woensdag 10 maart 2010

VERGANGEN



In míjn tuin …



... ‘is die winter vergangen’! Eindelijk! En blij neurie ik de tweede regel: “Ik zie des meien schijn!” Een Middelnederlandse tekst die al rond 1500 werd gezongen. Het lied gaat over geliefden, maar ook over de komst van de lente. Die vreugden zijn in eeuwen niet veranderd en dat vind ik een mooie gedachte.
In vergelijking met natuurrampen elders stellen onze winterse ongemakken niets voor, maar het hemd is nader dan de rok en ik ben meer dan blij met de begaanbare tuinpaadjes en het lengen van de dagen.
De vogels zijn ook blij. Ze kunnen weer in bad en lekker wroeten onder het oude blad, waar insecten de winter overleefd hebben. Dat geeft energie om het territorium te verdedigen, want het is tijd om te nestelen. Eenden vliegen in formatie - vier, vijf keer komen ze langs, als opgeschoten jongens op hun brommers, iejòòòjng!, op zoek naar de mogelijkheden van het leven.
Helaas hebben drie vogels zich deze winter te pletter gevlogen tegen onze ramen. Opgeschrikt door de aanval van een sperwer. Ook vond ik de resten van een vierde slachtoffer, nog te herkennen als een spreeuw. Dat zijn de nadelen van vetbolletjes in de tuin: zo verzamel je vetbolletjes met veertjes, die voor sperwers weer heel aantrekkelijk zijn.
Koperwiek!
Maar leuke verrassingen waren er ook. Voor het eerst zag ik koperwieken in mijn tuin. Wel tien! Een mooie streep bij het oog en een roestbruine vlek (koper) op flank en ondervleugel (wiek). In vier dagen tijd aten ze de royaal behangen sierappel bij de buren hélemaal leeg! Ook de kramsvogel liet zich zien; die kende ik al. Maar het vrouwtje van de kramsvogel zag ik dit jaar óók voor het eerst: veel grijzer dan het mannetje.
En dan de keep! Eerst valt iets ongewoons op, buiten. De verrekijker erbij, goed kijken en proberen een paar typische kenmerken te onthouden voor het volgende ‘determineertraject’: plaatjes kijken in de aanwezige vogelboeken. Ach! Het is een keep! En hem dan toevoegen aan mijn lijstje ‘bijzondere waarnemingen’, deze Fringilla montifringilla. Wat een leuk vogeltje.
Maar ze zijn weer vertrokken, onze gevleugelde wintergasten, en nu de sneeuwklokjes eindelijk bloeien, neurie ik verder: “Ik zie die bloemkens hangen, dies is mijn hart verblijd!” ’t Is lente in mijn tuin!

Maart 2010

maandag 15 februari 2010

RUIMEN

Heggenmussen


Wij Nederlanders zijn een proper volkje. De uitdrukking ‘opgeruimd staat netjes’ wordt dan ook meestal letterlijk gebruikt. Vooral ook door ondernemers, die er hun bedrijfsnaam van maken en je tegen betaling komen helpen met het opruimen van je zolder, je kasten, je hele huis of je bureau. Prima! Maar volgens Van Dale dienen we deze uitdrukking ironisch te gebruiken en wel ‘in toepassing op het vertrekken van lastig of vervelend gezelschap’.
In januari kwamen ironie en letterlijke betekenis bij elkaar in Boskoop, toen daar twee larven van de Oost-Aziatische boktor (Anoplophora chinensis), alsmede acht uitvlieggaten van deze boktor werden aangetroffen. De vondst werd voortvarend aangepakt en in een straal van honderd meter rond de vindplek werden alle levende bomen en struiken geruimd. Binnen een straal van twee kilometer werd de handel stilgelegd.
Tot dan was het ‘geruimd worden’ voorbehouden aan dieren, al dan niet in nood. Nu blijken ook planten niet aan deze maatregel te ontkomen.

Dit is niet het werk van een boktor!
De boktor is in Nederland geen onbekend verschijnsel, zij het dat door het steeds ‘schoner’ worden van onze bossen in de vorige eeuw veel soorten zijn verdwenen. Nog steeds actief is de Huisboktor (Hylotrupes bajulus), in de houtsector een van de schadelijkste insecten. Een belangrijk verschil met de Oost-Aziatische boktor is de leefomgeving van de vraatzuchtige larven. Die van de Huisboktor leven in dood hout, die van de Oost-Aziatische in levend hout.
De Huisboktor behoort tot de zogenaamde ‘drooghoutboorders’. Hij leeft zelf slechts twee weken, maar de larven die hij bij voorkeur in dood naaldhout achterlaat, kunnen daar in vier tot vijf, soms zelfs tien jaar, verwoestend werk verrichten. Het meest tastbare bewijs van hun aanwezigheid leveren de ovale uitvliegopeningen. In de winter, in onverwarmde ruimten, bewegen ze nauwelijks, maar in de zomer kunnen ze zich verraden met hun hoorbaar geknaag. Dus goed luisteren, zodra de temperatuur weer stijgt! Eenmaal ontdekt, zijn ze afdoend te bestrijden. En alle ellende is eenvoudig te voorkomen met een goed dekkende laag verf, beits of lak. Voor levende bomen vormt de Huisboktor geen bedreiging. En omgekeerd vormt de Oost-Aziatische boktor geen bedreiging voor onze bouwwerken, want die zet zijn larven af in levend hout.

Ook doelwit: de esdoorn
Het grootste probleem daarbij is, dat deze larven zich dwars door de stam een weg vreten, waardoor sapstromen onderbroken worden, zodat takken kunnen afbreken en zelfs hele bomen het loodje leggen. Wie zijn eigen groen wil controleren, moet op zoek naar uitvlieggaten in de waardplanten. Waardplanten zijn voedselleverancier voor organismen die niet in staat zijn om zelf voedsel te produceren: de parasieten. Het woord ‘parasiet’ is afgeleid van het Grieks ‘parasitos’: ‘eten aan de tafel van een ander’. Het Latijnse ‘parasitus’ betekent ‘tafelschuimer’, ofwel klaploper. Nu weten we waar we het over hebben.
Niet in déze appelboom ...

De larven van de Oost-Aziatische boktor parasiteren bij voorkeur op deze zeventien waardplanten: esdoorn, paardekastanje, els, berk, haagbeuk, citrusplanten, hazelaar, rotsmispel, beuk, lagerstroemia, appel, plataan, populier, kers, peer, wilg en iep. Nu weten we ook, waar we moeten zoeken.
Hoewel het woord ‘ruimen’ een bittere bijsmaak heeft, is het in het geval van de Oost-Aziatische boktor een noodzakelijke maatregel. De natuurlijke leefomgeving voor deze boktor is Azië en daar heeft hij ook zijn natuurlijke vijanden, die hier niet voorkomen. Door de export van levende planten is de Oost-Aziatische boktor al op meerdere plaatsen buiten Azië gesignaleerd. Als deze boktor de kans zou krijgen zich daar te vestigen, zou het niet meevallen de populatie alsnog uit te roeien.
In 1997 werd het eerste exemplaar in Europa aangetroffen, in Italië, in het ‘vrije veld’. In 2003 volgde Frankrijk en in 2004 trof men de boktor in Duitsland zowel in geïmporteerde planten als in het vrije veld aan. Engeland volgde in 2008. Ook in de Verenigde Staten zijn ze gesignaleerd.
De vondsten in Boskoop nu staan niet op zichzelf. In 2008 al zijn waardplanten verwijderd in Honselersdijk, nadat daar eind 2007 de Oost-Aziatische boktor werd aangetroffen bij een importeur van esdoorns. In juni 2008 vond men een boktor in Berghem en een maand later een in Enschede. Helemaal nieuw is het verschijnsel dus niet.
De verwachting is dat een twintigtal inspecteurs in de derde week van februari hun zoektocht kunnen beëindigen en dat dan alle bedrijven weer volop kunnen handelen en leveren aan tuincentra en andere afnemers. Zodat iedereen dan weer volop bomen en struiken zal kunnen aanplanten.
En dat is hard nodig, nu Nederland een bedroevende zevenenveertigste plaats bezet op de Groene Ranglijst 2010. Dit is een internationale lijst van honderddrieënzestig landen, die elke twee jaar wordt opgesteld door milieu-experts van de universiteiten van Yale en Colombia. Criteria voor de beoordeling zijn een gezonde leefomgeving, de kwaliteit van de lucht, het watermanagement (kom op, Willem Alexander!) en biodiversiteit. Weliswaar is Nederland in de afgelopen twee jaar acht plaatsen gestegen, maar we liggen ver achter op landen als Frankrijk, Engeland, Duitsland en Italië. Aan de afmetingen van ons land ligt het niet, want op de eerste plaats staat IJsland.
Dus voor de komende twee jaar: met zijn allen de schouders eronder, koningshuis en regering achter de broek zitten, veel groen aanplanten en een beetje bewuster leven. Want een zevenenveertigste plaats, daar moeten we geen genoegen mee nemen!

Februari 2010

woensdag 10 februari 2010

UITGEKOOKT


In míjn tuin …

Japanse wijnbes
 ... zou ik eigenlijk wat ruimte moeten maken voor twee stronken boerenkool, een paar stammetjes met spruiten en in de zomer één bonenstaak met aan de voet een paar kropjes sla. Misschien nog wat worteltjes en uien en drie bollen knoflook.
Samen met een pot tomaten, een pot aardbeien en de appels, bramen, kruisbessen, wijnbessen en de druiven die we al hebben, komen we dan een heel eind, met ons tweetjes. Maar dan moet ik wél zelf koken.
Want laatst schilde mijn man alvast de aardappelen, voor een luchtig pureetje.

“Denk erom,” zei ik, “voor twéé personen!” Ja, dat kwam wel goed. Even later stond er een flinke pan op het fornuis, waarin de pasgeschilde aardappelen mij tot aan de rand toe blonken! “Dat doe ik dus voortaan wel weer zelf!” riep ik boos. Waarop mijn man grinnikend constateerde, dat hij “...toch eigenlijk wel uitgekookt...” was. Nou reken maar: “Jij komt de keuken niet meer in; uítgekookt!”
Maar misschien moet ik een slag om de arm houden. We zijn nu weliswaar terug op het punt waar we ooit begonnen, in een tweepersoons huishouden, maar met de komst van drie kinderen werd dat toen een heus gezin. Inmiddels heeft het aantal kinderen zich met schoonkinderen verdubbeld en is er zelfs al een kleinkind geboren. En hoera, komende zomer krijgt dit ukkie versterking van een neefje of nichtje!
Opa, oma, schoonvader, schoonmoeder, zonen, zwagers, dochter, schoondochters, vaders en moeders, ooms en tantes, kinderen, neefje(s), misschien een nichtje: ons gezin van toen is een complete familie geworden!

Net gezaaide rode eikenbladsla ...
Die pan met aardappelen van mijn man is helemaal zo gek nog niet, als ze komen allemaal. Laat ik ook maar een beetje uitgekookt zijn en mijn man alsnog de hemel in prijzen om zijn vele aardappelschillen!
En dan de halve tuin volzetten met bedden boerenkool, twee vierkante meter spruiten, twee rijen aardappels kruim, drie rijen aardappels vast, een complete berceau met bonen, acht rijen worteltjes, zes rijen winterpeen en zeven meter sla, langs het randje.
Wij zijn nog lang niet uitgekookt, als onze familie komt eten: een kleine wasketel vol met aardappelen en drie grote pannen met groenten, vers uit eigen tuin!

Februari 2010

vrijdag 15 januari 2010

WAT TE DOEN

Heggenmussen


Eerst een woord van dank voor de mannen op de strooiers en de schuivers, die dag en nacht in touw zijn om onze wegen begaanbaar te houden, zodat in dit barre winterweer niet álles stil komt te liggen: bedankt!!
En dan: wat toch te doen in de wintermaanden, als je zo graag tuiniert?! Het gemompel over een elfstedentocht in januari is weliswaar gesmoord in een deken van sneeuw, maar daar onderuit blijven toch bliepjes komen: het kan nog tot eind februari! Eén troost, als het winterweer werkelijk zo lang aanhoudt: dan zijn we twee, drie keer zo blij met de sneeuwklokjes, begin maart.

Bomen voor schone lucht: ook de kleintjes helpen:
Acer campestre, veldesdoorn
Gelukkig is er binnen alvast wat te doen. Zelf vette vogelhappen klaarmaken blijft een leuk werkje. Het hoeft niet in een netje, want je kunt het ook uitsmeren op een boomstam of er een toren mee stapelen op de voerplank. Als je op tijd, vóór de sneeuwbui, een doos ondersteboven op de grond hebt gezet, kan op die sneeuwvrije plek vogelvoer gestrooid worden voor vogels die liever niet op de voedertafel komen, zoals vink, zanglijster, kramsvogel en winterkoninkje.
En dan is het ook al weer tijd om na te denken over eenjarigen. Doe dat vooral thuis en niet in het tuincentrum, want dan loopt het gegarandeerd uit de hand. Bedenk alvast welke potten je ermee wilt beplanten. Wie gevoelig is voor trends en tuinmode, dient zich voor het komende seizoen te richten op de kleur groen, omdat we met ons allen terug willen naar ‘eerlijk, authentiek en natuurlijk’. Het liefst zouden we midden in de natuur willen leven, maar dan wel beschut. En omdat de crisis voorbij schijnt te zijn, vertalen we optimisme naar felle kleuren als oranje en geel. Dat u het maar weet. Allemaal uitkomsten van enquêtes.
Terracotta potten gaan prima samen met zo’n kleurschema, maar ze kunnen natuurlijk ook in een bijpassende kleur geverfd worden. Nú en binnen!  En geef dat oude tuinstoeltje dan meteen ook een lik van dezelfde verf, voor een pittig, optimistisch accent. Voor alle potten geldt: schrob ze lekker schoon.
Ga vervolgens met een boodschappenlijst op zaden uit. Als je nog niet precies weet wat het worden moet, noteer dan thuis in ieder geval de hoeveelheid, de kleur en de hoogte van de uiteindelijke beplanting.
Voor de meeste eenjarigen is er nog tijd genoeg om ze binnen vóór te zaaien. Maar Lathyrus odoratus, tabaksplanten (Nicotiana) en leeuwenbekjes (Anthirrinum) kunnen beter zo snel mogelijk binnen gezaaid worden. Deze planten hebben meer tijd nodig om in bloei te komen. Zaai altijd in speciale zaaigrond of verschraal potgrond met zand - er mag niet teveel voeding in zitten.
Eenmaal in het tuincentrum mag je je gerust laten verleiden tot de aanschaf van een leuk vogelhokje. Wij merken daar nog niet zoveel van, maar vogels gaan al heel vroeg in het jaar op zoek naar een geschikte broedplaats. Bovendien slapen ze er nu graag in. Ook in een zelfgemaakt kastje trouwens. En het timmert het prettigst in een opgeruimde omgeving, dus ruim eerst de schuur op. Met een warme jas en handschoenen is dat goed te doen en straks in het voorjaar ben je er heel blij mee, als het tuingereedschap weer gesorteerd voor het grijpen staat of hangt. Ook daar hebben tuincentra en bouwmarkten handige systemen voor.
Zodra de sneeuw gesmolten is, wordt het tijd voor een eerste rondgang door de tuin. Plantjes die de moed nooit opgeven, onkruiden dus, moeten ook nu verwijderd worden. Bloemstengels van het vorig jaar, die bezweken zijn onder het gewicht van de sneeuw, kunnen net zo goed meteen afgeknipt worden. Knip ze ter plekke in kleine stukjes en geniet van dit eerste tuinklusje! Natuurlijk speur je ook naar de eerste tekenen van leven, van het nieuwe tuinseizoen. Akonietjes, sneeuwklokjes - er moet toch al wat te zien zijn! Zoek naar geschikte plekken voor eenjarigen en probeer je te herinneren wat er dit jaar anders moet.
Het thema voor 2010, ook voor (lokale) overheden, is: ‘bomen voor schone lucht’. Met dat thema zou ook in veel particuliere tuinen nog wel iets gedaan kunnen worden. Vooral ook omdat er echt voor elke tuin, hoe klein ook, een passende boom te vinden is. En is het voor de lokale overheid misschien een idee om elke nieuwe woonwijk letterlijk te omringen met een groene bomen-buffer? Dat zou in ieder geval ook op afstand al de aanblik van stad en dorp zéér ten goede komen. Heel authentiek: het groen van bomen en struiken met daarbovenuit de kerktoren. Een gezonde omgeving voor de inwoners, daar moeten we naar toe. En iedereen zijn eigen boom in de tuin. Dan maar een paar tegels minder.
Een boom die goed aansluit bij het thema over schone lucht, is de watercipres: Metasequoia glyptostroboides. Die is dan ook uitgeroepen tot Boom van het Jaar 2010. Maar die zal ik u, gezien zijn afmetingen, niet opdringen. Oorspronkelijk kwam deze boom voor in China, waar men dacht dat hij uitgestorven was. Maar in 1941 werden toch nog levende exemplaren aangetroffen in West-China en nu komt de watercipres algemeen voor. Ook in Nederland is hij volkomen winterhard en op zijn plaats in onze natte zomers. De vlakke, groene naalden verkleuren in de herfst naar oranje en vallen dan samen met de jonge takjes af. Vast staat dat deze boom bij ons vijfentwintig meter hoog wordt, maar het kan ook veertig meter worden; dat moet nog blijken. Niet geschikt voor een klein tuintje dus, maar andere bomen zuiveren de lucht ook. Planten zodra de vorst uit de grond is.
Mij dunkt: genoeg te doen voor tuiniers in de winter!

Januari 2010

zondag 10 januari 2010

TACHTIG PROCENT

In míjn tuin …
 
... is het wachten geblazen, tot de winter overgaat. ’t Is als het leven zelf. “Tachtig procent van je leven,” doceer ik mijn dochter, “is wáchten!” Dat is niet wetenschappelijk onderbouwd, maar ik denk toch dat ik er niet ver naast zit.
Meestal komt er wel een eind aan het wachten, maar vaak wordt dat onmiddellijk ingeruild voor een ander wachten. Eerst wacht je op het startschot, later op de prijsuitreiking, op een nieuwe kans of gewoon op de bus naar huis.
Daar wacht je aan de telefoon: “Toe, neem nou op!” Blijk je te bellen met een callcenter en zet zo’n callgirl je ‘in de wacht’ met een irritant deuntje, waar je naar móet luisteren, anders weet je niet of je klaar bent met wachten.
Er bestaan zelfs speciale kamers: wachtkamers. Daar laten de wachtenden hun gedachten de vrije loop - meestal stil, soms hardop. Ze wachten op hun beurt, op de uitslag, op het vervolg, op betere tijden wellicht.
De post, daar kun je ook zo op wachten. Misschien een leuke kaart, of toch alleen de folder over de decemberzegels? Ach, die is ook best leuk en dan wacht je toch tot morgen: komt de postbode wéér!
Wachten op het voorjaar ...
Sommige mensen krijgen de wacht áángezegd; het werk is op. Zie maar hoe je er weer tussenkomt, want er zijn nog duizenden wachtenden vóór u. En de wachttijden lopen op. Daarom zijn er wachtlijsten uitgevonden. Zo weten degenen die de wachtlijsten moeten wegwerken precies wie waarop zit te wachten.
Niemand vindt het leuk, wachten. Het zal je beroep maar zijn: op wacht staan, tot je wordt afgelost.
Soms is het spannend: als je je kans moet afwachten. Zoals bij verstoppertje spelen! Met ingehouden adem wachten op het goede moment om de spurt te wagen. Buut vrij!! ‘Meneer Van Dalen wacht op antwoord’ en ik weet al lang niet meer waar dit ezelsbruggetje (want dat is het) voor staat. Gelukkig is er Google, zodat ik niet lang op uitleg hoef te wachten: het gaat over machtsverheffen en worteltrekken! Gebeurt dat eigenlijk nog, behalve bij de tandarts?
Ik kijk weer naar buiten. Zucht. Het is nog steeds winter en ik moet wachten tot het overgaat, samen met de lentebolletjes, die verstopt zijn in mijn bevroren tuin.

Januari 2010

woensdag 30 december 2009

TUINFOTO'S 2009

TUINFOTO’S


JANUARI 2009

MAART 2009


APRIL 2009
Pergolaterrasje in de voortuin

MEI 2009
Achtertuin
JUNI 2009
Voortuin

JULI 2009
Padje in de vijver

AUGUSTUS 2009
Rudbeckia Goldsturm

SEPTEMBER 2009
Herfstig in de voortuin

OKTOBER 2009
Achtertuin

DECEMBER 2009
Besneeuwde veldesdoorn,
Acer campestre, in de voortuin

dinsdag 15 december 2009

SNEEUW

Heggenmussen

Nog tien dagen, dan worden de dagen weer langer. Een lichtpuntje voor tuiniers! Alleen moeten we nog wel even de winter door, want die begínt pas, op 21 december. Maar ach, wat is een winter nog tegenwoordig. Zelfs onder weervoorspellers zijn de meningen verdeeld. Want het kan nog steeds vriezen, maar ook dooien. Daarin is nog niets veranderd. En sneeuwen? We zullen moeten afwachten of we op een ochtend wakker worden in een sprookjesachtige witte wereld. Of zélf initiatieven ontplooien! De echte sneeuwliefhebber neemt de kuierlatten, richting de Alpen. Zelf raadpleeg ik mijn tuinboeken over het onderwerp ‘sneeuw’.


In het boek ‘Folklore in de tuin’, van Charlie Ryrie, wordt nog aangeraden de sneeuw niet van de planten af te halen, in verband met de isolerende kwaliteiten, maar wel van de boomtakken, zodat ze niet afbreken onder het gewicht van de sneeuw. Dat is zo langzamerhand inderdaad folklore.
De ‘Atrium Tuinplanten Encyclopedie’ is op meer mogelijkheden voorbereid en heeft een lijst met Nederlandse namen waarin maar liefst acht sneeuwplanten worden genoemd, van bolletje tot boom. Daarmee kan de liefhebber van een pak sneeuw zelfs een groot deel van het jaar sneeuweffecten creëren in zijn tuin.
Om te beginnen met Sneeuwheide (Erica carnea). Die bloeit behalve in wit ook in bleekroze tot dieprood. Het is dus wel belangrijk om de goede cultivar (afkorting van cultuurvariëteit) te kiezen. Eind januari komt ‘Springwood White’ in bloei met witte bloemen. Sneeuwheide is een groenblijvend struikje, uiteindelijk twintig centimeter hoog, met smalle bladerkransjes in groen tot donkergroen. Een prima bodembedekker, die over het algemeen wat schaduw kan verdragen. ‘Springwood White’ heeft graag wat zon. Werp een heuvel op in de tuin en leg daar met Sneeuwheide je eigen piste aan! Een glas Glühwein zal het effect versterken!

Sneeuwklokjes
De eerste onder de bollen die in bloei komt, is het Sneeuwklokje (Galanthus). 
Sneeuwklokjes breiden zich redelijk snel uit, zodat je, als beginner, al gauw over je eigen ‘Idiotenwiese’ kunt uitkijken. Nóg meer Glühwein! Er zijn massa’s verschillende soortjes, die vooral in Engeland verwoed verzameld worden. Voor wat betreft de bloeitijd zijn er wel verschillen, maar gemiddeld kun je al in februari beschikken over een aardig oefenweitje.
Een veelgeziene struik is de Sneeuwbes (Symphoricarpus albus), met al in het najaar helderwitte bessen. Kinderen blazen ze graag door een elektriciteitsbuis en als je erop trapt, geeft dat een knalletje. Doet héél in de verte een beetje denken aan biatlon: langlaufen en onderweg schieten. Maar goed, de bessen die dit lot bespaard blijft, sieren deze struik tot ver in de winter. In de zomer bloeit de sneeuwbes met roze bloemen. Het is een sterke struik, een tot twee meter hoog, die wel wat schaduw kan verdragen. Hij kan dus ook toegepast worden als onderbeplanting bij een boom.
Wat te denken van een echte Sneeuwklokjesboom (Halesia carolina)?! Nog voor het blad verschijnt aan deze vijf meter hoge boom, hangen de kale takken vol met witte klokjes.

Sneeuwroem
Dan is het ongeveer half april en is een ander bolgewasje,  Sneeuwroem (Chionodoxa luciliae), al bijna uitgebloeid. De bloemen van dit bolgewas zijn blauw, maar hebben wel een wit hart; misschien meer geschikt voor het nabootsen van een ijsvloer. De bloei begint in maart en ach, dan smaken koek en zopie ook nog wel. Om toch dicht bij het sneeuweffect te blijven, kan ook een witbloeiende Sneeuwroem aangeplant worden. Net als het Sneeuwklokje is ook Sneeuwroem geschikt voor verwildering: ze zaaien zich royaal uit.
En wanneer het dan eindelijk volop voorjaar is, kan de liefhebber van sneeuw bij een glas wijn in de gloeiende meizon wegdromen naast een struik vol sneeuwballen: de Japanse Sneeuwbal (Viburnum plicatum). Wel drie meter hoog wordt deze Sneeuwbal en de witte bloemen bloeien echt in fraaie bolronde schermen. Er zijn meer Viburnums met de Nederlandse naam ‘Sneeuwbal’, zoals Viburnum plicatum ‘Mariesii’ en Viburnum sieboldii. Ook mooi, maar de bloeiwijze van de gewone Japanse Sneeuwbal lijkt toch het meest op echte sneeuwballen.
Nog meer sneeuwballen, maar dan iets verder in het seizoen, treffen we aan bij de Sneeuwbalspirea (Physocarpus opulifolius). Een forse, bladverliezende heester, drie meter hoog en breed, die vroeg in de zomer bloeit met kleine witte bloemen. Deze staan bij elkaar in schermen met een doorsnede van vier centimeter. Klein maar fijn. En in deze tijd van het jaar verwacht je natuurlijk ook geen grote sneeuwballen meer.
Om de sneeuwzucht verder af te bouwen, kan dan nog gekozen worden voor een heuse Sneeuwvlokkenboom (Chionanthus virginicus). Dit is een kleine boom, maar hij komt ook voor als bossige heester. In de vroege zomer, terwijl wij een glas ijs- en ijskoude chocolademelk drinken, sluit de Sneeuwvlokkenboom voor ons het sneeuwseizoen in de tuin af, met massa’s hangende pluimen vol geurende witte bloemen.

En dan moet het maar eens uit zijn, met de sneeuw.
Zomer is óók leuk!

December 2009

donderdag 10 december 2009

VOORJAARSSCHOONMAAK


In míjn tuin …
... luidt het klokje van verlangen. Verlangen naar het voorjaar, naar prutsen met plantjes, naar vrolijkheid, naar licht! Natuurlijk is mijn tuin nu ook nog de moeite waard, maar veel groei en bloei zit er niet meer in. Soms lokt de zon en kan ik nog even ‘tuinieren’. Lelijke stengels ruim ik op, de esdoorns zijn gesnoeid en op de terrastafel staat een mand vol witte viooltjes, voor mijn doen smaakvol afgebiesd met ranken donkergroene klimop.
Maar dat geschémer, midden op de dag! De dagen waarop de regen je naar binnen striemt, en dat zijn er nogal wat, moeten ’s middags om drie uur de lampen al aan! ’t Is uit met de pret van lekker buiten bezig zijn; tuinieren is geen hobby voor de winter.
Mijn man is beter af, met het bijhouden van zijn weblog. Hij is tenminste met zijn tijd meegegaan en beschrijft zijn leuke schaakpartijtjes op het Internet. Iedere dag, desnoods zelfs ’s nachts, zomer en winter. Want een computerscherm geeft áltijd licht. Voor mijn man telt slechts één element: het zijne, waar ik in mijn hobby overgeleverd ben aan álle elementen!
Maar blijven jammeren heeft geen zin, dus heb ik van de nood een deugd gemaakt. Het schijnt dat opruimen helpt - ook voor ruimte in je hoofd! Kleine laatjes, grote laden, ik maak ze allemaal leeg. Lieve kaartjes, vergeten foto’s, volgekrabbelde agenda’s, sokken met gaatjes, geladderde panty’s, lege lijstjes; ik lees en stap terug in de tijd, ik sorteer en ruim op. Kleine kastjes, grote kasten, allemaal komen ze aan de beurt. Het speelgoed van de kinderen zoek ik uit; ook bij hen komen herinneringen boven.
Een klein plekje op het oor van een knuffelbeest: “Kíjk! Van de sigaret van opa!” De boekjes van Dick Bruna: de vis, nijntje, snuffie, fien en pien, om een paar te noemen! Ik lees ze weer voor, na vierendertig jaar, en ons kleinkindje luistert!
In de berging verzamel ik ons ‘teveel’ voor de inbrengwinkel. Ik boen de kasten; met wattenstaafjes ontdoe ik de kleinste hoekjes van stof en met spiritus worden de pianotoetsen weer helemaal schoon. Wat een ruimte in mijn hoofd! Nog een paar duizend boeken moeten van hun plek op de planken en ontdaan van stof en rag.
Ik kom de winter wel door zo en hoop met deze vervroegde voorjaarsschoonmaak in huis op tijd klaar te zijn: joepie! voor de voorjaarsschoonmaak in de tuin!

December 2009

zondag 15 november 2009

WINTERGEUR

Heggenmussen


We hebben allemaal wel een idee bij voorjaarsgeur, zomergeur en herfstgeur. Maar wintergeur ... is dat niet vooral een zuivere, frisse geur, als de lucht strakblauw is en de zon fonkelt op het ijs en in de sneeuw? Misschien zijn bloemen wel het laatste waar je aan denkt bij het woord ‘wintergeur’. En toch zijn ze er, bloemen die geuren in de winter.

Ze zijn er zelfs altijd geweest, in het wild. Door kruisingen, om grotere bloemen en een langere bloeitijd te krijgen, zijn sommige in geursterkte wel achteruit gegaan, maar ze zijn nog steeds de moeite waard om aangeplant te worden. Immers: in het land der blinden is eenoog koning! De geur van een enkele bloem, midden in de winter, trekt  meer de aandacht dan een compleet rozenperk in de zomer.
Bloemen geuren om aandacht en dan niet zozeer van ons, als wel van insecten die voor de bestuiving zullen moeten zorgen. Nu zijn insecten in de winter ook een schaars artikel en de bloem zal dus goed moeten opvallen. Dat is de verklaring voor de sterke geur.
Maar alles is relatief. Tuincentra weten ons te lokken, als insecten met een portemonnee, door soms al direct bij de ingang een groot aantal geurende planten van eenzelfde soort neer te zetten, zodat je niet alleen bedwelmd raakt van die overweldigende geur, maar ook bezeten. Je ziet het al helemaal voor je, hoe familie, vrienden, de buren en zelfs de postbode het liefst jóuw tuinpad opwandelen, om de heerlijke geur die jij daar weet te verspreiden!

Sarcococca confusa
Zo kwam ik aan mijn Sarcococca confusa, inderdaad: helemaal confuus. Met zo’n plant in de auto moet je nog goed uitkijken, of op tijd een raampje openzetten, want in die kleine ruimte met in de winter ook nog de verwarming aan, ligt een geurflauwte op de loer! Maar toen ik de volgende dag naar buiten liep, was er van een heerlijke geur niets te bespeuren en teleurgesteld stalde ik mijn nieuwe aanwinst in een overpot op het terras. Geen zin meer om hem in de tuin te planten.
Nu weet ik dat het teveel gevraagd was, van één nog jonge plant, in die grote wijde buitenlucht, om een geur als in het tuincentrum te produceren. Maar korte tijd later, tijdens klusjes in de tuin op een mooie rustige winterdag, snoof ik wel degelijk de heerlijke geur op van de Sarcococca op het terras! Deze groenblijvende heestertjes, die een tot anderhalve meter hoog worden, bloeien van december tot februari met onopvallende, maar dus sterk geurende witte bloempjes, die later uitgroeien tot zwarte bessen. Het zijn vorstbestendige heesters die ook schaduw verdragen en waarvan je in de winter gerust een tak kunt snijden om daarmee de geur naar binnen te halen.

Viburnum bodnantense dawn
Wie in november al toe is aan een bloeiende en geurende heester in de tuin moet vooral een Viburnum bodnantense ‘Dawn’ of ‘Debe’ aanplanten. Een forse struik die wel drie meter hoog kan worden (maar ook gesnoeid!), waarvan het niet erg is dat hij zijn blad verliest, omdat dat ruimschoots gecompenseerd wordt door talloze trosjes witroze geurende bloemetjes. Bij harde wind en regen zul je tevergeefs snuiven, maar dan heb je buiten ook niks te zoeken. Vorst zullen de bloemetjes niet overleven, maar zodra de dooi intreedt mag je weer rekenen op nieuwe trosjes. Viburnum bodnantense geeft de voorkeur aan een zonnige standplaats.
Ook al in november in bloei is een groenblijvende struikkamperfoelie, twee meter hoog: Lonicera standishii, met geurende crèmewitte bloemen. Nog een winterbloeiende struikkamperfoelie is Lonicera fragrantissima. Deze heeft echter een koudeperiode nodig om in bloei te komen en doet dat daarom pas in januari. Maar dan wel overtuigend, zoals de naam al doet vermoeden.
Aangeraden wordt om niet teveel verschillende geurplanten bij elkaar te zetten; dan weet je niet meer wat je ruikt. Dat zou pleiten voor de aanplant van drie toverhazelaars, die elkaar in bloei opvolgen. Aan het eind van de herfst en in het begin van de winter bloeit Hamamelis (toverhazelaar) virginiana. Vervolgens bloeit Hamamelis intermedia midden in de winter en sluit Hamamelis mollis de serie af met bloei aan het eind van de winter, begin voorjaar. Prettige bijkomstigheid: op toverhazelaars kun je rekenen, want ze bloeien elk jaar op dezelfde tijd. Of het nou koud is of niet.


Tot slot nog een tip voor liefhebbers van tulpenbollen. In een Engels equivalent van onze Keukenhof heeft men een experiment uitgevoerd en een deel van de tuin pas in de laatste weken van januari beplant met tulpenbollen. Ze bloeiden niet later dan andere tulpen. Voordelen: in januari zijn (tulpen)bollen afgeprijsd (nóg wel!) en bovendien zijn de goede exemplaren dan al een beetje uitgelopen. Zo weet je zeker dat je waar krijgt voor je geld. Nu is het wel zo dat tulpenbollen een koudeperiode nodig hebben om tot bloei te komen. Misschien moeten ook wij er eerst maar eens mee experimenteren. Let ook op het weerbericht voor januari, want in bevroren grond is het slecht bollen planten!

Winterbloeiende struiken planten kan nu nog, zolang het niet vriest. Kies voor wintergeur in de tuin en haal zo het voorjaar dichterbij.

November 2009

dinsdag 10 november 2009

GGRRASHARK

In míjn tuin …

... maakte een groen gazonnetje deel uit van mijn eerste ontwerp. Het bleek door mij echter niet te handhaven en mét het gras verdween ook het gierende handgrasmaaiertje en de roestige graskantenschaar. Ja, we hadden al wel elektriciteit, maar dat werd toen nog niet voor álles gebruikt. In die tijd kroop je geruisloos op je knieën door de tuin om snip snip decimeter voor decimeter de graskantjes te knippen. Blij dus, dat die apparaten weg konden.

Mijn rode grashark
Maar een grashark, díe heb ik nog steeds! Zo’n waaier van metalen strookjes in opgewekt rood aan het eind van een lange steel, waarmee ik ooit ggrr ggrr mijn baantjes trok over het gazon. Een prettig geluid vond ik dat. Heel grondig ook; alsof er ggrr ggrr geen sprietje ggrr meer achterbleef. Tegen de muur neemt zo’n platte hark nauwelijks ruimte in, dus er was geen enkele reden om dit grasattribuut op te doeken. Gelukkig maar, want ik maak nog steeds graag gebruik van mijn ggrr ggrr grashark. Het is een uitstekend hulpmiddel bij het verwijderen van afgevallen blad in de herfst. En dan niet op de stoep - dat krast niet prettig - maar op de groenblijvers die in mijn tuin de plaats van het gras hebben ingenomen.
Pachysandra terminalis
Het harken van een bedje lievevrouwebedstro komt qua geluid aardig in de buurt van het harken van gras. En dan ziet het er ineens weer voorjaarsachtig groen uit, zonder de herfstkleuren van de berkenblaadjes. Bodembedekker pachysandra terminalis heeft een wat lossere structuur, zodat het meeste blad tussen de planten op de grond terechtkomt. Is ook prima. Als de witte bloeiaartjes en het groene pachysandrablad maar weer te zien zijn. Ook de buxus krijgt een stevige aai over de bol en voorzichtig hark ik de randen schildersverdriet langs het pad. Bij de maagdenpalm, met lange uitlopers, draai ik de hark even om, de scherpe punten naar boven, en werk ook daar het herfstblad onder het groen. In deze ‘stand’ vis je er meteen het afgevallen blad mee uit de vijver. Zo’n multifunctionele grashark toch! Hoog op de taxus en boven op de hagen ligt ook een laag blad. Met de langgesteelde hark haal ik het gemakkelijk weg. Nog even de zaailingen van het vergeetmenietje van de bladlast ontdoen en wat heb ik dan weer een fijne groene tuin.
En dat allemaal omdat ik zo’n hark was met het gras in mijn eerste tuinontwerp!

November 2009

dinsdag 20 oktober 2009

OVERWINTEREN IN DE TUIN

Heggenmussen
Herfst in de voortuin
Op zondag 25 oktober gaan we terug naar de wintertijd. ’s Ochtends is het daardoor nog even wat lichter, maar ’s avonds wordt het weer ouderwets donker. Het is menens nu; de winter nadert op dikke sokken! De natuur bereidt zich er zichtbaar op voor: veel bomen laten al bladeren vallen en het is een komen en gaan van wintergasten en trekvogels. Een mooi geluid om even bij stil te staan en naar boven te kijken: het gakken van de ganzen. Wie daar gevoelig voor is zou er melancholisch van kunnen worden. Ter afleiding is er dan gelukkig nog genoeg te doen in de tuin: ónze voorbereiding op de winter.

Bewaar afgevallen blad, liefst droog, om vorstgevoelige planten straks mee af te dekken. Haal door schimmels aangetast blad, zoals rozenblaadjes met sterroetdauw, wel zoveel mogelijk weg, want die schimmels willen we niet in de grond hebben. Hoe meer plantenresten kunnen blijven staan, hoe beter, voor kleine wriemelbeestjes én voor het wintersilhouet. Maar er is niets op tegen om al te ontsierende restanten af te voeren naar de compostbak. Het oog wil tenslotte ook wat, misschien wel juist in de winter, en smaken verschillen. Als er hier of daar nog ruimte is voor een leuke groenblijver is dat mooi meegenomen. Het is nu ook hét moment om een boom(pje) uit te zoeken met gloeiende herfstkleuren. Zolang het niet vriest, kun je doorgaan met planten en verplanten.
Op een rustige herfstdag is het een genot om nog buiten bezig te zijn en het planten van bollen op zo’n dag is een stuk leuker dan straks, op het nippertje, in kou en striemende regen. Gezien in Gardeners’ World: borders vól alliums tussen vroeg uitlopende vaste planten, zoals bijvoorbeeld Allium ‘Purple Sensation’: sensationeel!
Zoek nu ook vast een plek binnenshuis voor de kuipplanten die geen vorst verdragen, zodat ze bij dalende temperaturen snel naar binnen kunnen.

Behalve planten leven er in de tuin ook dieren. Over het algemeen kunnen die zich prima zelf redden, maar wat ondersteuning zo hier en daar kan geen kwaad. Soms is het al voldoende om er iets meer van af te weten, zodat je er rekening mee kunt houden.
Van vogels weten we zo langzamerhand wel waar ze in de winter behoefte aan hebben. Een schoon en droog plekje om te slapen, fris water voor een bad, maar ook om te drinken en een hele trits aan vetbollen, pindaslingers, zaden in maten en soorten en de aloude korstjes brood. In augustus werden we opgeschrikt door ‘het Geel’, een zeer besmettelijke ziekte, die deze zomer vooral onder zangvogels veel slachtoffers maakte, maar ook onder duiven en roofvogels. Het gaat om een parasiet die voorkomt in de mond en keelholte van vogels. Door een samenloop van omstandigheden, zoals warm weer en een slechte conditie van de vogel, kan deze parasiet een infectie veroorzaken, waarbij in de keel van de vogel geelwitte knobbels ontstaan en ook de ontlasting geel verkleurt: ‘het Geel’. De ziekte wordt voornamelijk door snavelcontact overgebracht en daarom werd aangeraden te stoppen met het voeren van vogels. Maar nu de temperatuur buiten flink is gedaald, is het besmettingsgevaar evenredig afgenomen en wordt juist weer aangeraden de vogels te voeren, zodat ze in een goede conditie de winter ingaan. Kijk voor vogelvriendelijke tips eens op www.vogelbescherming.nl.


Een niet zo hulpbehoevende
egel

Ook hulpbehoevend is een klein beestje met weliswaar geen hoge aaibaarheidsfactor, maar wel een groot vermakelijkheidsgehalte wanneerhet 'szomers, en dan vooral 's avonds, knorrend en snurkend door de tuin scharrelt: de egel. Ze komen in onze tuinen vaker voor dan vroeger, maar dat heeft vooral te maken met de verslechterde omstandigheden in hun natuurlijke leefomgeving. Zodra gevaar dreigt, rollen ze zich op en worden dan beschermd door zes- tot zevenduizend stekels! Ze slaan voor ons dan ook niet op de vlucht,net zo min als voor auto's en dat wordt uiteindelijk veel egels noodlottig.Ze staan al jaren op de lijst van bedreigde diersoorten. Hulp gevraagd dus! Zorg dat ze de tuin goed in en uit kunnen, via een opening van minimaal tien centimeter hoogte. Een slordig hoekje met takken en bladeren kan gebruikt worden om er een nest te bouwen. Maar er zijn ook luxueuze egelhuisjes te koop of zelf te maken. Op Internet is daarover veel informatie te vinden, tot en met bouwtekeningen en werkbeschrijvingen. Vanaf november/december tot maart/april zullen ze er graag hun winterslaap houden. Heb je een (open) composthoop, dan zou daar ook zomaar een egel in kunnen overwinteren. Even controleren als je er iets mee wilt doen!
Vanaf eind september tot de vorst kunnen egels bijgevoerd worden met speciaal egelvoer, meelwormen, fruit, een gekookt eitje, kattenbrokjes of kattenvoer uit blik. Die laatste twee, daar moet je waarschijnlijk bij blijven zitten, zodat het niet in onrechtmatige bekjes verdwijnt. Zie maar eens. En beslist geen schoteltje melk, maar gewoon fris water.

Padje!
Wie vijverwater in de tuin heeft, mag waarschijnlijk rekenen op overwinterende kikkers, padden en salamanders. Op vissen alleen als je ze er zelf in gezet hebt. Bij een diepte van minimaal tachtig centimeter kunnen vissen, de groene en de kleine groene kikker goed in het water overwinteren, mits er voldoende zuurstof is en er op de bodem donkere schuilplekken zijn, van stenen of hout, verzwaard met stenen. Door het water te beluchten zal het zuurstofgehalte toenemen, maar bij een totale bevriezing van het wateroppervlak moet daarmee gestopt worden om de verschillende ‘temperatuurlagen’ in het water niet te vermengen. Sneeuw op het ijs rustig laten liggen: dat remt het bevriezingsproces af. Vanaf nu dus liever niet meer in de vijverbodem rommelen: daar wordt geslapen!
Niet alle amfibieën (dieren die zowel op het land als in het water leven) overwinteren in de vijver. Padden, de bruine kikker en de heikikker, maar ook de meeste salamanders, zoeken een plekje dat graag wat natuurlijk begroeid is, of kruipen weg tussen stenen en hout. Als ze door ventilatieopeningen in een schuur of garage kunnen komen, is ook dat een prima overwinteringsplek. Wel oppassen als je daar hout of stenen wilt weghalen: er kan nog iets onder zitten!
Tot slot nog iets over het vlindervolkje. Er zijn speciale vlinderkastjes te koop, met lange smalle openingen. Misschien verleid je er vlinders mee, op een warm beschut plekje, en help je ze zo de winter door. Tref je ze aan in schuur of garage, laat ze dan stilletjes hangen of zitten, tot ze op een goede dag ineens verdwenen zijn.
Dan is de winter voorbij en beginnen we weer van voren af aan!

Oktober 2009

zaterdag 10 oktober 2009

FAMILIEGRAF


In míjn tuin …

... laat mijn man zich van zijn beste kant zien, soms, als de nood hoog is. En dan nog voor niks ook. Het valt niet mee om ‘de man van’ te zijn. Van een tuinierende vrouw, in dit geval.
Op een vroege zondagochtend lees ik Romke van de Kaa: ‘Alles kan wachten’. Ondertitel: tuinieren op ontspannen wijze. Een inspirerend boek, dat mooi aansluit bij de zondagsrust. In deel 1, ‘Beschouwingen, tips en gemopper’, is een stukje opgenomen over krabbenscheer. Deze probleemloze plant heb ik ook in mijn vijver en ik ben benieuwd wat Van de Kaa daarover te melden heeft.
Het stuk begint met een beknopte uitweiding over de voordelen van een vijver in de tuin en wat daarbij zoal komt kijken. Bijvoorbeeld hoe geschikt waterlelies zijn om met hun bladeren het water koel te houden. Hij waarschuwt echter voor te kleine vijvers met te grote waterlelies, waarvan het blad boven het water uitgroeit “... als handen boven een graf”.
Als ik naar onze vijver kijk en de vergelijking doortrek, dan hebben wij daar een compleet familiegraf, voor een gróte familie! Vele handen steken boven dit graf uit en ik besef dat het anders moet. “Weet je wat ik doe,” zeg ik tegen mijn argeloze man, “ik haal die waterlelie eruit! Steeds maar dat blad uittrekken, het water zie je niet meer en dat allemaal voor drie bloemen per jaar!” Mijn man is in één keer wakker en bij de les, op die vroege zondagochtend. “De wáterlelie eruit?! Geen sprake van! Ik zal dat blad er wel uittrekken - dan zie je het water weer. En dan zal ik het voortaan bijhouden!”
Overmand door daadkracht beent hij in zijn badjas de tuin in en ik zie hem knielen bij de familiegrafvijver! Alles kan wachten, maar dit nu even niet. “Val er niet in, met die dikke badjas,” roep ik hem na, “dan kom je er niet meer uit!” Verder doe ik er het gouden zwijgen toe, want ik moet het stukje nog even uitlezen. Van de Kaa eindigt met een ‘gouden tip’: hij beveelt de krabbenscheer aan om vijverwater helder te houden én te voorzien van zuurstof! Ik weet genoeg nu. Mijn man moet nog douchen - een goed moment voor het verwijderen van de waterlelie!
En de krabbenscheer en ik, wij zwijgen als het graf - het is hier nog lang geen graventuin!

Oktober 2009