zaterdag 12 februari 2011

FEBRUARI/MAART

TUINKALENDER
                                                                                                                         
FEBRUARI/MAART
 Overwinterende kuipplanten geleidelijk meer water geven.
Geef, tenzij het vriest, ook de potplanten buiten water.
Voor een vroege bloei kunnen dahlia’s binnen opgepot worden.
Het opruimwerk in de tuin mag nu wel op gang komen.
Hark oud blad voorzichtig uit de border, zodat de grond kan opwarmen.
Onkruid wieden is altijd goed.

Pootaardappeltje!
Maak nestkasten schoon.
Pootaardappelen nu binnen laten kiemen, in april buiten planten!
Wacht met het wegknippen van oude hortensiabloemen tot in maart; alléén de oude bloemen! Bescherm bij vorst de nieuwe knoppen met vliesdoek of iets dergelijks.
Pluimhortensia mag teruggeknipt worden tot 5 cm. boven de vorige snoeiplek en hortensia Hydrangea arborescens ‘Annabelle’ kan gesnoeid worden tot op 15 cm.
De stengels van ‘Annabelle’ verdelen in stukken mét knop van plm. 15 cm. en met de onderkant in een pot zetten: voor evenzoveel nieuwe struiken!
Vang de eerste maartse zonnestralen op je toet!
'ANNABELLE'


vrijdag 11 februari 2011

NIEUW SEIZOEN!!


In míjn tuin …
… is het chaos en ik sta er wat onwennig in, met mijn snoeischaartje. De slappe slierten die ik ter plekke in verteerbare stukjes wil knippen, reageren niet op het mes en klappen alleen maar dubbel. Alles is nat en glibberig en de vogels, die zich hier de hele dag tegoed doen aan het wintervoer, zijn opgeschrikt door mijn gedoe. Waar begin ik eigenlijk aan? In maart kan het ook nog. Toch probeer ik het nog even met een andere snoeischaar, maar daarmee lukt het ook niet. Dan moet de compostbak deze stengels maar aanpakken. Er zijn ook steviger planten, die zich wél laten knippen. En nu ik mij er helemaal op gekleed heb (het is koud buiten), moest ik toch maar even doorzetten. Toen het winter was, in december, riep iedereen dat de winter nog moest beginnen. Nu het winter ís, wil het maar niet hard gaan vriezen. Gewoon de draad weer oppakken dus en lekker beginnen aan een nieuw tuinseizoen!
Ruim baan voor de sneeuwklokjes! Van de ene op de andere week staan ze boven de grond. En zij niet alleen! Narcissen, krokusjes, allemaal hebben ze er zin in en het is hartverwarmend om ze terug te zien! Onder de bruine warboel van Clematis recta purpurea komen twee bladeren van Arum italicum tevoorschijn: frisgroen met een helderwitte tekening. Al knippend herinner ik mij de zomerse geur van de witte clematisbloempjes. Roos ‘Queen Elisabeth’ ernaast wil ik dit jaar wat royaler in bloei hebben en ik kijk alvast hoe ik haar straks het beste kan snoeien. Mijn oude rododendron, twee jaar geleden flink ingekort, heeft gelukkig weer knoppen: teveel om ze nu in de kou allemaal te tellen! Als ik de stengels van Sedum spectabile wegknip, komt daaronder het blad van het leverbloempje, Hepatica nobilis, tevoorschijn. Verdraaid, er zitten al knopjes in! De bloemen van de hortensia’s hangen flodderig ondersteboven. Ik kan me niet voorstellen dat ze zo bij vorst de nieuwe knoppen nog bescherming geven, maar toch laat ik ze nog maar even met rust.
Het hoeft ook niet in één dag af en plotseling voel ik de kou door mijn jas heen; het is mooi geweest, voor een eerste rondje. Voor haast is het nog veel te vroeg - en de vogels willen eten! Vanachter het raam zie ik ze terugkomen in de tuin. We hebben de smaak weer te pakken: de vogels van het voer en ik van mijn ontluikende tuin!

Februari 2011

INSTANT TUIN

Heggenmussen

Ríjen!!!
‘Instant’ komt van het Latijnse ‘instans’ en betekent dringend, onmiddellijk klaar. Instantkoffie en instant pudding, we gebruik(t)en het allemaal wel eens. Maar eigenlijk heeft het een bijsmaakje: het hóórt niet. Voor het behalen van een goed resultaat is tijd en zorg nodig. Maar tijd hebben veel mensen tegenwoordig niet meer. Het bijbehorende geduld ook niet. Ik ben in dat opzicht behoorlijk met mijn tijd meegegaan. Nu het voorjaar eraan komt, hoera, willen we de voorjaarsbolletjes in bloei zien, allemaal! En daar hoeven we niet meer op te wachten. Het tuincentrum, de bloemenzaak en zelfs de supermarkt heeft ze in rijen klaar staan: instant bolletjes, direct klaar! Hiermee halen we letterlijk het voorjaar in huis en wat is erop tegen, om zo onze humeuren een beetje op te krikken?! Tegen de tijd dat ze uitgebloeid zijn, nemen de bolletjes in de tuin het stokje over en kunnen we precies zien waar ruimte is voor de instant bolletjes
Voor nog meer instant genoegens kunnen we nu ook ouderwets met tijd en zorg aan de slag: eenjarigen binnen voorzaaien. Als we ze in grote potten opkweken, zijn ze in de loop van de zomer overal in de tuin te gebruiken om gaten op te vullen, kleuraccenten aan te brengen, of om te experimenteren met kleurencombinaties. Of gewoon om het terras op te vrolijken. Instant planten, voor een effect à la minute!
Half februari, begin maart kan met het zaaien binnen begonnen worden. Maar eerst op zoek naar de mooiste, de leukste of misschien wel de hoogste planten. Ik heb op Internet gezocht, o.a. bij www.bolster.nl, www.vreeken.nl. en www.cruydthoeck.nl. Je kunt ook ‘eenjarigen’ googelen. Er komen de gewoonste, maar ook bijzondere soorten voorbij. Ze worden niet allemaal speciaal aanbevolen voor potcultuur, maar als de pot groot genoeg is en de planten worden regelmatig bemest, is dat geen probleem. Uiteindelijk zijn er zelfs bomen die in een pot gedijen. Wat verder opvalt, is het aantal zaden dat je geleverd krijgt: het kan oplopen tot vijfenzeventighonderd per soort, zoals ‘Ageratum houstonianum ‘Snijwonder’/‘Market Growers Blue’ bij Vreeken voor € 1,50! Dat komt de exclusiviteit van je tuin niet ten goede, want het deelt natuurlijk gemakkelijk uit, bij zulke hoeveelheden! Vermoedelijk niet bedoeld voor particulieren. Bij De Bolster is een zakje zaad voldoende voor een vierkante meter. Dat is nog enigszins overzichtelijk.
Cosmos bipinnatus
Een lijstje. Als eerste Clarkia tenella ‘Blue Magic’; lavendelblauw, geschikt voor potcultuur op een zonnige plek. Deze Clarkia (synoniem voor Godetia) bloeit van mei tot september, met zijn hoogte van 25 cm. op de eerste rang. Iets hoger, 40 cm., wordt Coleus ‘Palisandra’, die laat bloeit met lichtlila bloeiaartjes tot de vorst invalt. Maar bij deze eenjarige gaat het vooral om het donkere paarsbruine blad. Ook geschikt voor in de pot, deze ‘combineer’plant; wel graag in halfschaduw. Dan ‘Incarvillea sinensis ‘Cream Trumpets’: een stevige plant met fijn ingesneden donkergroen blad en roomwitte bloemen van juli tot oktober. Op een plek in de zon wordt deze Incarvillea 40 tot 60 cm. hoog. Misschien wel goed te combineren met een mexicaantje: Ageratum houstonianum ‘Timeless Mixed’ (duizend zaden per verpakking!), in de kleuren wit, roze, lila, dieprood en blauw, 50 cm. hoog. Bloeit ook van juli tot oktober in zon of halfschaduw.
Een opvallende verschijning is de olifantsamarant, Amaranthus paniculatus ‘Oeschberg’, 50 tot 70 cm. hoog, met roodbruin blad en trossen donkerrode bloemen. De groene amarant heeft opgerichte bloemtrossen en de kattenstaartamarant hangende; bij de olifantsamarant gaat na verloop van tijd de toptros hangen, zodat zijn bloemen aan de slurf van een olifant doen denken. Wit met fijne zwarte streepjes: dat zijn de bloemen van Agrostemma githago ‘Snow Queen’, een bolderik voor een plekje in de zon. Subtiel, maar niet te missen, met zijn 75 cm. hoogte. Bloeit juni/juli. Agrostemma githago ‘Milas’ is roze. Eigenlijk heel gewoon, maar práchtig (vind ik!): cosmea, Cosmos bipinnatus, met grote witte, roze of karmozijnrode (C.b. ‘Dazzler’) bloemen boven fijn geveerd diepgroen blad aan wel tot 150 cm. hoge stengels. Ze bloeien van juli tot aan de vorst. In dezelfde orde van grootte aanbevolen: Althea rosea annua: een stokroos die in één jaar in bloei komt. Bloemen van champagne tot scharlakenrood! Voor alle eenjarigen geldt: knip uitgebloeide bloemen eruit, voor een langere bloei.
Dit is een klein greepje uit het gigantische aanbod: maak je eigen keuze en ga binnenkort aan de slag. Lees de gebruiksaanwijzing op de verpakking. Zaai dun in kweekbakken, eierdozen of plastic verpakkingen, zoals de hoge bakken waarin druiven verkocht worden. Gebruik speciale zaaigrond of verschraal potgrond met zand - voeding is nog niet nodig. Dek het zaaigoed af met een kap of plastic zak en laat kiemen. Na de eerste twee ronde blaadjes komen pas de echte blaadjes. Als die zich gemeld hebben, kan er verspeend worden: de zaailing krijgt een eigen (klein) potje, waarin de worteltjes tot een compact kluitje kunnen groeien. Knip af en toe de topjes eruit voor een goed vertakte plant. Zodra er een mooi wortelkluitje is, kan het plantje verhuizen naar een groter potje. Misschien wordt dat nog eens herhaald. Begin mei de plantjes afharden en pas na half mei definitief naar buiten. Kweek ze daar verder op tot kant-en-klare instant planten!
Februari 2011

zaterdag 15 januari 2011

DE BESTE PLANTEN EN DE BESTE WENSEN

Heggenmussen


Buiten is voor de tuinier in deze tijd van het jaar nog niet veel te beleven. Binnen kun je, als het meezit, genieten van het uitzicht op een besneeuwde of berijpte tuin, voor zover er nog voldoende oude stengels met vergane bloeiwijzen overeind gebleven zijn. Maar ook als de temperatuur weer boven het vriespunt komt, kan de tuin een aantrekkelijk beeld opleveren in alle tinten groen en bruin. Als dan ook nog de zon doorbreekt en twinkellichtjes rondstrooit, zijn deze dagen zonder tuinwerk redelijk door te komen.
Je kunt je zelfs weer een beetje voorstellen hoe het eruit gaat zien, de komende zomer. Misschien heb je wel ergens genoteerd wat er dit jaar anders moet. Zelf ben ik te rade gegaan bij de uitverkoren ‘vaste plant voor 2011’, want zo’n finalist, met al zijn kwaliteiten, mag natuurlijk in geen enkele tuin ontbreken. In 2006 viel de eer te beurt aan de ‘Iris’; in 2007 was ‘Hosta’ de gelukkige en in 2008 ‘Astilbe’. Heel overzichtelijk, die uitverkiezingen. In 2009 besloot men een plantengroep in opkomst eens flink in het zonnetje te zetten en met een breed armgebaar werden de ‘siergrassen’ verkozen tot vaste plant van 2009. Daar raakt een mens van in de war, zoveel winnaars in één keer. Toch is dat ergens goed bevallen, want het jaar erop ging de eer naar ‘keukenkruiden’: vaste plant van 2010! Nergens interessante artikelen te lezen over dat éne keukenkruid in het bijzonder; dat maakt de keuze lastig. Toch lijkt het de afzet van de prijsplant - een flink segment in de plantenbranche - geen windeieren te leggen, want dit jaar wordt door de Vereniging van vaste plantenkwekers de ingeslagen weg verder bewandeld met ... de groep vaste planten die geschikt is als snijbloem! Ofwel: die als snijbloem te schikken is.

Paeonia 'Sarah Bernhardt', pioen
Tot mijn verrassing staan ook de siergrassen weer in het rijtje én zijn de andere negentien winnaars met name genoemd. Dat scheelt een hoop gezoek voor de bloemschikkers onder ons. Daar komen ze: Alcea (stokroos), Alchemilla (vrouwenmantel), Aquilegia (akelei), Aster, Campanula (klokjesbloem), Delphinium (ridderspoor), Echinacea (zonnehoed), Gypsophila (gipskruid), Helenium (zonnekruid), Kniphofia (vuurpijl), Liatris (lampenpoetser), Paeonia (pioen), Penstemon (schildpadbloem), Phlox paniculata (vlambloem), Physostegia (scharnierplant), siergrassen, Solidago (guldenroede), Verbascum (toorts), Verbena bonariensis (ijzerhard) en Veronica (ereprijs).
Dat wordt een reuzenboeket, met die stokroos erin! Evengoed stuk voor stuk prachtige planten! Maar: met grote stappen gauw thuis. Hoeveel categorieën vaste planten zíjn er, om de komende jaren nog verkozen te worden tot vaste plant van het jaar!
Alcea, stokroos
Enfin, wie aan de slag wil met betrouwbare, sterke snijbloemen uit eigen tuin, kan met deze lijst eventuele hiaten in de tuin vullen. En daarna de vazen natuurlijk. Daar is ook nog wel iets over te melden.
Hoe houd je een boeket zo lang mogelijk goed?
Snijd de bloemen bij voorkeur ’s ochtends vroeg, wanneer de stengels volgezogen zijn met water. Dan is de celspanning groot en zijn de stengels het stevigst. Zet ze liefst meteen in een emmer water. Zorg voor een vaas die met warm water en soda schoongemaakt is en vul die met vers water. Snijd met een scherp mes de bloemstelen schuin af, zodat de waterkanaaltjes openblijven en tegelijk het opnamevlak zo groot mogelijk is. Blad en laaggeplaatste scheuten mogen niet in het water komen en moeten weggesneden worden. Voeg speciale snijbloemenvoeding toe; die is ook in ‘grootverpakking’ te krijgen. Zet je boeket niet in de buurt van fruit, waar het voor bloemen schadelijke ethyleen vanaf komt. Rook van sigaren, sigaretten en joints is ook voor snijbloemen niet gezond. Verder mag het boeket niet worden blootgesteld aan grote temperatuurverschillen en tocht, maar zet de vaas ’s nachts liefst op een koele plek. Tot slot moet het water regelmatig ververst worden, waarbij de vaas wordt omgespoeld met kokend water. Dit alles zal in 2011, maar ook in de jaren die nog volgen, door de ‘vaste plant van het jaar’ zeer op prijs gesteld worden!
De niet-bloemschikkers staat het natuurlijk vrij om in de tuin ter plekke een groots boeket aan te planten met deze lijst van toppers.
Akelei
En dan! Is er nog ruimte voor een nieuwe trend? Want bolboompjes zijn ‘uit’ en meerstammige bomen zijn ‘in’. Zo kun je op afstand zien welke tuinier met zijn tijd meegaat en welke niet. Voor de trendvolgers: tot boom van het jaar in 2011 is verkozen de ‘Nothofagus antarctica’. Deze meerstammige antarctische beuk of schijnbeuk onderscheidt zich o.a. met witte lenticellen. Dat zijn de kleine ademende openingen in de bast van een houtige stam of stengel.
Bij het uitlopen van het blad, in april, verspreidt deze Nothofagus een zoete, kruidige balsemgeur. De zijtakken dragen vele rijen twijgjes, in een visgraatpatroon. Het blad is klein, met een golfrandje, en verkleurt naar goudgeel in de herfst. De boom groeit snel, tot een hoogte van acht meter, en is zeer geschikt voor daktuinen, bloembakken en kleine (stads)tuinen.
Tot slot de goede voornemens en de beste wensen voor 2011. Kan er nog één bij? Biologisch tuinieren!
Campanula medium
In 2008 werd een vierjarig convenant ondertekend door o.a. overheid, banken, boeren en supermarkten, met als doel: een jaarlijkse omzetgroei van minstens 10% in de biologische sector. In 2010 steeg de omzet zelfs met 20%!  Biologische voeding is een succes en een belangrijke stimulans voor de verduurzaming van de totale voedselmarkt.
Laten wij ook ons steentje bijdragen en onze tuinen verduurzamen door biologisch te tuinieren, zonder gif en kunstmest of mest van vee, dat genetisch gemanipuleerd voer krijgt.
Gebruik je eigen compost en bemest borders en gazon met biologische mest. Het afgemaaide gras kun je laten liggen; de grasmat voedt zich er zelf mee. Als de slakkenplaag niet meer in de hand te houden is, gebruik dan het biologisch bestrijdingsmiddel Escar-Go. Ook voor andere problemen van organische aard zijn biologische middelen beschikbaar. Of pers een (biologische) bol knoflook uit in een liter koud water. Aan de kook brengen, laten afkoelen, zeven, in een plantenspuit gieten en daarmee schimmels en insecten te lijf gaan. Ook sterroetdauw op rozen. Je kunt ook bij elke rozenstruik een teentje knoflook in de grond stoppen of een Alliumsoort planten, zoals bieslook. Deze bolgewassen brengen zwavel in de grond en dat doet het ‘m.
Zo belast je jezelf niet met giftige stoffen en is er ook geen onnodige belasting voor het milieu. Heb je ook fruit en/of groente in je borders, dan zul je het verschil zeker proeven en ruiken!
Een goed en gezond 2011!

Januari 2011

woensdag 12 januari 2011

JANUARI/FEBRUARI

TUINKALENDER                                                                                                                       


JANUARI/FEBRUARI

Laat, zolang het vriest, de tuin met rust.
Houd paden en stoep begaanbaar, liefst met zand.
Doe de vogels en jezelf een plezier met vogelvoer.
Druiven alsnog snoeien als het niet meer vriest.
Dat geldt ook voor bomen en struiken.
Een laagje compost kan altijd en kalk liefst vóór half februari. Biologische kalk kan ook gestrooid worden in combinatie met mest; anders moeten er zes weken tussen zitten.
Helleborus (kerstroos) is ook een liefhebber van kalk.
Denk na over eenjarig zaaigoed; ook via Internet te bestellen.
Als je niet langer wilt wachten, koop dan voorgetrokken bolgewasjes voor op de tuintafel. Bij vorst wel even afdekken of binnenhalen!
Bij zacht weer mag je alvast een beetje opruimen: wat op de grond ligt te verslijmen.
Lichtpuntje: de dagen gaan weer lengen!
Te kust en te keur ...

maandag 10 januari 2011

IJSELIJK

Nóg kouder: Denemarken!
In míjn tuin …

... rijgen de winterse dagen zich rond de jaarwisseling aaneen tot een lange sneeuwketting, versierd met vriespuntjes en bijeengehouden met winterbandjes. Buiten is het onafgebroken grijs en koud. Met pijnlijke vingers, waar al snel alle gevoel uit verdwijnt, pruts ik het vogelvoer met dunne touwtjes aan ijskoude takken. Ik ben een superkoukleum, maar dit móet, om nog enig leven in mijn tuin te halen - en te houden!


Binnen valt de kou van het tv-scherm af, waar horden mensen zich afbeulen tegen noordoostenwinden in, over kilometerslange ijsbanen. Ik ril in mijn wollen trui en haal er nog een vest bij. Als ik de tv heb uitgedaan, blijft de kou nog lang hangen. Het liefst rolde ik me in een deken, op de bank, maar gek genoeg gaat het leven gewoon door. We moeten naar buiten, voor boodschappen. En als de temperatuur in de auto boven nul komt, kan ik zowaar even genieten van de besuikerde vergezichten, de arme schapen in de sneeuw en de vlucht ganzen die een slaapplaats zoekt voor de nacht. Als de zon doorbreekt, gaan mijn gedachten zelfs even richting mijn wandelschoenen, maar dat duurt maar twee minuten; dan is de zon alweer weg. En ik zak terug in mijn lethargie (1. ziekelijke slaapzucht; 2. (fig.) toestand van geestelijke ongevoeligheid, ongeïnteresseerdheid, inactiviteit), die pas zal afnemen als de temperatuur weer toeneemt.
Was ik maar een beer, of een egeltje; dan kon ik alle winters overslaan en alleen in de andere jaargetijden leven, waarin het ook voor planten de moeite waard is om de oogjes open te doen. En ik hoor niemand meer over de opwarming van de aarde. Was er niet nog een andere variant? Die van een terugkerende ijstijd?? Zijn we wel slim bezig, met het terugdringen van de CO² uitstoot? Zou ik toch niet beter de verwarming op 25ºC kunnen zetten?! Ach, je weet het niet. Mijn hersencellen draaien nu natuurlijk ook op een laag pitje - geen goed moment voor het nemen van afwijkende beslissingen. Ineens moet ik denken aan het gesprekje, ooit in Denemarken, met de uitbater van een ‘Kiosk’, die ons ‘pølserbrød’jes (worstenbroodjes) verkocht. Hij bleek een Noor te zijn, die vanwege de Noorse kou naar Denemarken was geëmigreerd! Wat is alles toch betrekkelijk.
Ik steek mijn neus boven mijn kraag uit; ik moest maar eens naar buiten. Op zoek naar sneeuwklokjes, tussen de sneeuwvlokjes, in mijn ijselijke tuin!

Januari 2011

vrijdag 31 december 2010

TUINFOTO'S 2010


TUINFOTO’S



JANUARI 2010
30 januari: sneeuw!

FEBRUARI 2010
Koperwiek

APRIL 2010
Moestuintje

MEI 2010
Voortuin

JUNI 2010
Kippen in het buitentuintje

JULI 2010
Voortuin

AUGUSTUS 2010
Zomer in mijn tuin

SEPTEMBER 2010
Kuipplantenhoekje

OKTOBER 2010
Herfstasters en sedum herbstfreude

NOVEMBER 2010
Vogelvoer in zelfgebreid netje

DECEMBER 2010
Kerstbal met op de achtergrond
een kraai die zich tegoed doet aan
een vette vogelvoertaart


woensdag 15 december 2010

BOMEN MET BALLEN

Heggenmussen


Wat halen we in huis voor de kerst? Een échte boom of namaak?! De afdeling kunstkerstbomen is in de afgelopen jaren fors uitgebreid. En ze zijn vrijwel niet meer van echte kerstbomen te onderscheiden. Behalve dan de trendy witte en zwarte exemplaren. Toch zijn er verschillen en die zet ik op een rij.
Over het algemeen hangt er een fors prijskaartje aan de kunstbomen, maar gemiddeld gaan ze dan ook tien jaar mee. Dat is dus een investering voor de lange termijn.
De productie en later de afvalverwerking van deze bomen geeft weliswaar een zwaardere belasting voor het milieu, maar door de langere levensduur is er uiteindelijk vrijwel geen verschil met echte bomen, zolang die niet op straat worden verbrand tenminste.
Onze echte kerstbomen komen uit productiebossen in Nederland, maar ook uit andere Europese landen, zoals Denemarken en Tsjechië. Met het kappen wordt dus geen schade toegebracht aan de natuur. Behalve kunstmest worden ook bestrijdingsmiddelen ingezet, maar altijd nog minder dan bij de teelt van groenten en fruit.
De prijs van een echte boom ligt aanzienlijk lager dan die van een kunststof soortgenoot, hoewel de kerstbomen dit jaar wel duurder zijn dan voorheen, omdat ze door de vorige koude winter een lichte groeiachterstand hebben opgelopen.
Een kunstboom scheelt een hoop gedoe. Je hoeft hem jarenlang niet uit te zoeken en 
mee naar huis te slepen en je hebt geen last van uitvallende naalden. Water geven hoeft ook niet en na de kerstdagen leg je hem gewoon weer ingeklapt op zolder. Ik heb zelfs wel eens van iemand gehoord die hem met ballen en al in de kelder zette! Máár...! De namaakboom geurt niet! En dat is toch wel een groot pluspunt voor de echte kerstboom!

Waar moet je om denken en op letten als je kiest voor een echte boom? Eerst meet je de beschikbare ruimte op, zodat je niet hoeft te beginnen met zagen. Bovendien: de prijzen stijgen met de hoogte van de boom. De beste plek in huis is licht, niet te dicht bij de verwarming en zeker niet bij de open haard, niet op de tocht en met voldoende luchtvochtigheid, tegen naaldval. Tja, dat wordt dan de badkamer! Maar je kunt ook speciale kerstboomvoeding aan het water toevoegen: dagelijks een halve tot één liter, naar 
grootte van de boom. Een boom met kluit moet een ruime pot hebben met een goede afwatering. Zet er een schaal onder om dat op te vangen. Een boom zonder kluit neemt water en voeding op via de bast. Zorg er dus voor dat de bast intact blijft tot beneden het waterniveau. Zaag een stukje van de stam af, zoals wanneer je bloemen in een vaas zet. Een boom zonder kluit is goedkoper. Met kluit kan hij in de tuin geplant worden.
Dan moet hij wel een mooie stevige wortelkluit hebben, met wortels die niet afgezaagd zijn. Knip ook de top er niet uit, want dan gaat het typische kerstboommodel verloren, omdat de boom dan meerdere toppen zal produceren. Bij een boom voor de tuin is het ook noodzakelijk om precies te weten wat je koopt: met naam en toenaam, want voor een boom die twintig meter of nog hoger wordt, moet je ook je tuin opmeten!

Niet van echt te onderscheiden, toch?!
Schud tenslotte de uitverkorene even, vóór de definitieve aanschaf: als de boom al wat langer droog staat, zal hij nu al naalden laten vallen. Levende bomen bevatten veel hars, zowel in de naalden als in het hout, en dat is brandbaar. Een uitgedroogde boom kan aan de warmte van de kerstverlichting genoeg hebben om te ontbranden! Maar ‘verse’ bomen zijn niet brandgevaarlijk. Overigens is het altijd verstandig om de verlichting uit te doen als er niemand thuis is.
En hoewel de verleiding groot is om ook de kluitkerstboom bij thuiskomst direct te versieren, moet hij toch eerst een dag acclimatiseren, in schuur, garage of berging. Dat moet ook weer, en dan wel een paar dagen, als je de boom na het feest in de tuin wilt zetten. Uiteraard kan dat alleen als de grond niet bevroren is. Maak een ruim plantgat, voeg potgrond en compost toe, geef water en wie weet, slaat hij dan aan!
Even onthouden: naalden van Piceasoorten hangen en zijn stekelig; die van Abiessoorten hebben een stomp uiteinde, staan rechtop en prikken niet, wat wel zo prettig is bij het versieren.
De meest verkochte kerstboom is de groene fijnspar, ofwel gewone spar, Picea abies, met een kegelvormig silhouet. Deze spar, die met een kaarsrechte stam de vijfenveertig meter haalt(!), wordt behalve voor de kerst ook aangeplant voor de houtproductie: vurenhout. De Nordmann is ook geliefd: Abies nordmanniana. Deze boom kan lang binnen blijven staan zonder dat zijn naalden uitvallen. Het is een mooie boom, donkergroen van kleur, met dichte en regelmatig gerangschikte takken. Buiten uitgeplant kan hij wel twintig meter hoog worden - dat is heel hoog.
Er zijn ook kerstbomen die al van zichzelf versierd zijn, zoals de Koreaanse zilverspar, Abies koreana. Deze spar heeft glanzend groene naalden, die aan de onderkant zilverwit zijn. De acht centimeter lange kegels zijn purperblauw en komen ook al op jonge exemplaren van pas een meter hoog voor. Deze Koreaanse zilverspar kan zelfs meer dan twintig meter hoog worden.
Over zulke afmetingen hoef je je geen zorgen te maken als je een kerstboom huurt.
Op de site van Milieu Centraal las ik dat Staatsbosbeheer gedurende een paar weken per jaar de mogelijkheid zou bieden om eigenhandig een kerstboom te kappen. Maar op de (vernieuwde) site, http://www.staatsbosbeheer.nl/, kon ik daarover niets vinden. Ze verkopen wél een knuffelboom, met een zakje elzenzaadjes. Dat is natuurlijk ook heel leuk.
En dan nog even iets over de gladheidsbestrijding rond ons huis, in alweer een zogenaamde elfstedentochtwinter. De overheid bestrijdt gladheid met beleid. Rijkswaterstaat strooit in een strenge winter gemiddeld zo’n vijftien gram zout per vierkante meter. Bij preventief strooien is dat zeven gram en als het al glad is, wordt dertig gram per vierkante meter gestrooid. Bij minder dan -15°C wordt niet gestrooid: dan werkt het niet meer. In veel landen, waaronder Duitsland en Oostenrijk, wordt niet met zout, maar met zand gestrooid. Ook op de wegen dus. Daar kunnen wij een voorbeeld aan nemen, vooral wij particulieren. Want wij zijn veel kwistiger met de zoutpot dan onze overheid en daar kan onze tuin zeer van te lijden hebben. Wat te doen: eerst sneeuwschuiven, liefst voor de sneeuw is aangetrapt of -gereden, dan de bezem erover. Ik heb een nieuwe, met ijzerdraden tussen de borstel‘haren’; een onkruidbezem noemen ze dat. Maar met plakken sneeuw weet hij ook raad! En dan zand strooien. Wie toch zout wil gebruiken, kan het mengen met zand: dat scheelt de helft.
Kom goed thuis, met de kerstboom en een zakje zand! Prettige feestdagen!

December 2010

woensdag 8 december 2010

‘OEHOE’ EN ‘ROEKOE’


In míjn tuin …

... is het weer een en al gehip, gefladder en gebungel. Dat is dan weer leuk aan de winter. Met een flinke voorraad vogelvoer kun je al je gevleugelde vriendjes op een paar meter afstand nog eens goed waarnemen. De boomkruiper is er weer. Als ie stil zit, tegen de berk aan, zie je hem gemakkelijk over het grijze lijfje. Maar dat kan hij zich nu niet permitteren, stilzitten, en ijverig kruipt hij langs richeltjes en schorsjes omhoog, op zoek naar verstopte insecten. Staartmezen zag ik en de specht!
Kool- en pimpelmezen zijn er volop. Maar ook vinken, winterkoning en roodborst komen hun maagjes vullen, voor zover spreeuwen en merels ze de ruimte geven.
Met mijn kleinzoon, bijna anderhalf, kijk ik naar het drukke verkeer in de tuin. Hij leunt ontspannen over de rugleuning van de bank en vermaakt zich ook met de ‘vógels’! Zo klein als hij is, kent hij er al wat bij naam. “Kráaie!” roept hij, als twee grote exemplaren stelling nemen in de es. “Goed zo!” moedig ik hem aan. “Wat zeggen de kraaien?” “Kra, kra!” Heel goed, je mag door naar de volgende ronde! Eksters laten zich nu even niet zien, maar die kent hij ook. Als er een troepje mussen in de veldesdoorn landt, roept hij: “Músse!”
OEHOE zegt de uil
Veel van zijn kennis komt uit prentenboekjes. Het onderwerp boerderij is nu favoriet en waarschijnlijk dankzij een geweldig geheugen weet hij daar nu alles van! De boer, de tractor, honden, poezen, de appelboom, de koe, het kalf, het paard, het veulen en natuurlijk ook de geit, het schaap en het lammetje: hij onthoudt en benoemt álles. Ook de kool, de wortel, de vlinder en de slak. Dól is hij op ‘aardbei’ en ‘druive’ - we hoeven er nooit naar te raden! En ‘eend’jes voeren, ‘kwak’, is ook altijd leuk: dan eet hij alsnog de korstjes, die hij aan zijn boterham niet lust!
“Poes!” roept hij op de bank. Ja, die eet ook van het vogelvoer. Jammer dat ‘duif’ en ‘uil’ het laten afweten, met hun ‘roekoe’ en ‘oehoe’.
Ja sorry hoor, maar ik ben ook zo trots en blij natuurlijk, met iemand die zo mijn belangstelling deelt! Straks samen naar buiten, in het voorjaar, de ‘bloeme’ benoemen, de ‘aardbei’ watergeven en ... Mijn kleinzoon laat zich van de bank glijden: zijn mama komt eraan. “Auto!” roept hij. “Auto!” Ach ja, ‘broembroem’, met ‘wielen’ die ‘dráaie’: zijn belangstelling reikt verder, veel verder dan mijn ‘tuin’!

December 2010

maandag 15 november 2010

BETONBIJEN (EN RECEPT VOGELVOERHUISJE)

Heggenmussen

Het is weer wintertijd. Iedereen spoedt zich in het donker naar huis (waarom niet het hele jaar zomertijd?!) en alles wat niet leuk is aan ‘weer’ komt samen: kou, wind en regen.

Knautia macedonica
Dan kun je wel een opkikkertje gebruiken. Dat kan iets vloeibaars zijn, maar in mijn geval was het een artikel in de NRC van 23 oktober jl. ‘In bijenparadijs Parijs ...’ stond erboven. Over bijen lezen we de laatste jaren vooral sombere berichten. Ze sterven massaal en voor de bestuiving van onder meer onze voedselgewassen wordt gevreesd. Zo’n opmerkelijke krantenkop is dus meer dan welkom: een positief bericht!

Uit het artikel blijkt dat juist de stad voor bijen een geweldige leefomgeving is geworden. Pesticiden, zoals Round-up, die in de landbouw nog steeds volop worden gebruikt, zijn in Parijs al sinds tien jaar verboden. Maar niet iedereen ziet daarin het verschil tussen de betonbijen, zoals de stadse bijen worden genoemd, en de bijen op het platteland.
Geraniumblad
Prunella, bijenkorfje
Wat in ieder geval wel verschil maakt, is de temperatuur, die in een stad als Parijs drie graden hoger is dan op het platteland en waarmee het vliegseizoen voor de bijen verlengd wordt. En dan de variatie in de beplanting. Waar in de agrarische sector sprake is van een monocultuur (vele hectaren beplant met één gewas en geen veldbloemen meer), met hooguit vijftien soorten nectar- en stuifmeelleveranciers, biedt een stad als Parijs wel tweehonderd soorten.
Bloemen bloeien er het hele jaar en lanen, straten en parken zijn onder andere beplant met kastanjebomen, prunus, linden en de honingboom, Sophora.
Allium
Rudbeckia Goldsturm
De kwaliteit van de Parijse honing is voortreffelijk: lood en dioxine komen er niet in voor. Bovendien produceren de betonbijen tot tien keer meer honing per jaar dan hun collega’s buiten de stad. Voor ‘betonimkers’ gelden wel regels. De bijenkasten moeten op minstens 25 meter afstand staan van scholen en ziekenhuizen en er mogen alleen rustige bijenvolken gehouden worden. Bovendien worden in de bijenstal van de Jardin du Luxembourg imkercursussen gegeven, waarvoor ook veel belangstelling is van jongeren. Tot nu zijn imkers vooral vijftigplussers, dus ook dat is een positieve ontwikkeling.
Met zo’n vierhonderd bijenvolken, die onder andere gehouden worden in bijenkasten op het dak van de Opéra, het Grand Palais en bij Louis Vuitton, is Parijs op weg de grootste bijenstad ter wereld te worden.
Maar de concurrentie komt op gang! Op 16 maart van dit jaar is in New York het bijenverbod opgeheven dat bijna twaalf jaar geleden werd ingevoerd uit angst voor bijensteken. Bijen werden gezien als een bedreiging voor het stadsleven. Daar denkt men nu dus anders over. First Lady Michelle Obama, die zich inzet voor de promotie van gezonde voeding, liet daarop op 20 maart een bijenkorf plaatsen bij het Witte Huis en dat zal ongetwijfeld veel Amerikanen inspireren om hetzelfde te doen.
In Brussel zijn ook imkers actief en heeft men de beplanting in de groene zones aangepast aan de regio, heemplanten dus, om ook daar de bijenvolken in stand te houden.

Geranium
Onze eigen hoofdstad, Amsterdam, laat zich niet onbetuigd. In stadsdeel Slotervaart ligt al heel lang het Oude Bijenpark en in stadsdeel Geuzenveld is het Nieuwe Bijenpark aangelegd. Samen beschikken beide parken over honderdtien siertuinen en tweeëntwintig imkertuinen. Ook op Amsterdamse daken worden bijenvolken gehouden en de belangstelling voor een imkercursus neemt hier eveneens toe.
Nog dichter bij huis, in de stad Groningen, houdt men zich ook bezig met ‘betonbijen’. Vorig jaar is daar besloten tot het zaaien van meer nectardragende bloemen, onder andere op braakliggende percelen. Van oorsprong ‘Groningse’ wilde soorten, maar ook gewassen als luzerne, phacelia, koolzaad en incarnaatklaver: bijenlokkers bij uitstek. Ook worden in de stad meer fruitbomen aangeplant en nectarleveranciers als linde en tamme kastanje. De Gemeente Groningen heeft al twee ‘bijenstanden’ en er zal er nog één bijkomen. In een leslokaaltje kunnen ook cursussen en demonstraties gegeven worden.

Geranium
Dat zijn berichten om vrolijk van te worden in sombere tijden! En natuurlijk zijn er veel méér steden in Nederland en elders ter wereld, waar imkers zich al dan niet op het dak met betonbijen bezighouden. Misschien voelen we ons wel aangesproken en zaaien we in het voorjaar ook bijenlokkers. Bijen vliegen niet op geur, maar op kleur. Ze houden vooral van blauw, maar ook van geel, dus daar kan straks vast een aardig hoekje mee ingezaaid worden.

Tot het zover is bekommeren we ons om wat grotere vliegertjes: de vogels die in onze tuinen overwinteren. Op regenachtige dagen valt er heel wat af te knutselen met kinderen en/of kleinkinderen! Hokjes en voederplankjes geven leuk timmer- en schilderwerk en met het voer kan ook heel wat geknutseld worden.

Brei eens een voerzakje van dat groene touw, waarmee we in de 
tuin alles  bij elkaar binden.
Op dikke naalden, nummer 7, is dat zó gepiept. Zet tweeëntwintig steken op en brei vier naalden in ribbels. In de vijfde naald gaatjes breien: twee steken recht, twee steken recht samenbreien, draad om de naald slaan. Herhalen tot het eind van de naald. Dan in steken naar eigen smaak doorbreien tot de gewenste lengte bereikt is. Afkanten, onder- en zijkant sluiten. Haak een koordje en haal dat door de gaatjes heen. Vul het zakje met pinda’s, brood, fruit, kaas en grote zaden of een (zelfgemaakte) vetbol, knoop het dicht en hang het buiten op een goed bereikbare plek voor vogels.
Een sneetje volkoren vinden ze ook lekker, maar dan wél leuk opgediend. Maak deeg met vijfhonderd gram volkorenmeel, tien gram gist, drie deciliter lauw water en vijftig gram boter, zónder zout. Laat het deeg rijzen en rol het uit tot een lap van ongeveer een halve centimeter dik. Snijd er figuren uit (grote boterham, poezenkop, kerstster, hart, letter, blad-, appel- of peervorm) en maak bovenin een gaatje met een satéprikker. Leg de vormen op bakpapier op een bakblik, laat nog twintig minuten narijzen en bak ze een kwartier tot twintig minuten in een op 225ºC voorverwarmde oven. Haal een touwtje door het gaatje en versier er een kaal boompje mee. Dit brood kan ook heel goed worden ingevroren, zodat je de vogels altijd van ‘vers’ brood kunt voorzien.

Ach, het is eigenlijk best gezellig, in de wintertijd. En zó lang duurt het nu ook weer niet. Geniet van het vogelvolk in de tuin en mijmer alvast over het zaaigoed in het voorjaar!

November 2010

woensdag 10 november 2010

HEKJE

In míjn tuin …
... zoek ik naar een onderwerp voor de nieuwe column. Ik ben er in weken niet geweest, drukke bezigheden binnenshuis hebbende, aangevuld met slechtweerperiodes, en dan gaat veel inspiratie verloren. De herfsttijlozen zijn alweer verdwenen en zelfs de herfstcrocussen hebben nu hun beste tijd gehad. Dat gaan we volgend jaar anders doen, mompel ik in mezelf. Tijd inplannen voor mij en mijn tuin! Al piekerend over hoe dat dan moet, ga ik naar binnen, door de garage. En daar leunt mijn onderwerp tegen de muur: het tuinhekje dat we er in het voorjaar hebben neergezet, in afwachting van een nieuwe ‘ophangconstructie’. Ineens schiet het me weer te binnen, dat we daar iets aan zouden doen.
De paal, waar het hek steeds schever aan hing, was verrot en moest vervangen worden. Het is dus gelukt om het hek los te krijgen en weg te zetten, maar de restanten van de paal zijn in het gat achtergebleven, met een emmer eroverheen tegen struikelpartijen. Ja, nu weet ik het weer: we zouden daar een oplossing voor bedenken. En ja, natuurlijk kan mijn tuin ook zónder hek. Maar dit hek wil ik daar terughebben, want voor mij is het bijzonder, met zijn bloemige hartvormen.
Het is nu vijftig jaar geleden dat ik in mijn geboorteplaats bij onze overburen dit hekje openduwde om daar te spelen. Het hek was toen nog nieuw en had een zilverkleur. Maar de overburen verhuisden en daarna kwamen er nog een paar keer nieuwe overburen. Zelf verhuisde ik ook, naar een eigen stek in Groningen. Maar het hekje bleef op zijn plek. Tot zich nieuwe bewoners aandienden, die het niet wilden hebben en het aan mijn vader gaven, die er wel iets in zag, maar nog niet precies wist wát.
Ongeveer in dezelfde periode werd onze tuin hier uitgebreid en ging ik op zoek naar een eenvoudig ‘boerenhekje’, dat de romantische sfeer die ik voor ogen had nog eens zou onderstrepen. Toen ik dit met mijn moeder besprak, vertelde ze van het ‘overburenhekje’; ik mocht het hebben! We haalden het op uit de garage van mijn ouders, waar het zilverig tegen de muur leunde, verfden het zwart en hingen het tussen twee stevige palen: perfect - tot dit voorjaar dus.
Misschien is het wel fijn voor een hekje om eens een tijdje tegen een muur te leunen. Maar volgend voorjaar maak ik er tijd voor, want mijn tuin ... sluit af met een hekje!

November 2010