vrijdag 9 september 2016

PASSIE EN PATIËNTEN


September: de vakanties zitten er weer op. Zelf had ik een week all inclusive geboekt in onze hoofdstad, net als precies vijftien jaar geleden. Mijn eenvoudig maar doeltreffend ingericht appartementje bevond zich op de eerste etage van een architecturaal fraai en ruim opgezet complex; tussen de bomen door had ik uitzicht op het topje van d’Olle Grieze en de beide hijskranen in des stads grootste bouwput. Het complex beschikt op het dak zelfs over een landingsplaats voor helikopters: voor de VIP’s, Very Injured Persons.



Over een rommelig terreintje heen boden mijn ramen zicht op een aardige straat met jaren ‘30 woningen, waarvan er vrijwel geen twee hetzelfde waren. Het huis waar ik recht op uitkeek begon met een winkeltje, daarboven een woonkamer en keukentje en dáárboven een slaapkamer over de hele breedte van het pand met een dito halfhoog raam, op heuphoogte.
‘Toen Snuffie op een morgen wat uitkeek door het raam,’ schreef Dick Bruna, ‘zag hij opeens een vrouwtje, een vrouwtje met een traan.’ Ik zag heel iets anders, toen ik op een ochtend opkeek van mijn laptop. Voor het slaapkamerraam, tussen de deels opengeschoven gordijnen, stond een geheel ontblote jonge man, die zijn nog witte benen licht hinkelend in een frisse groene boxershort stak, zich omdraaide en uit het zicht verdween! Eh, waar was ik ook alweer, op mijn laptop, in this room with a view!
Er komt best wel wat kijken, bij een opname in het UMCG, mijn bestemming begin augustus, maar zo’n ‘moment’opname kun je er makkelijk bij hebben!
De jonge man in kwestie was zich waarschijnlijk van niets bewust: door de ramen van het ziekenhuis kun je makkelijker naar buiten kijken dan naar binnen.

Ondertussen had ik een spreekverbod (uitsluitend in verband met mijn aandoening!) en naast het ziek zijn veel tijd om te observeren en na te denken. Het ziekenhuis is uiteindelijk een gigantisch bedrijf, dat loopt als een geoliede machine. Maar als er érgens oog is voor ‘de mens’ is dat wel hier. Tienduizend medewerkers zijn in dit ‘bedrijf’ in touw om patiënten te onderzoeken, te behandelen, te verzorgen en te begeleiden. En natuurlijk alle mogelijke bijkomende werkzaamheden te verrichten. Misschien niet allemaal met dezelfde passie, maar toch. Dag en nacht is de best mogelijke zorg beschikbaar om het verblijf niet alleen tot een succesvol einde te brengen, maar ook zo aangenaam mogelijk te laten verlopen. Geen moeite is de verpleegsters en verplegers teveel om met je mee te denken, oplossingen aan te dragen, kortom: er voor je te zijn, dag en nacht. Buiten de muren van een ziekenhuis heb je er geen idee van wat zich hier afspeelt. Mooie momenten, maar ook verdrietige, en ook daar moeten de medewerkers mee om kunnen gaan.

Terwijl ik dit alles overdacht kwam het woord ‘passie’ bij me op. Toen ik wat dagen later weer mocht praten en een van de verpleegsters ernaar vroeg, reageerde ze daar nogal nuchter op: zij zag het vooral als haar werk. Toch moet zo’n verzorgend beroep een bijzondere aantrekkingskracht op je hebben - uiteindelijk is het een kwestie van juist díe keuze maken. Er zijn de wisselende diensten, de vervolgopleidingen, de simpele klusjes zoals het opmaken van bedden, goed contact met collega’s en artsen en last but not least de humeuren van de steeds wisselende patiënten.
Net als de artsen zijn ook de verpleegkundigen gespecialiseerd in wat zich op hun afdeling voordoet. Zij zijn in staat zelfstandig beslissingen te nemen omtrent de verzorging van de patiënt. Dat vraagt dus ook om voortdurende bijscholing. Dan móet je wel speciaal betrokken zijn bij het werk dat je doet en wat mij betreft kun je dat ‘passie’ noemen.
Patiënten komen en gaan; de een blijft langer, de ander mag al gauw weer naar huis. Maar de bedden blijven nooit lang leeg. Geplande operaties, spoedopnames: afwisseling genoeg. En elke patiënt brengt zijn of haar eigen karakter mee. Tevreden, bang, boos, verdrietig, ongeduldig - iedereen is weer anders en de verpleging gaat daar soepel en geduldig mee om. De medewerkers in een ziekenhuis hebben een tweeledig beroep. Aan de ene kant ‘het vak’, dat zich voortdurend ontwikkelt en waarin de wetenschap steeds verder komt. Dat maakt het werk interessant. Aan de andere kant de patiënten én het resultaat. Dat maakt het werk dankbaar.

Het bezoek vermaakte zich prima met de afstandsbediening van het bed!
Een universitair medisch centrum heeft drie kerntaken: gezondheidszorg, onderwijs en onderzoek. Deze taken worden uitgevoerd door mensen met een passie of in ieder geval een ver gaande belangstelling voor zowel het functioneren als het disfunctioneren van het menselijk lichaam. Oplossingen bedenken is niet alleen een doel, maar ook een uitdaging. En zo komt de medische wetenschap stap voor stap verder. Artsen in opleiding en aankomend specialisten ervaren hier de praktijk en leveren hun bijdragen aan onderzoek.
Het UMCG is in de eerste plaats een gespecialiseerd ziekenhuis voor de noordelijke provincies, maar daarnaast voor sommige complexe behandelingen zelfs voor heel Nederland.
Tijdens de eerste dagen van mijn opname had ik gezelschap van een meneer uit een andere provincie met een aldaar niet op te lossen aandoening, waar hij veel last van had. Na een opname en behandeling van drie dagen verliet hij opgewekt het UMCG: zijn probleem was effectief opgelost!


Opkikkertjes voor het prikbord én het boeket dat mijn zus
uit Zuid Limburg persoonlijk kwam brengen!!
‘Gezond en actief ouder worden’ is een belangrijke doelstelling in dit ziekenhuis. Vast staat dat er in de nabije toekomst verhoudingsgewijs steeds meer ouderen zullen zijn die gemiddeld ook steeds ouder zullen worden. In het UMCG kijkt men vooruit en zet voor deze doelgroep in op ziekte voorkomen, op tijd ontdekken en uiteindelijk verergering voorkomen met inzet op functiebehoud.
Als patiënt gaan deze doelstellingen en kerntaken wel een beetje aan je voorbij: de patiënt is ziek en wil beter worden, hoe dan ook. En dat de behandelend arts tijdens de ochtendronde langs de opgenomen patiënten vergezeld wordt door artsen in opleiding is geen probleem: allemaal vriendelijke jonge mensen, die zich willen inzetten voor onze gezondheid.
Vier jaar geleden werd ik gevraagd om vanuit mijn eigen ervaringen een bijdrage te leveren aan een patiëntencollege: de praktijk in de collegezaal. Natuurlijk wilde ik dat: iets terug doen voor alle aan mij bestede zorg. Soms waren de studenten (tweedejaars) wat terughoudend met het stellen van vragen. Het gaat uiteraard om een heel persoonlijk verhaal en dat kan ook een beladen verhaal zijn. In mijn geval is dat gelukkig niet zo en nuchterheid vind ik een goed uitgangspunt. Bovendien ben ik altijd met de grootste zorg en aandacht behandeld: mijn verhaal is positief. Steeds makkelijker werden er tijdens de colleges ook persoonlijke vragen gesteld en dat heb ik ervaren als een goede ontwikkeling: niet alleen belangstelling voor de ‘casus’, maar ook voor de patiënt. Op alle vragen geef ik een eerlijk antwoord. En hoewel het elk jaar weer nieuwe studenten zijn, is het toch aardig dat ik nu, bij een volgend patiëntencollege, weer nieuwe ervaringen kan toevoegen aan mijn verhaal, met goede afloop.

Een welkom thuis uit Amsterdam!
En zoals aan alles kwam er ook aan mijn ziekenhuisverblijf een einde. Fijn, om weer naar huis te gaan. Maar op de dag van mijn ontslag moest er toch nog het een en ander gebeuren en al wachtend op de rand van het bed genoot ik nog even van het uitzicht op de enorme bomen die ooit daar langs die rustige straat geplant zijn. Geen idee welke soort het was, met hun lange afhangende takken, die elk op zichzelf meebewogen in de wind. Misschien Grauwe Abeel? Op een stuk kale tak landde de zwarte kraai die ik daar al vaker gezien had. Hij begon aan een uitgebreide poetsbeurt; met zijn snavel streek hij langs alle veren. Daarna schudde hij ze nog eens op. ‘Jij bent klaar,’ dacht ik, ‘jij kunt naar huis.’ Maar hij stak zijn kop in het opgepoetste verenpak en zal toen in slaap gevallen zijn, want een uur later zat hij er nog: hij wás al thuis. En nog een uur later was ook ik weer thuis, met veel goede herinneringen aan al die mensen met hun passie en toewijding, die dag en nacht in het UMCG klaar staan om hun patiënten zo goed mogelijk te behandelen en te verzorgen. Wat fijn dat ik weer mocht praten: “Dankjewel!” 


En een fijn welkom thuis!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen