulp.


maandag 4 november 2019

NIEUWE ARTIKELEN


NIEUWE ARTIKELEN VERSCHIJNEN 
IN JANUARI 2020



Nog even tot het winter wordt en er voor onze gevederde
vrienden weinig insecten of zaden meer te vinden  zullen
zijn. Gelukkig kunnen ze op ons rekenen! Maak ze alvast
bekend met de voerplekken in de tuin door nu al wat voer
te strooien. Laat ook in de tuin gevallen blad liggen zodat
 bij vorst de grond daar zo lang mogelijk toegankelijk blijft.


WINTERGROENTEN


In míjn tuin ...

... daalt de rust neer. De zomer is definitief voorbij, de winter in aantocht en het voorjaar ver weg. Nog even is het herfst. De verdroogde bladeren aan de bomen waaien met alle winden mee en ik laat ze waaien zonder er nog iets mee te doen. De afgelopen hete zomer heeft ze verkleurd en verkreukeld; bros geworden zullen ze snel ter plekke composteren. De herfst is al op 23 september ingegaan, maar amper iets meer dan één maand later, in de nacht van 26 op 27 oktober, sloeg de wintertijd toe en draaiden we de wijzers van de klok één uur terug. Vroeger duurde de herfst van 21 september tot 20 december of daaromtrent en dán begon de winter. Helder: drie maanden voor elk seizoen.
Maar het leven lijkt in een versnelling geraakt. Welgeteld één maand hebben we nu om de herfst te beleven, eikels te zoeken en tegen storm en regen en weer en wind in een fijne herfstwandeling te maken! 
Mijn Groninger kroon!
Onzin natuurlijk, één maand. De natuur heeft geen boodschap aan ons gesleutel met klokken; die gaat fijn als altijd haar gang, dus is er geen haast bij die herfstwandeling.
Wacht een mooie dag af, met een lage zon, en geniet onderweg ook van de geuren van de herfst. Wil je het helemaal goed doen, bak dan eerst een appeltaart, zodat ook je huis doortrokken raakt van verrukkelijke herfstgeuren! Mijn ‘Groninger Kroon’, gevoelig voor beurtjaren, heeft dit seizoen goed zijn best gedaan. Een paar appels lieten voortijdig los, vogel- en slakkenvoer, maar met mijn vijverschepnetje kon ik er nog heel wat ‘Kronen’ uit hengelen. 

Boerenkool in kleur!
En dan begint het wachten op de eerste nachtvorst. In mijn moestuintje ‘torent’ een prachtige boerenkool met paarse stengels en nerven in afwachting van een flinke nachtvorst - want die moet eroverheen voor er geoogst kan worden. Maar waarom dat zo is? Google weet alles en daar vond ik de volgende aannemelijke verklaring: bij vorst zet de boerenkoolplant zetmeel om in suiker om bevriezing te voorkomen; een overlevingsstrategie. En deze kool is niet de enige: pastinaak, spruitjes en winterpenen passen het trucje ook toe! Interessante informatie voor zoetekauwen. Zo kom je lekker de winter door, met een gezond en gevarieerd menu, zonder dat je zoet-verslaving opvalt!
Nu heb ik weliswaar geen last van een zoetverslaving, maar dit rijtje moestuinplanten spreekt mij, gemakzuchtige, toch wel aan: in het voorjaar planten, geen omkijken naar, voor de winter klaar … in je eigen tuin. 

WINTER IN AANTOCHT: SLOTSCÈNE


Heggenmussen 


Langzaam maar onafwendbaar nadert het einde van het jaar en waar zie je dat beter verbeeld dan in de tuin? Een jaar in de tuin is als het leven zelf: van een pril begin in het voorjaar via  volle bloei in de zomer naar aftakeling in de herfst met uiteindelijk in de winter de dramatische slotscène: het verval.

Zo, nu staat er wat! Shakespeariaans bijna. Maar: geen speld tussen te krijgen. Behalve dan dat onze tuinen over een paar maanden als Sneeuwwitjes weer zullen ontwaken en vol goede moed aan een nieuw cyclus beginnen, in een sprookjesachtig voorjaar!

Misschien is daarom tuinieren wel zo’n dankbare bezigheid, met elk jaar opnieuw een kans om er weer iets moois van te maken. Geen grotere vergevingsgezindheid dan die van de tuin; geen geklaag van ‘au! wat doe je me aan!’, ‘je staat op mijn stengels’, ‘je hebt het verkeerde blad te pakken’, ‘nu steek je dwars door mijn wortels heen’, ‘zou je niet eens gaan spitten, ik krijg geen lucht’, ‘o, wat héb ik een dorst’, ‘hé, die bloem is van míj!’ 


Sneeuwwitjes
De tijd van de goede voornemens nadert en daar kunnen we onze tuin ook bij betrekken, zij het niet in een actieve rol. Die moeten we zelf op ons nemen. Wat kunnen we in deze tijd van het jaar nog voor onze plantenvrienden betekenen? De winter staat nu eenmaal niet bekend als ‘tuinseizoen’. Maar zolang de vorst uitblijft en we er zin in hebben, is er best nog wel wat te beleven daar buiten. Stap letterlijk over de drempel, denk ‘out of the box’ en geniet van een geheel nieuwe ervaring: tuinieren buiten het seizoen, buiten de gebaande paden! 


Staartmees, hoort óók in de wintertuin
 Neem papier en potlood mee om te inventariseren. Ook al zijn de meeste planten nu wel over hun hoogtepunt heen, het is toch nog wel te zien hoeveel ruimte ze innemen en of ze die ook daadwerkelijk benutten dan wel ter beschikking hebben. Zolang het niet vriest kan er nog steeds verplant of zelfs aangeplant worden, maar ook opgegraven en gedeeld. Ook kunnen er nog steeds bollen de grond in. Markeer ze met een plantensteker of een niet gebruikt roerhoutje voor je muurverf en schrijf er met een watervaste stift de naam op van de nieuwkomer. 

En dan is er ook nog een (klein) segment planten dat bloeit in de winter, waaronder de Jasminum nudiflorum ofwel ‘blotebloemenjasmijn’. (Deze vrije vertaling neem ik voor mijn rekening; officieel luidt de Nederlandse benaming ‘winterjasmijn’.) De winterjasmijn is weliswaar niet groenblijvend, maar dat wordt in de maanden december en januari, of zelfs nog langer, ruimschoots goedgemaakt door de vrolijke felgele bloemen aan vierkante groene stengels die tot ruim drie meter zullen uitgroeien, zélfs tegen een muur op het noorden. Een vrolijke noot in donkere dagen! 


net als het roodborstje!
Het peperboompje, Daphne mezereum, laat in de herfst zijn bladeren vallen en bloeit vervolgens in de winter en het vroege voorjaar met helder rose bloemen die ook nog geuren. Sterk zelfs! De Nederlandse naam is wat misleidend, want dit ‘boompje’ groeit uit tot een struik en wordt ongeveer een meter hoog. In de zomer draagt Daphne rode vruchten. Kortom: een ‘hebbeplant’. 

Lonicera purpusii, een struikkamperfoelie, kan snel uitgroeien tot een hoogte van 2 meter en heeft ook qua omtrek wat ruimte nodig. Maar dan héb je ook wat. Deze kamperfoelie geurt al in het begin van de winter. De geur wordt omschreven als ‘… zoet en fris, met een lichte hint naar citroenen’.

Skimmia japonica rubella wordt getaxeerd op ‘redelijk winterhard’, is de hele winter getooid met donkerrode bloemtrossen, in april gevolgd door crème-witte bloemen. Geeft de voorkeur aan ‘half schaduw’ en vraagt bij strenge vorst enige bescherming.

Helleborus: een parel in de sneeuw
Een mooie toevoeging voor de basis vind je in de familie van de Helleborus, de kerstrozen, die bloeien van december tot april, tot in het voorjaar dus. Ze hebben een voorkeur voor kleigrond en die is hier in onze provincie ruim voorhanden. Daarnaast zijn ze honkvast, houden dus niet van verplanten, en groeien in de loop der jaren uit tot royale pollen: groene buffers tussen de uitbundig bloeiende zomerplanten.

Ook een aantrekkelijke ‘bodembedekker’ is Erica carnea, winterheide, die zoals de naam al doet vermoeden, bloeit van januari tot april. Deze Erica gedijt in een groep, maar wil wel graag kort gehouden worden onder het bekende motto: snoeien (ná de bloei!) doet groeien.

TUINKALENDER


TUINKALENDER



Viburnum bodnantense dawn
 Ga naar het tuincentrum voor een herfst- dan wel winterbloeiende struik in je tuin.



 Houd ook het gazon bladvrij: gras heeft net als wij behoefte aan frisse lucht.

► Leg een voerplaats aan voor overwinterende vogels; voer dagelijks en gedoseerd.

 Breng vorstgevoelige kuipplanten naar binnen, maar controleer eerst op slakken … brrrr. 

Houd paden en terrassen bladvrij en voorkom zo geglibber met nare gevolgen. 


 Vorst op komst: leeg de regenton en haal zand voor de gladheidsbestrijding. 

 Leg een ijsvrijhouder in de vijver en bouw het voeren van de vissen af.

► Nooit in het ijs hakken: een ramp voor de vijverbeestjes. Smèlt er een gat in.

 Na een laatste maaibeurt voor het gazon kan de maaier geslepen worden.

 Zo nodig ook de heggenschaar; de mijne is nog nooit geslepen: een goede kwaliteit verdient zichzelf terug.

 Snoei druiven vóór de jaarwisseling. 

 Snoei dan ook het ABC: Acer (esdoorn), Betula (berk) en Carpinus betulus (haagbeuk, niet te verwarren met beukenhaag (Fagus sylvatica).

 Geniet van een rustige winter met gezellige kerstdagen en zicht op weer een geheel nieuw jaar!