zondag 10 augustus 2008

MON JARDIN

In míjn tuin …
 
… bloeien rozen over de muur langs het pad, naast de staldeur, rond de waterput en tegen het huis, naar het slaapkamerraam, waar achter een hekje het gordijn zachtjes meebeweegt in de wind. Kamperfoelie verspreidt een heerlijke geur. Tegen de gevel kruipen hagedissen weg achter het blad van de wingerd en uit de cotoneasters klinkt gezoem van duizenden insecten, die zich laven aan de nectar.
 
Kilometers in de omtrek is geen sterveling te zien - een enkel vliegtuig bromt over, hoog in de blauwe lucht. Mijn tuin ligt nu even in Touraine, in Frankrijk. De merels, het winterkoninkje, de vink en de duiven klinken bekend, maar het ‘dudeljo’ van de wielewaal geeft het concert allure! We speuren de hoge bomen af, maar het is ons niet gegund dit schuwe vogeltje te ‘digitaliseren’. Hans Dorrestijn (Vogelgids) kreeg de wielewaal slechts driemaal te zien en die gaat er speciaal voor op pad! De meeste bijzondere vlinders zijn ons te vlug af, maar felgekleurde kevers willen soms wel even poseren. In de border langs het terras bloeien kruiden, waaronder een bijna witte lavendel. Die heeft de voorkeur van lichtgekleurde bijtjes; zij kunnen zich hier onopvallend bezatten!
De uitgestrekte tuin heeft charme. Grote gazons worden onderbroken door eeuwenoude bomen, heesterpartijen en fleurige toetsen van bescheiden borders, een lavatera olbia rosea, precies in een doorkijkje, en natuurlijk de rozen. De haag aan het eind van het gazon laat het uitzicht over het glooiende landschap vrij: graan en andere gewassen wisselen elkaar af.

Hier dus ^!
Midden in een graanveld prijkt een eenzame klaproos: een onbereikbare schone! Maar verderop staan de papavers voor het grijpen, soms velden vól. Ik neem één zaaddoosje mee voor thuis: een vrolijk souvenir. Want natuurlijk dwalen mijn gedachten wel eens af naar mijn eigen tuin. Stiekem hoop ik op wat buitjes, in Groningen, waar mijn planten zo droog in de harde klei zijn achtergebleven. En waar ik nog wat probleempjes moet oplossen. Zoals de klimop die achter de regenton van de muur gewaaid is en waarvoor ‘mon mari’ geen gaten in de muur wil boren om hem vast te binden. Ach, ‘mari’, dat hoeft niet meer: ik wil een róós achter de ton!
De vakantie heeft ons goed gedaan; direct na terugkeer sloopt mijn man de klimop, wég bij het vorig jaar geverfde hout!
En ík mag een roos, ah, que c’est joli! La douce France, in mijn Groningse ‘jardin’!
 
Augustus 2008

zondag 15 juni 2008

GOUD VEUR 'T TOENTJE: COMPOST!

Groenafval erin -
compost eruit!
Heggenmussen

Op dinsdag 13 mei jl. werd in Ten Boer door de gemeente een inspraakavond belegd over het onderwerp ‘afvalbeleid’. In hoofdlijnen komt het erop neer dat het scheiden van afval aan de bron, bij de burgers dus, sterk verbeterd zou moeten én kunnen worden. Een mogelijkheid om de aangeboden hoeveelheid groente-, fruit- en tuinafval (gft) te verminderen is het composteren van dit afval door de mensen zelf.
COMPOSTEREN, WAT IS DAT?
Goede compost is een wat zoet geurend, aardachtig product, dat ontstaat uit organisch afval door inwerking van bacteriën en schimmels: micro-organismen. In dit afbraakproces spelen vocht, zuurstof en temperatuur een belangrijke rol en ook allerlei bodemdiertjes als wormen en pissebedden leveren een bijdrage. Tijdens het hele proces komt warmte vrij; het afval gaat broeien, wat bevorderlijk is voor de activiteit van de micro-organismen.
Composteren is niet door mensen bedacht. In de natuur wordt organisch afval, zoals herfstbladeren, ook afgebroken en omgezet in een waardevolle toevoeging voor de grond. Het is wel een heel geleidelijk proces, in de natuur, en daar heeft de mens wél iets op bedacht. Want in onze tuinen willen we er geen jaren op wachten.
HET COMPOSTVAT           
Door het isoleren van het materiaal blijft de temperatuur in de afvalhoop beter op peil en daarom slaan we het afval op in (zelfgemaakte) houten bakken die afgedekt kunnen worden met een oud stuk tapijt. Óf, gemakkelijker, in een kant-en-klaar plastic compostvat. Ik kocht het mijne, VAMvat heette dat toen, in augustus 1988. Zonder korting, maar we hadden het er voor over. Dit vat is dus al twintig jaar in gebruik en er mankeert niets aan: een aanschaf voor het leven! Later heb ik er nog een afgedankte plastic regenton (zonder bodem) naast gezet en, eerlijk is eerlijk, dat functioneert óók naar genoegen.

Zoekplaatje: waar zijn de compostvaten?
De beste plek voor het vat is in de zon. Dat levert de hoogste temperatuur op en verhoogt dus de omzetsnelheid. Maar een andere plek kan ook. De bak moet wel gemakkelijk bereikbaar zijn, anders neemt de animo snel af!
Voor een goed resultaat wordt de ‘hoop’ in verschillende laagjes opgebouwd. Prop hem dus niet vol met uitsluitend grasmaaisel. Fijn materiaal moet worden afgewisseld met grover materiaal, zodat lucht nog enigszins kan circuleren. Zuurstof is immers belangrijk voor het composteringsproces. Je begint met een grof laagje van dunne takjes, wat geknakte snijbloemen of afgedankte planten. Dan volgt een laag gft-afval uit de tuin en de keuken en wordt het vat verder gevuld.
WAT MAG ER IN?
Niet alles kan in het compostvat. Kattenbakvulling verteert niet of slecht en kan stankoverlast geven. Dat geldt uiteraard ook voor hondenpoep. Kranten laten, als ze nat worden, geen lucht meer door en horen dus ook niet thuis in het compostvat. Gekookte etensresten kunnen gaan stinken en ongedierte aantrekken: niet doen. Omdat aardappelen wel worden ‘behandeld’ gaan mijn aardappelschillen in de groene container, net als de sinaasappelschillen, die in het land van herkomst flink bespoten worden. Hardnekkige onkruiden, zoals zevenblad, komen er bij mij ook niet in. Gemaaid gras mag er gedoseerd in en dan liefst gedroogd. Grasmaaisel kan overigens zonder bezwaar tussen de planten in de border gestrooid worden, waar het vrij snel zal verteren. En wie een paar keer per week maait, kan het gewoon op het gazon laten liggen.
Maar wat mag er dan wél in? Fruit- en groenteresten, theezakjes (ook het touwtje, het nietje en het labeltje!), koffiedik met filterzakje en al, koffie- en theepads, eierschalen, plantenresten, zacht snoeisel, uitgebloeide bloemen, stro van konijnen en hamsters (gedoseerd!) en verdroogd onkruid.
Het proces verloopt sneller als het afval verkleind wordt, omdat het raakvlak met de omgeving dan groter is. Ik knip dan ook alles kort en klein boven het compostvat. Een kwestie van aanwennen. Nog meer toevoegingen: af en toe een schepje bloed-, vis- of beendermeel en bij droogte een gietertje water. Er is ook speciale compostversneller te koop. Of het veel verschil maakt, weet ik niet. Ik gebruik het vooral omdat ik het nu eenmaal heb. Noodzakelijk is het in ieder geval niet. Wel noodzakelijk is een goede vermenging van het materiaal in het vat en een goede beluchting. Composthopen worden regelmatig ‘omgezet’. Met compostvaten is dat te realiseren als er ruimte is voor meerdere vaten. Zodra het eerste vat vol is, kan de inhoud overgeschept worden in het tweede vat; daarmee is de hoop ‘omgezet’. Eventueel kan deze handeling herhaald worden bij gebruik van drie vaten. Wanneer één vat beschikbaar is, kan de inhoud door elkaar gewerkt worden met een riek. Naast mijn compostvat staat een oude bezemsteel, waarmee ik gaten prik in de composterende massa: voor extra beluchting.


WAT KUN JE ERMEE DOEN?
Wanneer de compost klaar is voor gebruik kan alles, indien gewenst, gezeefd worden en uitgestrooid in de tuin. Licht inharken of overlaten aan de wormen, de pissebedden en kevertjes en niet te vergeten de natuur: op den duur zal het geheel verteren. Het is een eindeloze kringloop, waarbij de kwaliteit van onze tuingrond alleen maar beter wordt. Het opbrengen van compost na een regenbui helpt om de grond langer vochtig te houden, wat ook weer een gunstig effect heeft op het bodemleven: meer wormen die humus uitscheiden en met hun gangetjes de grond beluchten.
ÓÓK EEN COMPOSTVAT?
Je moet even de tijd nemen om het je eigen te maken en dan lever je vanzelf voldoende verschillend materiaal aan voor een goed composteringsproces. Op Internet is over dit onderwerp veel informatie beschikbaar, maar ook in tuinboeken wordt er aandacht aan besteed. In Loppersum zijn op de landelijke compostdag, 12 april, compostvaten uitgereikt tegen gereduceerd tarief en kon men gratis compost afhalen. In Ten Boer werd die dag in minder dan geen tijd dertig kubieke meter compost gratis verstrekt aan belangstellenden! Volgend jaar meer! Ook zijn in Ten Boer het hele jaar compostvaten te koop. Voor een vat met een inhoud van 200 liter betaalt u slechts 20 Euro. Op afspraak, tel. 050-3671055, kunt u uw compostvat tegen contante betaling afhalen op de gemeentewerf aan de Boltweg in Ten Boer.
Doe mee met het verminderen van de afvalberg, gun uw tuin het ‘zwarte goud’ uit uw eigen compostvat en uzelf veel voldoening!
Juni 2008

dinsdag 10 juni 2008

ACHTERTUIN

In míjn tuin …
 
… bloeien akeleien sinds ik in 1987 tijdens een Deense vakantie zo’n plant, met mooi blad, tussen de stenen bij het vakantiehuis uitwurmde en meenam naar mijn achtertuin. Niemand wist wat het was, tot hij het jaar daarop begon te bloeien met prachtige donkerpaarse bloemen. Dat was mijn éérste akelei, die zich vrolijk uitzaaide en, net zo vrolijk, kruiste met de akeleien die ik er later bijkocht. Want ze zijn onweerstaanbaar en verrassen je uiteindelijk, door al dat gekruis, met geheel nieuwe varianten!
 
Lief akeleitje ...
Mijn láátste akelei vond ik onlangs in Middelstum, op het borgterrein Ewsum.

Allersmaborg
In de bibliotheek had mijn man het boek ‘Groninger Borgen, Wandelingen door tuin en tijd’ ontdekt, van Edward Houting. Zestien borgen komen hier uitgebreid in beeld. Niet alleen beschrijft Houting de geschiedenis van het huis en zijn bewoners, maar ook die van het groen op het borgterrein: de siertuin, de moestuin, de boomgaard.

 De eerste wandeling die wij met dit boek maakten, was die rond de Allersmaborg in Ezinge en we vonden het een belevenis! Goed voor een geestverruimende blik op Groningen én de aanschaf van het boek! De beschreven route is altijd aan te passen aan je eigen loopvermogen; er blíjft veel te genieten onderweg. Dat maakt nieuwsgierig naar de andere ‘wandelingen door tuin en tijd’. Ewsum in Middelstum, daar waren we nog nooit geweest (schande!) en op een lome meimiddag koersten we erheen.
Oprijlaan Ewsum
Imposante, geknotte linden flankeren de oprijlaan en hoewel de borg zelf verloren is gegaan, is er nog genoeg te  beleven.


Toornwerd
Langs het Boterdiep voerde de wandeling ons naar het idyllische Toornwerd, dat als een Frans dorpje blakerde in de middagzon. Na een bezoekje aan de bijzondere begraafplaats wandelden we langs een pad met Groningse gedichten terug naar Middelstum en het borgterrein, waar volgens het boek ook planten te koop zijn.
Eerst een wandelingetje over de ‘landgoedkwekerij’ met heerlijk geurende muurbloemen en daarna langs het koetshuis naar de tuinen, waar ik mijn oog liet vallen op een klein akeleitje, nog in de knop, met een rood randje langs het blad. Het bleek een aanwinst voor mijn verzameling!
Én een aansporing om de wandeling te herhalen, vijf dagen later, met tot slot een bezoek aan de streekproductenmarkt op Ewsum!
Ik geniet van mijn tuin met akeleien, maar ook van wandelen op het Gronings platteland: een geweldige, verrassende ‘achtertuin’!

Juni 2008

donderdag 15 mei 2008

ACHTER DE RODODENDRON ...

Heggenmussen


In mei bloeien de rododendrons. In het Latijn met een h, in het Nederlands zonder. Betekenis van het woord in Oudgrieks: rhodos = roos, dendron = boom. Rhododendrons behoren tot de familie van Ericaceae. De bloem van de rododendron is de nationale bloem van Nepal, zoals de tulp de nationale bloem is van Nederland en Iran.
Ze zijn er al sinds mensenheugenis, maar voor tuiniers werden rododendrons pas interessant met de komst, in 1763, van Rhododendron ponticum (wilde rododendron) uit Klein Azië. De struik sloeg in Europa zó goed aan, dat hij tot op de dag van vandaag ook in het wild nog steeds voorkomt. Op buitenplaatsen, maar ook in bossen en altijd bij voorkeur op zandgrond. Op een groot perceel kan er een prachtige haag mee aangelegd worden. Houd er wel rekening mee dat het blad giftig is voor vee. Al heel lang is bekend dat de honing van nectar uit deze rododendronbloemen giftig is. Wie ervan eet krijgt na twee uur hoofdpijn, last van misselijkheid, tintelingen in vingers en tenen en een afnemende hartslag, tot vijftig slagen per minuut, waarop bewusteloosheid kan volgen. De Griekse geschiedschrijver Xenophon verhaalt al over het gedrag van soldaten die van deze honing gegeten hadden.

... in knop
Rhododendron ponticum dus is een groenblijvende struik, tot zeker vier meter hoog, met vijfentwintig centimeter lang blad en lichtroze tot paarse bloemen met bruine vlekjes in mei en juni. Geschikt voor camouflage!
In zijn conference van 1971 wees cabaretier Wim Sonneveld ons al op dit nut van de rododendron: tijdens de viering van koninginnedag op het bordes van Paleis Soestdijk diende de opperstalmeester van Hare Majesteit de door het volk aangedragen geschenken “achter de rododendrons te sodemieteren”. Maar een compostbak kan natuurlijk ook.
De Bond tegen het Vloeken wilde ook nuttig gebruik maken van de rododendron en stelde voor het woord ‘ródodendron!’ te gebruiken als alternatieve vloek, omdat het woord niet aanstootgevend is en met dezelfde nadruk kan worden uitgesproken als de traditionele vloek. Dat voorstel heeft het niet gehaald: nog elke dag is de traditionele vloek te horen!
Uiteindelijk heeft ook de Rhododendron ponticum het in de tuin niet helemaal gehaald in de concurrentiestrijd met de talloze nakomelingen uit kruisingen met wilde soorten. Van de wilde soorten zijn meer dan zeshonderd bekend en in 1958 al bestond er een (onvolledige) lijst van tienduizend kweekvormen. Dat is nu natuurlijk alleen maar erger geworden. En de azalea’s horen er óók nog bij. Linnaeus heeft deze planten ten onrechte gedefinieerd als een apart geslacht, maar in 1763 is deze fout hersteld. Toch bleef men de naam gebruiken, zij het voornamelijk voor Japanse groenblijvende ‘azalea’s’ en voor bladverliezende ‘azalea’s’.

... ontluikend
De rododendron heeft vele verschijningsvormen, van lage bodembedekkende struik tot boom van wel twaalf meter hoog. De bloemen komen in talloos veel kleuren en schakeringen voor. Toen ik een rododendron uitzocht voor een schaduwrijke hoek wist ik dat allemaal nog niet. Het was na tien jaar dan ook een teleurstelling dat mijn rododendron nog steeds niet hoger reikte dan een halve meter. Ik kende de rododendron vooral van wandelingen in parken, bijvoorbeeld achter de Fraeylemaborg in Slochteren! Gelukkig heeft de struik ook de eigenschap om een compacte wortelkluit te ontwikkelen, zodat hij in principe goed te verplanten is. Want ook teveel schaduw is een belemmering voor groei en bloei. Nadat ik mijn exemplaar op een lichtere plek had gezet, bloeide hij op. Nu, twintig jaar later, nadert hij de hoogte van één meter. Prima, bij nader inzien!

... en in bloei!
Rodo’s (koosnaampje van Engelse tuiniers) geven de voorkeur aan een iets zure en luchtige grond. In klei dient daarom een ruim plantgat gegraven te worden, waarin turf wordt aangebracht. Geef vooral in het begin regelmatig water. Later is dat niet meer nodig, tenzij de bladranden verkleuren: dat duidt op watergebrek. Bemest bij voorkeur met speciale rododendronmest (ook heel geschikt voor Erica, heide), hooguit één keer per jaar. Koeien- of kippenmest is uit den boze wegens een te hoog kalkgehalte. Dat geeft verbrandingsverschijnselen; het blad wordt geel en de plant sterft af. Compost mag wel, elk jaar een flinke laag. Dat houdt de bodem vochtig. Voor dat doel kan ook een onderbeplanting aangebracht worden met bijvoorbeeld Geranium macrorrhizum of maagdenpalm (Vinca minor of major). Zowel de compost als de bodembedekkers zullen onkruidgroei tegengaan, zodat ter plekke niet geschoffeld hoeft te worden. De meeste soorten rododendron wortelen ondiep en dan moet je oppassen voor beschadiging van de wortels.
Groeit je rodo je onverwacht boven het hoofd, dan kan de struik zowel in de hoogte als in de breedte teruggezet worden. Doe dit direct na de bloei. Het blad groeit in kransen rond de stengel. Snoei een tak boven zo’n bladerkrans. Snoei kale stengels boven een slapende knop. De struik zal snel weer uitlopen en met een beetje geluk zelfs meteen bloemknoppen aanleggen voor het volgend jaar. Vooral in een goede zomer.
Daar hopen we dan op!

Mei 2008

zaterdag 10 mei 2008

SITTING IN THE SHADE



In míjn tuin …
              
               … is het weer dringen geblazen. Vaste planten bevechten hun plekje op het bollengoed, dat ik in de loop der jaren kwistig rondgestrooid heb en dat zich intussen ook succesvol vermeerderd heeft. Gemakkelijke bollen, ook voor verwildering: éénmaal poten, levenslang plezier! Zo hou je tijd over om uit karton gesneden letters aan te brengen op kastdeuren in de logeerkamer, zodat logees, die zich na een blik uit het raam op de tuin beneden omdraaien, het volgende te lezen krijgen: ‘gardens are not made by sitting in the shade’. Volgens mijn zoon mist er een ‘h’: ‘… by s(h)itting in the shade’. Was leuk geweest, maar met een citaat van Joseph Rudyard Kipling moet je toch liever geen grapjes uithalen. Hoe dan ook: een tuin wordt dus niet gemaakt door in de schaduw te zitten!


               Ik zou de boel eens grondig moeten aanpakken: de tuin leeghalen, bollen en vaste planten uit elkaar peuteren, de helft afvoeren en de rest op ruime afstand van elkaar terugplanten.
               Onze logeerkamer kijkt ook uit op de tuin van de buren, die een stuk minder overspannen beplant is dan de mijne. In de zomer is het een lust voor het oog; precies zoals je het zelf zou willen hebben. Nu, in het voorjaar, gaat het er rustig aan toe en steken de opkomende planten frisgroen af tegen de omringende aarde. Mijn blik glijdt terug, over de heg, naar mijn eigen gedoetje: helemaal groen! Bosjes blad van sneeuwklokjes, her en der groenwit gestreepte krokusblaadjes. Grote bladeren van de herfsttijlozen en sierlijke groene sprietjes, werkelijk door de héle tuin, van kievitsbloemen, die misschien volgend jaar al zullen bloeien! En dan die uitdijende pol vogelmelk; dat wordt toch ook aangeraden, meer van één soort?! Langs het paadje zijn een massa zaailingen van de herfstkrokussen opgekomen. Mooi, straks in oktober! De zwarte ophiopogon deelt zijn plek met blauwe druifjes en het staat ze allebei goed. Het narcissenblad zal ik in bosjes bundelen, dan vlij ik ze later onder het blad van de pachysandra. Zo laat ik ook het krokusblad verdwijnen, onder lievevrouwenbedstro. Dit is míjn manier van tuinieren!
En als in de zomer de vaste planten bloeien, dicht naast en door elkaar, is het tijd voor wat ‘sitting in the shade’ - dan heeft mijn tuin het weer hélemaal gemaakt!
Mei 2008

dinsdag 15 april 2008

OVER GIF EN ZUURSTOF

Heggenmussen


In mijn artikel ‘Veeg je eigen straatje schoon’, BC 06 2007, meldde ik een verbod op het gebruik door particulieren van glyfosaat, hoofdbestanddeel van Roundup, voor onkruidbestrijding op verharding. Hoewel de winkelvoorraden nog tot 1 januari 2008 verkocht mochten worden, kwam ik geen advertentie van dit middel meer tegen.
Het was dan ook een schrik toen ik in het magazine Binnen & Buiten, nummer 1 2008 van de Praxis, een paginagrote advertentie van Roundup aantrof. Het middel wordt aanbevolen voor bestrijding van onkruiden op niet-verharde ondergronden, zoals in bestaande beplantingen, onder hagen en, let op, moestuinen. “Ook vóór het planten in sier- en moestuinen is Roundup ideaal,” meldt de advertentie. En: “… al één week na de behandeling kunt u opnieuw zaaien of planten.” Ook in de moestuin dus. Eet u vooral smakelijk! Op de bestrating mag je het niet meer gebruiken, maar ernaast, tussen de sla en de worteltjes, mag het wel! Het werkzame bestanddeel is nog steeds hetzelfde: glyfosaat.
MONSANTO
Ik bel met het Ministerie van VROM (die M staat voor Milieu) en wordt doorverbonden met ‘Postbus 51’, waar een vriendelijke mevrouw minutenlang haar best doet om informatie te vinden omtrent een verbod op Roundup. Dat resulteert in een trage website: www.cbt.agro.nl en een snel telefoonnummer (0317-471810) van het CBT (College voor Toelating Bestrijdingsmiddelen) in Wageningen. Nadat ook hier eerst de traagheid van de eigen website werd vastgesteld, verbond de telefoniste mij door met een meneer, die mij minzaam meedeelde dat het bestrijdingsmiddel Roundup met glyfosaat in oktober 2007 is toegelaten voor professioneel gebruik tot juli 2012, dat het voor particulieren inderdaad verboden is voor gebruik op verharding, maar dat het verder, ook in de moestuin, voldoet aan de criteria. Ik kwam er niet doorheen, met mijn verbazing, noch met mijn verontwaardiging. Wel bood hij aan mij door te verbinden met een toxicoloog, maar ik begreep onmiddellijk dat ik het ook daartegen zou afleggen, met mijn sinds 1970 diep weggezakte kennis van de scheikunde. Met gewoon gezond verstand red je het niet tegen de machtige producent van Roundup, het bedrijf Monsanto. (Iets met ‘gezond’?)
Rest mij enkel nog een beroep te doen op úw gezond verstand om dit gif vooral te laten staan. Wie er meer over wil weten hoeft op Google maar ‘glyfosaat’ in te tikken voor een lawine aan (objectieve) informatie. Waarschuwing vooraf: je wordt er niet vrolijk van.

Om weer vrolijk van te worden: Calla palustris, dotter
ZUURSTOF IN DE VIJVER
Tijd voor een frisser onderwerp: de tuinvijver en zuurstofplanten. Zodra in het voorjaar de temperatuur oploopt merken we dat ook in de vijver: het water kleurt langzaam groen en verandert in spinaziesoep. Algen nemen hun kans waar! Zo vroeg in het seizoen heeft de zon nog vrij spel op het wateroppervlak en dat komt de algen goed uit. Maar drastische maatregelen, zoals het verversen van het vijverwater of het toedienen van chemische tuincentrumproducten, is niet meteen nodig. Algen gedijen in voedselrijk water met een aangename temperatuur en een laag zuurstofgehalte. Voor een belangrijk deel zullen de condities vanzelf verbeteren. Want ook de andere vijverplanten komen uit hun winterslaap en zullen veel voedingsstoffen opnemen. Ook de groei van al aanwezige zuurstofplanten komt op gang en daarmee de afgifte van zuurstof.
Zelf kunnen we de boosdoeners te lijf gaan door ze eenvoudig om een stok te winden en af te voeren. Al vrij snel zal de balans in het vijverwater zich herstellen. De schaduw van waterleliebladeren en hoger opgroeiende planten in en langs de vijver zullen de temperatuur van het water temperen en daarmee is de kans op explosieve algengroei vrijwel verkeken. Voer de vissen niet te royaal, want dat leidt tot overbemesting van het water. Leuke plantjes als kikkerbeet, met witte bloempjes, leveren een bijdrage aan de verschraling van het water doordat ze niet in de bodem wortelen, maar hun voedingsstoffen rechtstreeks uit het water opnemen.

Krabbenscheer in een klein vijvertje
Plant nieuwe waterplanten niet in potgrond, maar in speciaal vijversubstraat. Dek dit af met een laagje grint en plaats de vijvermand met de nieuwe aanwinst eerst in een bak met water tot er geen luchtbelletjes meer opstijgen. Zo kan de mand afgezonken worden zonder veel vertroebeling van het vijverwater.
Vul zo nodig de zuurstofplanten aan. Plantjes als aarvederkruid, fonteinkruid en smalle waterpest kunnen verzwaard met een  steentje de vijver in. Nog gemakkelijker zijn de drijvende zuurstofleveranciers, zoals gedoornd hoornblad, blaasjeskruid en krabbenscheer. Krabbenscheer kwam onlangs in het nieuws doordat het bij de aanleg van een nieuwe vaarverbinding bij Kiel-Windeweer verwijderd is, mét de eieren van de Groene Glazenmaker, een beschermde libellensoort, die haar eieren tussen de ondergedoken bladeren van de krabbenscheer legt. Zou dat geen aardig extraatje zijn, Groene Glazenmakers in onze tuin?!

Vooruit, dien de vijver zuurstof toe, verban het gif en geniet ‘natuurlijk’ van het voorjaar.

April 2008

donderdag 10 april 2008

BRUIDSSLUIER

In míjn tuin …

… geen polonaise als mijn dochter trouwt, aan het eind van de zomer, want dat doet ze in haar eigen woonplaats, Amsterdam.
 
De rode roos naast onze voordeur hoeft dus niet vervangen te worden door de witte rambler ‘Wedding Day’ (die trouwens in september hooguit nog wat nabloeit). Een bruidssluier (Fallopia) over de pergola’s was wel mooi geweest, zo eind september vol in bloei, maar met zijn onstuitbare groei voor één trouwdag misschien wat veel van het goede. Ook kunstgrepen om Narcis ‘Bridal Crown’ tegen de tijd van het huwelijk in bloei te hebben, zijn dus niet nodig. Hoewel ik natuurlijk altijd nog een kunstzinnige schikking met wat van die bolletjes op een schaal mee zou kunnen nemen. Nee, aan mijn tuin gaat dit feest voorbij.
Toch loop ik er spiedend rond, want het aanstaand bruidspaar zit niet stil tot de bruiloft en heeft zich een huis aangeschaft.
Geen peulenschil nu, in Amsterdam, en trots leidden zij ons rond in hun eerste eigen onderkomen. Er was veel waar wij ‘even doorheen moesten kijken’, maar met de hulp van de aannemer zal het een paleisje worden; dat staat wel vast! En bij een paleis hoort natuurlijk een dito tuin, van gepaste afmetingen. Daar was trouwens níet doorheen te kijken. “Dat wordt kerstbomen zagen,” constateerde onze schoonzoon in spe. Metershoge coniferen, die op de Veluwe niet zouden misstaan, domineren dit tuintje op het zuiden en hoewel het jonge stel een ‘bossige’ tuin voor ogen heeft, vinden ze één welgeplaatste boom (in het midden!) genoeg. De ‘bossige’ sfeer moet komen van een ongecompliceerde beplanting met vaste planten en struiken als buddleja en hortensia. Ik kan me daar helemaal in vinden en moest mijn neiging om alvast wat onkruid uit te trekken krachtig onderdrukken. Wel had ik mijn voorraad grote plastic potten meegenomen, waarin ze dierbare planten uit hun huidige tuintje kunnen meeverhuizen.
In mijn eigen tuin noteer ik in gedachten de planten die ik met hun zou kunnen delen. Als altijd loop ik weer hard van stapel - het huis moet natuurlijk eerst op orde en dan pas komt de tuin. Maar als we gaan helpen met de verhuizing kan ik misschien wel iets plantaardigs meenemen…
Wat dacht je van een bruidssluier, voor het geveltuintje naast hun deur?!

April 2008

zaterdag 15 maart 2008

EN DE PRIJS GAAT NAAR ... ASTILBE!

Heggenmussen

Astilbe is uitgeroepen tot vaste plant van het jaar 2008 en dat is volkomen terecht! Astilbes zijn langlevende vaste planten, waar je het jaar rond plezier van hebt. De Nederlandse naam is ‘Spirea’, maar dat is eigenlijk een struik en die behoort tot een heel andere familie. Astilbe is lid van de steenbreekfamilie: Saxifragaceae. Oorspronkelijk komt deze plant uit het oosten van Azië.

Astilbe, nog in een vroeg stadium
Er kan gekozen worden uit ongeveer vijfentwintig soorten. De meest bekende hybriden (kruisingen) zijn arendsii, japonica, chinensis en simplicifolia. De naam Astilbe komt uit het Grieks en betekent: zonder (‘a’) glans (‘stilbe’). Dat klinkt niet als een aanbeveling, maar toch zijn deze planten een aanwinst voor elke tuin. Binnen doen ze het trouwens ook goed, als plant of als snijbloem. Of als droogbloem! De plant kan na de bloei in de tuin gezet worden. Ze houden van vochtige grond in halfschaduw, met in het voorjaar mest en compost. Op een plekje in de zon doen ze het ook, maar dan moet er wel regelmatig water gegeven worden. Astilbe houdt niet van veel boomwortels in de grond en voelt zich een stuk beter in de schaduw van een gebouw of schutting. Maar langs de vijver gedijen ze ook en daar weten vlinders ze zeker te vinden.
In hoogte variëren Astilbes van 15 tot 120 centimeter. Vooral de lagere soorten zijn ook heel geschikt als bodembedekker.

... varenachtig blad
BLAD EN PLUIMEN
Astilbe heeft mooi, varenachtig blad. Over het algemeen is de bladkleur groen en, inderdaad, niet glanzend. Maar er zijn altijd uitzonderingen. Het blad van A. simplicifolia is donker én glimmend, aan donkere bladstelen, wat mooi combineert met de zachte kleurtjes van de losse bloempluimen. ‘Dunkellachs’ is donker zalmkleurig en ‘Sprite’ is iets donkerder roze.
Er zijn ook Astilbes met gekroesd blad, zoals A. crispa ‘Perkeo’, slechts 20 centimeter hoog. In een van zijn boeken noemt Christopher Lloyd Astilbe chinensis taquetti; het gekrulde blad vond hij mooi, de plant zaaide zich ook goed uit en hij had deze donker mauve plant gecombineerd met krachtige gele Ligularia’s. Lloyd had een voorkeur voor tamelijk bonte kleurencombinaties, maar dit mauve met geel was zelfs hém teveel, schrijft hij. Dan is het wachten op de winter, wanneer de mooie zaadhoofden bruin verkleurd en stram maandenlang een prachtig silhouet leveren!

Een fijn rood randje aan het blad
Overigens zijn er genoeg Astilbes die qua kleur goed samengaan met gele bloeiers. A. thunbergii ‘Prof. Van der Wielen’ bijvoorbeeld. Deze 1.20 meter hoge plant lijkt wel op Aruncus (geitenbaard), met zijn witte, elegant afhangende losse pluimen in augustus/september. Veel later dus dan Aruncus, die in juni/juli bloeit. Ze zouden elkaar kunnen opvolgen.
Andere voorkomende kleuren zijn lichtroze, roze, donkerroze, lila en rood. Binnen deze kleuren wordt verder verfijnd, naar framboosrood, karmijnrood, crème, lilaroze tot zelfs purperroze.
Astilbe chinensis taquetii ‘Purpurlanze’, wat stijf opgaand tot een meter hoogte, heeft 30 centimeter lange vertakte purperroze bloeiwijzen. Voor Piet Oudolf en Henk Gerritsen, auteurs van ‘Droomplanten’, is dit er een! Vlakken ‘Purpurlanze’ sieren de omslag van het boek, in combinatie met o.a. grassen, Persicaria (duizendknoop) en Sanguisorba (pimpernel). Voor een rood/rozige hoek is deze plant ook leuk samen met Eupatorium (lever- of koninginnekruid), Echinacea purpurea (zonnehoed) en Sedum ‘Herbstfreude’. Al deze planten hebben een stevig wintersilhouet!
Nog meer combinaties: met Hosta, Darmera peltata en varens.

GEORG ARENDS
Sterke Astilbes zijn de arendsii-hybriden, zoals ‘Brautschleier’(wit), ‘Fanal’ (donkerrood, donker blad), ‘Amethyst’(violet!) en ‘Cattleya’ (roze, heel mooi). De Duitse kweker en tuinbouwkundige Georg Arends (1863-1952) hield zich rond 1910 al bezig met het kruisen van uit Japan afkomstige Astilbes. Dat heeft de Astilbe japonica-hybriden opgeleverd, waaronder de witbloeiende ‘Irrlicht’. Twintig jaar later, in 1930, bracht Arends nieuwe en nog betere variëteiten op de markt: de arendsii-hybriden, uit kruisingen van weer andere soorten. In vijftig jaar tijd heeft Georg Arends vierenzeventig verschillende variëteiten Astilbe gelanceerd. Daarnaast hield hij zich met nog tal van andere plantensoorten bezig, waaronder Hosta. Zijn kwekerij in Wuppertal bestaat nog steeds en wordt nu geleid door zijn kleindochter, Anja Maubach.

PROBLEEMLOOS
Astilbes zijn nauwelijks gevoelig voor ziekten en plagen. Slakken kennen ze niet en het liefst staan ze zo lang mogelijk op dezelfde plaats. Omdat ze zich goed uitbreiden komt er toch een moment waarop de planten gedeeld moeten worden. Ofwel om de vijf jaar óf wanneer de plantkluit boven de grond uit komt. Dat delen gebeurt in het voorjaar of in de herfst. Bij het opnieuw uitplanten geldt: zeven planten per vierkante meter.

Al met al een aanrader, deze vaste plant van het jaar 2008: de Astilbe. Wie ze nog niet heeft, moet er beslist naar uitkijken. Moeilijk verkrijgbare soorten zijn vaak via Google, op Internet, te achterhalen … en te bestellen!

Maart 2008

maandag 10 maart 2008

TOEVALLIG


In míjn tuin …
… weerspiegelt zich het leven zelf, met regels en voorschriften en met het toeval in de hoofdrol. Ik ben de figurant die alleen maar kan drómen van de hoofdrol: als ‘toeval’ de dienst uitmaken! Het toeval is mijn grote tuinarchitect en verdraaid: je kunt er wat aan overlaten!
Ons huis werd zwart opgeleverd (het houtwerk) en dat is ook de meest neutrale kleur voor objecten in de tuin. Het wit verven van buitenmuren die aansluiten op muren in de woonkamer is dan bijna een logisch vervolg - met een geweldig effect voor het groen buiten!
De vijver in onze L-vormige achtertuin ligt precies zo dat je er vanuit de kamer zicht op hebt. Maar ook vanaf het terras om de hoek horen we de plons en zien dan nog net het water opspatten als er een kikker in de vijver springt. Die vijver ligt daar zo perfect omdat het eerst een zandbak was en je kleine kindertjes graag in het oog wilt houden.
De grond die vrijkwam bij het gatgraven gooiden we niet in de sloot, maar op een hoop achter de garage. Toen we daar later een regenton plaatsten, heb ik er met tegels een paar treetjes gemaakt. Zo wordt het hoogteverschil benadrukt, wat op plaatjes in tuintijdschriften een tuin zo interessant maakt!
De laurier in de achtertuin groeide zó groot, dat er op een dag met gemak een compostbak in paste en later zelfs nog een tweede bak. Een stilistisch verantwoorde opstelling! De zigzagheg in de voortuin omlijst een driehoekige uitbreiding van de oprit. Op papier dacht ik dat je daar een auto kon parkeren. Maar wij hebben nooit zo’n levensgevaarlijk 45km kukeltje gehad, dus dat was verkeerd gedacht. Het bleek een mooi plekje om kuipplanten te verzamelen.
En omdat de heg langs de stoep steeds hoger werd en hij langs de driehoek bij een lager hekje uitkomt, geeft dat vanuit huis een fraai architectonisch beeld: je ziet de oplopende zigzagheg.
Het ‘pergolaterrasje’ dankt zijn plek aan het zandbed dat achterbleef, toen onze tuin met gemeentegrond werd uitgebreid en de stoep verlegd moest worden. De es daar mag van gemeentewege niet verwijderd worden en maakt met zijn gebladerte het pergolaterrasje eronder tot een heerlijk koel plekje tijdens hittegolven.
Ik kijk tevreden om me heen: mijn tuin heeft architectonische trekjes, toevallig!

Maart 2008

vrijdag 15 februari 2008

WERK AAN DE WINKEL!

Heggenmussen

Fijn! Het is februari! Voorzichtig lengen de dagen en de kans op echt winterweer neemt per dag af. Er bloeit al van alles: winterakonieten, sneeuwklokjes, cyclaampjes, leverbloempjes (hepatica nobilis), longkruid (pulmonaria), nieskruid (helleborus) en zelfs al maartse viooltjes. Maar het is ook een beetje een slagveld, met oud blad en geknakte stengels. Er moet opgeruimd worden, gesnoeid, bemest, verplant, gezaaid, kortom: er kan weer getuinierd worden. En dat is toch wel het allerleukste, in de tuin!
NAAR BUITEN!
Potten met buxus
We beginnen met opruimen en onkruid wieden. In een uurtje kun je al heel wat bloeiende bolgewasjes ontdoen van slordige plantenresten eromheen, zodat ze de aandacht krijgen die ze verdienen. De plantenresten kunnen ter plekke verknipt worden, voor een strooilaag. Maar je kunt ze ook composteren en al rijpe compost tussen de planten aanbrengen. Doe dat na een regenbui, zodat de bodem vochtig blijft. Een dikke laag compost is ook een prima onderdrukker van onkruid.

Voor planten in potten, buxus bijvoorbeeld, is het nu een goed moment om ze nieuwe grond te geven, met alles erin wat ze nodig hebben. Wil je ze niet in een grotere pot zetten, kort dan de wortels wat in.
Het heeft in de afgelopen tijd hard gewaaid. Controleer daarom boombanden en bevestigingen van klimplanten.
Appel- en perenbomen kunnen in februari nog gesnoeid worden, net als kruisbessen en aalbessen. Zorg voor een open kroon, (voor meer licht) en haal dode en schurende takken weg.
Ook de rozen worden gesnoeid. Ter bestrijding van allerlei rozenkwalen, zoals luizen en sterroetdauw, wordt wel aangeraden om aan de voet van de struik knoflook te planten. Dat levert ook lange slierten knoflookgroen op en die verdienen bepaald niet de schoonheidsprijs. Wat bescheidener, ook effectief én eetbaar is bieslook, uit dezelfde (allium)familie. De paarse bieslookbloemen zullen met de meeste rozen goed combineren. Zo niet: ze zijn lekker in de sla!
Het is nu ook tijd om de blauweregen (wisteria sinensis) te snoeien. Knip de zijscheuten van de hoofdtakken terug op twee tot vier knoppen, net als bij klimrozen.
Clematis loopt al vroeg uit. De vroegbloeiende soorten (mei), zoals C. montana en C. alpina, laat je nu natuurlijk lekker gaan. Anders zou je de bloemknoppen eruit knippen. Zo nodig snoeien ná de bloei.

Clematis 'Étoile Violette'
Laatbloeiers (juli-oktober) als C. viticella ‘Étoile Violette’ en C. Jackmanii ‘Superba’ snoei je nu rigoureus terug tot het onderste paar gezonde knoppen. Dan zijn er nog de vroege zomerbloeiers (juni-september), zoals C. Madame Le Coultre en C. Nelly Moser, die niet alleen op het oude hout, maar wat later ook op het nieuwe hout bloeien. Deze clematissen worden ‘getopt’; snoei de lange stengels terug tot het bóvenste paar gezonde knoppen. Goed aanbinden allemaal, gedroogde koemest inharken, bij droogte water geven en een compostlaag aanbrengen.
In maart kan de hele tuin wel wat mest gebruiken. Ook het gazon, maar dat moet liefst eerst geverticuteerd worden.
Noteer nu ook waar nog sneeuwklokjes ontbreken. Direct na de bloei kunnen de pollen gedeeld en uitgeplant worden. Ook in de buurt van groenblijvende struiken (langs een buxushaag) komen ze mooi uit.
BINNENWERK
Vanzelfsprekend doe je al deze dingen niet als het vriest. Dan is er binnen ook nog wel wat te doen. Vul kweekbakken of eierdozen met stekgrond of een mengsel van zand en potgrond en zaai uitverkoren eenjarigen. Dat kunnen dus ook tomaatjes en sperziebonen zijn! Maak met een plantensproeier de grond vochtig en dek het geheel af met een kap of een plastic zak. Zet het zaaigoed niet te koud. Na het kiemen mag de bedekking eraf en begint het opkweken. Zorg voor voldoende licht en draai de kwekelingen regelmatig, zodat ze rechtop groeien. Dun ze op tijd uit en geef ze een eigen behuizing zodra ze echte blaadjes produceren. Zet ze dan op een koele lichte plek, want het groeien moet niet te hard gaan.

Lathyruszaden in wc-rolletjes -
een papieren 'trechter' is handig
bij het vullen met zaaigrond
Vergeet vooral niet eenjarige geurende lathyrus te zaaien en doe dat in met potgrond gevulde wc-rolletjes, waarin de plantjes lange wortels kunnen maken. Zodra ze drie paar blaadjes hebben: toppen voor volle planten.
Bij het uitplanten in de tuin doe je dat inclusief wc-rol en stukje eierdoos!
De geraniums (officieel: pelargonium) die binnen overwinteren, kunnen nu teruggesnoeid worden. Het snoeisel kan meteen gestekt worden. Dat is een goed idee als je mee wilt doen aan een van de vele trends van dit jaar: héle grote bloembakken, gevuld met één soort. En waarom geen geraniums!
Fuchsia’s worden teruggesnoeid vóór ze in maart nieuwe potgrond krijgen. Geef ze geleidelijk meer water.

... en dan een pot vól!
Haal de dahliaknollen tevoorschijn, controleer ze op rottende knolletjes en deel ze - als je graag zo’n grote trendbak vol dahlia’s wilt! Plant ze ondiep, geef geleidelijk meer water, maar houd ze binnen tot eind april. Dan hebben ze een flinke voorsprong op de dahlia’s die in maart, na de vorst, in de volle grond gepoot worden.

Tot slot: zet een stoel klaar, uit de wind, want áls de zon schijnt is het heerlijk om er even in te zitten! En dat hoort óók bij tuinieren!

Februari 2008

zondag 10 februari 2008

TAXUS


In míjn tuin …
… plantten wij tweeëndertig jaar geleden een taxusstruikje. Gewoon omdat er op díe plek een groenblijvende struik moest komen. Maar wat een taxus precies is, dat hij een paar honderd jaar oud wordt en wat er allemaal mee kán, zou mij pas jaren later duidelijk worden. Jammer, anders was ik bij het planten iets zorgvuldiger te werk gegaan. Voor een struik in het wilde weg maakt het niet uit dat er geen rechtopgaande hoofdtak is. Maar als je op een dag besluit je taxus in een indrukwekkende spiraal te snoeien, blijkt zo’n centrale tak toch voorwaarde nummer één te zijn.
Mijn taxus, in gevorderd stadium
Toen ik dat ontdekte, waren er al flinke gaten gevallen in mijn snoeivorm, want ik leer dat soort dingen al doende. Dan maar artistiek verdeeld over de hele struik nog meer gaten erin geknipt! Gelukkig heeft de taxus een geweldig zelfherstellend vermogen en een paar jaar later besloot ik dan ook een nieuwe poging te wagen.
Mijn kunstsnoeiaspiraties had ik inmiddels, noodgedwongen, bijgesteld: geen spectaculaire spiraal, maar een eenvoudige piramide zou het worden. Ik gaf de hobbelige taxus vier gladde wanden en een mooi strak bovenkantje. In de loop van nog wat jaren groeide de struik in ieder geval aan de buitenkant aardig dicht. Het bleek een geliefd toevluchtsoord voor merels: soms steekt er ineens een halve merel ergens uit zo’n groene wand!
Ik besloot nog een stapje verder te gaan en bond boven op de piramide een takje vast aan een lange stok die ik midden in de taxus getimmerd had: een ‘kunst’ hoofdtak. Het takje vertakte zich voorspoedig en groeide, mede dankzij veel knipwerk, uit tot een krachtige taxusvogel. Kop en staart heb ik al snoeiend nog wel eens verwisseld en al babbelend met de buurman knipte ik per ongeluk een keer de snavel van het beest af, maar uiteindelijk kwam de taxus al deze ongemakken te boven.
Alleen halen zijn hoeken niet allemaal de 90 graden die nodig zijn voor een perfect vierkant. Dus ga ik nu een malletje maken. Met vier even lange latjes en een winkelhaak moet dat lukken en daarmee hoop ik dan in de komende jaren alsnog een perfecte snoeivorm te bereiken. Want met nog een paar honderd jaar voor de boeg, geldt ook voor onze taxus: een goed begin is het halve werk!
De kiem is gelegd, in de afgelopen decennia, voor een historische tuin in 2208!

Februari 2008

dinsdag 15 januari 2008

HET JAAR VAN ...

Heggenmussen

Een heel nieuw jaar ligt voor ons: het tweeduizendachtste. Wat gaan we ermee doen, wat zal het ons brengen? Springt er iets uit of wordt het een jaar van alledag?
Niet iedereen wacht lijdzaam af en dat levert tal van verkiezingen en uitroepingen op. We zullen onze aandacht moeten verdelen!

Vers gerooide aardappelen!


Één van de onderwerpen van de Verenigde Naties zal ons Nederlanders zéker aanspreken: 2008 is uitgeroepen tot Internationaal Jaar van de Aardappel en wel omdat de aardappel een belangrijk hoofdvoedsel is voor tweederde van de wereldbevolking. En terecht: een gekookte aardappel levert vitamine C en B, kalium, voedingsvezels én minder calorieën dan rijst en pasta. Ruim baan voor de aardappel op uw dis!
Meer aandacht ook voor aardwetenschappen, inclusief klimaatonderzoek, in het Jaar van de Aarde, dat zich overigens uitstrekt van 2007 tot en met 2009. In Nederland wordt het Jaar van de Aarde in 2008 georganiseerd door een Nationaal Comité volgens een besluit van de Raad voor de Aarde en het Klimaat (RAK) van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) naar een idee van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Begrijpelijk dat zo’n jaar wat meer tijd nodig heeft!
Ook het Japans Ministerie van Milieu laat zich niet onbetuigd en heeft 2008 gelanceerd als Internationaal Jaar van het Koraalrif: extra aandacht voor een uniek, maar bedreigd ecosysteem.

Kikker, gewoon in eigen tuin

In Londen is 2008 door de Wereld Organisatie van Dierentuinen uitgeroepen tot het Jaar van de Kikker. Hier gaat het om bedreigde amfibieën. (De winter is trouwens een prima seizoen voor de aanleg van een vijver.)
En op http://www.buitenlandsehonden.nl/ worden adviezen gegeven aan (toekomstige) hondenbezitters om een succes te maken van 2008 Het Jaar van het Verantwoord Honden Bezitterschap.
Tegelijkertijd is 2008 ook het Jaar van de Scholekster. Deze typisch Nederlandse vogel is in nauwelijks vijftien jaar tijd in aantal gehalveerd, meldt SOVON Vogelonderzoek Nederland.
Een ander probleem, dat niet alleen de aandacht van onze kroonprins vraagt, is de toegang, wereldwijd, tot schoon drinkwater en sanitaire voorzieningen. In dat kader heeft de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties 2008 ook uitgeroepen tot Jaar van de Sanitaire Voorzieningen.
Op Europees niveau is 2008 verklaard tot Europees Jaar van de Interculturele Dialoog. Mogelijk in verband met het uitroepen door alweer de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van 2008 tot Internationaal Jaar van de Talen?
Op cultureel gebied draagt Nederland ook een steentje bij: 2008 Jaar van het Religieus Erfgoed. Domies Toen in Pieterburen zal in dat verband nog speciale activiteiten ontwikkelen. In februari en maart is de theeschenkerij in ieder geval op zondag open; dan bloeien de stinzenplanten (Gronings: börgbloumkes).
Nog een thema dit jaar zijn de Olympische Spelen. In de Keukenhof kunt u van 20 maart tot en met 18 mei ‘De Chinese Draak’ bewonderen: een bloemenmozaïek van tien bij vijftien meter, waarvoor 24.500 bollen gepoot zijn. Voornamelijk rode, oranje en gele tulpen. Het is een ontwerp van Jasper van der Zon, geïnspireerd op het thema China - De Olympische Spelen 2008 - Beijing.
Dichter bij huis kunnen wij tuiniers ook volop meedoen met de beleving van 2008! De vaste plant van het jaar moet nog verkozen worden, maar we kunnen nu meteen al genieten van de Lentebloeier van het Jaar: de narcis ‘Bridal Crown’. Een zoetgeurende trosnarcis met gevulde bloemen, crèmewit, lichtgeel hart, 30 tot 40 cm. hoog, voor binnen of buiten (een paar graden vorst kan deze narcis wel hebben) en uiteindelijk in de tuin: voor volgende jaren.

Abessijnse gladiool
Ook de Zomerbol van het Jaar is al bekend. Een mediajury uit Nederland en België heeft gekozen voor de Abessijnse Gladiool (Acidanthera), waar de Europese consumentengroenpers koos voor Gladiolus callianthus ‘Murielae’. Allebei groot gelijk, want het is dezelfde zomerbol met lang bloeiende, heerlijk geurende, knikkende witte bloemen met een purperen hart. Een ‘must’ op het terras!
De mediajury heeft ook een Bloembol van het Jaar gekozen: Nectaroscordum Siculum ofwel Bulgaarse ui, omdat deze bol vroeger gewoon Allium bulgaricum heette. Een sierlijke hoge ‘ui’ met mooie zaaddozen. Maar de meningen zijn verdeeld; het Internationaal Bloembollen Centrum geeft dit jaar de voorkeur aan een wit/geel/rose tulp ‘Crème Upstar’ die tijdens de groei van kleur verandert.
Voor de Boom van het Jaar is veel ruimte nodig, want de uitverkoren vleugelnoot (Pterocarya fraxinifolia) wordt uiteindelijk breder dan hoog!
Tot slot in deze opsomming van ‘je kunt het zo gek niet bedenken of …’ de Bureauplant van het Jaar: Spathiphyllum ofwel lepelplant. Deze luchtzuiverende plant met glanzend groen blad en grote witte bloemen is uitgekozen door een panel van deskundigen, onder meer van TNO en PPO (Praktijkonderzoek Plant en Omgeving).

Al deze verkiezingen en uitroepingen zijn natuurlijk bedoeld om ons op verantwoorde wijze door het nieuwe jaar te loodsen. Maar laten we vooral niet vergeten om ook op onze eigen manier van 2008 een geweldig (tuin)jaar te maken!

Januari 2008