dinsdag 27 maart 2012

MAART 2012

TUINFOTO’S

4 MAART 2012
Monnikskappen, longkruid: er ís een begin ...
7 MAART 2012

Ra ra, wie ben ik? Een staartmeesje op het eten.
15 MAART 2012

Een slaperige hommel kruipt uit de nestkast: mooi weer vandaag.
 19 MAART 2012
De moestuinbakken zijn voorzien van nieuwe potgrond en
een 'gaasje' tegen ongewenst bezoek.

26 MAART 2012
Gevonden in de achtertuin:
een lamgelegd vleugeltje ...

vrijdag 16 maart 2012

NIEUWE ARTIKELEN

NIEUWE ARTIKELEN VERSCHIJNEN
OP  6 APRIL 2012!


DE ES IN ONZE VOORTUIN: OP ZIJN MINST EEN
'POTENTIEEL MONUMENTALE BOOM'
ALDUS EEN RECENT SCHRIJVEN VAN DE GEMEENTE TEN BOER!

MAART/APRIL

TUINKALENDER

Er is nog íets te weinig jong groen voor deze tortelduif ...
MAART/APRIL

 Lekker opruimen nu, zodat de lentebloeiers goed te zien zijn.
Anemone Mr. Fokker

 Zorg voor vers badwater voor de vogels, zodat ze toilet kunnen maken!

 Knip het oude blad van Helleborus weg en hoop dat de bloemen de vorst hebben doorstaan.

 Hortensia ‘Annabelle’ en de pluimhortensia kunnen flink gesnoeid worden: ze bloeien op het nieuwe hout.

Hortensia 'Annabelle', nog
even niet in bloei
 Bemest de tuin als dat nog niet gebeurd is, maar niet teveel.

 Denk niet te snel dat een plant het loodje heeft gelegd: het kan nog goed komen!

 Ga nooit zonder boodschappenlijstje naar het tuincentrum. Zéker niet in het vroege voorjaar.

 Snoei struikrozen diep terug en houdt daarbij vijf ‘takken’ aan.
Meidoorn alvast in knop!

 Verwijder bij klimrozen het dode hout en bind ze opnieuw aan.

 Spuit zo nodig tegen roetdauw en dergelijke; dat zal het nieuwe rozenblad gezond houden.

 Spuit of bezem het terras schoon en zet de tuinmeubels alvast buiten om ter plekke te genieten van het vogelkoor.

Maart 2012

VAN GEMIDDELDE KOU TOT PERMAFROST

Heggenmussen

Wéér niet gelukt: een Elfstedentocht. Terwijl het toch wel heel koud was, de vorige maand. Het KNMI noteerde een minimumtemperatuur van -12°C op 4 februari, maar ook een maximumtemperatuur van +10,1°C op 23 februari. Het langjarig gemiddelde voor februari is 3°C. Daar wijken we dit jaar behoorlijk vanaf, met een gemiddelde van bijna -1°C! In mijn middelbareschooltijd was de Ryam agenda populair, met op elke bladzijde een spreuk of wetenswaardigheidje. Daarvan is één mij altijd bijgebleven: “Een man waadde door een rivier van gemiddeld één meter diep en hij verdronk.” Ofwel: gemiddelden, wat heb je eraan?

Een landelijk gemiddelde van bijna -1°C lijkt misschien nog wel mee te vallen, maar plaatselijk waren de verschillen groot. Op 7 februari transporteerde de Gasunie maar liefst 545 miljoen m³ gas, waarmee deze dag derde werd op de ranglijst van gasleveranties per dag. Maar goed, de winter ligt inmiddels achter ons: het voorjaar is nu echt begonnen en op zondag 25 maart schakelen we alweer over op de zomertijd. Elders op de wereld kan het ook heel anders!

Ongeveer een vijfde van het aardoppervlak is onder de oppervlaktelaag permanent bevroren. ‘Permafrost’ heet dat verschijnsel, dat zich uiteraard vooral voordoet in de omgeving van de polen. Alleen in de zomer ontdooit de bovenlaag en kan er iets groeien. Daarmee vergeleken stelt de vorst in onze tuinen, met aanverwante schade zoals bruin blad in de laurier, niet veel voor. Sneeuwklokjes, krokus en narcisjes, botanische tulpjes: ze zijn allemaal van de partij en de bruinbevroren struiken zullen in de meeste gevallen ook weer gewoon groen uitlopen; over een paar maanden bloeit de tuin alsof het nooit winter is geweest.
Zo uitbundig zal het in de permafrostgebieden voorlopig niet worden, hoewel wetenschappers, in verband met de opwarming van de aarde, al in 2009 waarschuwden voor de ontdooiing van één miljoen vierkante kilometer aan hoogveengebied in West-Siberië.
Positief nieuws kwam onlangs uit de permafrostgebieden in het oosten van Siberië, nota bene door een klein, maar prehistorisch koekoeksbloemetje: ‘Silene stenophylla’.




foto AFP
Silene stenophylla
Een onderzoeksteam van het Instituut voor Celbiofysica van de Russische Academie voor Wetenschappen, onder leiding van prof. David Gilichinsky, heeft langs de oevers van de rivier Kolyma opgravingen gedaan. Op een diepte van bijna veertig meter vonden zij skeletresten van o.a. mammoet, rhinoceros, bison, neushoorn, paard en hert, die ruim dertigduizend jaar geleden dus aan de oppervlakte lagen. Ook ontdekten ze een zeventigtal overwinteringsholen van eekhoorns met voedselvoorraden. Hierin werden zaden aangetroffen van het toendraplantje ‘Silene stenophylla’. De ouderdom van deze zaden is door de onderzoekers vastgesteld op 31.800 jaar, mogelijk driehonderd jaar jonger of ouder. Het oudste weer tot leven gebrachte plantaardig materiaal tot nu toe waren tweeduizend jaar oude dadelpalmzaden die rond 1975 gevonden werden bij Massada in Israël. In januari 2005 werden enkele van deze zaden geprepareerd en gezaaid en in juni 2005 werd het resultaat bekendgemaakt: een dadelpalmboompje van al dertig centimeter hoog.
In het Russische Instituut voor Celbiofysica heeft met name Svetlana Yashina zich in het onderzoeksteam van prof. Gilichinsky beziggehouden met de gevonden zaden van ‘Silene stenophylla’. Pogingen om de zaden op de gebruikelijke wijze te laten ontkiemen gaven geen resultaat. Daarop verplaatste het onderzoek zich naar het placentale weefsel uit onrijpe vruchtjes, waaraan zaadjes vastgehecht zitten. Svetlana Yashina weekte dit placentale weefsel in een kweekvloeistof van suikers, vitaminen en groeibevorderaars en slaagde er zo in plantjes op te kweken. Ze werden opgepot en twee jaar later bloeiden ze. In vergelijking met de ‘Silene stenophylla’ die nú bloeit op de toendra geeft de ‘oude’ versie iets meer nakomelingen. Daar staat tegenover dat de huidige plant iets grotere zaden heeft en wat grotere bloemblaadjes. Ook groeien de wortels tegenwoordig wat sneller. Vooruitgang in dertigduizend jaar!

Een onafhankelijk onderzoek zal de bevindingen in Rusland nog moeten bevestigen en dan is dit plantje het oudste plantmateriaal dat ooit weer tot leven is gebracht. Welke planten uit de prehistorie zullen nog volgen?!

De bevindingen van het onderzoeksteam zijn inmiddels gepubliceerd in het vooraanstaande wetenschappelijk tijdschrift PNAS (Proceedings of the National Academy of Sciences). Prof. Gilichinsky heeft dit niet meer meegemaakt; hij overleed een paar dagen voor de publicatie van het geweldige onderzoeksresultaat.

De Flora, eerste druk, in foudraal
Mogelijk is dit bericht voor ons aanleiding ‘onze’ koekoeksbloemen eens nader te bekijken. ‘De geïllustreerde flora’ van Christopher Grey-Wilson, illustraties van Marjorie Blamey, in 1990 uitgegeven door Thieme, geeft beschrijvingen van 2400 plantensoorten uit Noordwest-Europa, waaronder zevenentwintig ‘Silenes’!
Daar zijn vaste planten bij, maar ook een- en tweejarigen. Ook heten ze niet allemaal koekoeksbloem. Wél hebben ze stuk voor stuk hun eigen charme. Omdat de verkrijgbaarheid moeilijk te achterhalen is, heb ik de website van de Cruydthoeck geraadpleegd, www.cruydthoeck.nl, waar zaden online besteld kunnen worden. Met een beetje geluk zijn ze ook in tuincentra te vinden.


Silene in 'De geïllustreerde flora'
Een greep: de ‘echte koekoeksbloem’, ‘Silene (voorheen ‘Lychnis’) flos-cuculi’. Een rijkbloeiende vaste plant, rozerood, tot 90 cm hoog, voor een zonnige standplaats. Bloeit van mei tot november en trekt vlinders aan.
‘Silene dioica’, dagkoekoeksbloem: tweejarig of overblijvend, rozerood, 70 cm hoog, bloeit op een plekje in de zon van mei tot december.
‘Silene armeria’, pekbloem, eenjarig, bloeit helderroze van mei tot november en wordt in de zon tot 60 cm hoog.
De nachtkoekoeksbloem, ‘Silene noctiflora’, een- of tweejarig, staat op de rode lijst en verdient daarom extra aanbeveling. Maar het is ook een bijzondere plant. Overdag zijn de wit-lichtrose bloempjes opgerold, ’s avonds gaan ze open en geuren dan sterk. Tot 50 cm hoog, halfschaduw/zon, voorkeur voor klei en een vochtige omgeving; bloeit van juni tot december.
‘Silene vulgaris’, blaassilene, vaste plant, heeft ‘opgeblazen’ roodbruin-witte bloemen, tot 60 cm hoog, van mei tot oktober.
De avondkoekoeksbloem tenslotte, ‘Silene latifolia’, is een vaste plant voor halfschaduw of zon, wordt 70 cm hoog, bloeit wit van mei tot september en is een potentiële kandidaat voor opgraving over dertigduizend jaar: hij verdraagt een temperatuur van -25°C!

Wie het eerst de koekoek hoort!


Maart 2012

IN TWEEDE INSTANTIE

In míjn tuin …

... heeft de februarivorst toch zijn sporen nagelaten. Als je vanachter het raam de sneeuwklokjes ziet bloeien en de krokussen doen mee, dan lijkt het allemaal wel mee te vallen. Maar een rondje door de tuin stemt in eerste instantie niet vrolijk.

Krokussen, zoals het hoort!
De chinese kamperfoelie, Lonicera nitida, ziet er wel erg dor uit: zijn dat alleen de blaadjes of hebben de takken ook de geest gegeven en moeten we van de grond af opnieuw beginnen?
Veel bladeren in de laurierstruiken zijn bruin - die zal ik er stuk voor stuk uithalen en dan komt het wel weer goed.
Het nieskruid, Helleborus, bloeit wel, maar sommige bloemen zijn gehavend en het blad ligt slap en zwart op de grond. Nu moet dat tóch weggeknipt worden, maar zo treurig heb ik het niet eerder gezien.

Onzelieveheersbeestje overleeft in
een aarbeiplantje
En de smeerwortel, Symphytum, doet voor het eerst zijn naam eer aan: het verrotte blad geeft een ‘smerig’ luchtje af. Gelukkig loopt het wél opnieuw uit.
De ligusterhaag zal nog lang doorzichtig blijven. Z’n bladknoppen, die in januari al aardig op weg waren, zijn hardhandig teruggefloten.
Mijn Sarcococca had nu een aangename geur moeten verspreiden om vroege hommels te lokken voor de bestuiving van zijn bloemetjes, maar alle blaadjes van deze groenblijver zijn geel en doen het ergste vrezen.

Lathyruszaden in wc-rolletjes!
Zwarte rolletjes zijn te zien op de plaatsen waar in het najaar de herfsttijlozen bloeien. In het voorjaar hoort hier fors groen blad te staan, wel tot in juni, waar de Colchicums hun energie uit halen. Het is maar de vraag of het onder de grond nog wel goed zit met deze vrolijke najaarsbloeiers.
Ook takken van de klimrozen, die toch wel wat kunnen hebben, zijn zwart en alle dappere blaadjes van het vorige seizoen, die normaal als estafettelopers het stokje overgeven aan hun opvolgers, zijn nu voortijdig en totaal verdord van de takken gevallen. Om te controleren of er nog leven in die takken zit, kun je even aan de bast krabben. Is het daaronder groen, dan is er weinig aan de hand. Nog even wachten met snoeien kan ook; het zal gauw genoeg duidelijk zijn welke takken echt het loodje hebben gelegd.
Voorlopig is er trouwens genoeg te doen aan opruimwerk, waarbij er gelukkig ook veel te genieten valt van planten die wél ongeschonden door het geniepige wintertje heengekomen zijn.

Jaaa! Iets nieuws!
En, even eerlijk, wat ruimte voor iets nieuws ... stemt in tweede instantie best wel vrolijk, op een rondje door de tuin!

Maart 2012

vrijdag 10 februari 2012

FEBRUARI/MAART

TUINKALENDER

Maart 2005: óók in 2012?

FEBRUARI/MAART

 Voorlopig zit de vorst nog in de grond; daar is dus niets aan te doen, aan de grond.

 Maar het kan verkeren, dus maak gerust al plannen.

 Zaai binnen vóór - zie het artikel Heggenmussen ‘Snert of slasoep’.



 Zodra het gaat dooien de potplanten direct water geven.
 Ruim de schuur op, als het niet al te koud is, en noteer wat er aangevuld moet worden: potgrond, compost, mest, gereedschap.
 Laat alsnog de grasmaaier slijpen: binnen afzienbare tijd kan er weer gemaaid worden.
 Geef binnen overwinterende kuipplanten geleidelijk iets meer water.

 Blijf de vogels voeren en maak de nestkasten alvast schoon.
 Blijf je vooral verheugen op het komende voorjaar!




Maarts viooltje!



Februari 2012

SNERT OF SLASOEP?

Heggenmussen

Éven leek het er op: een winter zonder schaatskoorts, met een geruisloze overgang naar de lente. In de vroege ochtend van 29 januari klonk er buiten al een vrolijk voorjaarsconcert van vogels en in de sloot zaten de woerden elkaar achterna: wie zou er met die mooie eend aan de haal gaan? Zelf was ik vast begonnen met het wegknippen van geknakte stengels: veurjoar in de kop! Ik fantaseerde zelfs al over de slasoorten die ik zou gaan zaaien, voor een lekkere slasoep! En toen begon het alsnog te vriezen, op de valreep van de winter.

Thermometer binnen:
4 februari 2012
Thermometer buiten:
rododendron, 4 februari 2012




















Maar goed ook, want na alle nattigheid van de afgelopen maanden heeft een beetje vorst beslist ook goede kanten. Fruittelers zijn blij met een temperatuur van -2°C tot -7°C omdat de fruitbomen daarmee in winterrust komen. Ongedierte legt het loodje (ook in onze tuinen) en de natte grond wordt weer beloopbaar, zodat bomen en struiken gesnoeid kunnen worden. De spruitjes smaken lekker zoet, nu het zetmeel onder invloed van de kou wordt omgezet in suikers. En eindelijk heeft het nut: die lelijke winterbanden onder de auto. Wat schaatsen betreft: dit is hét moment om ze op Marktplaats te zetten of er een paar aan te schaffen! Muts op, sjaal om en wanten aan om een frisse neus te halen; goed voor de weerstand. En laat die slasoep nog maar even zitten, want we eten snert.


In het midden: voorgezaaide pluksla, in juli 2011 al flink 'geplukt'! 

De verstokte tuinier heeft ondertussen niets te klagen, want er is genoeg te doen om  goed beslagen ten ijs te komen, als het straks echt lente is. Na de ijspret wacht ons voor de rest van het jaar een slechte economie en breken er in de tuin gouden tijden aan voor de nutsgewassen. Met de invoering van de moestuinbakken is het telen van groente binnen ieders bereik gekomen, tot op het balkon. Kakelverse groente, onbespoten, op elk moment van de dag binnen handbereik, dat geeft een enorme voldoening! Kinderen leren spelenderwijs waar de radijsjes vandaan komen en telen hun eigen aardbeien: doordragers! Veel groenten kunnen ter plekke gezaaid worden, buiten. Wie over een koude bak beschikt (een bak met een ruit als deksel) kan daar vanaf eind februari al in zaaien. Bijvoorbeeld radijs, sla, spinazie (neem het snelgroeiende ras ‘Breedblad Scherpzaad’).

Zodra in februari de vorst uit de grond is, moet er in de moestuin opgeruimd worden. Verwijder resten van planten, maar ook de plantenwortels, om de kans op ziekten te verkleinen. Zo nodig kan de grond gespit worden, waarbij meteen compost en (organische) mest met de grond vermengd wordt. Aan kleigrond kan ook nog zand toegevoegd worden, om de doorlaatbaarheid te verbeteren. Na het spitten egaliseer je de grond met de achterkant van de hark. Nu kun je plastic tunnels over de moestuinbedden heenzetten, zodat de grond sneller opwarmt. Dan gauw naar binnen om zelf op te warmen en alvast wat vóór te zaaien.

Vóórverwarming
Voorgeweekte erwtenzaden! Erwten zijn goed bestand tegen een koel klimaat. Na het uitplanten moeten ze wel met vliesdoek beschermd worden tegen muizen en 
vogels, tot ze zo’n 25 cm hoog zijn. Als de erwten oogstbaar zijn niet te lang wachten, omdat anders de vogels je alsnog vóór zijn. Erwten kunnen ook ingevroren worden: tot je weer aan snert toe bent. De wortels van deze planten hebben knobbeltjes die stikstof uit de lucht vasthouden. Na de oogst laat je ze daarom in de grond zitten, zodat de stikstof vrijkomt voor een volgend gewas. Kool bijvoorbeeld. Ook binnen voor te zaaien: tuinbonen. Die kiemen al bij 10-15°C en kunnen eind maart, begin april buiten geplant worden. Laat de zaden van aubergines kiemen bij een temperatuur van 20-25°C, op de vensterbank boven de verwarming. Aubergines zijn echte zonaanbidders, dus pas eind mei mogen ze buiten uitgeplant worden. Pepertjes en paprika’s zijn ook van die koukleumpjes. Zaai ze bij een
temperatuur van 23-25°C en breng ze naar buiten als het echt lekker warm is.

Maar: het oog is groter dan de maag! Dat betekent: meer opscheppen dan je op kunt. Voor je het weet barst je moestuin uit zijn voegen, dus zaai niet teveel groenten vóór. Dan is er ook nog ruimte op de vensterbank voor zomerbloemen. Je kunt vaste planten zaaien, maar die hebben we meestal al genoeg. Eenjarigen zijn handig om kleuraccenten aan te brengen of gaatjes, en natuurlijk ook potten, te vullen.

Cobaea scandens, klokwinde, verkleurt
al een beetje naar violetblauw
Een mooie klimmer met grote opvallende bloemen, violetblauw of wit, is de klokwinde, Cobaea scandens. Aanvankelijk hebben de bloemen een groenwitte kleur. In februari binnen in potten voorzaaien bij een temperatuur van 15-20°C. Duw de zaden verticaal in de grond. Klokwinde is in ons klimaat niet winterhard, maar kan wel als kuipplant binnen overwinteren. Deze klimplant bloeit van juli tot oktober en kan meer dan drie meter hoog worden.

Groot zijn ze, de bloemen van de
Cobaea scandens, klokwinde
Een klimmer die hier wel wat op lijkt, is de dagbloem, Ipomoea. In februari de zaden twee dagen laten weken in lauw water (boven de verwarming) en laten kiemen bij een temperatuur van 18-28°C. Eind mei kunnen de planten naar buiten, in hun eigen pot. Niet verplanten dus. Eventueel als kuipplant laten overwinteren.

Vrolijk geel is de kanariekers, Tropaeolum peregrinum. Tot maart binnen in potten voorzaaien met twee tot drie zaden bij elkaar. Laat de zaden in het donker kiemen bij een temperatuur van 15-20°C. Half mei, als het niet meer vriest, kunnen ze naar buiten. Niet uitdunnen!

De tabakken zijn ook de moeite waard. Alle soorten van Nicotiana kunnen vanaf midden februari binnen gezaaid worden. Laten kiemen bij een temperatuur van 20-22°C en daarna koeler zetten, tot de planten eind mei naar buiten kunnen. Na tien weken zullen ze bloeien.
Cosmos bipinnatus
Cosmos bipinnatus, (cosmea), Cleome hassleriana, (kattensnor), papavers en nog heel veel andere soorten geven ook voorpret als we ze voorzaaien, terwijl de tuin, verstijfd van kou, nog even op ons moet wachten.

Wie wil er nog een kommetje snert?!


Februari 2012

KENNIS VAN NU

In míjn tuin …

... is er werk aan de winkel. Een januaristorm heeft een zwakke plek blootgelegd in de omheining van onze achtertuin. In eerste instantie besluit ik de overhellende schutting, zwaarbeladen met klimop, te negeren. We hebben zoiets al eens eerder meegemaakt en dat werd een heel gedoe - daar heb ik nu even helemaal geen zin in. En mijn man merkt het toch niet. Sinds hij een nieuwe fiets heeft, verlaat hij ons pand via de voordeur, lopend, uit angst dat zijn juweel gestolen wordt.

In een V-vorm hangt de schutting naar voren
Zelf ga ik wél achterom met mijn gedateerde tweewieler en nu blijkt de doorloop toch wat krapper. Stel je voor dat er straks nog méér omwaait! Uiteindelijk breng ik de boodschap toch maar over. Er worden per omgaande palen opgehaald met bijpassende paalhouders. Mijn man wil ter plaatse de klimop weghalen; precies waar ik bang voor was. Maar dat laat ik niet gebeuren! Het uitzicht moet wel intact blijven. Dus ook zijn tweede voorstel, de palen vóór de klimop, wordt afgewezen. Nee, ze moeten door de klimop heen, zo dicht mogelijk tegen de schutting aan: alsof er niets gebeurd is. En zwart geverfd graag. De vorst onderbreekt tenslotte ons gehakketak, dus het laatste woord hierover is nog niet gezegd.

In de sneeuw is de knik in de schutting nog beter te zien!
Met de kennis van nu had ik dertig jaar geleden de plaatsing van die schutting wel heel anders willen hebben: staanders van metaal in plaats van hout en natuurlijk ook metalen schermen in plaats van de simpele vlechtschermpjes, die het binnen afzienbare tijd ook wel zullen begeven. Maar ja, je had niks, in de jaren zeventig, op het gebied van duurzaamheid. En het jaar 2000, laat staan 2012, was toen voor ons nog onmetelijk ver weg: wie dan leeft, wie dan zorgt.

Scilla, sterhyacint
Maar toch, met de kennis van nu had ik toen kunnen kiezen voor een krentenboompje in plaats van de berkentak, die nu als BOOM de voortuin domineert. Voor tijdloos grind in plaats van grindtegels. En voor een vlonder met smálle kiertjes, waar geen gebaksvorkjes doorheen vallen. Geen woekerende sterhyacinten. Stalen tuinmeubelen, waarvan alleen de kussens vervangen hoeven te worden. En in plaats van liguster een taxushaag. Snoeien: slechts één keer per jaar.

Mijn schoondochter heeft mijn hulp gevraagd bij de inrichting van een nieuwe tuin. Ze rekent op mijn kennis van nu, voor de metamorfose van een stuk omgespit land. O ja, dat wordt vast een leuke tuin, maar met mijn kennis van nu weet ik al: géén tuin anno 2042!

Februari 2012

zaterdag 4 februari 2012

JANUARI / FEBRUARI 2012

TUINFOTO’S

 

31 januari 2012

6 graden vorst: de rododendron krimpt ineen van de kou en de vogels trekken naar de tuin.




4 februari 2012

De rododendron bij min 14 graden, onder de tuintafel sporen in de sneeuw.



Er zijn ook lichtpuntjes: boven in de berk!

Maar de schutting houdt het niet, als er ook nog een storm opsteekt.

maandag 16 januari 2012

JANUARI/FEBRUARI

 TUINKALENDER





De kleuren van deze winter: Skimmia 'Rubella'

JANUARI/FEBRUARI

 Zandzakken voor de deur, tegen wateroverlast dan wel gladheid!

 Het jaar is onstuimig begonnen: verzamel afgebroken takken en bind losgeslagen klimmers opnieuw aan.

Controleer de boompalen bij nieuw geplante bomen.
Laat je daarbij in de zon niet verleiden tot gezellige voorjaarsklussen, want het kan dooien én het kan vriezen!
... en dat ziet er ongeveer zó uit!
  Speuren naar uitlopende bolgewasjes mag natuurlijk altijd.

2 januari: sneeuwklokjes!
Zoek ook naar de knoppen in Helleborus (kerstrozen) en Hepatica nobilis (leverbloempje): dat is goed voor het moreel van de zich verbijtende tuinier.

 En als je dan toch buiten bent: onkruid wieden kent geen tijd!

 Bestel de mooiste zaden om onafhankelijk van de buitentemperatuur binnen voor te zaaien. Soms is vóórpret de grootste pret.

 Het blad ‘Tuin en Co’ nr. 1 geeft een overzichtelijk zaai- en pootschema voor een heel seizoen in de moestuin. Zaaien eind januari: peultjes, prei en worteltjes. Begin februari: uien poten en tuinbonen zaaien.

 Vergeet de vogels niet: tegen de storm in vliegen kost óók veel energie!

►  21 en 22 januari 2012: tuinvogels tellen! Op www.tuinvogeltelling.nl vind je behalve alle informatie over het tellen een fotopagina met de meest voorkomende tuinvogels én hun eigen vogelgeluid. Ook een aanrader voor kinderen!
Januari 2012

HOTSPOT EN HUTSPOT

Heggenmussen

Zó woon je in een rustig landelijk gebied en zó opent elk landelijk Journaal met ‘hotspot’ Ten Boer! Het is vrijdag 6 januari 2012 en het land zucht onder storm en regen. Maar een dreigende dijkdoorbraak, dat was nog niet bij ons opgekomen. Bezorgde familieleden in het westen informeren geschrokken of iedereen al geëvacueerd is en in drogere gebieden worden logeerkamers aangeboden; de watersnoodramp van 1953 in Zeeland ligt nog vers in het collectieve geheugen.

Het Eemskanaal in rustiger tijden,
juli 2011
Verbaasd, want niks gehoord, zetten we de televisie aan en ja hoor: tv Noord toont het rampgebied in volle omvang. Vooral Woltersum is getroffen en op een paar ‘die hards’ na zijn alle bewoners geëvacueerd naar de sporthal in Ten Boer. Alle tv-stations zijn ter plaatse en burgemeester Van de Nadort doet verslag over de omvang van de ramp. Want dat is het, als je ’s nachts van je bed gelicht wordt en halsoverkop je hele hebben en houden moet achterlaten met kans op een waterstand tot twee meter boven de vloer.



De Rijksweg naar Groningen is afgezet: ruim baan voor het leger dat te hulp schiet, nou ja: komt helpen. Een F-16, na al die oefeningen in de afgelopen veertig jaar hier op bekend terrein, inspecteert de kade van het Eemskanaal. Kortom: we staan op de kaart!

'Tuss'n daip en knoal',
(tussen Damsterdiep en Eemskanaal)
zicht op Ten Boer vanaf de dijk
langs het Eemskanaal
Ook de evacués in De Tiggelhal komen aan het woord. En dan blijkt waar een klein dorp groot in kan zijn. Rustig, op het laconieke af, geven de Woltersumers antwoord op de gestelde vragen. Kort ook; je kunt er geen heel Journaal mee vullen. Maar de schets die ze geven van dé Grunneger is gewéldig: niks stug of ontoegankelijk, maar gewoon hoe Groningers zijn: vriendelijk, met humor, elkaar helpen waar het kan en de dingen nemen zoals ze zijn, ook op een ‘hotspot’.
Gelukkig mogen ze een dag later terug naar huis - het grootste gevaar is geweken.

De molen van Woltersum
In de Volkskrant echter staan we de volgende dag weliswaar op de kaart, maar nog lang niet allemaal. Een kaartje van Noord-Nederland vermeldt in een ballonnetje bij de dorpen Woltersum, Wittewierum, Ten Post en Ten Boer: “Bijna alle achthonderd bewoners hebben de dorpen verlaten”. Zo houd je het beeld van een dunbevolkt gebied wel in stand, ja. En dat terwijl Google uitstekend op de hoogte is met onze inwonertallen: Woltersum: 330, Wittewierum 140, Ten Post 900 en Ten Boer 4600! Plusminus allemaal. Ik heb de cijfers per omgaande naar de krant gemaild: die dijk bij Woltersum kan zomaar weer gaan lekken en dan is het maar de vraag of Den Haag onze gemeente met 800 inwoners nog wel de moeite waard vindt, een ‘hotspot’.

Op de kaart!
Tijd voor hutspot! In de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648), hield de Spaanse bezetter Alva er rond Leiden zijn leger mee op de been tót de dijken werden doorgestoken. Bij het begin van het beleg, eind oktober 1573, was het Leidse stadsbestuur goed voorbereid, met flinke voedselvoorraden. Eind maart 1574 onderbrak Alva het beleg van Leiden voor de Slag op de Mookerheide. In Leiden leek het niet nodig nieuwe voedselvoorraden aan te leggen, tot Alva op 26 mei 1574 terugkeerde en het beleg hervatte. Zesduizend mensen stierven aan pest en honger. In deze nijpende situatie staken in september 1574 de Geuzen onder andere bij Rotterdam de dijken door. Toen in de nacht van 2 op 3 oktober een storm opstak en de wind keerde, stroomde het water naar Leiden en ‘verdreef’ daar de Spaanse bezetters. Volgens de overlevering bleef een ketel hutspot achter: zeer welkom bij de uitgehongerde Leidenaren. Zo ook de haringen en het wittebrood, waarmee de Geuzen de stad binnenvoeren.

En of de dijken nu doorbreken of niet: tot op de dag van vandaag is hutspot nog net zo gezond als in de Tachtigjarige Oorlog. De Spanjaarden maakten hun hutspot met fijngestampte winterwortelen, uien en pastinaken. In 1574 was de aardappel nog niet overal in Europa ingeburgerd, vandaar de pastinaken.

Wortels danken hun mooie oranje kleur aan het zogenaamde bèta-caroteen, dat behalve in wortelen ook voorkomt in andere oranje en gele groenten en fruit. Maar ook in groene bladgroenten, spinazie bijvoorbeeld, en koolsoorten. De Fransen noemen onze peentjes ‘carottes’ en de Engelsen zeggen ‘carrots’. Bèta-caroteen wordt in ons lichaam omgezet in vitamine A en dat zorgt voor een goede weerstand, is belangrijk voor ons gezichtsvermogen, maar ook voor huid en haar, gezonde botten en groei. Bovendien is bèta-caroteen een anti-oxidant, die beschermt tegen stoffen die schade kunnen toebrengen aan lichaamscellen.

Om goed voorbereid te zijn op beleggen en overstromingen kan het nuttig zijn om wat verhoogde moestuinbedden aan te leggen. Die zijn tegenwoordig ‘in’, overal te koop en ook nog eens gemakkelijk zelf te maken. Beplanten met peentjes! Vul ze met goede potgrond, zodat de wortel in het eerste stadium van zijn groei niet teveel tegenstand ondervindt en een overdosis water weg kan lopen. Verderop in het groeiproces kan de winterpeen onze klei goed hebben.

In januari kan al begonnen worden met zaaien: onder glas of een plastic tunneltje. In de loop van de tijd moet er uitgedund worden: elke dag een paar rauwe worteltjes eten, tot in juni alles geoogst kan worden. Dit zijn de ‘busselwortelen’ of bospeen. Voor de zomerteelt zaai je ‘losse wortelen’ of waspeen en voor oogst in het najaar kiezen we ‘breekpeen’ of winterwortelen: grove tot zeer grove wortels, die lang bewaard kunnen worden.

Zaai van alles wat, dan ben je ook op alles voorbereid en kun je in barre tijden zelfs ‘vivre de carottes’, waarmee de Fransen bedoelen: zuinig leven!


Januari 2012