donderdag 5 september 2019

NIEUWE ARTIKELEN


NIEUWE ARTIKELEN VERSCHIJNEN 
IN NOVEMBER 2019 



De herfst heeft zijn intrede gedaan; de zomer stoppen we in het 
doosje 'herinneringen'. Vooral warme herinneringen dit jaar. De 
hoge temperatuur hield lang genoeg stand om eraan te wennen
en dat ging ons mensen beter af dan veel van onze tuinplanten.
Maar hoe los je dat op als je niet voortdurend met schoon water
wilt sproeien en er geen (droge!) sloot aan je tuin grenst? Ik heb
al snel besloten om eventuele verliezen te nemen: door een na-
tuurlijke selectie. Voorlopig valt de schade mee en na de winter 
zien we wel weer verder. Geniet tóch van een mooie herfst, on-
danks misschien wat meer knisperend blad onder onze voeten.



DROGE ZOMER


 In míjn tuin ...

… heb ik de zomer ‘dubbel’ beleefd: genoten van de zon met aanverwante temperaturen, afgewisseld met zorgen om de plantenkinderen, die het zo zichtbaar moeilijk hadden. De regentonnen waren natuurlijk in een mum van tijd leeg en met kraanwater, waar in zulke hitte op alle fronten meer dan ooit behoefte aan is, moet je dus ook meer dan zuinig zijn.
Gelukkig blijken de meeste planten over een zekere veerkracht en nog wat reserves te beschikken, dus dat is meegevallen. Van een enkeling hier en daar ben ik nog niet helemaal zeker, maar mochten ze het uiteindelijk niet redden, dan zal ik ze vervangen door ‘meer van hetzelfde’: de soorten die de hittegolf hebben overleefd. 
Want de laatste was zeker niet de allerlaatste. De beestjes, veelal vaste gasten, in mijn tuin hebben zich er ogenschijnlijk onbezorgd doorheen geslagen. De merels lieten zelfs nog wat blauwe bessen over aan de struik: voor óns gebruik! Waarschijnlijk als een blijk van waardering voor het dagelijks ververste water in hun bad annex drinkschaal. Gelukkig heeft de bessenstruik ondanks de hitte toch mooie nieuwe uitlopers geproduceerd, zodat er volgend jaar weer meer blauwe bessen te halen zullen zijn, voor beide partijen. 
In een vogelhokje ‘voor de sier’, vlak voor het raam, hebben nog nooit vogels genesteld, maar deze zomer werd het uitverkoren door Vespa germanica, de Duitse wesp, uit de familie van de papierwespen. IJverige beestjes, die er een fraai ‘papier-maché’-nest in bouwden, zoals we er jaren geleden een in de achtertuin aantroffen. Zolang je ze met rust laat, is er prima mee samen te leven: wij op het terras, zij in hun aanpalende hotelletje. We konden het zó goed vinden samen, dat ik in een overmoedige bui toch misbruik maakte van hun gastvrijheid en een dikke tak van de druif ernaast probeerde te herschikken. Die tak gaf niet mee, maar het wespenhuis wél en dat pikten ze niet: twee wespensteken voor mij! Eigen schuld, dikke bult. Inmiddels zijn we allang weer vriendjes, wij op het terras en zij in hun nest.
Nadat de wespen hun kennelijk tijdelijk onderkomen hadden
verlaten, konden wij er een kijkje nemen - zo gaat dat met
verlaten huizen. Ik besloot het vogelhokje in zijn oude staat te
herstellen, zodat het volgend voorjaar weer beschikbaar is -
voor wie dan ook
👌
Een meer aangename verrassing trof ik aan in de achtertuin. Daar groeit en bloeit al heel wat jaren een eikenbladhortensia, Hydrangea quercifolia. Deze zomer ontdekte ik zijn geur!
Die wordt in geen enkele beschrijving vermeld, vermoedelijk omdat de geur kennelijk alleen vrijkomt bij uitzonderlijk hoge temperaturen. En dan moet je dus ook nog op het idee komen om er eens aan te ruiken. Onthouden voor de volgende hittegolf: de eikenbladhortensia geurt -  mmmmm! 

HERFST MET HET VOORJAAR IN DE BOL

Heggenmussen 
De scholen zijn weer begonnen: dan is de zomer voorbij. En de herfst in aantocht. Op maandag 23 september is het zover: wanneer zowel de dag als de nacht precies twaalf uur duren, gaat de herfst in. Zekerheden in de maalstroom van het leven. Van elk jaargetijde is wel iets te zeggen - ieder heeft zo zijn of haar voorkeur - maar de herfst staat over het algemeen niet hoog aangeschreven, zelfs niet na een bloedhete zomer. Maar kom, het is even wennen en een beetje aanpassen en dan hééft het toch ook wel weer iets. Altijd feest, daar heb je snel genoeg van. Hup, jas aan en naar buiten voor een stevige herfstwandeling! Of een ‘work out’, zoals dat tegenwoordig heet, in je herfsttuin. Er is nog genoeg te doen. 
Zonnige toets in de herfsttuin:
Rudbeckia 'Herbstsonne'
Het herfstseizoen is bij uitstek geschikt voor nieuwe aanplant. De grond is nog warm, waardoor de planten snel zullen aanslaan. Bovendien heb je nu een goed beeld van de omringende beplanting en de beschikbare ruimte. En natuurlijk hebben we nog lang niet het voorjaar in de bol, maar we willen wél bollen in het voorjaar. Dus raadpleeg de foto’s die je dit voorjaar gemaakt hebt van het bloeiende bolgoed. Dat heeft zich onder de grond teruggetrokken, maar het is wel de bedoeling dat de sneeuwklokjes en wat later de tulpen, de narcissen en de krokussen in het voorjaar weer onbeschadigd uitlopen. Is er nog ruimte, trakteer jezelf dan op nog wat voorjaarsbollen: ze kunnen nu geplant worden. En gemarkeerd! 
Voer voor bijen!
Maar voor instant succes raadplegen we het assortiment vaste planten: daarmee kun je óók uit je bol gaan. In deze tijd van het jaar kom je al snel uit bij herfstasters. Het is een interessante plantengroep die tot ver in oktober kleur brengt in de tuin. En dan ook nog in een breed kleurenpalet van blauw en violet, maar ook geel, roze, wit en rood. En in verschillende afmetingen. Asters zijn daarbij ook nog zeer rijk aan stuifmeel en nectar, waarmee bijen, die het sinds het begin van deze eeuw aantoonbaar moeilijk hebben, hun voordeel kunnen doen. Daar zijn wij mensen ook bij gebaat, afhankelijk als we van de bijen zijn voor de bestuiving van maar liefst een derde van onze voedselvoorzieningen.
Maar er zijn meer laatbloeiers, die óók interessant zijn voor zowel de tuinier als de bij. 
Rudbeckia nitida 
Een in dat opzicht veelzijdige plant is bodembedekker Geranium Rozanne die niet op het menu van de slak staat en blauw doorbloeit tot de eerste nachtvorst zich aandient. Rudbeckia’s, zonnehoed, met hun bloeitijd van juli tot oktober, horen ook in deze rij thuis, net als Chrysanthemum en Buddleja davidii, de vlinderstruik, die behalve door vlinders ook door hommels wordt bezocht. Rosa rugosa, rimpel- of Japanse bottelroos en leverancier van rozenbottels, is een interessante drachtplant die nog steeds veel wordt toegepast in gemeenteperken en ander openbaar groen. Niet alleen in trek bij honingbijen maar ook bij hommels. De hoofdbloei valt weliswaar in juni-juli, maar gaat daarna nog bescheiden door tot in oktober.
Van juli tot eind oktober bloeit de Altheastruik, Hibiscus syriacus. Een imposante struik die een omvang kan bereiken van ruim 4 m³. Kom daar eens om(heen)! Maar er zijn ook hibiscussoorten verkrijgbaar van bescheidener afmetingen. Bloemkleur: wit, blauw, rose, rood of paars. 
Ook bescheidener qua omvang, maar met een bloeitijd van juli tot en met oktober is Lavatera olbia ‘Rosea’, struik- of bekermalva. Niet altijd gegarandeerd winterhard. Wil je geen risico lopen, kies dan voor de kleinbloemige lavatera ‘Sweet dreams’: winterhard.
Van juni tot oktober bloeien ook de Verbena’s: IJzerhard (what’s in a name!). Ondanks de naam niet gegarandeerd winterhard, maar wel een goede ‘uitzaaier’: echt een heel leuke plant.
Een plant die beslist ook in deze opsomming genoemd moet worden is de Margriet, Leucanthemum x superbum. Bloeit van juni tot en met oktober, is goed winterhard, kan tegen zon en halfschaduw, is een prima snijbloem (maar dan niet voor je eigen vaas, want je hebt hem al in de tuin) en heeft een wat ouderwetse, zeg maar: nostalgische, uitstraling. 



Mijn 'tot op het bot' gesnoeide klimop heeft deze zomer
zijn top  weer bereikt! Hoera! volgend jaar weer in bloei!
Dan tot slot een ‘evergreen’: de gewone klimop, Hedera helix. Bloeit  met grappige bolle schermpjes van september tot november (als je hem tenminste niet gesnoeid hebt). Een insectentrekker bij uitstek, die in de winter met zijn donkerblauwe bessen ook nog het achtergebleven vogelvolk bedient: tot het vanzelf weer voorjaar wordt!

TUINKALENDER


TUINKALENDER



  Snoei de hagen nog één keer, zodat ze mooi strak de winter in gaan. 

  Controleer, met de herfst in aantocht, de steun behoevende planten en gééf ze die steun. 

  Onkruid is van alle tijden: blijf wieden. 

  Knip de tuin niet helemaal kaal: ook silhouetten hebben hun charme. 

  Groenblijvende struiken zijn mooi om op uit te kijken en bieden schuilplaatsen aan het overwinterende vogelvolk. 

  Verwen ze met een fris bad, schone nestkasten en alvast wat vogelvoer, zodat ze weten waar ze terecht kunnen voor deze levensbehoeften. 

  Geen bolgoed in je tuin? Dan wordt het nu tijd! Bol goed, al goed! 

  Wil je bemesten, doe dat dan half oktober. 

  Hark afgevallen bladeren van het gazon en maai in oktober nog één keer. 

  Breng half oktober vorstgevoelige kuipplanten naar binnen, tap  de buitenkraan af en leeg de regenton. En 
zet de gieters ondersteboven. 


  Zondagochtend 27 oktober gaat de wintertijd in. Om 3 uur ’s nachts draaien we de grote wijzer één uur terug: nu is het 2 uur. Slaap lekker. 



vrijdag 5 juli 2019

NIEUWE ARTIKELEN



NIEUWE ARTIKELEN VERSCHIJNEN 
IN SEPTEMBER 2019




En dit is nu onze huismerel, die al een paar jaar mee-
schuifelt in ons achtertuingebeuren. De  vorige zomer
 fladderde hij erbij  als een landlopervogel, met zijn uit-
  gezakte slordige verenpak: zie de foto. Maar nu, anno
 2019, heeft hij zijn voddige oude pak afgeschud en zit
 onze  merelman er weer patent bij, op de regenton, in
het vogelbad, de zon of  waar de  broodkorstjes maar
 terechtkomen. Volhouden, makker: onze tuin kan niet 
zonder jou! 



HUILEBALKEN


In míjn tuin ...

… is het sneven en sneuvelen zodra ik mij daar vertoon. Soms verbeeld ik mij zelfs een siddering waar te nemen, als ik alleen al de deur opendoe. Komt daar misschien die bekende spreuk ‘de wind eronder hebben’ vandaan? Feit is wel dat ik met straffe hand regeer, daar buiten, omdat ik, net als Vadertje Staat, het beste voor heb met mijn plantenkinderen. Met de beste bedoelingen: dat zij uitgroeien tot de mooiste exemplaren van hun soort!
Feit is ook dat veel van mijn planten totaal niet berekend zijn op een straffe hand, van wie dan ook. Een straffe wind is ook lastig, maar nu eenmaal onderdeel van de natuur.
Vanwege die straffe wind heb ik in de loop der jaren trouwens een aardige voorraad opgebouwd aan steunmaterialen. Voornamelijk het bekende systeem met een groene ‘poot’, voorzien van een rubberen houdertje voor verschillende maten steunringen. Werkt uitstekend. En eenvoudig: gewoon de ring tijdens de groei met de plant mee omhoog schuiven. 

Clematis recta purpurea,
aan een rekje
Maar voor mijn Clematis recta Purpurea is dat toch niet genoeg. Want die doet het bijna té goed, op de klei. In het voorjaar knip ik de stengels van het afgelopen jaar laag af en hup! daar komen de nieuwe scheuten linea recta! in rap tempo omhoog. En elk jaar zijn het er meer: de plant treft geen enkele blaam.
De stengels lopen inderdaad purper uit, maar verkleuren geleidelijk naar groen, terwijl de toppen hun purperen kleur behouden. Ze zien er qua omvang stevig uit, maar dat is gezichtsbedrog want de stengels zijn hol, zoals dat ook het geval is bij die grote berenklauwen, Heracleum. In de praktijk, overgeleverd aan mijn verzorging, blijken ze toch wel kwetsbaar. Ik besteed dan ook veel aandacht aan deze purperen schone en leid de stengels zorgvuldig omhoog, langs een rekje waaraan ze voorzichtig en met beleid worden aangebonden. Maar beleid of niet, en ik doe het natuurlijk niet expres, toch krijg ik het elk jaar weer voor elkaar om bij deze behandeling minimaal één van die best wel dikke, maar dus holle stengels ‘om te leggen’: knak! Die doet het niet meer. Het is gebeurd voor je het weet en onherroepelijk, niet meer te herstellen. ‘Oen!’ roep ik naar mezelf, want ik weet: zelfs een ezel stoot zich in het gemeen geen twee keer aan dezelfde steen. Wàs ik maar een ezel: dan kon ik ongegeneerd een potje huilebalken om mijn geklungel in die aan mij overgeleverde tuin …


HOOGTIJ MET DE GEUR VAN BOSGROND

Heggenmussen

Hoogtij: een mooi woord met niet alleen een letterlijke en feestelijke betekenis, zoals in hoogtijdagen, maar ook een overdrachtelijke. Dan hebben we het over een ‘bloeiperiode’ en die is nu in volle glorie aangebroken. We vieren de zomer en het is hoog tijd om te genieten van de resultaten van ons werk in de tuin. Want zoals alles in het leven: het komt je niet aanwaaien. Even afgezien van de onkruidzaadjes die, zoals die van de paardenbloemen, elegant op een zucht van de wind in je tuin landen. 


'Pluis', all over the place!
Gelukkig is de zon ons ter wille: die maakt nu overuren zodat wij tuiniers dat ook kunnen. En dus na het avondeten, lekker buiten op het terras, nog even de tuin in. Nagenieten van de gedane arbeid en dan natuurlijk toch weer tegen een tak aanlopen die dringend gesnoeid moet worden. ‘… want alles wat je nú doet, hoeft morgen niet meer,’ zei mijn vader, die ook niet van ophouden wist.
De tuin vaart er wel bij - en de tuinier ook. Want onkruid laat zich niet gauw uit het veld slaan, dus ook niet uit de tuin, en duikt altijd weer op. Het verwijderen neemt een prominente plaats in in het rijtje ‘tuinklussen’. Spuiten met een onkruidverdelger is natuurlijk uit den boze. 
Vespula vulgaris ofwel: Gewone wesp
We moeten ook zuinig zijn op al die kleine stille werkers, insecten, waarvan een groot deel zo niet als bestuiver dan wel als voedsel voor hogere organismen ons hun diensten bewijzen. En ook zij beleven nu hun hoogtijdagen. 

Tip: heb jij ook een bijzondere aantrekkingskracht op prikkende en bijtende insecten, smeer dan vóór het tuinieren je onverpakte lichaamsdelen in met een anti-muggenmiddel; er is een interessante markt voor deze middelen. Of zoek op internet naar ‘de beste zelfgemaakte middelen tegen muggen’. En dan terug naar de tuin. 

Uit ervaring weet ik dat het handmatig wieden in een dicht beplante tuin ook een hernieuwde kennismaking kan zijn met oude getrouwen, waarvan je soms zelfs de naam niet meer weet, maar die zich nog steeds van hun beste kant laten zien. En met je neus erbovenop wordt het ook een hernieuwde kennismaking met de individuele planten. Sommige dreigen het onderspit te delven, om in tuintermen te spreken, onder opdringerige buurplanten: daar moeten keuzes gemaakt worden. Wie krijgt de ruimte en wie wordt cadeau gedaan of verdwijnt in het composteringsproces? Die laatste mogelijkheid is trouwens niets anders dan een uitgestelde comeback in de tuin: daar is ook wat voor te zeggen. 


Verrassing in het compostvat: de metamorfose van
een pissebed!
Het composteringsproces: mooi als dat in je eigen tuin kan plaatsvinden, in een compostbak of -hoek. Het proces moet even op gang komen, maar dan snijdt het mes ook aan meerdere kanten. Denk eens aan alle energie waarop bespaard wordt: je  tuin- maar ook je dagelijkse groente- en fruitafval hoeft geen kilometers meer te maken per (vuilnis)auto en zelf hoef je niet meer op pad om zakken compost aan te schaffen. Win-winsituatie. 
Wil je liever geen plastic bak, dan zijn vier paaltjes met gaas een prima alternatief. Eenmaal een enthousiast composteerder is dat een extra stimulans om je tuin regelmatig bij te houden, want er is natuurlijk wel wat tuin- en groenteafval voor nodig om het proces op gang te brengen en te houden. Het kan ook geen kwaad om ‘de hoop eens om te zetten’. Voor een compostbak betekent dat: leegscheppen en alles door elkaar weer terug scheppen. Dat is ook dé manier om bij de bodemplaat te komen. Die is geperforeerd in verband met de noodzakelijke beluchting, maar in de praktijk, bij mij tenminste, raken de gaatjes al gauw verstopt. Dat heeft waarschijnlijk ook te maken met mijn aanstampen (met de schop) van de inhoud van de bak, voor een goed contact (!), waarna ik op meer plaatsen een bezemsteel in het groenafval druk en die goed ronddraai: voor de toch wel noodzakelijke beluchting. Onder het motto: elke chef zijn eigen recept. Enfin. Dan is het toch fijn als je zo’n plaat eens even goed kunt schrobben; zeg maar: de plaat poetsen. O nee, dat is ervandoor gaan - dat werkt niet. 


De plant poetsen: dat doen deze slakken voor mij - brrrr.
En dan! Het hele proces heeft natuurlijk tijd nodig, zéker in het begin. Maar op een dag is het zover en kun je met donkere kruimige compost je planten verwennen, zodat ze mooi bladgroen leveren - voor de compostbak - en hoogtij met de geur van bosgrond in je tuin.



TUINKALENDER

TUINKALENDER

 Hoogzomer: soms moet er gesproeid worden. Maar maak eerst een kuiltje: misschien is alleen de bovenste laag aarde zo droog en hoeft er nog geen water bij. 

 Is het wél nodig, doe het dan met beleid: het is schoon drinkwater. 

 Rozen bloeien lang: geef ze een steuntje in de rug met wat mest. 


 Houd de tuin fleurig en knip uitgebloeide bloemen af: in de compostbak werken ze aan een comeback. 

► Altijd onkruid wieden. 

 Met mijn gecombineerde schep/onkruidsteker van het merk Hori Hori, met ook nog een snijkant, heb ik daarvoor in één keer alles bij de hand. 

Groninger Kroon
 Wil je liever grote appels en peren oogsten in plaats van heel veel kleine, dun ze  dan nu uit tot twee in plaats van drie of vier bij elkaar. 

 Warm, koud, nat of droog: verlies de slak nooit uit het oog! 

 Pakken donkere wolken zich samen, ga dan nog gauw vóór de bui met wat mest langs de planten. 

 Bind alle klimmers regelmatig aan, zodat ze op regen en wind zijn voorbereid. 

 Ga je op vakantie, laat dan behalve gevulde gieters en een opgeruimde tuin een (kort) lijstje met aandachtspunten achter voor de oppas.


TUINFOTO'S JUNI 2019


TUINFOTO’S


4 juni 2019
Een larve van het lieveheersbeestje op de deksel 

van de regenton



Clematis recta purpurea

Verfomfaaide merel

In het compostvat voltrekt zich ...

... de metamorfose van een pissebed

terwijl er ook een prachtig insect landt:
moet ik nog 'even' opzoeken
(aanklikken voor vergroting!)

De zwanen laten zich niet onbetuigd en bewaken
hun kleintjes met argusogen en de vleugels al een
beetje 'in de aanslag'

Roos 'hoe heet ze ook alweer' komt mooi in bloei
boven het 'pergolaterrasje' 

Slakken, wáár je maar kijkt ...

... kom, jonge merel, dóe er iets aan!

9 juni 2019
Fietstochtje naar Hoeksmeer met een bezoek aan molen
De Meervogel, waar die dag een aardige mevrouw alles
over kon vertellen en waar zomaar drie zwaluwen op een rijtje
zaten langs de drooggevallen sloot.

12 juni 2019
Naaktslakkenfestival bij Prins in de achtertuin,
met kruipend buffet - mis het niet!!


woensdag 8 mei 2019

NIEUWE ARTIKELEN


NIEUWE ARTIKELEN VERSCHIJNEN 
IN JULI 2019


Het is weer mei, bijna zomer en de tuin explodeert. 
Misschien wel de mooiste tijd van het jaar, nu alles 
er zo fris en uitbundig bij staat; het  is één grote be-
lofte van wat allemaal  nog komen gaat. Vogels zijn
druk met nestelen en eieren leggen en wij sjouwen 
met tuingereedschap,  planten en zakken potgrond
 voor  de  eenjarigen;  het  buitenleven  neemt weer 
een aanvang. Geniet ervan!


VERKEREN VERKEERDE VERKEERD


In míjn tuin ...

… kan het verkeren. Niets nieuws onder de zon, want we danken deze spreuk, het kan verkeren, aan schrijver en dichter Gerbrand Adriaenszoon Bredero (1585-1618), die er zelfs zijn lijfspreuk van maakte. Bredero schreef zowel treur- als blijspelen, maar ook gedichten en kluchten. ‘De klucht van de molenaar’ werd in 2007 ‘en plein air’ opgevoerd achter de Widde Meuln in Ten Boer. Een klucht is altijd leuk en loopt ook altijd goed af. 

Maar in mijn tuin kan het verkeren zomaar de verkeerde kant opgaan nu zich in het vroege voorjaar wéér meer zaailingen van de sneeuwklokjes hebben aangediend. Terwijl ik daar al meer dan genoeg van had. Eigen schuld, dikke bult: nóg zo’n spreuk. Lieve help, ik schud ze zo uit mijn mouw, die spreuken - dóe er iets mee! 


Want plotseling kwam de lente, veel eerder dan verwacht, met een week lang temperaturen ver boven het gemiddelde. Ik ging direct uit de startblokken. Wieden, snoeien, selecteren en uitgraven, aanharken, opbinden, planten (groenten in het moestuintje!), maar natuurlijk ook uitblazen op het terras met door mijn man aangedragen biertjes.
En dat alles afgewisseld met buurtuinbezoekjes en buurtgesprekjes op de stoep, want op zulke dagen komt iederéén naar buiten: ‘… en ’t lijdt niet lang, of ’t buurverhaal is drok te gang’ (vrij uit A.C.W. Staring’s Het Kameleon). 

Iris reticulata
Ondertussen lieten de sneeuwklokjes hun witte bloemblaadjes vallen; vele groene zaaddoosjes bleven achter. Nog even en ik kan concurreren met de Keukenhof. Ik zou de klokjes eens flink moeten uitdunnen en eigenlijk ook meteen de daad bij het woord voegen. Helaas bleek de vroeg ingezette lente ook hét moment voor andere bolgewassen en zelfs al vaste planten om de kop op te steken. Daartussen gaan graven naar boventallige bolletjes van sneeuwklokjes is natuurlijk ondoenlijk. Het kan dan wel verkeren, maar vroeger, op de lagere school al, heb ik geleerd hoe je werkwoorden dient te vervoegen en dat loopt bij ‘verkeren’ niet goed af: verkeren, verkeerde, verkeerd!
Hoe nu verder? Mijn tuin is nu eenmaal geen Keukenhof, met elk jaar een miljoen bezoekers, dus daar hoef ik geen rekening mee te houden. Om te beginnen ga ik toch maar zoveel mogelijk zaaddoosjes plukken. Ík heb er geen zin in, maar hét heeft natuurlijk wél zin.
Mocht mijn tuin het volgend voorjaar toch nog te veel naar sneeuwklokjeswit verkeren, dan zal ik een heus bloemenstalletje inrichten om daar schattige sneeuwklokjesboeketjes (scrabblewoord!) aan te bieden. Niet verkeerd, uit een volle voorjaarstuin!

Mei 2019 

VROEGER WAS ALLES BETER

Heggenmussen 


April doet wat hij wil (zich nukkig verzetten tegen beter weer), maar nu is het mei en alle vogels leggen een ei. En wij zijn ook weer blij! Geen gemopper meer op de kou en al die nattigheid (‘naddigheid’ zegt Harma, weervrouw van RTV Noord), dáár zijn we voorlopig vanaf. Maar we beseffen niet half hoe we het in ons kikkerland getroffen hebben, met al die afwisseling en vier keer per jaar een ander klimaat. Zo heeft iedereen altijd iets om naar uit te kijken, want smaken verschillen en dat geldt ook voor de beleving van het weer.

Eikenbladsla, kruiden, blauwe bessenstruik,
bieslook en ruimte voor nog méér!
En natuurlijk ook voor wat je op je bord krijgt: ‘lust ik niet’ komt nog altijd voor, maar heb je een tuin, dan kun je in ieder geval verbouwen wat jij en je huisgenoten lekker vinden. En ook nog biologisch en dynamisch! 

Waar nu geoogst wordt, 
kan binnenkort iets ander groeien
Maar hoe en wat? Daar hebben we de boekwinkel voor: je kunt er door de bonen de bos wortelen niet meer zien, zoveel literatuur ligt daar verzameld over het onderwerp ‘moestuin’. In de afgelopen jaren is in ieder geval het aanbod in die sector gigantisch gegroeid, maar ook thuis voor de buis worden we bediend. Al zijn daar wel wat kanttekeningen bij te plaatsen.
Tuinprogramma’s op de Nederlandse televisie zijn eigenlijk niet meer dan één groot reclameblok voor de sector en dan gaat het vooral om de ‘hardware’ tuinproducten. Veel tegelwerk: voor de driezitstuinbank met brede armleggers, de buitenkeuken en niet te vergeten de jacuzzi, zodat je buiten alles kunt doen wat je binnen ook doet. Maar het blijft wel een tuin, hè, dus langs de schutting wordt een halve meter volgegooid met tuingrond, waar vervolgens wat exoten een plek krijgen en waar dan ook nog wat bodembedekkers in gedouwd worden, zegt Rob Verlinden. 


Carol Klein
Monty Don
Nee, dan Gardeners’ World, BBC2! Elke vrijdagavond om 21.30 uur, met een herhaling, ook BBC2, op zondagochtend, 9.35 uur. Zelfs als je het Engels niet voor 100% machtig bent, is het een geweldig tuin-programma, gespeend van welke reclame dan ook. Gewoon informatief, met praktische tips en inspirerende voorbeelden. En niet alleen in de (moes)tuin van presentator Monty Don, maar ook in andere tuinen.

Blijft natuurlijk overeind dat je baas bent in eigen tuin én dat je daar dus ook eetbare planten in kunt zetten, die je jaar in jaar uit blijven bedienen. 


Abraxas grossulariata of wel Harlekijn
En omdat ‘vroeger alles beter was’ heb ik bij antiquariaat Berger & De Vries in Groningen niet geaarzeld toen ik daar het boekje ‘Fruit uit eigen tuin’ (1962) van L.C. Oele en C.L. de Wilde zag liggen. Alleen de omslag al: rode en blauwe bessen, een appel, frambozen en aardbeien én een vlinder. Die zoeken we even op. Het blijkt een Harlekijn te zijn, voor de kenners: Abraxas grossulariata. Wéér iets wijzer geworden.


En nu lezen! In dit boekje gaan de schrijvers grondig te werk en wordt uitvoerig ingegaan op organische meststoffen, maar ook stoffen als kalkammonsalpeter (stikstof), 8 tot 10 kilo per are, superfosfaat (fosfor), 3 tot 4 kilo per are en patentkali (kalium), 7 tot 8 kilo per are (100 m²). Dit klinkt in ieder geval dynamisch. Ook het ‘dierenrijk’ wordt besproken en dan met name de boosdoeners: aaltjes, die ‘met het blote oog niet of nauwelijks zichtbaar zijn’, insecten en spinachtige dieren, waaronder ook maden, en ook vogels. Maar die laatste soort is als boosdoener een twijfelgeval: ‘Als een merel aan Uw rijpe aardbeien zit te pikken, is hij schadelijk, maar als diezelfde vogel slakjes eet, is hij nuttig.’ En het gaat nog verder: ‘En hoort ge hem zijn hoogste lied uitjubelen, dan zoudt ge zo’n vogel toch niet willen missen.’ Gelukkig meldt de schrijver ook dat de meeste vogels ‘middels de Vogelwet 1936’ beschermd zijn. Hoofdstuk IV behandelt het gebruik van bestrijdingsmiddelen met niet alleen een ‘Waarschuwing’ die maar liefst tien ‘regels’ telt, maar ook de raad geeft: ‘Denk hierbij aan kinderen en huisdieren, die (wellicht onverhoeds) in uw tuin kunnen komen.’
Tot slot wordt in dit hoofdstuk een ‘Veiligheidstermijn voor de te gebruiken bestrijdingsmiddelen’ gegeven: maar liefst veertien middelen, waaronder koperoxychloride en parathion! Maar dan hebben we het ergste wel gehad, afgezien dan van ‘Ziekten en beschadigingen’: zwamziekten, stambasisrot, schurft, vruchtrot - je kunt het zo erg niet bedenken of het kwam voor.
Wie zei dat toch: “Vroeger was alles beter”?