zaterdag 12 maart 2011

MAART/APRIL


TUINKALENDER


Helleborus

MAART/APRIL

  Slijp de messen: het gras gaat weer groeien!
  Ook het onkruid: blijf wieden.
  Snoei de rozen. Op www.groei.nl zijn duidelijke instructiefilmpjes te zien.
  Wel opruimen, maar nog wat laten liggen voor de nestenbouwers.

Een sijsje!
  Wees bedacht op slakken!
  Schrob terrassen en vlonders schoon; het is glibberig op de groene aanslag.
  Houten tuinmeubels schrobben met groene zeep en goed afspoelen.
  Deel sneeuwklokjes tijdens of kort na de bloei.
  Ververs regelmatig het water in het vogelbad voor dagelijkse spetterfestijnen.
  Let bij de aanschaf van nieuwe planten op een goede verdeling van wél en níet altijd groen.
  Leg de kussens klaar: in de zon en uit de wind kun je al heerlijk buiten zitten!
Planten in potten water geven!

ZOMER/WINTERTIJD


Heggenmussen


Op 27 maart is het weer zover: we zetten de klok een uur vooruit en dan is het zomertijd. Misschien krijgen we Peter Heerschop nog eens te zien, die in het programma Kopspijkers hopeloos in de war raakte met het verzetten van de klok, zodat je het zelf ook niet meer wist. Met dit ezelsbruggetje is het trouwens gemakkelijk te onthouden: in het voorjaar gaat de klok een uur vooruit.

Tijd is een fenomeen, dat zichzelf regelt en waar we niets aan hoeven te doen. We kunnen de tijd versnellen noch stilzetten. Toch is er door de jaren heen flink aan gesleuteld, met het verzetten van de klok, en dat zal in de toekomst misschien nog eens gebeuren, want er circuleren meerdere varianten.

Eerst iets over de ‘meridianen’: halve cirkels over de aardbol van de Noord- naar de Zuidpool. De nulmeridiaan loopt door Greenwich in Engeland. Het Latijnse woord meridiaan betekent ‘midden van de dag’, ‘middag’. Wanneer de zon het hoogste punt bereikt heeft, is het twaalf uur: het midden van de dag en de ‘werkelijke zonnetijd’. Dat levert zelfs in een klein land als het onze meerdere tijdzones op; per graad op de wereldbol verschilt de tijd vier minuten. Uiteindelijk was dat toch wel lastig en in 1845 werd daarom voor alle gemeenten in Nederland één tijd aanbevolen: die van de paleisklok in Amsterdam. In 1880 stelde de NS een dienstregeling op, gebaseerd op de Amsterdamse Middelbare (zonne)Tijd, die toen bijna twintig minuten voorliep op de Middelbare Greenwich Tijd. In 1937 werd dit tijdsverschil afgerond op twintig minuten precies.

Vertaling Latijnse tekst bovenin:
De vergane tijd is niets, de toekomende tijd onzeker,
de huidige wankel, zorg dat je de jouwe niet verspilt.
(Zonnewijzer, Prinsentuin Groningen)
Ondertussen publiceerde in 1907 de Londense aannemer William Willett zijn brochure ‘The Waste of Daylight’, waarin hij uiteenzette hoe in de zomer geprofiteerd kon worden van de extra uren daglicht door de klok (in etappes) vooruit te zetten. Maar het lukte hem niet om het Parlement van de voordelen te overtuigen. Tijdens WO-I, in 1916, voerde Duitsland als eerste de zomertijd in, van 30 april tot 1 oktober, om kolen te besparen. Toen volgde alsnog het Verenigd Koninkrijk: van 21 mei tot 1 oktober. William Willett maakte dit niet meer mee; hij overleed in 1915. In Amerika en Engeland werd de zomertijd officieel vastgelegd voor de hele duur van WO-I. Maar over het algemeen zag men het daar als een impopulaire maatregel, die na de oorlog weer werd afgeschaft.

Van 1916 tot en met 1939 werd hier in Nederland elk jaar opnieuw de duur van de zomertijd vastgesteld. Tot 16 mei 1940 hanteerden wij de Amsterdamse Middelbare Tijd, die dus 20 minuten vóór lag op de West-Europese tijd (Greenwich) en 40 minuten áchter op de Midden-Europese tijd (Berlijn). Op 16 mei 1940 werd dat door de Duitse bezetter als volgt gecorrigeerd: de klok 40 minuten vooruit, naar de Midden-Europese tijd, en nóg een uur vooruit in verband met de zomertijd. Die tijd werd ook gehandhaafd in de winter, tot november 1942: toen ging de klok weer één uur terug. In de periode 1943-1945 bleven zomer- en wintertijd. Na de oorlog behield Nederland de Midden-Europese Tijd. Daarmee wijken we dus 40 minuten af van onze ‘werkelijke zonnetijd’. Maar de zomertijd werd weer in de kast gezet tot de oliecrises in de jaren ’70. In 1977 voerde men de zomertijd weer in om op energiekosten te besparen. Per huishouden gaat het tegenwoordig om gemiddeld € 10,- per jaar. Het was nu ‘zomer’ van de eerste zondag in april tot de eerste zondag voor of op 1 oktober. Sinds 1981 duurt de zomertijd van de laatste zondag in maart tot de laatste zondag in oktober, volgens een richtlijn van de Europese Unie.
De zomertijd houdt nu al vierendertig jaar stand, maar er is ook kritiek. Ik weet nog dat ik in de trein zat, jaren geleden, en me verheugde over de zomertijd. We passeerden een weiland met schapen en lammetjes en heel even dacht ik: “Fijn ook voor die beestjes, een uur langer licht!” Ja ja. Beestjes in de wei hebben zich natuurlijk nog nooit door de klok laten regeren! Voor dieren die door mensen verzorgd worden, ligt het wel anders. Hun dagritme van eten en slapen verschuift wel degelijk een uur. En voor planten, die het meeste water nodig hebben als de zon het hoogst staat, zal de kweker zijn bewateringsinstallatie moeten aanpassen. En dan de mensen zelf. Vooral ochtend- en avondmensen ondervinden de eerste week hinder van het verstoorde ritme. Zeker de eerste dagen kan dat leiden tot vermoeidheid en concentratiestoornissen, wat terug te zien is in een toename van het aantal auto-ongelukken in de eerste week van de zomertijd. Ook komen in die week 5% meer hartinfarcten voor. Wij hebben, net als dieren overigens, ook nog een biologische klok, die ons dag- en nachtritme regelt. Een onderzoek uit 2007 van de RUG en de Universiteit van München toont aan dat de zomertijd een langdurig en behoorlijk groot effect heeft op onze biologische klok. Meer onderzoek is nodig.
Inmiddels gaan er stemmen op om de zomertijd ook in de winter aan te houden. Dan zouden we in de winter weer aansluiten op Engeland en daarmee dichter bij de werkelijke zonnetijd komen. Bovendien zou de ‘schok in de tijdsbeleving’ vervallen. Een nadeel is dan dat het in de winter pas ruim na 9 uur licht wordt. Maar ’s avonds blijft het voordeel van een uur langer licht. Een andere variant is het afschaffen van de zomertijd en in de zomer een uur eerder gaan werken, voor wie dat wil. Want het voordeel van energie besparen schijnt teniet gedaan te worden door de kosten voor airconditioning. Maar dan missen we wel dat uur extra licht ’s avonds, want wij laten ons wel degelijk sturen door de wijzers van de klok: tijd is tijd (om te eten en naar bed te gaan)!
Geen nood: er is nóg een mogelijkheid! De Engelse wetenschapper dr. Mayer Hillman pleit voor áltijd zomertijd met in de zomer nog een uur éxtra zomertijd. Voor volwassenen betekent dat op jaarbasis 300 uren meer daglicht en voor kinderen 200 uren. Wij zullen dan meer uren buiten doorbrengen, waar we actiever, gelukkiger en gezonder van worden. Van meer buiten bewegen verwacht hij ook een positief effect op de toename van obesitas.
Om buiten te bewegen hoeven we niet op de invoering van een dubbele zomertijd te wachten; dat kan nu ook. Zelfs als het weer niet optimaal is, want de buitenlucht geeft ons ook nu nieuwe energie en helpt ons van onze voorjaarsmoeheid af! Waar wachten we nog op: lekker de tuin in, opruimen en genieten van het aankomende voorjaar. Voor toe: een frisse wandeling of een tochtje op de fiets!
Maart 2011

vrijdag 11 maart 2011

OPTISCH GROTER

In míjn tuin …

… viert het lieve leven feest! Eindelijk, eindelijk was het dan zover: de grote opruiming kon beginnen, zonder angst voor desastreuze gevolgen door geniepige strenge vorsten. Ik zou het oude blad wegharken, vergane glorie van de vorige zomer wegknippen en vooral het nieuwe tuinseizoen begroeten. Cyclamen, sneeuwklokjes, schattige leverbloempjes, lage irisjes, krokussen, narcisjes in de knop: nieuwe lenteboden, op het feest der herkenning van oude bekenden.


Hepatica nobilis: leverbloempje
En dan die lucht! Zo fris, zo anders; iets prikkelends snoof ik op. Heerlijk, en ik zoog mijn longen vol, tot ik er duizelig van werd. Het gaf een geweldige energie en ik stortte mij op het zo lang gemiste tuinwerk. Meterslange slierten van Clematis ‘Étoile Violette’ rolde ik op. Een andere Clematis kreeg een klimrek van groen kippengaas en voortvarend snoeide ik de hortensia’s ‘Annabelle’. Ik harkte links en bezemde rechts. Ik liep naar voren en weer naar achteren en draaide rondjes om mijn as. O, wat moet er veel gebeuren en wist ik nog wel wat de bedoeling was?
Mijn zelfgestekte Annabelles konden wel eens hoog opgroeien deze zomer. En wat had ik toch bedacht voor de halfstam appelboom daarboven? O ja, een platte leiboom moest het worden! Want daar wordt de tuin ook optisch groter van. Ik was al begonnen, vorig jaar, met het snoeien van de vooruit stekende takken waar geen appels aan hingen. Het was trouwens een slecht appeljaar in mijn achtertuin en de appeltjes wilden maar niet rijpen. Uiteindelijk zijn ze er in de winter afgevallen. Het blad ook en wat toen achterbleef was een onttakelde boom, waar ik nog eens goed over na moest denken. Maar met frisse, prikkelende buitenlucht in je longen valt dat niet mee. Ik kwam niet verder dan: “O ja, een platte boom!” en “Alles wat vooruit steekt!” Wat ben je daar snel doorheen, met een takkenzaag! De tak met het vogelvoer eraan liet ik nog even zitten. Toen werd het trouwens tijd om naar binnen te gaan.
Daar kijk ik dan nog even naar buiten: of je ook kunt zien dat ik zo hard gewerkt heb. Nou en of! Op afstand blijkt mijn appelboom maar twee takken te hebben die níet naar voren groeien en die wijzen ook nog allebei schuin omhoog. Ik ben mijn optische doel desastreus voorbij geschoten! Morgen nóg maar eens diep ademhalen … en deze vreemde katapult verwijderen.
Er zijn ook ballerina appelboompjes te koop: voor een optisch grotere tuin.
Maart 2011

zaterdag 12 februari 2011

FEBRUARI/MAART

TUINKALENDER
                                                                                                                         
FEBRUARI/MAART
 Overwinterende kuipplanten geleidelijk meer water geven.
Geef, tenzij het vriest, ook de potplanten buiten water.
Voor een vroege bloei kunnen dahlia’s binnen opgepot worden.
Het opruimwerk in de tuin mag nu wel op gang komen.
Hark oud blad voorzichtig uit de border, zodat de grond kan opwarmen.
Onkruid wieden is altijd goed.

Pootaardappeltje!
Maak nestkasten schoon.
Pootaardappelen nu binnen laten kiemen, in april buiten planten!
Wacht met het wegknippen van oude hortensiabloemen tot in maart; alléén de oude bloemen! Bescherm bij vorst de nieuwe knoppen met vliesdoek of iets dergelijks.
Pluimhortensia mag teruggeknipt worden tot 5 cm. boven de vorige snoeiplek en hortensia Hydrangea arborescens ‘Annabelle’ kan gesnoeid worden tot op 15 cm.
De stengels van ‘Annabelle’ verdelen in stukken mét knop van plm. 15 cm. en met de onderkant in een pot zetten: voor evenzoveel nieuwe struiken!
Vang de eerste maartse zonnestralen op je toet!
'ANNABELLE'


vrijdag 11 februari 2011

NIEUW SEIZOEN!!


In míjn tuin …
… is het chaos en ik sta er wat onwennig in, met mijn snoeischaartje. De slappe slierten die ik ter plekke in verteerbare stukjes wil knippen, reageren niet op het mes en klappen alleen maar dubbel. Alles is nat en glibberig en de vogels, die zich hier de hele dag tegoed doen aan het wintervoer, zijn opgeschrikt door mijn gedoe. Waar begin ik eigenlijk aan? In maart kan het ook nog. Toch probeer ik het nog even met een andere snoeischaar, maar daarmee lukt het ook niet. Dan moet de compostbak deze stengels maar aanpakken. Er zijn ook steviger planten, die zich wél laten knippen. En nu ik mij er helemaal op gekleed heb (het is koud buiten), moest ik toch maar even doorzetten. Toen het winter was, in december, riep iedereen dat de winter nog moest beginnen. Nu het winter ís, wil het maar niet hard gaan vriezen. Gewoon de draad weer oppakken dus en lekker beginnen aan een nieuw tuinseizoen!
Ruim baan voor de sneeuwklokjes! Van de ene op de andere week staan ze boven de grond. En zij niet alleen! Narcissen, krokusjes, allemaal hebben ze er zin in en het is hartverwarmend om ze terug te zien! Onder de bruine warboel van Clematis recta purpurea komen twee bladeren van Arum italicum tevoorschijn: frisgroen met een helderwitte tekening. Al knippend herinner ik mij de zomerse geur van de witte clematisbloempjes. Roos ‘Queen Elisabeth’ ernaast wil ik dit jaar wat royaler in bloei hebben en ik kijk alvast hoe ik haar straks het beste kan snoeien. Mijn oude rododendron, twee jaar geleden flink ingekort, heeft gelukkig weer knoppen: teveel om ze nu in de kou allemaal te tellen! Als ik de stengels van Sedum spectabile wegknip, komt daaronder het blad van het leverbloempje, Hepatica nobilis, tevoorschijn. Verdraaid, er zitten al knopjes in! De bloemen van de hortensia’s hangen flodderig ondersteboven. Ik kan me niet voorstellen dat ze zo bij vorst de nieuwe knoppen nog bescherming geven, maar toch laat ik ze nog maar even met rust.
Het hoeft ook niet in één dag af en plotseling voel ik de kou door mijn jas heen; het is mooi geweest, voor een eerste rondje. Voor haast is het nog veel te vroeg - en de vogels willen eten! Vanachter het raam zie ik ze terugkomen in de tuin. We hebben de smaak weer te pakken: de vogels van het voer en ik van mijn ontluikende tuin!

Februari 2011

INSTANT TUIN

Heggenmussen

Ríjen!!!
‘Instant’ komt van het Latijnse ‘instans’ en betekent dringend, onmiddellijk klaar. Instantkoffie en instant pudding, we gebruik(t)en het allemaal wel eens. Maar eigenlijk heeft het een bijsmaakje: het hóórt niet. Voor het behalen van een goed resultaat is tijd en zorg nodig. Maar tijd hebben veel mensen tegenwoordig niet meer. Het bijbehorende geduld ook niet. Ik ben in dat opzicht behoorlijk met mijn tijd meegegaan. Nu het voorjaar eraan komt, hoera, willen we de voorjaarsbolletjes in bloei zien, allemaal! En daar hoeven we niet meer op te wachten. Het tuincentrum, de bloemenzaak en zelfs de supermarkt heeft ze in rijen klaar staan: instant bolletjes, direct klaar! Hiermee halen we letterlijk het voorjaar in huis en wat is erop tegen, om zo onze humeuren een beetje op te krikken?! Tegen de tijd dat ze uitgebloeid zijn, nemen de bolletjes in de tuin het stokje over en kunnen we precies zien waar ruimte is voor de instant bolletjes
Voor nog meer instant genoegens kunnen we nu ook ouderwets met tijd en zorg aan de slag: eenjarigen binnen voorzaaien. Als we ze in grote potten opkweken, zijn ze in de loop van de zomer overal in de tuin te gebruiken om gaten op te vullen, kleuraccenten aan te brengen, of om te experimenteren met kleurencombinaties. Of gewoon om het terras op te vrolijken. Instant planten, voor een effect à la minute!
Half februari, begin maart kan met het zaaien binnen begonnen worden. Maar eerst op zoek naar de mooiste, de leukste of misschien wel de hoogste planten. Ik heb op Internet gezocht, o.a. bij www.bolster.nl, www.vreeken.nl. en www.cruydthoeck.nl. Je kunt ook ‘eenjarigen’ googelen. Er komen de gewoonste, maar ook bijzondere soorten voorbij. Ze worden niet allemaal speciaal aanbevolen voor potcultuur, maar als de pot groot genoeg is en de planten worden regelmatig bemest, is dat geen probleem. Uiteindelijk zijn er zelfs bomen die in een pot gedijen. Wat verder opvalt, is het aantal zaden dat je geleverd krijgt: het kan oplopen tot vijfenzeventighonderd per soort, zoals ‘Ageratum houstonianum ‘Snijwonder’/‘Market Growers Blue’ bij Vreeken voor € 1,50! Dat komt de exclusiviteit van je tuin niet ten goede, want het deelt natuurlijk gemakkelijk uit, bij zulke hoeveelheden! Vermoedelijk niet bedoeld voor particulieren. Bij De Bolster is een zakje zaad voldoende voor een vierkante meter. Dat is nog enigszins overzichtelijk.
Cosmos bipinnatus
Een lijstje. Als eerste Clarkia tenella ‘Blue Magic’; lavendelblauw, geschikt voor potcultuur op een zonnige plek. Deze Clarkia (synoniem voor Godetia) bloeit van mei tot september, met zijn hoogte van 25 cm. op de eerste rang. Iets hoger, 40 cm., wordt Coleus ‘Palisandra’, die laat bloeit met lichtlila bloeiaartjes tot de vorst invalt. Maar bij deze eenjarige gaat het vooral om het donkere paarsbruine blad. Ook geschikt voor in de pot, deze ‘combineer’plant; wel graag in halfschaduw. Dan ‘Incarvillea sinensis ‘Cream Trumpets’: een stevige plant met fijn ingesneden donkergroen blad en roomwitte bloemen van juli tot oktober. Op een plek in de zon wordt deze Incarvillea 40 tot 60 cm. hoog. Misschien wel goed te combineren met een mexicaantje: Ageratum houstonianum ‘Timeless Mixed’ (duizend zaden per verpakking!), in de kleuren wit, roze, lila, dieprood en blauw, 50 cm. hoog. Bloeit ook van juli tot oktober in zon of halfschaduw.
Een opvallende verschijning is de olifantsamarant, Amaranthus paniculatus ‘Oeschberg’, 50 tot 70 cm. hoog, met roodbruin blad en trossen donkerrode bloemen. De groene amarant heeft opgerichte bloemtrossen en de kattenstaartamarant hangende; bij de olifantsamarant gaat na verloop van tijd de toptros hangen, zodat zijn bloemen aan de slurf van een olifant doen denken. Wit met fijne zwarte streepjes: dat zijn de bloemen van Agrostemma githago ‘Snow Queen’, een bolderik voor een plekje in de zon. Subtiel, maar niet te missen, met zijn 75 cm. hoogte. Bloeit juni/juli. Agrostemma githago ‘Milas’ is roze. Eigenlijk heel gewoon, maar práchtig (vind ik!): cosmea, Cosmos bipinnatus, met grote witte, roze of karmozijnrode (C.b. ‘Dazzler’) bloemen boven fijn geveerd diepgroen blad aan wel tot 150 cm. hoge stengels. Ze bloeien van juli tot aan de vorst. In dezelfde orde van grootte aanbevolen: Althea rosea annua: een stokroos die in één jaar in bloei komt. Bloemen van champagne tot scharlakenrood! Voor alle eenjarigen geldt: knip uitgebloeide bloemen eruit, voor een langere bloei.
Dit is een klein greepje uit het gigantische aanbod: maak je eigen keuze en ga binnenkort aan de slag. Lees de gebruiksaanwijzing op de verpakking. Zaai dun in kweekbakken, eierdozen of plastic verpakkingen, zoals de hoge bakken waarin druiven verkocht worden. Gebruik speciale zaaigrond of verschraal potgrond met zand - voeding is nog niet nodig. Dek het zaaigoed af met een kap of plastic zak en laat kiemen. Na de eerste twee ronde blaadjes komen pas de echte blaadjes. Als die zich gemeld hebben, kan er verspeend worden: de zaailing krijgt een eigen (klein) potje, waarin de worteltjes tot een compact kluitje kunnen groeien. Knip af en toe de topjes eruit voor een goed vertakte plant. Zodra er een mooi wortelkluitje is, kan het plantje verhuizen naar een groter potje. Misschien wordt dat nog eens herhaald. Begin mei de plantjes afharden en pas na half mei definitief naar buiten. Kweek ze daar verder op tot kant-en-klare instant planten!
Februari 2011

zaterdag 15 januari 2011

DE BESTE PLANTEN EN DE BESTE WENSEN

Heggenmussen


Buiten is voor de tuinier in deze tijd van het jaar nog niet veel te beleven. Binnen kun je, als het meezit, genieten van het uitzicht op een besneeuwde of berijpte tuin, voor zover er nog voldoende oude stengels met vergane bloeiwijzen overeind gebleven zijn. Maar ook als de temperatuur weer boven het vriespunt komt, kan de tuin een aantrekkelijk beeld opleveren in alle tinten groen en bruin. Als dan ook nog de zon doorbreekt en twinkellichtjes rondstrooit, zijn deze dagen zonder tuinwerk redelijk door te komen.
Je kunt je zelfs weer een beetje voorstellen hoe het eruit gaat zien, de komende zomer. Misschien heb je wel ergens genoteerd wat er dit jaar anders moet. Zelf ben ik te rade gegaan bij de uitverkoren ‘vaste plant voor 2011’, want zo’n finalist, met al zijn kwaliteiten, mag natuurlijk in geen enkele tuin ontbreken. In 2006 viel de eer te beurt aan de ‘Iris’; in 2007 was ‘Hosta’ de gelukkige en in 2008 ‘Astilbe’. Heel overzichtelijk, die uitverkiezingen. In 2009 besloot men een plantengroep in opkomst eens flink in het zonnetje te zetten en met een breed armgebaar werden de ‘siergrassen’ verkozen tot vaste plant van 2009. Daar raakt een mens van in de war, zoveel winnaars in één keer. Toch is dat ergens goed bevallen, want het jaar erop ging de eer naar ‘keukenkruiden’: vaste plant van 2010! Nergens interessante artikelen te lezen over dat éne keukenkruid in het bijzonder; dat maakt de keuze lastig. Toch lijkt het de afzet van de prijsplant - een flink segment in de plantenbranche - geen windeieren te leggen, want dit jaar wordt door de Vereniging van vaste plantenkwekers de ingeslagen weg verder bewandeld met ... de groep vaste planten die geschikt is als snijbloem! Ofwel: die als snijbloem te schikken is.

Paeonia 'Sarah Bernhardt', pioen
Tot mijn verrassing staan ook de siergrassen weer in het rijtje én zijn de andere negentien winnaars met name genoemd. Dat scheelt een hoop gezoek voor de bloemschikkers onder ons. Daar komen ze: Alcea (stokroos), Alchemilla (vrouwenmantel), Aquilegia (akelei), Aster, Campanula (klokjesbloem), Delphinium (ridderspoor), Echinacea (zonnehoed), Gypsophila (gipskruid), Helenium (zonnekruid), Kniphofia (vuurpijl), Liatris (lampenpoetser), Paeonia (pioen), Penstemon (schildpadbloem), Phlox paniculata (vlambloem), Physostegia (scharnierplant), siergrassen, Solidago (guldenroede), Verbascum (toorts), Verbena bonariensis (ijzerhard) en Veronica (ereprijs).
Dat wordt een reuzenboeket, met die stokroos erin! Evengoed stuk voor stuk prachtige planten! Maar: met grote stappen gauw thuis. Hoeveel categorieën vaste planten zíjn er, om de komende jaren nog verkozen te worden tot vaste plant van het jaar!
Alcea, stokroos
Enfin, wie aan de slag wil met betrouwbare, sterke snijbloemen uit eigen tuin, kan met deze lijst eventuele hiaten in de tuin vullen. En daarna de vazen natuurlijk. Daar is ook nog wel iets over te melden.
Hoe houd je een boeket zo lang mogelijk goed?
Snijd de bloemen bij voorkeur ’s ochtends vroeg, wanneer de stengels volgezogen zijn met water. Dan is de celspanning groot en zijn de stengels het stevigst. Zet ze liefst meteen in een emmer water. Zorg voor een vaas die met warm water en soda schoongemaakt is en vul die met vers water. Snijd met een scherp mes de bloemstelen schuin af, zodat de waterkanaaltjes openblijven en tegelijk het opnamevlak zo groot mogelijk is. Blad en laaggeplaatste scheuten mogen niet in het water komen en moeten weggesneden worden. Voeg speciale snijbloemenvoeding toe; die is ook in ‘grootverpakking’ te krijgen. Zet je boeket niet in de buurt van fruit, waar het voor bloemen schadelijke ethyleen vanaf komt. Rook van sigaren, sigaretten en joints is ook voor snijbloemen niet gezond. Verder mag het boeket niet worden blootgesteld aan grote temperatuurverschillen en tocht, maar zet de vaas ’s nachts liefst op een koele plek. Tot slot moet het water regelmatig ververst worden, waarbij de vaas wordt omgespoeld met kokend water. Dit alles zal in 2011, maar ook in de jaren die nog volgen, door de ‘vaste plant van het jaar’ zeer op prijs gesteld worden!
De niet-bloemschikkers staat het natuurlijk vrij om in de tuin ter plekke een groots boeket aan te planten met deze lijst van toppers.
Akelei
En dan! Is er nog ruimte voor een nieuwe trend? Want bolboompjes zijn ‘uit’ en meerstammige bomen zijn ‘in’. Zo kun je op afstand zien welke tuinier met zijn tijd meegaat en welke niet. Voor de trendvolgers: tot boom van het jaar in 2011 is verkozen de ‘Nothofagus antarctica’. Deze meerstammige antarctische beuk of schijnbeuk onderscheidt zich o.a. met witte lenticellen. Dat zijn de kleine ademende openingen in de bast van een houtige stam of stengel.
Bij het uitlopen van het blad, in april, verspreidt deze Nothofagus een zoete, kruidige balsemgeur. De zijtakken dragen vele rijen twijgjes, in een visgraatpatroon. Het blad is klein, met een golfrandje, en verkleurt naar goudgeel in de herfst. De boom groeit snel, tot een hoogte van acht meter, en is zeer geschikt voor daktuinen, bloembakken en kleine (stads)tuinen.
Tot slot de goede voornemens en de beste wensen voor 2011. Kan er nog één bij? Biologisch tuinieren!
Campanula medium
In 2008 werd een vierjarig convenant ondertekend door o.a. overheid, banken, boeren en supermarkten, met als doel: een jaarlijkse omzetgroei van minstens 10% in de biologische sector. In 2010 steeg de omzet zelfs met 20%!  Biologische voeding is een succes en een belangrijke stimulans voor de verduurzaming van de totale voedselmarkt.
Laten wij ook ons steentje bijdragen en onze tuinen verduurzamen door biologisch te tuinieren, zonder gif en kunstmest of mest van vee, dat genetisch gemanipuleerd voer krijgt.
Gebruik je eigen compost en bemest borders en gazon met biologische mest. Het afgemaaide gras kun je laten liggen; de grasmat voedt zich er zelf mee. Als de slakkenplaag niet meer in de hand te houden is, gebruik dan het biologisch bestrijdingsmiddel Escar-Go. Ook voor andere problemen van organische aard zijn biologische middelen beschikbaar. Of pers een (biologische) bol knoflook uit in een liter koud water. Aan de kook brengen, laten afkoelen, zeven, in een plantenspuit gieten en daarmee schimmels en insecten te lijf gaan. Ook sterroetdauw op rozen. Je kunt ook bij elke rozenstruik een teentje knoflook in de grond stoppen of een Alliumsoort planten, zoals bieslook. Deze bolgewassen brengen zwavel in de grond en dat doet het ‘m.
Zo belast je jezelf niet met giftige stoffen en is er ook geen onnodige belasting voor het milieu. Heb je ook fruit en/of groente in je borders, dan zul je het verschil zeker proeven en ruiken!
Een goed en gezond 2011!

Januari 2011

woensdag 12 januari 2011

JANUARI/FEBRUARI

TUINKALENDER                                                                                                                       


JANUARI/FEBRUARI

Laat, zolang het vriest, de tuin met rust.
Houd paden en stoep begaanbaar, liefst met zand.
Doe de vogels en jezelf een plezier met vogelvoer.
Druiven alsnog snoeien als het niet meer vriest.
Dat geldt ook voor bomen en struiken.
Een laagje compost kan altijd en kalk liefst vóór half februari. Biologische kalk kan ook gestrooid worden in combinatie met mest; anders moeten er zes weken tussen zitten.
Helleborus (kerstroos) is ook een liefhebber van kalk.
Denk na over eenjarig zaaigoed; ook via Internet te bestellen.
Als je niet langer wilt wachten, koop dan voorgetrokken bolgewasjes voor op de tuintafel. Bij vorst wel even afdekken of binnenhalen!
Bij zacht weer mag je alvast een beetje opruimen: wat op de grond ligt te verslijmen.
Lichtpuntje: de dagen gaan weer lengen!
Te kust en te keur ...

maandag 10 januari 2011

IJSELIJK

Nóg kouder: Denemarken!
In míjn tuin …

... rijgen de winterse dagen zich rond de jaarwisseling aaneen tot een lange sneeuwketting, versierd met vriespuntjes en bijeengehouden met winterbandjes. Buiten is het onafgebroken grijs en koud. Met pijnlijke vingers, waar al snel alle gevoel uit verdwijnt, pruts ik het vogelvoer met dunne touwtjes aan ijskoude takken. Ik ben een superkoukleum, maar dit móet, om nog enig leven in mijn tuin te halen - en te houden!


Binnen valt de kou van het tv-scherm af, waar horden mensen zich afbeulen tegen noordoostenwinden in, over kilometerslange ijsbanen. Ik ril in mijn wollen trui en haal er nog een vest bij. Als ik de tv heb uitgedaan, blijft de kou nog lang hangen. Het liefst rolde ik me in een deken, op de bank, maar gek genoeg gaat het leven gewoon door. We moeten naar buiten, voor boodschappen. En als de temperatuur in de auto boven nul komt, kan ik zowaar even genieten van de besuikerde vergezichten, de arme schapen in de sneeuw en de vlucht ganzen die een slaapplaats zoekt voor de nacht. Als de zon doorbreekt, gaan mijn gedachten zelfs even richting mijn wandelschoenen, maar dat duurt maar twee minuten; dan is de zon alweer weg. En ik zak terug in mijn lethargie (1. ziekelijke slaapzucht; 2. (fig.) toestand van geestelijke ongevoeligheid, ongeïnteresseerdheid, inactiviteit), die pas zal afnemen als de temperatuur weer toeneemt.
Was ik maar een beer, of een egeltje; dan kon ik alle winters overslaan en alleen in de andere jaargetijden leven, waarin het ook voor planten de moeite waard is om de oogjes open te doen. En ik hoor niemand meer over de opwarming van de aarde. Was er niet nog een andere variant? Die van een terugkerende ijstijd?? Zijn we wel slim bezig, met het terugdringen van de CO² uitstoot? Zou ik toch niet beter de verwarming op 25ºC kunnen zetten?! Ach, je weet het niet. Mijn hersencellen draaien nu natuurlijk ook op een laag pitje - geen goed moment voor het nemen van afwijkende beslissingen. Ineens moet ik denken aan het gesprekje, ooit in Denemarken, met de uitbater van een ‘Kiosk’, die ons ‘pølserbrød’jes (worstenbroodjes) verkocht. Hij bleek een Noor te zijn, die vanwege de Noorse kou naar Denemarken was geëmigreerd! Wat is alles toch betrekkelijk.
Ik steek mijn neus boven mijn kraag uit; ik moest maar eens naar buiten. Op zoek naar sneeuwklokjes, tussen de sneeuwvlokjes, in mijn ijselijke tuin!

Januari 2011

vrijdag 31 december 2010

TUINFOTO'S 2010


TUINFOTO’S



JANUARI 2010
30 januari: sneeuw!

FEBRUARI 2010
Koperwiek

APRIL 2010
Moestuintje

MEI 2010
Voortuin

JUNI 2010
Kippen in het buitentuintje

JULI 2010
Voortuin

AUGUSTUS 2010
Zomer in mijn tuin

SEPTEMBER 2010
Kuipplantenhoekje

OKTOBER 2010
Herfstasters en sedum herbstfreude

NOVEMBER 2010
Vogelvoer in zelfgebreid netje

DECEMBER 2010
Kerstbal met op de achtergrond
een kraai die zich tegoed doet aan
een vette vogelvoertaart


woensdag 15 december 2010

BOMEN MET BALLEN

Heggenmussen


Wat halen we in huis voor de kerst? Een échte boom of namaak?! De afdeling kunstkerstbomen is in de afgelopen jaren fors uitgebreid. En ze zijn vrijwel niet meer van echte kerstbomen te onderscheiden. Behalve dan de trendy witte en zwarte exemplaren. Toch zijn er verschillen en die zet ik op een rij.
Over het algemeen hangt er een fors prijskaartje aan de kunstbomen, maar gemiddeld gaan ze dan ook tien jaar mee. Dat is dus een investering voor de lange termijn.
De productie en later de afvalverwerking van deze bomen geeft weliswaar een zwaardere belasting voor het milieu, maar door de langere levensduur is er uiteindelijk vrijwel geen verschil met echte bomen, zolang die niet op straat worden verbrand tenminste.
Onze echte kerstbomen komen uit productiebossen in Nederland, maar ook uit andere Europese landen, zoals Denemarken en Tsjechië. Met het kappen wordt dus geen schade toegebracht aan de natuur. Behalve kunstmest worden ook bestrijdingsmiddelen ingezet, maar altijd nog minder dan bij de teelt van groenten en fruit.
De prijs van een echte boom ligt aanzienlijk lager dan die van een kunststof soortgenoot, hoewel de kerstbomen dit jaar wel duurder zijn dan voorheen, omdat ze door de vorige koude winter een lichte groeiachterstand hebben opgelopen.
Een kunstboom scheelt een hoop gedoe. Je hoeft hem jarenlang niet uit te zoeken en 
mee naar huis te slepen en je hebt geen last van uitvallende naalden. Water geven hoeft ook niet en na de kerstdagen leg je hem gewoon weer ingeklapt op zolder. Ik heb zelfs wel eens van iemand gehoord die hem met ballen en al in de kelder zette! Máár...! De namaakboom geurt niet! En dat is toch wel een groot pluspunt voor de echte kerstboom!

Waar moet je om denken en op letten als je kiest voor een echte boom? Eerst meet je de beschikbare ruimte op, zodat je niet hoeft te beginnen met zagen. Bovendien: de prijzen stijgen met de hoogte van de boom. De beste plek in huis is licht, niet te dicht bij de verwarming en zeker niet bij de open haard, niet op de tocht en met voldoende luchtvochtigheid, tegen naaldval. Tja, dat wordt dan de badkamer! Maar je kunt ook speciale kerstboomvoeding aan het water toevoegen: dagelijks een halve tot één liter, naar 
grootte van de boom. Een boom met kluit moet een ruime pot hebben met een goede afwatering. Zet er een schaal onder om dat op te vangen. Een boom zonder kluit neemt water en voeding op via de bast. Zorg er dus voor dat de bast intact blijft tot beneden het waterniveau. Zaag een stukje van de stam af, zoals wanneer je bloemen in een vaas zet. Een boom zonder kluit is goedkoper. Met kluit kan hij in de tuin geplant worden.
Dan moet hij wel een mooie stevige wortelkluit hebben, met wortels die niet afgezaagd zijn. Knip ook de top er niet uit, want dan gaat het typische kerstboommodel verloren, omdat de boom dan meerdere toppen zal produceren. Bij een boom voor de tuin is het ook noodzakelijk om precies te weten wat je koopt: met naam en toenaam, want voor een boom die twintig meter of nog hoger wordt, moet je ook je tuin opmeten!

Niet van echt te onderscheiden, toch?!
Schud tenslotte de uitverkorene even, vóór de definitieve aanschaf: als de boom al wat langer droog staat, zal hij nu al naalden laten vallen. Levende bomen bevatten veel hars, zowel in de naalden als in het hout, en dat is brandbaar. Een uitgedroogde boom kan aan de warmte van de kerstverlichting genoeg hebben om te ontbranden! Maar ‘verse’ bomen zijn niet brandgevaarlijk. Overigens is het altijd verstandig om de verlichting uit te doen als er niemand thuis is.
En hoewel de verleiding groot is om ook de kluitkerstboom bij thuiskomst direct te versieren, moet hij toch eerst een dag acclimatiseren, in schuur, garage of berging. Dat moet ook weer, en dan wel een paar dagen, als je de boom na het feest in de tuin wilt zetten. Uiteraard kan dat alleen als de grond niet bevroren is. Maak een ruim plantgat, voeg potgrond en compost toe, geef water en wie weet, slaat hij dan aan!
Even onthouden: naalden van Piceasoorten hangen en zijn stekelig; die van Abiessoorten hebben een stomp uiteinde, staan rechtop en prikken niet, wat wel zo prettig is bij het versieren.
De meest verkochte kerstboom is de groene fijnspar, ofwel gewone spar, Picea abies, met een kegelvormig silhouet. Deze spar, die met een kaarsrechte stam de vijfenveertig meter haalt(!), wordt behalve voor de kerst ook aangeplant voor de houtproductie: vurenhout. De Nordmann is ook geliefd: Abies nordmanniana. Deze boom kan lang binnen blijven staan zonder dat zijn naalden uitvallen. Het is een mooie boom, donkergroen van kleur, met dichte en regelmatig gerangschikte takken. Buiten uitgeplant kan hij wel twintig meter hoog worden - dat is heel hoog.
Er zijn ook kerstbomen die al van zichzelf versierd zijn, zoals de Koreaanse zilverspar, Abies koreana. Deze spar heeft glanzend groene naalden, die aan de onderkant zilverwit zijn. De acht centimeter lange kegels zijn purperblauw en komen ook al op jonge exemplaren van pas een meter hoog voor. Deze Koreaanse zilverspar kan zelfs meer dan twintig meter hoog worden.
Over zulke afmetingen hoef je je geen zorgen te maken als je een kerstboom huurt.
Op de site van Milieu Centraal las ik dat Staatsbosbeheer gedurende een paar weken per jaar de mogelijkheid zou bieden om eigenhandig een kerstboom te kappen. Maar op de (vernieuwde) site, http://www.staatsbosbeheer.nl/, kon ik daarover niets vinden. Ze verkopen wél een knuffelboom, met een zakje elzenzaadjes. Dat is natuurlijk ook heel leuk.
En dan nog even iets over de gladheidsbestrijding rond ons huis, in alweer een zogenaamde elfstedentochtwinter. De overheid bestrijdt gladheid met beleid. Rijkswaterstaat strooit in een strenge winter gemiddeld zo’n vijftien gram zout per vierkante meter. Bij preventief strooien is dat zeven gram en als het al glad is, wordt dertig gram per vierkante meter gestrooid. Bij minder dan -15°C wordt niet gestrooid: dan werkt het niet meer. In veel landen, waaronder Duitsland en Oostenrijk, wordt niet met zout, maar met zand gestrooid. Ook op de wegen dus. Daar kunnen wij een voorbeeld aan nemen, vooral wij particulieren. Want wij zijn veel kwistiger met de zoutpot dan onze overheid en daar kan onze tuin zeer van te lijden hebben. Wat te doen: eerst sneeuwschuiven, liefst voor de sneeuw is aangetrapt of -gereden, dan de bezem erover. Ik heb een nieuwe, met ijzerdraden tussen de borstel‘haren’; een onkruidbezem noemen ze dat. Maar met plakken sneeuw weet hij ook raad! En dan zand strooien. Wie toch zout wil gebruiken, kan het mengen met zand: dat scheelt de helft.
Kom goed thuis, met de kerstboom en een zakje zand! Prettige feestdagen!

December 2010