donderdag 5 mei 2011

MEI/JUNI

TUINKALENDER
De frisheid van de voorzomer ...

MEI/JUNI
 Laad de accu’s van de draadloze heggenscharen op tijd op.
 Want na half mei mag de buxus gesnoeid worden, op een bewolkte dag.

 Dan mogen ook de kuipplanten en de zomerbollen dag en nacht buiten blijven.
Geef voldoende water met eens per week vloeibare mest.
Let op luizenplagen en spuit ze weg met water in zo’n handige zelf-oppompen-planten-hogedrukspuit.
Haal uitgebloeide bloemen weg en ook al het onkruid.
Verzorg het gazon met maaibeurten en voeding en steek de graskanten strak af.

 Verwijder paardenbloemen met de hele penwortel door diep in de grond te steken.
En tóch is een regenton handig: in droge perioden is een voorraad leidingwater in de ton gemakkelijker dan gieters onder de kraan vol laten lopen. Bovendien heeft het water in de ton de juiste temperatuur en de houten ton raakt zo ook niet lek door de droogte.
Geef vogels hun eigen bad: voor spetterende feestjes in je tuin.
Algen in de vijver wind je om een stokje. Zorg voor zuurstofplanten (krabbenscheer!) en profiteer van het natuurlijk evenwicht.
Knip longkruid, pulmonaria, helemaal af. Je krijgt er fris blad voor terug.
Tijd voor de akeleien!
 




... onbetaalbare hulp bij het watergeven!

COSSUS COSSUS: EEN GEVAARLIJKE VLINDER

Heggenmussen

Zoveel mogelijk vlinders in de tuin, daar doen we allemaal ons best voor. Ze kunnen onze hulp wel een beetje gebruiken en wij die van hun ook: ze bestuiven onze planten en vrolijken ons op. Welk tuinboek je ook openslaat: voor de vlinders niets dan lof! Maar dan blijkt er toch plotseling een soort tussen te zitten die als rups niet genoeg heeft aan een bosje brandnetels of desnoods een paar kolen in de moestuin. Nee, de wilgenhoutrups heeft als waardplant, dat is de plant waar hij zich mee voedt, een complete boom! Met meterslange vraatgangen in stam en takken en grote gaten in de bast verzwakt hij zelfs de grootste bomen. Die overleven dit uiteindelijk niet. En hij beperkt zich niet tot oude wilgen; deze rups lust ook populieren en zelfs bijna alle andere loofboomsoorten. Dus ook mijn krentenboom en mijn Chinese iep.

Onze krentenboom in voorjaarstooi
‘Wilgenhoutrups’ is niet alleen de naam van de rups, maar ook de naam van de vlinder die na de verpopping tevoorschijn komt. De Latijnse naam luidt ‘Cossus cossus’. De wilgenhoutrups is een forse nachtvlinder, met een vleugelspanwijdte van maar liefst tien centimeter, uit de familie van de houtboorders. De vleugels zijn grijsbruin van kleur met fijne donkerbruine streepjes. Het is een algemene soort, die in heel Nederland voorkomt.

Eitjes van de wilgenhoutrups
Deze vlinder vliegt in juni en juli en zet haar eieren met vijftien tot vijftig tegelijk af in schorsspleten of beschadigingen onder in de stam van een boom, meestal tot op een hoogte van anderhalve meter. De jonge rupsjes komen na veertien dagen uit en boren zich in het hout.
De boom gaat bloeden en er is een vochtig spoor te zien langs de stam. In hun eerste levensjaar blijven de rupsjes bij elkaar in de boombast, maar daarna vreten ze zich met hun sterke kaken ieder een eigen weg door het hout. Zo ontstaan nu ook gaten in de bast van de gastheer.

Zaagsel
Deze zijn goed te zien. Niet alleen komt er boorsel (zaagsel) door naar buiten, maar ook uitwerpselen van de rups, met een typische azijnlucht. Het schijnt dat de Oude Romeinen de wilgenhoutrupsen, met hun azijnsmaak, lekker vonden. Nu is het vooral de specht die ze graag eet. Omdat hout niet veel voedingswaarde heeft, ontwikkelt de rups zich traag. Pas na twee tot drie jaar is hij volwassen, met een indrukwekkende lengte van maar liefst tien centimeter. De rug is bruinrood, zijn buik geelbruin en op zijn kop heeft hij zwarte strepen. Met zijn sterke kaken kan hij lelijk in je vinger bijten! Hij is nu klaar om zich te verpoppen in een cocon van samengesponnen houtdeeltjes aan het einde van zijn ‘vraatgang’, soms ook in de grond. In juni werkt de pop zich naar buiten en komt de vlinder uit. Soms kunnen lege pophuiden uit de stam steken. De vlinder heeft geen monddelen en kan dus niet eten. Na de paring en het leggen van de eitjes sterft de wilgenhoutrups, nu dus als vlinder.
Een 'gang' in de stam
Voor de boom heeft dit in de loop van een paar jaar grote gevolgen. Zijn groei wordt vertraagd omdat overal in de stam sapstromen worden onderbroken. Delen sterven af en bij sterke wind kunnen takken of zelfs de hele stam afbreken. Dat kan uiteraard gevaar opleveren, bijvoorbeeld bij bomen langs de openbare weg. Maar ook in particuliere tuinen.
Bovendien gaan rupsen ook aan de wandel: op zoek naar een nieuwe gastheer. Een nieuw slachtoffer eigenlijk. En bestrijden is heel moeilijk, zo niet onmogelijk. In 2001 ontdekten medewerkers van de buitendienst in Buitenpost bij toeval dat de wilgenhoutrups, met zijn hoge eiwitgehalte, niet bestand is tegen heet tot kokend water. Met behulp van een machine van een reinigingsbedrijf spoten ze kokend water in de boorgangen van aangetaste bomen. Met succes. Wel moeten de behandelde bomen, vol gaten, jaarlijks gecontroleerd worden, want de wilgenhoutrups heeft nu eenmaal een voorkeur voor beschadigde bomen. Voor particulieren is er geen andere mogelijkheid dan de aangetaste boom te kappen en af te voeren, liefst vóór half mei in verband met het verpoppen en het eitjes afzetten door de vlinder in juni.

Symptomen
Daar weet ik nu alles van. Half april kwam de buurman achterom. Op zijn afvalbakken, onder een overhangende tak van onze krentenboom, lag zaagsel. Bij een nadere inspectie zagen wij gaten in de stam waar propjes zaagsel uit staken en waar vocht uit liep. Hoger in de boom zaten nog grotere gaten. Van de specht die ik kort daarvoor in onze krentenboom gezien had? Nee, spechten hakken in dood hout en zó ver was deze boom nog niet heen: vol in bloei en met uitlopend blad. Van mijn tuinboeken werd ik niet wijzer; daar wordt maar zeer beknopt ingegaan op ‘ziekten en plagen’ en dit was beslist ernstiger dan een luizenplaag. Ik stuurde e-mails naar verschillende instanties, maar op korte termijn kreeg ik daar geen reactie op. Via Google kwam tenslotte de wilgenhoutrups in beeld, met zijn gaten in de stam tot maximaal anderhalve meter hoogte. In onze boom zaten gaten over de hele lengte van de stam. We besloten de boom nog niet meteen te kappen en meer informatie te zoeken. Want noch wij, noch onze buren wilden de krentenboom kwijt; behalve een groen uitzicht bood hij ons van beide kanten ook veel privacy.

Dit kwam tevoorschijn bij het doorzagen van het iepstammetje: een nog onvolgroeide rups

Maar al snel trof ik identieke gaten aan in mijn Chinese iepje, in een bak onder de krentenboom. Het stammetje was compleet doorboord en daarmee het lot van de krentenboom bezegeld: als we een verdere verspreiding wilden voorkomen, moesten we de boom kappen en afvoeren. Op één plek in de stam troffen we vlak onder de bast rupseneitjes aan. Dit kon niet anders dan het werk van de wilgenhoutrups zijn. Exit onze geliefde krentenboom. Het iepje wilde mijn man nog een kans geven door kokend water door de gang in de stam te spuiten. Maar als er gaten blijven komen, dan zal ook dit boompje moeten worden afgevoerd. (Dit is inmiddels gebeurd.)
Te zijner tijd willen we op zoek naar een nieuw krentenboompje, met een hoge onderstam en voorlopig in een grote bak. Want zónder, dat vinden we maar niks, de buren en wij.


Pas op voor beschadigingen aan bomen bij het grasmaaien en let op gaatjes met zaagsel: het werk van een sluipmoordenaar van onze bomen - de wilgenhoutrups, Cossus cossus.

PS Ook onze lijsterbes bleek aangetast en is gekapt en afgevoerd. We hopen dat we de wilgenhoutrups nu definitief kwijt zijn.

PS Boven in de berk, die wij vijfendertig jaar geleden plantten, waren deze winter een paar takken afgebroken. Bij nadere inspectie, met de verrekijker, ontdekten wij ook hier de typische wilgenhoutrupsgaten. En dat terwijl in de stam geen gaatjes te zien waren. Voor de zekerheid is ook deze boom gekapt. Nu hebben we alleen de vuilboom (Rhamnus frangula) nog over ...


Mei 2011

woensdag 4 mei 2011

ZAAIEN OP DE STRIJKPLANK

In míjn tuin …
  zullen ook deze zomer de zelfgezaaide eenjarigen niet ontbreken, ondanks mijn voornemen daar niet meer aan te beginnen. Want waar laat je al dat verspeende grut?! Het multifunctionele spijlenbedje, waarmee ik er vorig jaar een soort etagère voor geknutseld had, is naar mijn jongste zoon gegaan: om hondje Noah van zijn vriendin bij onverwachte ontmoetingen met zijn kater Tijger te behoeden voor een plons in hun vijvertje. Het binnen voorzaaien kon ik nu wel vergeten. Toen zij gingen samenwonen hadden ze weliswaar alles dubbel, maar zo’n handig spijlenbedje was er natuurlijk niet bij. De helft van de dubbele inboedel werd opgeruimd, afgedankt of bij de wederzijdse ouders opgeslagen. Zíjn strijkplank belandde bij ons op zolder. ‘zgan’, want jonge mensen strijken niet meer; ze trekken hun schone kleren rechtstreeks uit de droger. Ik ben niet jong meer en strijk bijna alles; misschien verslijt ik nog wel een strijkplank.

Hondje Noah kan nét niet door de schutting -
kater Tijger wél: tot ziens!
Tussen wassen en strijken door bezaaide ik het boomspiegeltje van onze veldesdoorn met dieppurperen korenbloemen en dieppaarsblauwe juffertjes in het groen. Want er zijn ook zaadjes te koop die gewoon buiten kiemen. In de moestuinbakken strooide ik kwistig zaden rond van radijs, rode uien en gekleurde sla. Het was net zo spannend als binnen zaaien: elke dag kijken of er iets bovenkwam en toen het zover was, wist ik wat ik miste door het zaaien binnen over te slaan. Maar de was moest worden opgehangen, op zolder.
En toen viel het kwartje: werkeloos stond daar de zgan strijkplank, met nota bene ook nog zo’n rekje eraan voor de gestreken was! Ik klapte de plank uit voor het raam op de logeerkamer, vol op de zon: één lang ‘zaaibed’, op precies de goede hoogte! Mijn bak met zaadjes leverde een spannende verzameling op: twee soorten zonnebloemen, witte en gemengde cosmea, een witte tabaksplant, hazenstaartjes, kattensnorren, tomaatjes, wilde afrikanen, zegekruid - een verzameling om van te watertanden.

Daar stond ik weer potgrond te mengen met zand, naamstickertjes op cocktailprikkers te plakken, voorzichtig te zaaien en te sproeien in wát ik maar aan bakken kon vinden. Veel te veel, maar omdat het al april was in plaats van februari, zou ik het op de strijkplank misschien net redden tot half mei: dan mag alles naar buiten!
Óók de witte geurende lathyrus, speciaal voor deze zomer: want in augustus gaan ze trouwen, mijn zoon en schoondochter, als alles bloeit in mijn zaailingentuin!

Mei 2011

vrijdag 8 april 2011

APRIL/MEI

TUINKALENDER

Nu in elke tuin: narcissen!

APRIL/MEI

  Maak teakhouten tuinmeubels schoon met groene zeep of een sodaoplossing.
 Aardappelen poot je op Goede Vrijdag. Maar omdat Pasen zo laat valt dit jaar mag het van Monty Don, Gardeners’ World, als de grond warm is: nu!
De eerste kikker!

 Zaai sla en radijs in de moestuin en kies je favorieten uit het grote assortiment groenten- en kruidenzaden.
 Of koop ze in potjes, kant en klaar voor de (moes)tuin.

 Geef kuipplanten een vers laagje potgrond en zet ze vanaf half april overdag buiten om af te harden.
 Zomerbollen kunnen nu geplant worden: sierlijke Acidanthera’s (Abessijnse gladiool) of uitbundige dahlia’s of andere bollen.

 Bind klimplanten op tijd aan, zodat ze overzichtelijk blijven. 
 Ververs regelmatig het water in de vogeldrinkschalen.

 Pas op met het snoeien van hagen en klimop: er kan een  vogelnest in zitten!
 En altijd onkruid wieden en slakken vangen.
 Ga tussendoor met een inspirerend tuinboek buiten zitten: dat is óók tuinieren!


Pootaardappeltjes spruiten voor het raam


VOOR ALTIJD JONG!

 

Heggenmussen


Voor de tuin breken glorieuze tijden aan. De temperatuur gaat gestaag omhoog en voor zover de grond niet nog vochtig is van de afgelopen winter, wordt in water voorzien door een regenbui. Of door de oplettende tuinier. Want het is toch weer even wennen, al die min of meer noodzakelijke ingrepen in het groene domein.

Tulipa pulchella, botanisch tulpje
De vaste planten lopen goed uit in april en daartussen volgen de bolgewassen elkaar in hoog tempo op. Om er volgend jaar weer van te genieten moeten we de uitgebloeide bloemen weghalen, maar de stengels en het blad vooral laten staan, zodat de voedingsstoffen daarin door de bol kunnen worden opgenomen. Als we daarnaast ook nog een beetje bemesten, weten we zeker dat de bol weer op krachten komt: volgend jaar bloeit hij als nieuw!
Narcissen
Ga bij het ‘koppen’ van de bollen niet per ongeluk op net opkomende planten staan! Als de vaste planten goed zichtbaar zijn, kunnen de pollen die er al wat jaren staan met een riek worden opgespit. Deel de kluit in stukken en plant de beste daarvan terug. Werk daarbij wat mest door de grond onderin het gat en vermeng de grond waarin geplant wordt met wat compost. De wortels van de planten moeten liefst niet rechtstreeks in contact komen met de mest. Dit delen van planten is de beste manier om het vaste plantenbezit te verjongen, gezond te houden en uit te breiden.
Voor heesters (gekweekt houtig gewas) en struiken (vaak houtig, maar vooral ‘wild’ groeiend gewas) is het ook gezond om regelmatig verjongd te worden. Dat kan op verschillende manieren en daarbij laat ik, net als bij de bollen en de vaste planten, de aanschaf van nieuwe exemplaren even buiten beschouwing; dat past ook niet in het plaatje van duurzaam tuinieren.
De meest drastische methode is het terugsnoeien van alle takken tot kort boven de grond of tot een hoogte van 40 à 50 cm. Zo krijg je een bossige nieuwe struik, maar dat gaat uiteraard wel ten koste van de bloei. Het kan ook anders, namelijk door in het hart van de struik, of verdeeld, een derde van het aantal takken te snoeien. Daar zullen nieuwe takken groeien, terwijl de ‘oude’ takken bloeien. In de twee volgende jaren wordt telkens de helft van de resterende oude takken weggesnoeid en zo heb je in drie jaar een geheel vernieuwde struik, die steeds heeft gebloeid. Je kunt ook per jaar een derde van de takken terugknippen tot de onderste vertakking. En dan is er nog de verjonging van alleen de buitenkant van de struik, zoals dat gebeurt bij vormsnoei. Het gehele oppervlak wordt licht teruggesnoeid en er ontstaat een nieuwe, dichtbegroeide buitenste laag.
 
 
Kleine vossen in Viburnum bodnantense 'Dawn'
Snoeien gebeurt het hele jaar: in de zomer, de herfst, de winter, maar ook in het voorjaar, al naar gelang de soort of het doel. Dood hout moet altijd verwijderd worden om infecties te voorkomen. In de periode april/mei is het de beurt aan vroegbloeiende struiken, zoals Viburnums die in de winter bloeien: Viburnum bodnantense ‘Dawn’ en Viburnum farreri. Om deze struiken te verjongen is het voldoende af en toe in april, na de bloei, een tak in zijn geheel te verwijderen. Voor zowel Forsythia als Ribes sanguineum kunnen we na de bloei kiezen uit twee mogelijkheden. Voor een volle nieuwe struik alle takken terugsnoeien tot zo’n 50 cm, liefst boven de laagste vertakkingen, of een derde van de takken terugknippen tot de laagste vertakking. De vlinderstruik, Buddleja, wordt in de regel laag boven de grond gesnoeid, omdat deze struik zo’n enorme groeikracht heeft. Maar als er genoeg ruimte voor is, mag hij ook wel wat hoger gesnoeid worden. Daarnaast kan er voor de verjonging ook nog ieder jaar een derde van de oude takken verwijderd worden, verdeeld over de struik.

Forsythia
De laurierkers, Prunus laurocerasus, die 2 tot 3 m hoog kan worden, en ook zijn grote broer, de Portugese laurierkers, Prunus lusitanica, tot 10 m hoog, kunnen na de bloei in mei gesnoeid worden. Indien gewenst: tot een bolvorm. Mochten deze struiken gehavend uit de winter gekomen zijn, dan worden de kale takken in hun geheel teruggesnoeid. Het kan even duren, maar uiteindelijk zal de struik zijn oude vorm weer terugkrijgen: verjongd!
Eind april, begin mei is de tijd om de vorstgevoelige Lavatera’s te snoeien, als ze tenminste de winter overleefd hebben. En als je ze niet, zoals ik, te vroeg gesnoeid hebt, zodat ze alsnog het loodje legden. Knip de takken tot vlak boven het oude hout af.
Ook Teucrium, gamander, wordt in april tot vlak boven het oude hout teruggeknipt om te sterke verhouting en kaalheid tegen te gaan.
Een Citroentje in de klimop
Klimop, Hedera, kan nu ook flink teruggesnoeid worden, als dat nodig is. Desnoods zelfs tot op de hechtende takken; hij zal snel weer uitlopen. In de loop van de zomer waar nodig de jonge loten bijknippen.
De rozen zijn in maart al gesnoeid, maar er kunnen in de periode van april tot november altijd wilde scheuten, met meer doorns dan die van de geënte roos, tevoorschijn komen uit de onderstam waar de roos op geënt is. Die moeten zo diep mogelijk worden weggesnoeid. Daar wordt de roos niet jonger van, maar wel beter.
Met de verjongende vormsnoei beginnen we in mei: dan kan de buxus weer geschoren worden, zonder bevriezingsgevaar!
Willen we onze tuinen jong houden, dan zullen we moeten aanpakken, met de snoeischaren en de snoeizagen. Bijkomend voordeel: daar blijven we zelf ook jong bij! (Zeggen ze.)
April 2011

donderdag 7 april 2011

KOPJE KLEINER

In míjn tuin …   

...hangt stress. Mijn planten trillen niet van de wind, maar van de stress, als ik naar buiten kom. Wie gaat er nú het loodje leggen, vragen ze zich af. En weet je, ik kan daar niks aan doen, want ik ben nu eenmaal impulsief en ‘impulsief’ is niets anders dan een mooi woord voor ‘ontoerekeningsvatbaar’. Dát ben ik, als ik met mijn zagen, scharen, bijltjes en trimmertjes de tuin in loop. 

Voorjaar ...
In het voorjaar is het het ergst. Natuurlijk, alles loopt hard uit, maar evenwicht is er nog lang niet. Het kost al gauw een paar maanden voor alle planten hun hoogste punt bereikt hebben. Dus erger ik mij nu aan het ongelijke ritme in de beplanting, dat ook niet meer verzacht wordt door de contouren van afgestorven stengels van het vorige seizoen.
Die hoge buxusfiguren, waarop ik vogels aan het kweken ben, op een kruispuntje verderop in de tuin: veel te massaal en te dominant daar. Ze belemmerden eerder al het uitzicht op de sneeuwklokjes erachter en straks kunnen we vanaf de bank de Camassia’s niet zien.

'Kruispuntvogels' in wording
Die buxus moet daar weg! Even verderop flankeren twee laurierbollen de vogeldrinkschaal. Als ik die nu opdoek, kunnen de buxusfiguren dáár een plekje krijgen. Dát ga ik doen! Eerst nog even de moestuinbakken zaaiklaar maken en dan met de zaag erop uit!
Moestuinkattenbak!
Mijn moestuinbakken blijken kattenbakken. Ondanks de twaalf knoflookplanten en de latjes, scherven, bloempotten en een draadmand waarmee ik de grond had bedekt, hebben katten toch kans gezien om hier hun behoefte te doen. Getsie! Opruimen en schoonmaken, voor zover het niet doorgesijpeld is, kippengaas op maat knippen, au!, en rond de bakken vast zetten. De bakken waar nog gezaaid moet worden, krijgen elk vier schroeven aan de buitenkant, zodat ik er voorlopig gaas overheen kan spannen. Voor ik alleen al die schroeven bij elkaar heb en de beste kniptang en de handigste schroevendraaier, is de middag half om.
Tijd voor thee. Ik wijs mijn man op de laurierbollen. “Kijk! Die gaan eruit!” Hij schrikt zich een hoedje; mijn ondoordachte molest van ons weerloze appelboompje ligt nog vers in zijn geheugen en hij protesteert dan ook hevig. “O nee! Die blijven staan! Dan knip je je vogels maar wat lager uit de buxus!”
Wat een goed idee! Ik maak de buxus een kopje kleiner en toch legt niemand het loodje, in mijn gestresste tuin!

Onschuldig bloeiend iepje in mijn achtertuin ...

zaterdag 12 maart 2011

MAART/APRIL


TUINKALENDER


Helleborus

MAART/APRIL

  Slijp de messen: het gras gaat weer groeien!
  Ook het onkruid: blijf wieden.
  Snoei de rozen. Op www.groei.nl zijn duidelijke instructiefilmpjes te zien.
  Wel opruimen, maar nog wat laten liggen voor de nestenbouwers.

Een sijsje!
  Wees bedacht op slakken!
  Schrob terrassen en vlonders schoon; het is glibberig op de groene aanslag.
  Houten tuinmeubels schrobben met groene zeep en goed afspoelen.
  Deel sneeuwklokjes tijdens of kort na de bloei.
  Ververs regelmatig het water in het vogelbad voor dagelijkse spetterfestijnen.
  Let bij de aanschaf van nieuwe planten op een goede verdeling van wél en níet altijd groen.
  Leg de kussens klaar: in de zon en uit de wind kun je al heerlijk buiten zitten!
Planten in potten water geven!

ZOMER/WINTERTIJD


Heggenmussen


Op 27 maart is het weer zover: we zetten de klok een uur vooruit en dan is het zomertijd. Misschien krijgen we Peter Heerschop nog eens te zien, die in het programma Kopspijkers hopeloos in de war raakte met het verzetten van de klok, zodat je het zelf ook niet meer wist. Met dit ezelsbruggetje is het trouwens gemakkelijk te onthouden: in het voorjaar gaat de klok een uur vooruit.

Tijd is een fenomeen, dat zichzelf regelt en waar we niets aan hoeven te doen. We kunnen de tijd versnellen noch stilzetten. Toch is er door de jaren heen flink aan gesleuteld, met het verzetten van de klok, en dat zal in de toekomst misschien nog eens gebeuren, want er circuleren meerdere varianten.

Eerst iets over de ‘meridianen’: halve cirkels over de aardbol van de Noord- naar de Zuidpool. De nulmeridiaan loopt door Greenwich in Engeland. Het Latijnse woord meridiaan betekent ‘midden van de dag’, ‘middag’. Wanneer de zon het hoogste punt bereikt heeft, is het twaalf uur: het midden van de dag en de ‘werkelijke zonnetijd’. Dat levert zelfs in een klein land als het onze meerdere tijdzones op; per graad op de wereldbol verschilt de tijd vier minuten. Uiteindelijk was dat toch wel lastig en in 1845 werd daarom voor alle gemeenten in Nederland één tijd aanbevolen: die van de paleisklok in Amsterdam. In 1880 stelde de NS een dienstregeling op, gebaseerd op de Amsterdamse Middelbare (zonne)Tijd, die toen bijna twintig minuten voorliep op de Middelbare Greenwich Tijd. In 1937 werd dit tijdsverschil afgerond op twintig minuten precies.

Vertaling Latijnse tekst bovenin:
De vergane tijd is niets, de toekomende tijd onzeker,
de huidige wankel, zorg dat je de jouwe niet verspilt.
(Zonnewijzer, Prinsentuin Groningen)
Ondertussen publiceerde in 1907 de Londense aannemer William Willett zijn brochure ‘The Waste of Daylight’, waarin hij uiteenzette hoe in de zomer geprofiteerd kon worden van de extra uren daglicht door de klok (in etappes) vooruit te zetten. Maar het lukte hem niet om het Parlement van de voordelen te overtuigen. Tijdens WO-I, in 1916, voerde Duitsland als eerste de zomertijd in, van 30 april tot 1 oktober, om kolen te besparen. Toen volgde alsnog het Verenigd Koninkrijk: van 21 mei tot 1 oktober. William Willett maakte dit niet meer mee; hij overleed in 1915. In Amerika en Engeland werd de zomertijd officieel vastgelegd voor de hele duur van WO-I. Maar over het algemeen zag men het daar als een impopulaire maatregel, die na de oorlog weer werd afgeschaft.

Van 1916 tot en met 1939 werd hier in Nederland elk jaar opnieuw de duur van de zomertijd vastgesteld. Tot 16 mei 1940 hanteerden wij de Amsterdamse Middelbare Tijd, die dus 20 minuten vóór lag op de West-Europese tijd (Greenwich) en 40 minuten áchter op de Midden-Europese tijd (Berlijn). Op 16 mei 1940 werd dat door de Duitse bezetter als volgt gecorrigeerd: de klok 40 minuten vooruit, naar de Midden-Europese tijd, en nóg een uur vooruit in verband met de zomertijd. Die tijd werd ook gehandhaafd in de winter, tot november 1942: toen ging de klok weer één uur terug. In de periode 1943-1945 bleven zomer- en wintertijd. Na de oorlog behield Nederland de Midden-Europese Tijd. Daarmee wijken we dus 40 minuten af van onze ‘werkelijke zonnetijd’. Maar de zomertijd werd weer in de kast gezet tot de oliecrises in de jaren ’70. In 1977 voerde men de zomertijd weer in om op energiekosten te besparen. Per huishouden gaat het tegenwoordig om gemiddeld € 10,- per jaar. Het was nu ‘zomer’ van de eerste zondag in april tot de eerste zondag voor of op 1 oktober. Sinds 1981 duurt de zomertijd van de laatste zondag in maart tot de laatste zondag in oktober, volgens een richtlijn van de Europese Unie.
De zomertijd houdt nu al vierendertig jaar stand, maar er is ook kritiek. Ik weet nog dat ik in de trein zat, jaren geleden, en me verheugde over de zomertijd. We passeerden een weiland met schapen en lammetjes en heel even dacht ik: “Fijn ook voor die beestjes, een uur langer licht!” Ja ja. Beestjes in de wei hebben zich natuurlijk nog nooit door de klok laten regeren! Voor dieren die door mensen verzorgd worden, ligt het wel anders. Hun dagritme van eten en slapen verschuift wel degelijk een uur. En voor planten, die het meeste water nodig hebben als de zon het hoogst staat, zal de kweker zijn bewateringsinstallatie moeten aanpassen. En dan de mensen zelf. Vooral ochtend- en avondmensen ondervinden de eerste week hinder van het verstoorde ritme. Zeker de eerste dagen kan dat leiden tot vermoeidheid en concentratiestoornissen, wat terug te zien is in een toename van het aantal auto-ongelukken in de eerste week van de zomertijd. Ook komen in die week 5% meer hartinfarcten voor. Wij hebben, net als dieren overigens, ook nog een biologische klok, die ons dag- en nachtritme regelt. Een onderzoek uit 2007 van de RUG en de Universiteit van München toont aan dat de zomertijd een langdurig en behoorlijk groot effect heeft op onze biologische klok. Meer onderzoek is nodig.
Inmiddels gaan er stemmen op om de zomertijd ook in de winter aan te houden. Dan zouden we in de winter weer aansluiten op Engeland en daarmee dichter bij de werkelijke zonnetijd komen. Bovendien zou de ‘schok in de tijdsbeleving’ vervallen. Een nadeel is dan dat het in de winter pas ruim na 9 uur licht wordt. Maar ’s avonds blijft het voordeel van een uur langer licht. Een andere variant is het afschaffen van de zomertijd en in de zomer een uur eerder gaan werken, voor wie dat wil. Want het voordeel van energie besparen schijnt teniet gedaan te worden door de kosten voor airconditioning. Maar dan missen we wel dat uur extra licht ’s avonds, want wij laten ons wel degelijk sturen door de wijzers van de klok: tijd is tijd (om te eten en naar bed te gaan)!
Geen nood: er is nóg een mogelijkheid! De Engelse wetenschapper dr. Mayer Hillman pleit voor áltijd zomertijd met in de zomer nog een uur éxtra zomertijd. Voor volwassenen betekent dat op jaarbasis 300 uren meer daglicht en voor kinderen 200 uren. Wij zullen dan meer uren buiten doorbrengen, waar we actiever, gelukkiger en gezonder van worden. Van meer buiten bewegen verwacht hij ook een positief effect op de toename van obesitas.
Om buiten te bewegen hoeven we niet op de invoering van een dubbele zomertijd te wachten; dat kan nu ook. Zelfs als het weer niet optimaal is, want de buitenlucht geeft ons ook nu nieuwe energie en helpt ons van onze voorjaarsmoeheid af! Waar wachten we nog op: lekker de tuin in, opruimen en genieten van het aankomende voorjaar. Voor toe: een frisse wandeling of een tochtje op de fiets!
Maart 2011

vrijdag 11 maart 2011

OPTISCH GROTER

In míjn tuin …

… viert het lieve leven feest! Eindelijk, eindelijk was het dan zover: de grote opruiming kon beginnen, zonder angst voor desastreuze gevolgen door geniepige strenge vorsten. Ik zou het oude blad wegharken, vergane glorie van de vorige zomer wegknippen en vooral het nieuwe tuinseizoen begroeten. Cyclamen, sneeuwklokjes, schattige leverbloempjes, lage irisjes, krokussen, narcisjes in de knop: nieuwe lenteboden, op het feest der herkenning van oude bekenden.


Hepatica nobilis: leverbloempje
En dan die lucht! Zo fris, zo anders; iets prikkelends snoof ik op. Heerlijk, en ik zoog mijn longen vol, tot ik er duizelig van werd. Het gaf een geweldige energie en ik stortte mij op het zo lang gemiste tuinwerk. Meterslange slierten van Clematis ‘Étoile Violette’ rolde ik op. Een andere Clematis kreeg een klimrek van groen kippengaas en voortvarend snoeide ik de hortensia’s ‘Annabelle’. Ik harkte links en bezemde rechts. Ik liep naar voren en weer naar achteren en draaide rondjes om mijn as. O, wat moet er veel gebeuren en wist ik nog wel wat de bedoeling was?
Mijn zelfgestekte Annabelles konden wel eens hoog opgroeien deze zomer. En wat had ik toch bedacht voor de halfstam appelboom daarboven? O ja, een platte leiboom moest het worden! Want daar wordt de tuin ook optisch groter van. Ik was al begonnen, vorig jaar, met het snoeien van de vooruit stekende takken waar geen appels aan hingen. Het was trouwens een slecht appeljaar in mijn achtertuin en de appeltjes wilden maar niet rijpen. Uiteindelijk zijn ze er in de winter afgevallen. Het blad ook en wat toen achterbleef was een onttakelde boom, waar ik nog eens goed over na moest denken. Maar met frisse, prikkelende buitenlucht in je longen valt dat niet mee. Ik kwam niet verder dan: “O ja, een platte boom!” en “Alles wat vooruit steekt!” Wat ben je daar snel doorheen, met een takkenzaag! De tak met het vogelvoer eraan liet ik nog even zitten. Toen werd het trouwens tijd om naar binnen te gaan.
Daar kijk ik dan nog even naar buiten: of je ook kunt zien dat ik zo hard gewerkt heb. Nou en of! Op afstand blijkt mijn appelboom maar twee takken te hebben die níet naar voren groeien en die wijzen ook nog allebei schuin omhoog. Ik ben mijn optische doel desastreus voorbij geschoten! Morgen nóg maar eens diep ademhalen … en deze vreemde katapult verwijderen.
Er zijn ook ballerina appelboompjes te koop: voor een optisch grotere tuin.
Maart 2011

zaterdag 12 februari 2011

FEBRUARI/MAART

TUINKALENDER
                                                                                                                         
FEBRUARI/MAART
 Overwinterende kuipplanten geleidelijk meer water geven.
Geef, tenzij het vriest, ook de potplanten buiten water.
Voor een vroege bloei kunnen dahlia’s binnen opgepot worden.
Het opruimwerk in de tuin mag nu wel op gang komen.
Hark oud blad voorzichtig uit de border, zodat de grond kan opwarmen.
Onkruid wieden is altijd goed.

Pootaardappeltje!
Maak nestkasten schoon.
Pootaardappelen nu binnen laten kiemen, in april buiten planten!
Wacht met het wegknippen van oude hortensiabloemen tot in maart; alléén de oude bloemen! Bescherm bij vorst de nieuwe knoppen met vliesdoek of iets dergelijks.
Pluimhortensia mag teruggeknipt worden tot 5 cm. boven de vorige snoeiplek en hortensia Hydrangea arborescens ‘Annabelle’ kan gesnoeid worden tot op 15 cm.
De stengels van ‘Annabelle’ verdelen in stukken mét knop van plm. 15 cm. en met de onderkant in een pot zetten: voor evenzoveel nieuwe struiken!
Vang de eerste maartse zonnestralen op je toet!
'ANNABELLE'