zondag 15 september 2002

WINTERMOOI MET WINTERGROEN

Heggenmussen

September/oktober: een typisch 'overgangsgebied', om in weertermen te spreken. We kunnen alle kanten op met warme nazomerdagen, striemende herfstbuien en vanaf half oktober zelfs al nachtvorst. Weerman of -vrouw: een boeiend beroep met veel afwisseling!
HET WEER
En ook al zitten ze er voor het noorden regelmatig naast, voor de tuinier is het toch nuttig om het weerbericht in de gaten te houden. Moeten we sproeien of komt er regen? Kunnen de kuipplanten nog even buiten blijven staan of gaat het al vriezen vannacht? Ik herinner mij een jaar waarin mijn datura (engelentrompet), typisch een vorstgevoelige kuipplant, in november nog vrolijk buiten stond te bloeien. In december prijkte de laatste knalrode bloem triomfantelijk in een van de stokrozen. Géén gezicht. In december wil ook het oog rust als je de tuin inkijkt. Kom maar op met die nachtvorst in oktober: lekker alles op zijn tijd en geen getreuzel.
V.l.n.r. laurier, klimop en skimmia rubella, buxus!
Er is nog tijd genoeg nu om de tuin 'winterklaar' te maken. En daarmee bedoel ik natuurlijk niet alles afknippen en een dikke laag turfmolm aanbrengen. Eigenlijk bedoel ik: de tuin 'wintermóói' maken, waarbij je best mag zien dat het winter is. Eenjarigen trek je met wortel en al uit de grond en lelijke geknakte stengels gaan ook naar de compostbak. Dat wel.
WINTERGROEN
Maar zorg ook voor wat groenblijvers. En dan niet verspreid door de hele tuin, maar in een paar (kleine) groepjes bij elkaar. Mooie combinaties, goed zichtbaar vanuit het huis. Heb je nog ergens een conifeer staan die aan de onderkant zo bruin geworden is? Die kan mooi opgesnoeid worden tot een bol, kegel of vierkant blok op stam. Een grapje in de tuin mág. Zo'n stam geeft ruimte voor onderbeplanting. Een buxusbol of -blok klinkt wat afgezaagd zo langzamerhand, maar het is nu eenmaal de meest geschikte plant voor dit doel.


Skimmia japonica
Wil je er wat kleur in hebben dan beland je bij de skimmia's. Om bessen te krijgen zijn een vrouwelijke én een mannelijke plant nodig. Skimmia japonica (vrouwelijk) heeft frisgroen blad en vrolijke rode bessen waar de vogels niet dol op zijn. Skimmia rubella (mannelijk) is wat meer ingetogen met donkergroen blad en donkerrode bloemschermen. Prachtig te combineren deze laatste met bergenia (schoenlappersplant) waarvan het blad in de winter ook rode kleurschakeringen krijgt.
Rhododendrons zullen je dankbaar zijn voor een wintergroene onderbeplanting, bijvoorbeeld met geranium macrorrhizum: een uitstekende bescherming voor de oppervlakkig wortelende 'rhodo's'.


Pachysandra terminalis in bloei
In de schaduw is pachysandra terminalis een mooie groenblijvende bodembedekker. Stel je even voor: op een (schaduw)muur bevestig je een paar (zwartgeverfde) trellischermen van 60 x 180 cm. op gelijke afstand van elkaar. Voor elk scherm plant je hedera (klimop). Netjes aanbinden en uiteindelijk strak snoeien langs de omtrek van de schermen: mooie blokken klimop worden dat. Aan de voet van de trellischermen beplant je een strook van minstens een halve meter diep met pachysandra terminalis, over de hele breedte. Puur design! Verstop tulpenbollen, wel van één soort, tussen de pachysandra's voor een vrolijke noot in het voorjaar en bel even als het klaar is: het lijkt me prachtig!

TEXTUUR
Ook heel geschikt voor onderbeplanting in de schaduw is polypodium vulgare (eikvaren), met weer een heel andere bladvorm dan bijvoorbeeld buxus. Als je uitsluitend groene planten met elkaar combineert wordt de textuur belangrijk: hoe zijn de afzonderlijke planten opgebouwd, zijn er duidelijk waarneembare verschillen in hun bladvorm, glanst het blad of juist niet? Zo wordt een groep planten in één kleur boeiend. Het geeft rust in de tuin zonder saai te worden.
Haagjes van buxus, taxus, liguster of hulst, zomaar ergens in de tuin, bijvoorbeeld in een verspringend streeppatroon of in een traditioneel vierkant, zijn strak gesnoeid een lust voor het oog in de winter (hier even wat sneeuw graag!). In de zomer zullen ze tussen een uitbundige beplanting nauwelijks opvallen: ook een boeiende afwisseling.
Euonymus, buxus en skimmia
op een rij
Mooi blad in zomer en winter levert de helleborus (kerstroos of nieskruid). Wanneer aan het eind van de winter de bloemknoppen verschijnen heeft het blad zijn beste tijd gehad. Dat kan dan zonder bezwaar worden afgeknipt: bijna gelijk met de bloemen verschijnt het nieuwe blad.
Ook blauwe druifjes kunnen een rol spelen in een groene combinatie met hun grasachtige blad dat in september al boven de grond komt. Plant ze daarvoor in een mooie pol bij elkaar.
GEUREN EN KLEUREN
Als je toch graag een kleurtje ziet is erica carnea (winterheide) een geschikte plant. Maar kleur is ook te vinden in de stengels van bladverliezende struiken zoals cornus alba 'Sibirica' (kornoelje): felrood. Of in de doornige takken van rubus phoenicolasius (japanse wijnbes): roodbruin. Die van hydrangea petiolaris (klimmende hortensia) mogen er ook zijn.
In mijn tuin staat naast de rode kornoelje een viburnum bodnantense 'Dawn'. Een toevallige, maar gelukkige combinatie, want deze viburnum bloeit de hele winter, tenzij het vriest, met witroze bloemtrosjes en dat kleurt mooi bij de rode stengels van de kornoelje. Daar komt nog eens bij dat de bloemen van deze viburnum heerlijk geuren: een aangename verrassing midden in de winter!
Viburnum bodnantense 'Dawn'
Voor geur kun je ook een mahonia japonica aanplanten, wintergroen, met trossen gele bloempjes die verrukkelijk ruiken en later gevolgd worden door glanzende donkere bessen. Ook de daphnes zijn goede winterbloeiers met een sterke geur.

STILLEVEN
Maar mooie plaatjes creëer je niet alleen met planten. Een beeld op de juiste plek, misschien met als achtergrond een groenblijvende haag als een passe-partout om het beeld heen, kan juist in de winter op een aangename manier onze aandacht trekken.
Of zet een teakhouten stoel, die weer en wind trotseert, op een plekje in de luwte zodat je met een warme jas aan toch even buiten kunt zitten.
Aan de druif boven onze tuintafel hangt ook in de winter een kroonluchtertje voor zes kaarsen. Bij windstil weer steken we ze aan.
Een hekje van hout of ijzer, strak of met romantische krullen, kan de sfeer in je tuin net dat beetje extra geven. En je móet er even bij stilstaan.
UITWUIVERS
Misschien hoor je dan ook het ruisen van de grassen die onze tuin in beweging zetten tot de vorst hen bevangt. Miscanthus en carex hebben wintergroene soorten, maar er zijn nog veel meer soorten met mooie herfstkleuren die zeker tot de vorst een bijdrage leveren aan onze wintertuin.
Geen tijd nu voor sombere herfstgedachten. Ga naar buiten, snuif de frisse geuren op en maak je tuin 'wintermooi'.

September 2002

dinsdag 10 september 2002

EEN WESPENNEST


In míjn tuin …
 
... hebben wij al de hele zomer zicht op een prachtig wespennest in de beukenhaag van onze achterburen. Het hangt met de vliegopening naar onze kant, zo'n twee meter boven het terras. Het beginstadium van dit nest hebben we gemist - je moet zoiets bij toeval ontdekken.

Op een ochtend wees ik mijn man op een ver overhangende tak van de beukenhaag: ik voorzag verwikkelingen met onze bruidssluier. Knippen dus. Een  damessnoeischaartje was voldoende geweest voor zo'n dunne tak, maar mannen pakken de dingen graag groot aan en dus kwam de mijne met de heggenschaar om de hoek. Dat knipt knap lastig, vooral als er ook nog een trellischerm in de weg zit. Bij de derde verwoede poging was het raak: een stuk of vijf wespen schoten als een raket uit de beukenhaag en troffen doel: mijn man werd gestoken in pols en gezicht. Vooral zijn gezicht: aanvankelijk zat zijn linkeroog half dicht, maar naarmate de week vorderde zakte de zwelling naar beneden om uiteindelijk helemaal te verdwijnen. En toen was het al weer over.

Wespennest!
Intussen waren wij wel heel nieuwsgierig geworden naar de bewoners van het fraaie, bijna ronde bouwwerkje dat in de haag bleek te hangen. Het zag eruit als papiermaché, maar doorstond alle weertypen! Nu hebben wij een goedgevulde boekenkast, maar over wespen konden we maar bitter weinig vinden. Naar de boekhandel dus met het gezwollen oog, want lezen is weten. 
Mijn man kwam thuis met Bellmanns 'Gids van Bijen, Wespen en Mieren' (uitg. Tirion). Ziezo, nu kunnen we even vooruit! Wat leuk: 'onze' wespen stonden er ook in. Het bleek de 'middelste wesp' te zijn (dolichovespula media). In de buurt van het nest agressief, maar verder niet lastig.

Dat klopt: wij hebben er barbecue-end en taart etend totaal geen last van gehad. Ook de achterburen niet: het nest mocht van hen blijven. Daar waren wij heel blij mee, want volgens Bellmann heeft deze niet erg algemeen voorkomende wesp veel te lijden van bestrijding door de mens omdat hun nesten vrij gemakkelijk (nou …) ontdekt worden.
In de loop van de zomer werd het nest aan de buitenkant voortdurend uitgebreid met schelpvormige kamertjes tot het uiteindelijk zo'n vijfentwintig centimeter lang was. De middelste wesp leeft maar kort - in september al valt het volk uiteen. Wat voorlopig blijft is het zicht op een waar kunstwerk van fijngekauwd hout (uit de pergola!), zomaar in mijn tuin …

September 2002

donderdag 15 augustus 2002

DOORBLOEIERS EN LAATBLOEIERS

Heggenmussen

September nadert met rasse schreden en daarmee komt ook het einde van de zomer in zicht. Het was 'Hollands': van alles wat. De tuin had het zwaar te verduren in storm, regen, kou en hitte. Zo ook de tuinier deze zomer. Maar die is wel wat gewend.

TUINIEREN: EEN TOB-JOB
Het leven van een tuinier verglijdt met twijfels, momenten van pure vreugde, toch weer dubben, wat proberen en daartussendoor: afwachten. Véél afwachten. En wat doe je als je zit te wachten? Tijdschriften doorbladeren - tuintijdschriften in dit geval. Dat levert een hoop inspiratie op, al die mooie plaatjes, zodat je niet kunt wachten tot je weer bij een kweker of tuincentrum verzeild raakt om daar watertandend op zoek te gaan naar die ene prachtige plant van het mooie plaatje.
Het vinden gaat uiteindelijk gepaard met gemengde gevoelens: dolblij dat je hem hébt, maar grote twijfel over de afmetingen. Zou dat nou wel wat worden? En hoeveel zal ik er nemen? Eerst maar eens met één beginnen of krijg ik dan later spijt? Ze zeggen altijd: drie! Je zoekt de mooiste exemplaren uit en zet ze in het doosje waarin je tijdens de zoektocht al van alles verzameld hebt. Want je komt natuurlijk langs allerlei bekende namen uit je tijdschriftjes en die moeten dringend óók mee.
Thuisgekomen kost het de grootste moeite om alles een plek te geven en als je dan het resultaat bekijkt lijkt het nog voor geen meter op 'het mooie plaatje'. Nee, want plantjes in potjes van 9x9 cm. hebben al gauw vier jaar nodig om tot een volwassen plant uit te groeien. Wachten maar weer en de geschiedenis herhaalt zich! Het valt dus niet mee om een tuin 'af' te krijgen. Onbegonnen werk. Toch blijf je proberen er iets moois van te maken, liefst in alle seizoenen.
Geranium Patricia
DOORBLOEIERS
Laten we doorbloeiers nemen, zodat je maandenlang verzekerd bent van bloemen. Er zijn er genoeg. 'Bloeitijd 6-9' tref je in elke catalogus regelmatig aan. Bijvoorbeeld bij geraniums, rozen, zeeuws knoopje (astrantia), campanula.
Maar deze planten kennen wel degelijk een dip. Na een uitbundige bloeiperiode, ongeveer tot half juli, storten ze in. Weg zijn je kleurenschema's, je stabiele factoren!
Roos 'Redouté'
Dacht je nou echt dat je een paar maanden achterover in je luie stoel kon blijven zitten?! Dat lukt alleen met een tuin vol hortensia's - onovertroffen! Nee, geknipt en gesnoeid moet er worden, gemest en gegoten. En pas dán wordt er doorgebloeid. Hoewel, mijn riddersporen hebben het altijd vertikt om na het afknippen in september nog eens te bloeien. "Nou goed", zei ik, "dan zet ik een bosje late monnikskappen tussen jullie in", want ik hou niet van gaten in de beplanting. De witte riddersporen namen daar geen genoegen mee en kwamen in het geheel niet meer op. Daar ben ik toch wel van geschrokken en nu heb ik bij de blauwe riddersporen alleen de uitgebloeide bloemen weggeknipt. De overgebleven stengels zijn groen én in blad gebleven zodat er van een gat geen sprake meer is. Dat had ik eerder moeten bedenken. Maar ik ben wel blij straks met de bloemen van de monnikskappen!
De planten die wél aan een tweede bloei beginnen doen dat niet zo uitbundig als de eerste keer, maar je geniet er dubbel van omdat de zomer inmiddels flink gevorderd is. Je had er nog niet zo bij stilgestaan, maar ineens is er een dag dat je naar buiten stapt en er zo'n typische kruidige herfstgeur hangt. Och ja, straks komt de herfst en je vindt het niet eens erg omdat die geur je vooral herinnert aan de leuke kanten van de herfst: boswandelingen door het afgevallen blad, gezellig binnen zitten met warme chocola, die leuke trui van vorig jaar die weer uit de kast kan!
Gelukkig is het de volgende dag toch weer gewoon zomer - we hebben nog wat tegoed.
LAATBLOEIERS
Want september is niet alleen de maand van de doorbloeiers, maar ook van de laatbloeiers. Het leuke van laatbloeiers is dat ze al de hele zomer present zijn en mooie groene buffers vormen tussen de zomerbloeiers. Met lage en middelhoge asters bedek je de kale staakjes van hogere zomerplanten die van onder af beginnen te verwelken.

Aster laevis
Asters van deze afmetingen zijn absoluut probleemloos en 'onderhoudsarm'. Van slakkenvraat hebben ze nog nooit gehoord, ze zijn in meerdere maten en kleuren verkrijgbaar, groeien zonder steun stevig rechtop en leveren tot slot een fraai wintersilhouet. Alleen in het voorjaar even de oude stengels afknippen en klaar is Kees. Als ik oud ben en niks meer kan beplant ik mijn tuin dus met hortensia's en herfstasters. Hopelijk heb ik die luie tuinstoel dan nog!
Iets meer zorg in de vorm van een steuntje vragen de hoge planten zoals (dit moet even, hoor!): sanguisorba (pimpernel), aconitum (monnikskap), helianthus (zonnebloem), rudbeckia (zonnehoed), hoge dahlia's, verbena bonariensis, cimicifuga (zilverkaars), eupatorium (leverkruid), vernonia, enz. (Wat een keus!) Maar daar krijg je dan ook een hoop spektakel voor terug en de herfst lijkt ineens nog ver weg. Vooral als er ook nog colchicum (herfsttijloos) in bloei komt die zo op de crocus lijkt. Ineens zijn ze er, zónder blad. Dat komt pas in het voorjaar. Vandaar dat ze ook wel 'blote jochies' genoemd worden.
NAZORG
Voor een fris aanzien moeten we wel blijven opruimen en uitgebloeide bloemen en lelijk blad verwijderen. Maar naarmate het seizoen vordert wordt het tijd om daarbij afwegingen te maken. Planten met een mooi silhouet voor de winter moeten toch maar liever blijven staan, anders wordt het straks wel erg kaal. En de vogels zijn blij met de achtergebleven zaden. Putters op de kaardenbol: een prachtgezicht.
In september kun je ook al beginnen met het hergroeperen. Nu is nog heel goed te zien welke planten elkaar in de weg staan. Wie staat te kwijnen en wie te gloriëren? Voor de kwijners is er uiteindelijk maar één oplossing de beste: richting compostbak. De vrijgekomen plek gebruik je voor een plant die zich in je tuin al bewezen heeft - anders wordt het nooit wat en herhaling van planten wordt in elk tuinboek aanbevolen. Wat is het toch simpel eigenlijk. Hoezo, tobben?! Tuinieren is een top-job!
We krijgen vast een mooie septembermaand - dat hebben we samen met onze planten gewoon verdiend. En anders: elke leeftijd heeft zijn charme - dat  geldt zéker ook voor elk seizoen. Geniet van een mooie nazomer!

Augustus 2002

zaterdag 10 augustus 2002

HELP! EEN HOND!


In míjn tuin …

... waan ik mij heer en meester en veilig. Maar dat is betrekkelijk.
12 November 2001: op de oprit komt mij een grote zwarte hond tegemoet, hard blaffend en grommend. Doodeng. "Kssjt!" zeg ik, maar dat helpt niet. Even later bedenkt de hond zich toch en gromt de tuin in. Snel loop ik naar de stoep. Er staat een man op de hoek en als ik vraag: "Is dat úw hond?" komt hij er zowaar aan. Het duurt even voor de hond de weg terug gevonden heeft en ik begin een monoloog over aanlijnen, bang zijn, mijn eigen tuin en dat kán toch niet! De man kijkt mij ernstig aan, zegt: "Voet, zit, meekomen!", draait zich om en loopt weg, mét hond.
Even bijkomen. En de gemeente bellen over hoe het nou zit. Honden moeten binnen de bebouwde kom aan de lijn en ik ben niet de enige met klachten, hoor ik. Voor de politie heeft dit geen prioriteit. De pakkans voor losse hondenbezitters is dus niet groot - voor mij en andere 'weerlozen' des te groter!
Ooit werd ik door een hond gebeten. Dan moet je naar de dokter voor een tetanusprik en zien dat je je kapotte broek vergoed krijgt. De schrik zat er goed in.
Toen wij logees hadden met een hond, verbanden wij onze Soezepoes gastvrij naar berging en achtertuin. Maar zodra zij zich daar vertoonde, riepen onze gasten: "Poes! Kijk dan, poes!!", waarop de hond zich blaffend en gillend tegen het raam wierp en onze poes van schrik bijna van de pergola viel. Díe zagen we voorlopig niet meer terug. Wat een succes! Láchen! 't Was wel een nette hond: tijdens de maaltijd had hij keurig één poot op tafel en na het eten likte hij de borden van de gasten schoon. Hij mocht dan ook op de helft van de bank liggen, waardoor wij wel wat krap zaten dat weekend.
Soezepoes is er niet meer: doodgebeten door een loslopende hond. Datzelfde lot trof ook één van de twee (aangelijnde) teckels van mijn zus.
Laatst ging ik boodschappen doen. Toen ik de achterdeur op slot deed begon het geblaf al en op het paadje brak de visitehond van de buren dwars door de planten heen en versperde mij luidkeels de doorgang. Gelach alom, maar niet van mij en de hond maakte ook geen vrolijke indruk. Met een "Sorry!" sleurde zijn baas hem weer terug. Het zou zo makkelijk anders kunnen.
De aangewezen plek!
13 November 2001: ik veeg het blad op de oprit bij elkaar. Achter mij hoor ik een vriendelijke stem: "Goedemiddag!" Het is de man met de grote zwarte hond: aangelijnd! "Mooi!" roep ik ze na, "Bedankt!" "Niets te danken," roept de man terug en mijn dag kan niet meer stuk: iemand met begrip voor een bang mens. Ik heb óók begrip, voor honden, en mijd het Ten Boerster Bos (niets te danken), maar hou ze in het dorp alsjeblieft aan de lijn, állemaal, dan hoeft geen hond zich meer bedreigd te voelen. Niet op straat - en ook niet in mijn tuin.

 Augustus 2002

maandag 15 juli 2002

ZOMER

Heggenmussen

Maanden kijk je er naar uit en ineens plof je er middenin: zomer! Zelfs in de wind geen kippenvel meer op je blote armen. Al heb je víjftig zomers meegemaakt, dan is het nog ieder jaar weer een verrassing. Meestal al snel gevolgd door de volgende verrassing, want weer slaat altijd om. Wat zal het dit jaar worden: een warme, een koude of een natte zomer? Of weer gewoon een Hollandse zomer (= van alles wat)? We wachten hoopvol af. En wát voor weer het ook is: de tuin kan niet stuk in deze tijd van het jaar. Vaste planten, klimmers, eenjarigen, zomerbollen: alles komt in bloei nu. Op warme dagen snuiven we vergeten geuren op. Als het regent roepen we om het hardst: "'t Is goed voor de tuin!" Wie zijn planten regelmatig heeft aangebonden en voorzien van plantensteunen hoeft er niet zenuwachtig van te worden. De regen brengt ook zijn eigen geur mee: geniet ervan zodra de bui over is en tik de druppels uit de zwaar overhangende pioenen en rozen.
SLAKKENRESTAURANT
Glij daarbij niet uit over de slakken die in al die nattigheid ook overdag actief zijn. In Heggenmussen 1 kondigde ik een slakvriendelijk beleid aan in mijn eigen tuin. Slakken zouden de voorkeur geven aan halfverteerd blad bóven jonge groene blaadjes.
Welnu, mijn 'slakkenrestaurant' was ruim voorzien van oude bladeren, maar thalictrums, hosta's, lathyrus en wat is er nog meer aan lekker spul, vielen achter elkaar ten prooi aan de slakgasten. Misschien deugde mijn menukaart niet of hadden ze meer van de bediening verwacht - mijn restaurant liep in ieder geval niet zoals ik gehoopt had. Dan sluiten wij de tent en zoeken andere bezigheden! Zoals de bodem uit plastic potjes snijden en die om kwetsbare plantjes heenzetten: werkt gegarandeerd. Wel goed kijken of je geen zwart slakje méé opsluit(!). Voor grotere planten blijkt Escar-Go (Ecostyle) een beproefd middel. Niet teveel in een keer strooien, dan kan het gaan schimmelen. Maar wel regelmatig controleren of er meer nodig is. En dan is er nog het 'vervoer'middel: breng de slakken naar een plek waar ze geen kwaad kunnen. Tot zover over slakken.
ZOMERSE GELUIDEN
Op warme dagen is het gezoem en gegons niet van de lucht - voor zover je het kunt horen boven grasmaaiers en heggenscharen uit en het boenk-a-boenk van sommigen die denken dat we allemaal dezelfde smaak hebben op muziekgebied. Nou, dat ís niet zo, hoor. Ik hou van Joe Cocker en de symfoniën van Bruckner (alle elf!), maar ik neem ze niet mee naar buiten, tenzij met een draadloze hoofdtelefoon. Want 'buiten' is voor iedereen. Misschien moet de Gemeente een lawaai-uur vaststellen waarop iedereen even zijn gang kan gaan, maar dan eindigen we waarschijnlijk met een collectieve gehoorstoornis en kon het wel eens akelig stil worden. Doe maar niet.
BIJTJES EN BLOEMETJES
Gezoem dus! van duizenden insecten. Alle bloemen worden aangedaan op zoek naar stuifmeel en nectar. Stuifmeel blijft achter aan kop, achterlijf en pootjes en wordt zo meegenomen naar de volgende bloem. Het insect strijkt met zijn stuifmeellijfje langs de rijpe stampers van deze bloem en de bestuiving is een feit.
Rudbeckia Goldsturm
De plant zal zaad vormen en daarmee kunnen we rekenen op een nieuwe generatie gezonde planten. Wanneer er meer varianten zijn van een bepaalde soort, bv. akeleien, dan kan er zomaar een geheel nieuwe variëteit ontstaan. Spannend! Je tuin vaart wél bij zoveel mogelijk insecten en die lok je met zoveel mogelijk bloemen. En natuurlijk met geschikte nestplaatsen.
WESPEN
Oei, nu steek ik mij in een wespennest! Want dát wil niemand in zijn buurt hebben. Hoeft ook niet. Wanneer je zo'n nest ontdekt (of een zwerm insecten) op een ongelegen plek moet je vooral niet in paniek raken en zéker niet proberen om het nest stuk te maken - dat is vragen om ongelukken. Roep de hulp in van een deskundige: zie de Milieuwijzer van de Gemeente Ten Boer of raadpleeg de Gouden Gids. Zo'n deskundige kan je geruststellen (veel mensen noemen alles wat zoemt en vliegt een wesp), want wanneer het om bijen of hommels blijkt te gaan is het risico dat je gestoken wordt aanzienlijk minder. In ieder geval heeft de insectenman een oplossing voor je probleem.
In juli en augustus zijn de wespen op hun lastigst, want zij vliegen niet op bloemen maar op 'zoet'. En uitgerekend dán zitten wij buiten met onze hapjes en drankjes. Probeer de zoetigheid op tafel te beperken en dek de lekkernijen af, bv. met kaasstolpen van de rommelmarkt en een onderzetter óp je glas. Tegenwoordig kun je ook 'ouderwetse' glazen wespenvangers kopen. Bij ons thuis vroeger werd er een bierflesje klaargezet met limonadegazeuse erin (díe tijd, ja) en een beetje stroop rond de flesopening. Wat is ouderwets?! Zo'n donker bierflesje is misschien nog wel zo esthetisch.
TOCH EEN NEST?
Bijen en hommels zijn gezellige bedrijvige beestjes: leuk om naar te kijken. Vorig jaar hadden steenhommels een verlaten muizenholletje in de muur bij het terras in bezit genomen. Zij gingen hun eigen gang en dat deden wij ook. Probleemloze huisdieren! Bijen die niet in een volk leven, zgn. solitaire bijen, kun je aan huisvesting helpen door een blok hout of een baksteen te voorzien van boorgaten van verschillende afmetingen.

Linaria Canon J. Went
Op een zonnige plek in de tuin neerzetten of ophangen en afwachten wie er komen logeren.
En als het dan eindelijk begint te schemeren, kaarsjes aan, wijn op tafel, wespen naar huis, komen de muggen nog even langs. Citroenkaarsen helpen niet echt. Je alsnog helemaal in de kleren hijsen is op zo'n tijdstip ook geen optie. Het beste middel is een goede anti-muggen-stick waarmee je alle blote lijvigheden op tijd insmeert. Serveren bij de koffie!
Een leuk en informatief boek voor de zomer is 'Dieren in de tuin' van Annemarie Görts (Groenboekerij). Niet alleen insecten komen aan bod, maar ook egels, vogels, kikkers, mollen, noem maar op. Allemaal met hun eigen nut en (on)hebbelijkheden.
OP PAD
En denk je dat je tuin leuker kan, maar je weet niet hoe? Kwekers in de (wijde) omgeving hebben allemaal zo hun eigen specialiteiten en vaak ook bezoektuinen. Daar kun je veel inspiratie opdoen én plantenkennis want zij informeren je graag over hun kwekelingen. Tip: vanuit Ten Boer op de fiets naar de Planterij aan de weg naar Loppersum. Onderweg passeer je dorpjes met leuke tuinen en je bent er in 40 minuten. Dezelfde weg terug is geen bezwaar: dan zie je de tuinen aan de overkant van de straat! Wat verder weg, in Eenrum, ligt De Kleine Plantage (tel. 0595-491604), een kwekerij met prachtig aangelegde tuinen en een bijzonder assortiment. Nóg verder weg vind je de Prionatuinen van Henk Gerritsen: in Schuinesloot (tel. 0523-681734). Dat moet je gewoon een keer doen: prachtig! En alle vijverliefhebbers óp naar Gramsbergen: de Vijvertuin van Ada Hofman (tel. 0524-562448). Schitterende vijvers in een zeer verzorgd geheel. Informeer even naar de openingstijden, om teleurstellingen te voorkomen.
Tot slot: geniet van een lange actieve zomer en laat als je op vakantie gaat je planten goed verzorgd achter, zodat het ook heel fijn is om weer thuis te komen!

Juli 2002

zondag 12 mei 2002

VORMSNOEI

Heggenmussen


In de eerste maanden van het jaar is er heel wat afgesnoeid: struiken, rozen en (fruit)bomen waren er wél aan toe. Hagen konden zonodig worden teruggezet. Kortom: het ruige snoeiwerk. In mei en juni wordt het tijd voor het fijnere knipwerk: vormsnoei. Het fijnste knipwerk en dus de kunstigste vormsnoei levert de kapper! Maar die heeft er voor geleerd, dus daar kunnen wij tuiniers ons niet mee meten. Hoeft ook niet: onze struikjes kijken niet in de spiegel en ze groeien gewoon braaf over eventuele misknipsels heen!
HISTORIE
Vormsnoei dateert al uit het begin van onze jaartelling. Welgestelde Romeinen hadden een slaaf in dienst, speciaal voor het knippen van kunstwerken in het groen: de topiarius. Maar met de ineenstorting van het Romeinse Rijk verdween ook de kunstsnoei.
In de 16e eeuw herleeft de belangstelling, eerst in Italië en Frankrijk en daarna ook verder naar het noorden. Met buxushaagjes worden aanvankelijk strakke geometrische patronen gemaakt. Pas later in de 17e eeuw werd de vormsnoei losser toegepast. Er kwamen parterres: prachtige 'borduurwerken' in buxus met accenten in de vorm van o.a. piramides in taxus.
Een schitterend voorbeeld hiervan is de tuin van Paleis Het Loo in Apeldoorn. Aan het eind van de 17e eeuw werd begonnen met de aanleg ervan en dankzij een zes jaar durende restauratie beschikken we sinds 1984 over een uniek monument: een 17e eeuwse tuin in volle glorie, een erfgoed uit vervlogen tijden. Want in de 18e eeuw veranderden de opvattingen in de tuinarchitectuur: de natuur moest terug in de tuin en zo maakten de formele tuinen plaats voor landschapstuinen. De 'kleine' tuiniers, met name de cottagers in Engeland, die er plezier in hadden, knipten natuurlijk vrolijk door.
Pas in de tweede helft van de 19e eeuw mág vormsnoei weer. In Boskoop worden massaal dierfiguren opgekweekt in buxus en taxus, waarvan er vele de oversteek naar Engeland maken. Daar was men niet kinderachtig als het om vormsnoei ging: levensgrote locomotieven, ruiters te paard en zeilschepen werden 'gehouwen' uit vooral taxus en buxus. Niet voor de eeuwigheid zoals beelden uit steen, maar tweehonderd jaar is haalbaar(!).
Schuin aflopende ligusterhaag
Het loont dus de moeite om met deze hobby te beginnen. Want dat wordt het vanzelf als je eenmaal aan het knippen slaat.
GESCHIKTE SOORTEN
Welke planten zijn geschikt voor vormsnoei? Voor grote stoere vormen kun je taxus, laurier en hulst nemen, maar ook beuk en liguster. Immers: hagen horen óók bij vormsnoei met hun strakke of juist golvende lijnen, bogen of kantelen. Wie haast heeft en tijd om vaak te knippen kiest voor liguster, een snelle groeier, in meer kleuren verkrijgbaar. De groene soort is in dit geval waarschijnlijk het mooist omdat de vorm dan alle aandacht krijgt, maar dat is ook een kwestie van smaak.
Taxus groeit niet zo snel, maar wel heel dicht en je kunt er zoveel mee omdat hij altijd weer uitloopt, zelfs al zou je hem tot de stam inknippen. Laurier groeit redelijk snel en is met zijn grote bladeren vooral geschikt voor grote bollen, vierkante of taps toelopende blokken. Ook met hulst zijn mooie resultaten te behalen, maar met zijn stekelige blad vraagt hij extra voorzorgsmaatregelen bij het knippen en bladruimen.
KLEINE SNOEIVORMEN

Vogels, al dan niet in wording

In de tijd die bovengenoemde struiken nodig hebben om uit te groeien kun je alvast beginnen met kleinere struikjes. Vergis je niet: een vierkant blok lijkt misschien simpel, maar vraagt een timmermansoog om het voor elkaar te krijgen. Òf een mal. Met een vierkant frame van vier latjes wordt het een stuk gemakkelijker. Bollen zijn goed te knippen. Neem vooral regelmatig afstand van je werk. Vakmensen die heel grote bolvormen moeten knippen lopen met een tennisbal op zak: als je die vanaf de goede afstand voor de te knippen struik houdt zie je precies waar er nog wat af moet! En natuurlijk altijd de zaak van meerdere kanten bekijken!
In pot, overal inzetbaar!
(Lonicera nitida)

Manden, vogels, fantasiefiguren geven wat meer vrijheid bij het knippen. Er zijn mallen van gaas te koop die je over het struikje heen zet: wat eruit groeit knip je af. Dat geeft een prima resultaat, maar met een beetje durf is het heel goed mogelijk je eigen creatie te knippen.
Buxus is dé plant als het gaat om wat kleinere figuren. Groenblijvend, mooi dicht en met twee maal per jaar knippen geen grote werkverschaffer. Zelf knip ik graag in lonicera nitida (Chinese kamperfoelie).
Bonte variant: 'Baggesen's Gold'. Ooit ben ik in een heel strenge winter een paar van deze snoeivormen kwijtgeraakt. Als je ze bij de grond afknipt lopen ze trouwens op de wortel weer uit. Want deze plant heeft een ongelofelijke groeikracht en dat maakt hem voor ongeduldige tuiniers wel heel aantrekkelijk. Er zijn weken waarin er dagelijks iets te knippen valt!
Tip tussendoor: plant je kunstwerk niet op een hoek en buiten je gezichtsveld want daar heeft het een ongezonde aantrekkingskracht op (sommige) loslopende honden en kinderen. Mijn arme kip-op-de-hoek wordt ongeveer één keer per jaar in elkaar getrapt en dan nog eens flink 'afgezeken' zodat er een kapot bruin struikje overblijft. Maar mijn kip en ik zijn koppig: wat gebroken en bruin is knip ik weg en met stokjes scherm ik hem af voor honden. Met extra mest en zorgvuldige snoeibeurten is hij meestal tegen kerstmis weer zover dat er een rood lintje om zijn nek kan. 'Luctor et emergo' en 'Je maintiendrai'! (Om het maar eens in goed Hollands samen te vatten).
Kippen in Lonicera nitida 'op de hoek'

Buxusblok met op de achtergrond een rondgeknipte spirea,
vóór een trapezium in laurier

PARTERRE
Ook leuk om mee te beginnen is een parterre: plant een buxushaag in een cirkel en vul deze met buxushaagjes in de vorm van je eigen voorletters. Zorg ervoor dat cirkel en letters elkaar hier en daar raken. De grond tussen de haagjes afdekken met grind of boomschors. Heel deftig! Ga maar eens kijken in de Prinsentuin aan de Turfsingel in Groningen. Behalve rozen en kruiden en bij goed weer een lekker kopje thee vind je daar ook twee parterres met de letters W (Willem Frederik, Stadhouder van Friesland, Groningen en Drenthe) en A (Albertine Agnes, zijn echtgenote).
VERZORGING
Wat alle snoeivormen gemeen hebben is behoefte aan extra mest gedurende het groeiseizoen. Taxus en buxus zijn ook liefhebbers van kalk en voor het op kleur houden van groenblijvers is een handje bloedmeel geen overbodige luxe. Beendermeel: altijd goed. Als je dit te ingewikkeld vindt heeft het tuincentrum wel een pak mest voor je, precies afgestemd op de struik waar het voor bedoeld is.
Als je afgeknipte takjes van buxus, lonicera nitida en liguster in de grond steekt heb je een goede kans dat deze stekjes gaan wortelen. Een eenvoudige manier om aan nieuwe planten te komen.
LITERATUUR
Wil je álles weten over dit onderwerp, lees dan 'Vormsnoei' van Ireen Schmid (Groen Boekerij), 'Stijlvolle snoeivormen' van Bert Huls (Van Reemst Uitgeverij bv), 'Behaaglijk tuinieren' van Jørn Copijn (Terra). Nu staat niets je meer in de weg om een enthousiaste topiarist te worden: veel plezier en succes!


Mei 2002

vrijdag 10 mei 2002

DE MEREL

In míjn tuin …



... gaat ook wel eens iets mis. En dat ligt dan niet aan het weer of zo, maar gewoon aan mij.
Links van het paadje stonden prachtige zwarte parkiettulpen en rechts ging ik zomerbollen planten. In mijn hurk nam ik de tulpen mee: ik zat er zo'n beetje bovenop en alle kopjes hingen naar de grond. Later kwamen ze wel weer overeind, maar allemaal met hetzelfde bochtje in de steel. Dus hurkers: altijd eerst achter je kijken!
In de kamperfoelie groeit clematis 'Mme. LeCoultre'. Een van mijn favoriete bezigheden in de tuin is knoppen tellen (vóórpret!). De clematis zat wel diep in de kamperfoelie - die laatste moest ik maar eens uitdunnen. Knip, knip: zat er ook een clematisstengel tussen en ik kon zo drie knoppen van mijn optelsommetje aftrekken.
In het langslopen aangetaste rozenblaadjes afplukken kostte mij laatst de mooiste rozenknop in de 'Zépherine Drouhin'.
Soms ben ikzelf de klos. Ik zit gehurkt op de stoep te wieden en achter mij passeert een fietser: "Hoi!" Moet ik links of rechts kijken om terug te groeten? Daar ontstaat de eerste verwarring in mijn evenwichtsorgaan. Snel draai ik mijn hoofd naar links, roep: "Hoi!" tegen de rug van de fietser en rol in één beweging achterover op de stoep, volledig uit balans. De fietser, die wél weet hoe in balans te blijven (vóór je kijken!) heeft het gelukkig niet gezien. Dat is dan nog íets.
Met het omzagen van een boom in de buurt was een merel haar nest met al één ei erin kwijtgeraakt. Ik weet nu waar 'je ei niet kwijt kunnen' vandaan komt - de arme merel was totaal van slag en probeerde uiteindelijk op een smal vogelhokje bij mij voor het raam een nest te bouwen. Maar alles viel er af. Om haar te helpen maakte ik een mandje vast op het hokje en ja hoor! na een paar dagen was het nest klaar! Wij zaten eerste rang. Mijn man schoof eventuele opstapjes voor katten opzij en van dag tot dag leefden wij mee met dit vogelgeluk. Tot er op een avond een kat verscheen. Op mijn armgezwaai reageerde hij niet, dus deed ik het raampje open, vlak naast het nest, en  riep: "Sshh!!" Daar ging de kat … maar ook de merel! Ik moet iets gedacht hebben van 'ik en de merel tegen de kat', maar het was natuurlijk ongelooflijk stom. Mijn man zei dat ook! Na twee uur was de merel nóg niet terug - de jongen moesten nu wel dood zijn. Mijn schuld. Ik sliep slecht. Om zes uur merkte ik dat mijn man al naar beneden was - om de dode jongen uit het nest te halen? Nee, hij zat op de bank en zei: "De merel is net even weg." Wat fantastisch: het leven ging gewoon door! Iets wat onherstelbaar leek was goed gekomen. In míjn tuin … was een wondertje gebeurd.

Mei 2002

donderdag 11 april 2002

HOLLAND BOLLAND

Heggenmussen


Holland, bolland en dat zie je! Vooral in april. Het rood, geel en blauw en wat daar nog tussenin zit schittert je uit alle tuinen tegemoet. Het is één en al vrolijkheid. De mooiste combinaties en de indrukwekkendste kleurvlakken vind je waarschijnlijk in de Keukenhof in Lisse. Maar zoals Groningen voor de meeste Nederlanders ver weg is, is de Keukenhof dat misschien wel voor ons. Kom, we gaan onze eigen 'Keukenhofjes' bekijken, want Groningers weten óók raad met bollen.

Acidanthera: Abessijnse gladiool
AAN DE WANDEL
Maak eens een wandelingetje door je eigen dorp en geniet van het fleurige bollengoed in de tuinen van je dorpsgenoten. Heb je ze allemaal al gezien bij het uitlaten van de hond? Neem dan eens een kijkje in een ander dorp. Met het 'Wandelzakboek Groningen' van Joke Sterk (uitg. Contextuur) in de hand is dat wel een heel leuke bezigheid.
Het leidt je in vijftig plaatsen, van Aduard tot Zuidhorn, langs bezienswaardigheden en beschrijft tal van wetenswaardigheden. Loppersum, Middelstum, Ten Boer en Westerwijtwerd staan er ook in. Echt heel leuk. En in deze tijd van het jaar komen daar de voorjaarsbloeiende bolgewassen in de tuinen van de inwoners als extraatje bij! Maar vijftig van die uitstapjes - dat red je niet in één maand, dus is het goed te weten dat er ook later in het seizoen nog bollen en knollen in bloei komen!
BOLLEN EN KNOLLEN
Een knol is niet hetzelfde als een bol, maar het ligt wel dicht bij elkaar. (Sta ik in een wolwinkel na te denken over een knotje of een bolletje wol, vraag ik prompt om een knolletje wol! Ik bedoel maar). Bollen en knollen worden dus meestal in één adem genoemd en hebben zo hun eigen categorie tussen eenjarigen, vaste planten enz.

Fritillaria meleagris, kievitsbloem
De voorjaarsbloeiers zijn bij de meeste mensen wel bekend, hoewel in sommige tuinen het assortiment nog wat uitgebreid zou kunnen worden. Bijvoorbeeld met leucojum (lenteklokje), fritillaria meleagris (kievitsbloem), ipheion (oude wijfjes), ornithogalum (vogelmelk) en anemonen. En let eens op botanisch bolgoed zoals corydalis bulbosa (holwortel), chionodoxa (sneeuwroem), scilla en botanische tulpjes: geschikt voor verwildering. Deze bolletjes kunnen gewoon in de grond blijven en hebben doorgaans ook wat smaller blad. Want dat schrikt nog wel eens af: de 'rommel' die achterblijft na de bloei.
Je mag het blad immers niet afknippen: dat heeft de bol nodig om volgend jaar weer te kunnen bloeien. Voor alliums geldt dat trouwens weer niet: zodra hun bloemen beginnen te kleuren mag je het blad afknippen. Andere bollen moet je dus een beetje strategisch aanplanten: in de buurt van grootbladige planten zoals hosta's die al snel het zicht op het afstervende bollenblad zullen wegnemen. De combinatie hosta-camassia is bijna klassiek. Het blad van narcissen kun je ook bijelkaar binden tot 'schoofjes'.
Uitgebloeide bloemen 'koppen', zodat geen zaad gevormd wordt ten koste van de bol. Zelf vind ik de zaaddozen van blauwe druifjes heel leuk, dus die laat ik staan. Tot op heden lopen bij mij de aantallen blauwe druifjes nog niet terug. Ook sommige alliums zijn met hun mooie bolvorm heel geschikt om te laten drogen na de bloei. Met goud of zilver bespoten, of een ander kleurtje, doen ze het leuk in een droogboeket.
Allium purple sensation

ZOMERBOLLEN
Droogboeket? Maar dan is het al herfst! Ho ho! eerst nog de zomer - met een keuze aan bollen en knollen om van te watertanden. En die kunnen allemaal deze maand nog geplant worden. In de volle grond (graag even voorbewerken en wat extra mest toevoegen) maar ook in potten, zodat ze overal 'inzetbaar' zijn wanneer er later in het seizoen open plekken vallen in de border. Kies dan voor zwarte plastic potten: die zie je niet tussen de planten.
Dahlia's zijn er in zóveel vormen en kleuren: daar moet gewoon iets bijzitten voor die ene plek in jouw tuin. Tot zomerbloembol van het jaar 2002 is uitgeroepen de donkerbladige pioenbloemige lila dahlia "Fascination". Zo'n titel krijg je niet zomaar - daar ga ik achteraan!
Dahlia 'Fascination'
Op het terras is altijd nog wel een plekje te vinden. Dat is ook een goede plek voor de Abessijnse gladiool (acidanthera). Lekker veel bij elkaar, want dat ruíkt toch lekker!!
Gladiolus communis
byzantinus
En wie de 'ouderwetse' gladiolen te gewaagd vindt moet 'gladiolus communis byzantinus' eens proberen: 60 cm. hoog, kleinbloemig, violetroze en redelijk vorstbestendig. Die hoeft dus niet opgespit te worden. Voor de zekerheid wel even een winterdek geven. Nerine bowdenii mag nu ook de grond in, lekker warm op het zuiden. De roze bloemen verschijnen in augustus. Deze nerine is goed winterhard, maar een afdeklaag kan geen kwaad. Komt de bol in de loop der jaren boven de grond uit, plant hem dan opnieuw 15 cm. diep.
Agapanthus (Afrikaanse lelie), blauw of wit, doet het ook goed in een pot. Ik zet ze in de winter met pot en al in de garage. Het verdorde blad haal ik weg en pas in maart, als ze weer uitlopen, krijgen ze water met een keer per week vloeibare mest. Eucomis bicolor (ananasplant) is een blikvanger voor het terras, maar hij kan ook in de volle grond. Een typisch knolgewas voor de zomer is ranunculus (ranonkel) in de kleuren geel, oranje, roze of rood.
UITSTAPJE
Mij dunkt dat dit een aardige opsomming is. Wie er maar niet genoeg van kan krijgen (ja, er is nog meer!) moet beslist naar de Kruidhof in Buitenpost waar op 30 april a.s. een tuinbeurs wordt gehouden met o.a. zomer- en herfstbollen èn orchideeën. De entree is die dag gratis. Deze botanische tuin is een echte aanrader. De Kruidhof is ingedeeld in stuk voor stuk interessante thematuinen, er is een informatiecentrum en gelegenheid voor een hapje en een drankje. De pomologen onder ons kunnen hun hart ophalen aan tal van oude rassen. Wat te denken van een appelras met de naam 'Zijden hempje'! 'Groninger Kroon' staat er ook. Er worden ook vaste planten verkocht die je niet overál aantreft. Wie weet waar je mee thuiskomt.

Herfstcrocus
HERFSTBOLLEN
Toch op zijn minst met een zakje herfstcrocussen. Als je die in juli plant bloeien ze in september/oktober. Zet ze tussen lage wintergroene bodembedekkers, want in herfstbuien kunnen ze wel een steuntje gebruiken. Colchicum of herfstijloos (of blote jochies) (u zegt het maar) zijn ook heel geschikt om nog even na te genieten van de zomer. Hou bij het uitzoeken van een goede plek wel rekening met het forse blad dat verschijnt van maart tot juni.
En als dan ergens in november de vorst toeslaat gaan we aan de droogboeketten met alliums, tot in januari sneeuwklokjes en winterakonieten een nieuw bollen- en knollenjaar inluiden. …Zo blijven we aan de wandel!


April 2002

woensdag 10 april 2002

FORSYTHIABOOMPJE MET TUINIJZERDRAADJE



In míjn tuin …

... is al lang geen ruimte meer voor nieuwe bomen. Er kan echt niets meer bij. Want 'boompje groot, plantertje dood', dat moet je niet te serieus nemen. Een berk kan heel snel en dan stáát er ook wat! Maar een klein boompje dan, zelf opgekweekt? Dát kan toch wel? Vooruit maar, 't is je hobby.
Links van de taxus stond een struik: acer ginnala (vuuresdoorn). Ik zocht de rechtste tak uit, bond die aan een stevige stok en snoeide de rest van de struik weg. De acer vond het best en liep mooi uit op zijn ene tak. De stam hield ik kaal en de top snoeide ik in een bolvorm, elk jaar iets groter. Wat leuk: je eigen bolboompje!
Inmiddels was het mij gelukt een stek van de forsythia te laten bewortelen. Nu moest hij gaan groeien. Het was een echte zwabbertak - die moet je stevig aanbinden. Dat deed ik dus, met van dat groene tuinijzerdraad. En dan is het een kwestie van wachten en geduld oefenen.
Daar was ik zó druk mee bezig dat ik de stek vergat. Toen ik hem na een jaar weer tegenkwam bleek mijn zwabbertje zowaar in omvang te zijn toegenomen - behalve op de plek van het venijnige ijzerdraadje! Dat was lelijk ingegroeid. Wat was ik toch een waardeloze tuinier. Voorzichtig haalde ik het ijzerdraad weg. Zou dat nog goed komen? Ík verdiende het niet, maar de stek natuurlijk wel. De forsythia bleek ijzersterk en het kwam goed.
Toen de stek mijn ooghoogte bereikt had knipte ik het topje eruit. Dat levert twee uitlopende takjes op. Als je die ook topt krijg je vier takjes. Blijven toppen dus. Al die jaren had de stek in een pot gestaan maar nu werd het toch tijd voor een vaste standplaats. Symmetrie brengt rust in de tuin - nou, dat kan de mijne wel gebruiken. Dus haalde ik de duimstok op en plantte de forsythia rechts van de taxus op precies dezelfde afstand als de acer ginnala links! Ondanks dit gepietepeuter is de symmetrie nog ver te zoeken. Het zal nog jaren duren voor mijn forsythiaboom zonder steun een bol kan dragen die die van de vuuresdoorn evenaart. Maar in het voorjaar bloeit hij al dat het een lieve lust is.
Laatst heb ik een foto gemaakt van mijn forsythiaboompje - zó mooi! en toen klapte de nieuwe voordeur - zó soepel! achter mij in het slot. Na enig nadenken vond ik een manier om weer binnen te komen. Nét op tijd, want mijn buurvrouw snelde mij te hulp … met een heus breekijzer!! 't Was goed bedoeld, zoals ooit een groen tuinijzerdraadje en achter mij hoorde ik een forsythiaboompje grinniken …

April 2002